Artikel I Wijziging Algemene plaatselijke verordening Loon op Zand
De Algemene plaatselijke verordening Loon op Zand wordt als volgt gewijzigd:
A.
De definitie van ‘gebouw’ in artikel 1:1 komt te luiden:
- -
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
B.
Artikel 2:1, tweede lid, komt te luiden:
- 2.
Het is verboden op een openbare plaats, openbaar water of in een voor een publiek toegankelijk gebouw of vaartuig een voorwerp of stof bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren waarvan aannemelijk is dat deze is meegebracht of aanwezig is om de openbare orde of veiligheid te verstoren.
C.
Artikel 2:27, eerste lid, komt te luiden:
- 1.
In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis, fitnesscentra en sportscholen of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt dan wel gelegenheid wordt gegeven anders dan om niet enigerlei eet- of drinkwaar af te halen of te verbruiken.
D.
Artikel 2:28 komt te luiden:
- 1.
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
- 2.
De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
- 3.
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitant of beheerder/leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:28b gestelde eisen.
- 4.
De burgemeester weigert de vergunning indien er ten behoeve van de exploitatievergunning een negatief BIBOB advies is uitgebracht.
- 5.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
- a.
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
- b.
de exploitant of de beheerder/ leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
- 6.
Onverminderd het bepaalde in lid 2 en lid 3, kan de burgemeester de vergunning voor het plaatsen van een terras geheel of gedeeltelijk weigeren:
- a.
indien het terras schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
- b.
indien het terras hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
- 7.
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
- a.
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
- b.
zorginstelling, crematorium/begraafplaats;
- c.
- d.
bedrijfskantine of -restaurant; of
- e.
camping of een recreatiepark als bedoeld in artikel 2:38a, onder a, APV, waarop de vergunningplicht uit artikel 2:38b, eerste lid, APV van toepassing is, voorzover er sprake is van eenzelfde exploitant. Artikelen 2:29 tot en met 2:33 zijn onverkort op de openbare inrichting op de camping of het recreatiepark van toepassing.
- 8.
De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als:
- a.
de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.
- 9.
De vrijstelling wordt ingetrokken:
- a.
wanneer niet voldaan wordt aan beleidsregels of een convenant met betrekking tot de wijze van exploitatie van een openbare inrichting;
- b.
of wanneer er aanleiding bestaat tot het verrichten van een onderzoek op grond van de wet BIBOB.
- 10.
Een vrijstelling als bedoeld in het zevende lid is persoonsgebonden en niet overdraagbaar;
E.
Artikel 2:28a wordt als volgt ingevoegd:
- 1.
De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier.
- 2.
In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeldt:
- a.
De persoonsgegevens van de exploitant;
- b.
De persoonsgegevens van de beheerder;
- c.
Artikel 2:28b wordt als volgt ingevoegd:
De exploitant en de beheerder:
- a.
staan niet onder curatele;
- b.
zijn niet in enig opzicht van aantoonbaar slecht levensgedrag; en
- c.
hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt;
Artikel 2:28c wordt als volgt ingevoegd:
- 1.
De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een openbare inrichting indien daar:
- a.
door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verbogen zijn dan wel verworven of overgedragen;
- b.
discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;
- c.
wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend;
- d.
zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de openbare inrichting ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.
- 2.
De burgemeester kan de sluiting bevelen van een openbare inrichting indien:
- a.
de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in de artikel 2:28, eerste lid, of 2:28b onder sub a en b;
- b.
de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
- c.
de exploitatie in strijd is met een geldend Omgevingsplan, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
- 3.
De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen;
- 4.
De burgemeester draagt zorgt voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de openbare inrichting of in de directe nabijheid daarvan;
- 5.
De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht.
Artikel 2:28d wordt als volgt ingevoegd:
- 1.
Het is verboden een openbare inrichting te betreden waarvan de sluiting is bevolen;
- 2.
Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de openbare inrichting te betreden.
Artikel 2:28e wordt als volgt ingevoegd:
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning ingetrokken indien:
- a.
de exploitatie van de openbare inrichting door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen;
- b.
de exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:28b onder a en b gestelde eisen.
- c.
Ten aanzien van de exploitant of beheerder/leidinggevende een negatief BIBOB advies is ontvangen.
F.
Artikel 2:38b, derde lid, komt te luiden:
- 3.
Voor zover voor de exploitatie van de camping of het recreatiepark ook een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 APV benodigd is, er sprake is van eenzelfde eigenaar en beheerder/leidinggevende, wordt, gelet op het bepaalde in artikel 2:28 lid 7 onder e APV, één exploitatievergunning verleend.
G.
Artikel 2:65a komt te luiden:
- 1.
Het is verboden de weg als slaapplaats te gebruiken of op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden.
- 2.
Het college kan van dit verbod een ontheffing verlenen.
H.
Artikel 2:47b komt te luiden:
- 1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 48 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
- 2.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
- 3.
De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.
- 4.
Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.
- 5.
Als de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
I.
Artikel 2:80 komt te luiden:
- 10.
Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:79a, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
J.
Artikel 3:17, tweede lid, komt te luiden:
- 2.
De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat:
- a.
de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;
- b.
er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval;
- 1°.
de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees;
- 2°.
- 3°.
met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k;
- 4°.
de werkroosters van de beheerders;
- c.
de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders;
- d.
jaarlijks voor 1 november van het lopende jaar een rapportage van de GGD ingevolge de Hygiënerichtlijn voor Seksbedrijven van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid wordt overgelegd aan de burgemeester, waarbij de inrichting aantoonbaar voldoet aan het protocol “prostitutiebedrijf” door op alle onderdelen “groen” te scoren.
- e.
medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;
- f.
onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting;
- g.
onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur;
- h.
gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.
- i.
geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie;
- j.
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
K.
Artikel 5:4a wordt als volgt ingevoegd:
- 1.
Het is verboden om een voertuig langer dan zesenvijftig dagen op de weg stil te laten staan
- 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op die plaatsen waar een belasting als bedoeld in artikel 223, eerste lid, Gemeentewet wordt geheven.
- 3.
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de overige artikelen van deze afdeling.