Gemeenteblad van Bernheze
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bernheze | Gemeenteblad 2026, 112819 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bernheze | Gemeenteblad 2026, 112819 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Werk, Inkomen en Schuldhulp Bernheze 2026
De raad van de gemeente Bernheze besluit, op basis van het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 6 januari 2026:
Verordening Werk, Inkomen en Schuldhulp Bernheze 2026
De raad van de gemeente Bernheze wil voor de inwoners van zijn gemeente in één verordening aangeven welke regels gelden voor:
Deze regels zijn te vinden in deze verordening Werk, Inkomen en Schuldhulp Bernheze 2026
Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de:
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Soms zijn nog extra regels nodig, waarin bepaalde zaken worden uitgewerkt. Het college is bevoegd daarvoor nadere regels of beleidsregels vast te stellen. Ook dat is in deze verordening geregeld.
1.6 Verband tussen verordening en wet
Deze verordening is gebaseerd op de wetten die bij 1.3 zijn genoemd. Die wetten vormen de wettelijke basis voor de artikelen in deze verordening. Maar niet voor alle artikelen geldt dat in iedere wet daarover iets is terug te vinden. Dat verschilt per artikel. Daarom is per artikel aangegeven op welke wet dat artikel is gebaseerd.
Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de inwoner aan de gemeente hulp kan vragen als het gaat om één of meer van de onderwerpen uit deze verordening. Beschreven wordt hoe de inwoner een hulpvraag kan stellen, hoe de gemeente ondersteuning kan geven en wat de gemeente van de inwoner verwacht.
Paragraaf 2.1 Melding hulpvraag bij de gemeente voor de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening en Niet uitkeringsgerechtigden
Artikel 2.1.1 Hulpvraag melden
Inwoners die hulp nodig hebben, kunnen zich melden bij de door de gemeente ingerichte Wegwijzer in Bernheze of direct bij de toegang van de Gemeente Meierijstad.
De inwoner kan deze melding op verschillende manieren doen:
De gemeente verzamelt gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor het gesprek en de beoordeling van de melding. Als het gaat om gegevens die de gemeente niet zelf kan inzien of verkrijgen, dan vraagt de gemeente aan de inwoner om die gegevens binnen een bepaalde termijn te leveren. In de uitnodiging voor het gesprek staat welke gegevens dat zijn en welke termijn er geldt. De gemeente kan ook later nog om aanvullende gegevens vragen. Hiervoor gelden dan dezelfde voorwaarden.
De aanvragen voor financiële tegemoetkomingen kunnen direct schriftelijk en digitaal worden gedaan. De gemeente kan besluiten dat een onderzoek en een gesprek over de hulpvraag niet nodig zijn. De aanvraag wordt dan direct afgehandeld. Alleen als er aanleiding voor is, of op verzoek van de inwoner, volgt een gesprek.
De gemeente verzamelt gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Als het gaat om gegevens die de gemeente niet zelf kan inzien of verkrijgen, dan vraagt de gemeente aan de inwoner om die gegevens binnen een bepaalde termijn te leveren. De gemeente kan ook later nog om aanvullende gegevens vragen.
De gemeente kan een externe deskundige vragen om een advies. Dit advies (deskundig oordeel) betrekt de gemeente bij de beoordeling van de melding of aanvraag.
Hoofdstuk 3 Werk en Participatie
De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners die een uitkering hebben en kunnen werken, worden geholpen bij het vinden van blijvend en passend werk, bij voorkeur in een gewone betaalde baan. Als betaald werk niet haalbaar is, dan wordt gekeken op welke wijze meedoen aan de samenleving mogelijk is. De gemeente kan helpen door het inzetten van zogenaamde voorzieningen. Welke ondersteuning dat kan zijn, staat in dit hoofdstuk. Dit hoofdstuk gaat verder over de tegenprestatie die kan worden gevraagd en over meedoen aan activiteiten in de samenleving voor inwoners met een beperking of een psychisch/psychosociaal probleem. Het is belangrijk dat deze inwoners ook volwaardig kunnen meedoen en dat hun positie in de samenleving verbetert.
Paragraaf 3.1 Algemene bepalingen
De gemeente ondersteunt de volgende groepen inwoners op weg naar werk en maatschappelijke participatie:
De gemeente kan voor de verschillende soorten voorzieningen budgetplafonds vaststellen. Een budgetplafond is het maximale bedrag dat de gemeente aan een bepaalde soort voorziening uitgeeft. Voor wettelijke loonkostensubsidie en beschut werk kan geen budgetplafond worden vastgesteld.
Artikel 3.1.4 Algemene bepalingen voorzieningen
De gemeente beoordeelt per persoon welke voorziening wordt ingezet en voor hoe lang. Daarbij kijkt de gemeente naar een aantal zaken, zoals de omstandigheden van de inwoner, zijn eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en of er bij de gemeente voldoende budget beschikbaar is.
De gemeente biedt een inwoner een beschutte werkplek aan als deze behoort tot de doelgroep van beschut werk. Dit gebeurt op basis van een door het UWV afgegeven advies waaruit blijkt dat deze inwoner alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan de mogelijkheden van die inwoner. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd.
Artikel 3.2.4 Loonkostensubsidie
De medewerker stelt vast of het gaat om een inwoner die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief de inwoner op de werkplek zal zijn loonwaarde worden vastgesteld. Dit wordt gedaan door een landelijk erkende methodiek op de werkplek. De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt op deze loonwaarde afgestemd op basis van het wettelijk minimumloon.
Wanneer een werkgever of werknemer een aanvraag indient, voor wettelijke loonkostensubsidie bevestigt de medewerker de aanvraag schriftelijk. Wanneer een werknemer een aanvraag indient, ontvangt de werkgever ook een bevestiging. Dit moet aangevraagd worden binnen zes maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst.
Een aanvraag voor wettelijke loonkostensubsidie wordt, als de inwoner nog niet behoort tot de doelgroep, ook behandeld als een aanvraag om vast te stellen of de inwoner tot de doelgroep behoort. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van het dienstverband, wordt de beoordeling of de inwoner tot de doelgroep behoort gedaan door de medewerker en die bepaald of het middel praktijkroute van toepassing is.
De werkstage wordt vastgelegd in een plan van aanpak dat de gemeente in overleg met de inwoner maakt. Met de werkgever wordt in een overeenkomst vastgelegd welk doel de werkstage heeft, wat de werkzaamheden zijn, begin- en einddatum, afspraken over onkostenvergoedingen, verzekeringen en hoe de begeleiding plaatsvindt. Ook wordt vastgelegd waarom er geen sprake is van verdringing /oneerlijke concurrentie.
Paragraaf 3.4 Andere voorzieningen en vergoedingen
Artikel 3.4.1 Specifieke voorwaarden noodzakelijke ondersteunende of vervangende activiteit bij visuele en motorische handicap
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die aan het werk gaat, ondersteund en begeleid wordt als dit nodig is om het werk te kunnen doen en behouden.
Artikel 3.3.4 Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening
De gemeente kan een vervoersvoorziening toekennen aan een inwoner die door zijn beperking niet zelfstandig naar de werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt.
Hoofdstuk 7 Inkomen en Schulden
De gemeente heeft een financieel vangnet voor inwoners die te weinig inkomen en vermogen hebben om de dagelijkse kosten te betalen: een maandelijkse bijstandsuitkering. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen, kunnen zij bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s geregeld. Voor een aantal extra’s wordt een inkomensgrens genoemd. Dit is geen harde grens, maar een uitgangspunt (kompas) bij het beoordelen van aanvragen. Inwoners die in een vergelijkbare financiële situatie zitten als inwoners met een bijstandsuitkering, kunnen vaak ook geholpen worden. Dat beoordeelt de gemeente per situatie. Ook worden er enkele basisregels gegeven voor de ondersteuning die de gemeente kan bieden bij een schuldenprobleem.
Studenten met een structurele medische beperking hebben soms extra ondersteuning nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met een studietoeslag krijgt de student een zetje in de rug omdat de studiefinanciering wordt aangevuld. In deze paragraaf geeft de gemeente aan welk bedrag toegekend kan worden en hoe dat wordt uitbetaald.
De individuele inkomenstoeslag van artikel 36 van de Participatiewet is bedoeld voor inwoners die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen. Het is een extraatje dat jaarlijks kan worden verstrekt en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven wat de gemeente onder ‘langdurig’, ‘laag inkomen’ verstaat en wat de hoogte van de individuele inkomenstoeslag is.
Een aanvraag als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, moet worden ingediend op een daartoe bestemd aanvraagformulier, onder overlegging van de benodigde bewijsstukken. De aanvraag voor de individuele inkomenstoeslag kan worden gedaan gedurende het gehele kalenderjaar, als mede het eerste kwartaal daarop volgend, waarop de aanvraag ziet. De gemeente kan tevens de individuele inkomenstoeslag ambtshalve verstrekken.
Een inwoner komt niet in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag als deze onderwijs volgt of in de referteperiode heeft gevolgd en daardoor naar het oordeel van de gemeente perspectief heeft op verbetering van de inkomenssituatie binnen een periode van een jaar. Het gaat dan om onderwijs dat het Rijk bekostigt.
Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. En daarmee hun maatschappelijke participatie bevorderen. Hieraan zijn meestal kosten verbonden.
Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar de gemeente zich verantwoordelijk voor voelt. De gemeente heeft maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. Daarom wordt voor inwoners met minderjarige kinderen de Meedoenregeling verhoogd.
Artikel 7.5.1 Doelgroep en aanvraag
Een aanvraag moet worden ingediend op een daartoe bestemd aanvraagformulier, onder overlegging van de benodigde bewijsstukken. De aanvraag voor de Meedoenregeling kan worden gedaan gedurende het gehele kalenderjaar, als mede het eerste kwartaal daarop volgend, waarop de aanvraag ziet. De gemeente kan tevens de Meedoenregeling ambtshalve verstrekken.
Inwoners met een laag inkomen kunnen een vergoeding krijgen om te sporten en om mee te doen aan sociaal-culturele, educatieve en andere maatschappelijke activiteiten voor henzelf en hun kinderen. Ook abonnementen op kranten, tijdschriften, tv, internet of telefoon kunnen worden vergoed. De bijdrage is € 256 per jaar (bedrag 2026).
Paragraaf 7.8 Schuldhulpverlening
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner, die ondersteuning kan krijgen bij het oplossen van de schulden, die ondersteuning zo snel mogelijk krijgt. Hier zijn verschillende mogelijkheden voor, deze staan vermeldt in de nadere regels.
Artikel 7.8.1 Samenwerking en toegang
Vroegsignalering en gegevensuitwisseling. Het college werkt samen met externe partners bij de uitvoering van vroegsignalering. Voor zover noodzakelijk voor deze samenwerking, wisselt het college persoonsgegevens uit overeenkomstig de Wgs en de geldende privacywetgeving, uitsluitend voor het doel van schuldhulpverlening.
Hoofdstuk 8 De vorm van ondersteuning
In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de ondersteuning geeft. De ondersteuning die de gemeente biedt kan of in ‘natura’ of in geld gegeven worden.
Paragraaf 8.1 Vormen van ondersteuning
Artikel 8.1.2 Ondersteuning in geld
De inwoner kan ondersteuning van de gemeente in geld. Ondersteuning in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Alleen als in de wet of in deze verordening, of in de beleidsregels, anders is bepaald en de persoonlijke situatie van de inwoner dit toelaat, moet het geld wel worden terugbetaald.
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoner en de gemeente.
Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen.
Paragraaf 9.1 Hoe gaan we met elkaar om?
Artikel 9.1.1 De rol van de gemeente
De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. Gemeente en inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. De gemeente zorgt voor het volgende:
Artikel 9.1.3 Ontoelaatbaar gedrag
De gemeente reageert op een professionele manier op gedrag van de inwoner dat ontoelaatbaar is. De gemeente zorgt voor het volgende:
De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente eventueel de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).
Paragraaf 9.2 Afspraken en verplichtingen over uitkeringen
Artikel 9.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging
De gemeente informeert de inwoner per brief over het besluit tot verlaging. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. Het is mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is uitbetaald. Soms kan de gemeente de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beëindigd. De gemeente legt het overgebleven deel van de verlaging alsnog op als de inwoner binnen één jaar na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen, tenzij dit naar het oordeel van de gemeente niet bijdraagt aan de met de maatregel beoogde doelstelling.
Artikel 9.2.4 Berekening verlaging
Als de inwoner maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kan de gemeente de bijzondere bijstand verlagen met een percentage van de bijzondere bijstand. Gaat het om eenmalige bijzondere bijstand, dan kan de gemeente die bijstand weigeren als de bijstand nodig is vanwege verwijtbaar gedrag van de inwoner.
Artikel 9.2.6. Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen
De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 10% van de uitkeringsnorm voor het volgende gedrag:
het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering.
Artikel 9.2.7 Stoppen verlaging
De gemeente kan de verlaging stoppen (niet uitvoeren) als overduidelijk blijkt dat de inwoner alsnog de arbeidsverplichtingen nakomt. De inwoner moet de gemeente zelf verzoeken om de verlaging te stoppen. Hij moet het verzoek per brief of e-mail indienen. Dit kan zolang de maatregel loopt.
Artikel 9.2.9 Onacceptabel gedrag
De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner bij zeer ernstige misdragingen tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren. De uitkering wordt één maand verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm.
Artikel 9.2.11 Samenloop van gedragingen
Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de inwoner niet verantwoord is.
Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen uit deze paragraaf en de in artikel 17 eerste lid genoemde inlichtingenplicht niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging en een bestuurlijke boete opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de inwoner niet verantwoord is.
Artikel 9.2.12 Herhaling (recidive)
De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen 12 maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd opnieuw wordt verlaagd. De duur wordt ook verdubbeld als de gemeente de eerdere verlaging vanwege dringende redenen van de inwoner heeft gewijzigd in € 0 (nihil).
Paragraaf 9.5 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?
De protocollen moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privéleven van inwoners plaatsvindt. De protocollen voldoen aan de regels die daarvoor gelden vanuit de regelgeving op het gebied van privacy, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De gemeente maakt de protocollen bekend.
Hoofdstuk 11 Kritiek op de uitvoering
De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. Wanneer een inwoner niet tevreden is, wil de gemeente dit graag horen en kan er altijd contact worden opgenomen om de klacht door te nemen en te bespreken of er een oplossing gevonden kan worden. Als dit niet mogelijk is, bestaat de mogelijkheid om een klacht in te dienen of bezwaar te maken.
De gemeente ziet een klacht of bezwaar als:
De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend zich gehoord voelt.
In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. Dit hoofdstuk sluit aan op de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. In dit hoofdstuk wordt verwezen naar de Beleidsregels intern klachtrecht 2020, en naar de Commissie rechtsbescherming Meierijstad.
Artikel 11.2 Bezwaar en beroep
De gemeente informeert de inwoner correct over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld tegen een besluit of het uitblijven ervan.
Artikel 11.3 Vertrouwenspersoon
Inwoners die het niet eens zijn met de manier waarop een medewerker van de gemeente met hen omgaat, kunnen contact opnemen met de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon luistert en kan helpen een probleem aan te pakken. De vertrouwenspersoon kan er niet altijd voor zorgen dat het gaat zoals de inwoner het wil, maar zorgt er wel voor dat het proces verloopt zoals het hoort.
Hoofdstuk 13 Van oud naar nieuw
In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, dat met regelmaat beoordeeld wordt of de verordening nog volgens de bedoeling werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is.
Artikel 13.1 Onderzoek naar de werking van de verordening (evaluatie)
De gemeente onderzoekt met een zekere regelmaat of de verordening voldoende bijdraagt aan de doelen die de gemeente wil bereiken. Om dat te kunnen nagaan, verzamelt de gemeente systematisch informatie over alles wat van belang is om tot een goede evaluatie te komen. De gemeente houdt zich daarbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Artikel 13.2 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)
De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze verordening. Dit kan als toepassing van die bepaling volgens de gemeente een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van de in artikel 1.2 genoemde wetten of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald.
Artikel 13.3 Intrekken oude verordeningen
De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat:
In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst?
Aanvraag: een officieel verzoek om een besluit te nemen. Een aanvraag wordt gedaan door iemand die direct belang bij dat verzoek heeft.
Gebaseerd op artikel 1:3 lid 3 Awb.
Algemene Verordening Gegevensbescherming: verordening die regels geeft voor de manier waarop de gemeente moet omgaan met de privacy van inwoners.
Algemene wet bestuursrecht: wet met algemene regels voor de manier waarop de gemeente onder andere moet omgaan met aanvragen, termijnen, klachten en bezwaarschriften.
AOW-leeftijd: leeftijd waarop de AOW-uitkering ingaat.
Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te krijgen, het accepteren en behouden van werk of het leveren van een tegenprestatie.
artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 van de IOAW, artikel 37 van de IOAZ
Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap waardoor een belemmering ontstaat in het sociaal-maatschappelijk functioneren.
Beslissing of besluit: In het besluit geeft de gemeente aan of de inwoner wel of geen ondersteuning krijgt.
Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner.
artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet
Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud. Als het om een jongere van 18 tot 21 jaar gaat, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand.
artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet, artikel 12 van de Participatiewet
Duurzaam: op de toekomst gericht (bijvoorbeeld: duurzaam, passend werk, duurzame bijdrage)
Financiële buffer: een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens. Vermogen is het totaal aan bezit in geld en goederen.
artikel 34, lid 3 van de Participatiewet
Gemeente: College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bernheze.
Gemeentewet: wet die de gemeente bevoegdheden geeft om taken te kunnen uitvoeren en eigen beleid te kunnen maken.
Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het resultaat dat hij wil bereiken bespreekt.
Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding aangeeft.
Indexering: bedragen aanpassen aan veranderingen van kosten levensonderhoud of inlatie
Inkomen: alles wat iemand als opbrengst van werk, een eigen onderneming of vermogen krijgt, bijvoorbeeld loon, winst, dividend of rente. Bij inkomen wordt vaak over geld gesproken, maar goederen of diensten kunnen ook tot het inkomen behoren. In verschillende wetten worden hier verschillende definities voor gegeven.
Interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijks werkbegeleiding, aan een inwoner behorende tot de doelgroep uit de Participatiewet, omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren. Waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek.
Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente en die daar rechtmatig verblijft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor ondersteuning door de gemeente. In de verschillende wetten worden hier verschillende definities voor gegeven.
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk.
Jongere: personen tot 27 jaar.
Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor eten en drinken, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen.
Mantelzorg: hulp die wordt verleend door een directe naaste vanuit een sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.
Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt, zoals de klantmanager die het gesprek met de inwoner voert.
Meedoenregeling: een vergoeding voor huishoudens met een laag inkomen. Het doel van de regeling is te voorkomen dat mensen in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school. Er is een reductieregeling voor kinderen en een regeling voor volwassenen.
Melding: het eerste contact waarin de inwoner zijn hulpvraag aan de gemeente stelt. In verschillende wetten wordt hier een verschillende definitie voor gegeven.
Nadere regels: regels die het college van burgemeester en wethouders vaststellen ter uitvoering van deze verordening binnen de kaders die de raad in deze verordening daarvoor stelt.
Ondersteuning: hulp bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning, maatschappelijke ondersteuning of schuldhulpverlening.
artikel 7 van de Participatiewet, artikel 1 van de WGS.
Oneigenlijk gebruik: een voorziening gebruiken waar het niet voor bedoeld is.
Ontwikkelingsarbeidsmatige dagbesteding (OAD): OAD is gericht op het ontwikkelen van deelnemers richting (betaalde) arbeid. De combinatie van werk, zorg en begeleiding op maat, is een middel om tot ontwikkeling te komen.
Participatiewet (PW): iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden.
Prefrente proces loonkostensubsidie: Een preferent proces voor de administratieve uitvoering van loonkostensubsidie maakt het voor werkgevers makkelijker en aantrekkelijker om mensen via dit instrument aan het werk te helpen.
Referteperiode: periode van 3 jaar voorafgaand aan de peildatum.
Resultaat: het effect of het doel dat de inwoner wil behalen of hoeverre het gewenste doel of effect is behaald.
Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren.
artikel 3 van de Participatiewet
Sociale activering: het aanbieden van zinvolle activiteiten die de inwoner dichter bij werk kan brengen. Vrijwilligers werk is hier een voorbeeld van.
Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering.
artikel 5 onderdeel b en artikel 12 Participatiewet en artikel 5 IOAW en artikel 5 IOAZ.
Uitkeringsnorm: de maximale hoogte van een uitkering in de situatie van de inwoner.
Dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
Uitvoerende gemeente: De gemeente Meierijstad.
UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Dit is een Nederlandse overheidsinstelling die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van verschillende werknemersverzekeringen, zoals de Werkloosheidswet, de Ziektewet, en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
Voorliggende voorziening: Voorzieningen die vanuit andere regelingen worden gefinancierd, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet Langdurige Zorg (Wlz) of de Participatiewet (PW), die gezien haar aard en doel geacht wordt voor de klant toereikend en passend te zijn.
Voorziening: ondersteuning in de vorm van een dienst, activiteit, product, PGB of geldbedrag.
VSO: Voortgezet speciaal onderwijs.
Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet op de expertisecentra.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-112819.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.