Gemeenteblad van Middelburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2026, 112596 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2026, 112596 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke regeling Stadsgewestelijke brandweer Vlissingen-Middelburg 2025
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Vlissingen en Middelburg, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn;
overwegende dat de gemeentebesturen hebben besloten tot de vorming van één stadsgewestelijke brandweer;
gehoord de gemeenteraden van Vlissingen en Middelburg op respectievelijk 16 december 2025 en op 25 september 2025;
gelet op de Gemeentewet, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en de Wet gemeenschappelijke regelingen;
de gemeenschappelijke regeling "Stadsgewestelijke Brandweer Vlissingen-Middelburg" als volgt te wijzigen:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Waar in deze regeling artikelen van enige wet of andere wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk: het samenwerkingsverband, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Het openbaar lichaam heeft tot doel het beheer en onderhoud van de brandweerkazernes en brandkranen binnen het stadsgewest in de ruimste zin des woords conform de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), de Wet veiligheidsregio’s, de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Hoofdstuk 2 Belang, Taken en Bevoegdheden
Artikel 6 Taken en bevoegdheden
Met de vaststelling van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2013 (VRZ), is uitvoering gegeven aan de wettelijke verplichting in de Wet veiligheidsregio’s om de gemeentelijke brandweerzorg over te dragen aan de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). De wettelijke brandweertaken, zoals genoemd in de Wet veiligheidsregio’s, zijn overgegaan. De taken die achterblijven bij de SGB betreffen het onderhoud en het beheer van de brandweerkazernes en brandkranen binnen het stadsgewest. De gebouwen en brandkranen worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRZ op grond van een tussen de SGB en de VRZ overeengekomen bruikleenovereenkomst, welke in werking is getreden op 1 januari 2013.
Ter uitvoering van het hierboven omschreven doel heeft het openbaar lichaam de volgende bevoegdheden: het beheren en inrichten van een bedrijfsvoering ten behoeve van het beheer en onderhoud van de gebouwen en brandkranen binnen het stadsgewest.
Hoofdstuk 3 Het algemeen bestuur
De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op en tegelijkertijd met de oproep maakt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering openbaar. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in Hoofdstuk Va, Gemeentewet, genoemde stukken waarop geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep ter inzage gelegd.
Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing het bepaalde in artikel 20 (quorum voor opening van vergadering), artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht), artikel 26 (handhaving orde vergadering), artikel 28 (niet-deelname aan de stemming), artikel 29 (quorum voor geldige stemming), artikel 30 (tot stand komen besluit), artikel 31 (geheime stembriefjes), artikel 32 (overige stemmingen en artikel 33 (ambtelijke bijstand van het Algemeen bestuur).
Artikel 12a Einde lidmaatschap
Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. In dit geval is het bepaalde in artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit zijn artikel 4:8 en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen
Artikel 19 Begrotingsprocedure
Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting van de gemeenschappelijke regeling Stadsgewestelijke Brandweer voor het komende kalenderjaar, evenals de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming), aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bepaalde in artikel 190 lid 1, van de Gemeentewet is van toepassing, evenals het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Artikel 20 Bijdragen van de gemeenten
Indien aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling blijkt dat een deelnemende gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
Het dagelijks bestuur legt vóór 30 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen, naast het rapport van de met de controle belaste accountant.
Indien het dagelijks bestuur met een positief resultaat in de jaarrekening een andere bestemming wenst dan de algemene reserve, dan wel indien met de toevoeging van het resultaat aan de algemene reserve de reservevorming boven de afgesproken richtlijn reservevorming komt, worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld binnen twaalf weken na ontvangst, een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming.
Hoofdstuk 9 Toetreding, Uittreding, Wijziging, Geschillen, Opheffing en Liquidatie
Artikel 24b Procedure voor vaststelling uittredingsplan
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van het bestuur van de uittredende deelnemer.
Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 25 gelet op de vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar.
Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.
Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen (maximaal 5 jaartermijnen) of in één keer dient te betalen.
Artikel 24c Te vergoeden kosten, de uittreedsom
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de GR SGB die samenhangen met de afbouw van structurele en incidentele overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere structurele en incidentele verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
Het algemeen bestuur brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 24c, eerste lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 24b, tweede lid, anders is vastgelegd.
Indien de kosten van de inzet van een externe deskundige als bedoelt in artikel 28B en relatie tot de verwachtte uittredesom daartoe aanleiding geeft kan het algemeen bestuur in overleg met deelnemer besluiten om in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden de uittreedsom te bepalen op de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%.
Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Artikel 24d Verplichtingen uittreder
De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van de GR SGB die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
Voorstellen uitgaande van één of meer deelnemende gemeenten worden toegezonden aan het algemeen bestuur, dat het voorstel met zijn beschouwingen ter zake binnen acht weken aan de raden van de deelnemende gemeenten doet toekomen, waarna deze deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur verder handelen conform het bepaalde in het vorige lid van dit artikel.
Artikel 27 Ontbinding en liquidatie
Ingeval van een besluit tot ontbinding van de gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in het vorige lid, stelt het algemeen bestuur daarvoor een liquidatieplan op ter vereffening van het vermogen van de regeling. Een zodanig besluit wordt met een twee derde meerderheid genomen, gehoord de raden van de deelnemende gemeenten. Een liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten alle rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke regeling over de deelnemende gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van het openbaar lichaam blijven hun functies vervullen tot de zittingsperiode van de gemeenteraden is beëindigd en in hun opvolging is voorzien.
De regeling wordt elke 4 jaar geëvalueerd. De evaluatie heeft vooral betrekking op de vraag of de samenwerking de doelen die zij zich heeft gesteld ook heeft bereikt tegen de kosten die hiervoor waren uitgetrokken. Daarnaast dient ook gekeken te worden naar de uitvoering van de specifieke taken. De manier waarop de samenwerking heeft gefunctioneerd, is eveneens onderdeel van de evaluatie.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Middelburg,
de waarnemend secretaris,
G. Kolhorn
de burgemeester
Y.P. van Mastrigt
Aldus vastgesteld door de burgemeester van Middelburg,
mr. Y.P. van Mastrigt
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen,
de secretaris,
drs. R.D.A. Wiskerke
de burgemeester
drs. A.R.B. van den Tillaar
Aldus vastgesteld door de burgemeester van Vlissingen,
drs. A.R.B. van den Tillaar
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-112596.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.