Besluit van de directeur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland van 11 februari 2026 tot het aanwijzen van personen belast met het houden van toezicht voor taken en bevoegdheden welke door de colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten gelegen in de provincie Zeeland en het college van gedeputeerde staten van Zeeland aan de directeur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland zijn gemandateerd dan wel in onder mandaat zijn verleend.
De directeur Regionale uitvoeringsdienst Zeeland
Overwegende dat:
Gelet op
- het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
- het bepaalde in artikel 8.16 van de Omgevingswet;
- het bepaalde in de vigerende mandaatbesluiten van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Hulst, Goes, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen, en het vigerende mandaatbesluit van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland, waarbij deze bestuursorganen, ieder voor zover het de uitoefening van hun bevoegdheid betreft, aan de directeur van de RUD Zeeland mandaat hebben verleend voor het aanwijzen van toezichthouders namens hen;
Overwegende
- dat door de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling RUD Zeeland verschillende toezichts- en handhavingstaken op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn gemandateerd aan de directeur van de RUD Zeeland;
- dat de personen die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift moeten worden aangewezen;
Besluit
vast te stellen:
Besluit aanwijzing toezichthouders Regionale uitvoeringsdienst Zeeland 2026
Artikel 1
Als toezichthouder belast met het toezicht op naleving van het bepaalde bij of krachtens de volgende wetten en verordeningen:
- Omgevingswet
- Omgevingsverordening Zeeland
- Omgevingsplan
- Wet milieubeheer
- Luchtvaartverordening Zeeland
- Wet luchtvaart
- Asbestverwijderingsbesluit 2005
worden aangewezen de personen die werkzaam zijn bij of voor de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland in de functie van:
a. Beleidsmedewerker Handhaving
b. Inspecteur A
c. Inspecteur B
d. Inspecteur C
e. Inspecteur D
f. Juridisch medewerker A
g. Juridisch medewerker B
h. Administratief juridisch medewerker
Artikel 2
De aanwijzing tot toezichthouder geschiedt tot wederopzegging dan wel tot beëindiging van het dienstverband of overeenkomst, dan wel tot benoeming in een functie die niet valt binnen de in artikel 1 genoemde functies.
Artikel 3
De in artikel 1 aangewezen toezichthouders dienen de bevoegdheden uit te oefenen met in achtneming van het mandaatbesluit van het betreffende bevoegd gezag.
Artikel 4
Aan de toezichthouder wordt ten behoeve van de toezichtuitoefening op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de in artikel 1 genoemde wetten of regelingen, tezamen met een afschrift van dit besluit, een legitimatiebewijs verstrekt als bedoeld in artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht en de daarop gebaseerde “Regeling model legitimatiebewijs toezichthouders Awb”.
Artikel 5
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2026.
2. Het Besluit aanwijzing toezichthouders Regionale uitvoeringsdienst Zeeland 2024 wordt ingetrokken.
3. Dit besluit wordt bekendgemaakt in de afzonderlijke publicatiebladen van de deelnemers in de RUD Zeeland én in het publicatieblad van de gemeenschappelijke regeling RUD Zeeland.
4. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing toezichthouders RUD Zeeland 2026.
Middelburg, 3 maart 2026
Colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Hulst, Goes, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen en gedeputeerde staten van Zeeland,
namens dezen,
W.A.J Jochems
Directeur Regionale uitvoeringsdienst Zeeland