Gemeenteblad van Lochem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lochem | Gemeenteblad 2026, 111820 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lochem | Gemeenteblad 2026, 111820 | ander besluit van algemene strekking |
Nota reserves en voorzieningen 2026
Het college stelt elke raadsperiode een nota reserves en voorzieningen op. Dit is een afspraak met u als raad in de financiële verordening (artikel 12) van de gemeente Lochem 2023 (raad 27-11-2023). De raad stelde de vorige nota in maart 2020 vast.
De raad legt met de nota het beleid voor de reserves en voorzieningen vast. In de nota geven we aan hoe we met onze reserves en voorzieningen omgaan. Het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bepaalt een deel. De commissie BBV doet stellige uitspraken en aanbevelingen. Daar houdt de nota rekening mee. Maar de raad geeft ook zelf een invulling hieraan. In deze nota haalt het college ook deze keer de stofkam door de reserves en voorzieningen. Een reserve of voorziening die niet meer nodig is, stelt het college voor aan de raad om op te heffen.
De nota reserves en voorzieningen stelt de raad vast. In deze nota behandelen we in ieder geval de volgende onderwerpen:
Ook andere onderwerpen, zoals wat is een reserve of voorziening, komen aan de orde.
De raad stelt de nota reserves en voorzieningen vast aan de hand van beslispunten
Het college stelt voor in te stemmen met:
Beslispunt 1: Het vaststellen van de nota reserves en voorzieningen.
Beslispunt 2: De reserve functiegericht wegbeheer opheffen na de laatste onttrekking per 31-12-2027.
Beslispunt 3: De voorzieningen APPA-regeling bestuurders en gepensioneerde bestuurders opheffen na de laatste onttrekking per 31-12-2027.
Beslispunt 4: De voorziening planschade na de vrijval van het saldo van € 69.000 (jaarrekening 2025) per 31-12-2025 opheffen.
2. Uitleg over reserves en voorzieningen
In de BBV (het Besluit begroting verantwoording provincies en gemeenten) staan de verslaggevingsregels voor gemeenten. Aan deze regels moeten wij voldoen bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening. Eén van de onderdelen daarvan zijn de reserves en voorzieningen.
De reserves van de gemeente maken onderdeel uit van het eigen vermogen. Het eigen vermogen is het saldo van de bezittingen (bijvoorbeeld gebouwen, wegen, voorraden grondexploitaties, banksaldi, nog te ontvangen bedragen; de activa) minus de schulden (bijvoorbeeld leningen, nog te betalen bedragen; het vreemd vermogen).
Het bedrag waarvoor het eigen vermogen op de balans staat, is afhankelijk van de waardering van de activa en het vreemd vermogen. Naast de reserves maakt ook het jaarrekeningresultaat (winst of verlies) onderdeel uit van het eigen vermogen. De reserves kun je beschouwen als ‘de financiële buffer’ van de gemeente.
Je hebt twee soorten reserves:
De algemene reserve is de reserve waaraan de gemeenteraad geen bestemming heeft gegeven. Het is met andere woorden vrij te besteden. Door raadsbesluiten kan een deel van de algemene reserve gereserveerd zijn voor toekomstige uitgaven. Het resterende deel van de algemene reserve zetten we in als beschikbare weerstandscapaciteit. Met dit deel van de algemene reserve vangen we onze incidentele risico’s op. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en jaarrekening laten we dit zien.
De bestemmingsreserves zijn de reserves waaraan de gemeenteraad wel een bestemming heeft gegeven. Bij een bestemmingsreserve is sprake van een specifiek bestedingsdoel met een maximale looptijd. In Lochem hebben we bijvoorbeeld de reserve sportvoorzieningen. Deze stelde de raad in 2021 in om daaruit de toegekende subsidieaanvragen van sportverenigingen voor sportvoorzieningen te dekken.
Naast de reserves die onderdeel uit maken van het eigen vermogen, heeft de gemeente ook zogenaamde ‘stille reserves’. Stille reserves zijn bezittingen die een hogere verkoopwaarde hebben dan waarvoor ze op de balans staan. Op de balans staat de boekwaarde van een bezitting. Meestal de aanschafwaarde verminderd met de jaarlijkse afschrijvingen. De verkoopwaarde of werkelijke waarde is de waarde die een bezitting heeft in het economisch verkeer. Stille reserves hebben betrekking op met name gebouwen, terreinen, gronden, machines en aandelen.
Ze heten ‘stil’ omdat ze niet op de balans staan. Ze bestaan dus wel, maar zijn niet zichtbaar en niet direct te gebruiken als gemeente. Veel van onze bezittingen hebben namelijk een publieke functie (zoals scholen, sporthallen, zwembaden). Bij verkoop zou die functie verdwijnen. Daarnaast zijn ze moeilijk verkoopbaar, omdat voor deze panden weinig marktinteresse bestaat.
In deze nota komen daarom de stille reserves verder niet terug.
Wanneer en hoe gebruiken we een reserve?
Reserves gebruiken we in principe voor onvoorziene uitgaven. De raad kan besluiten reserves aan te wenden voor het dekken van een tijdelijk incidenteel en/of structureel begrotingstekort, eenmalige uitgaven of incidentele lasten. Onvoorziene opbrengsten, eenmalige ontvangen, of incidentele baten kunnen we toevoegen aan de reserves. Bijvoorbeeld het jaarrekeningresultaat dat we toevoegen, of onttrekken aan de algemene reserve.
De reserve kapitaallasten is een uitzondering. Deze reserve gebruiken we voor de dekking van structurele kapitaallasten. Hier is de reserve op berekend. Daarnaast is het sinds de begroting 2024 mogelijk om de algemene reserve (onder voorwaarden) in te zetten voor de dekking van het structureel begrotingstekort. Dit lichten we toe in hoofdstuk 4 bij de algemene reserve.
Wij rekenen geen rente toe aan reserves, behalve bij de reserve kapitaallasten. Dit is conform de aanbeveling van de commissie BBV. Bij de reserve kapitaallasten voegen we jaarlijks rente toe over de boekwaarde van de reserve per 1/1. De jaarlijkse onttrekking aan deze reserve is voor de dekking van kapitaallasten (rente en afschrijving).
Alle toevoegingen en onttrekkingen aan een reserve gaan op basis van een raadsbesluit. Dit kan bijvoorbeeld bij de resultaatbestemming van de jaarrekening, of bij een tussentijdse begrotingswijziging. Toevoegingen en onttrekkingen aan een reserve lopen via de exploitatie. Nieuwe bestemmingsreserves stellen we in na een raadsbesluit. Mocht een bestemmingsreserve niet meer nodig zijn, dan valt het eventuele saldo van deze reserve weer vrij aan de algemene reserve. Mocht de vrijval niet (geheel) via de resultaatbestemming worden toegevoegd aan de algemene reserve maar (deels) benut om een tekort af te dekken, dan zal dit uit het betreffende raadsbesluit (P&C-document) blijken. We mogen geen reserves met een negatief saldo hebben, behalve de algemene reserve.
Toekomstige ontwikkelingen voor nieuwe raadsperiode
Gezien alle (strategisch) toekomstige opgaven waarvoor we staan als gemeente en onze ambitie om te groeien naar 40.000 inwoners per 2040 (schaalsprong - omgevingsvisie) vindt er in 2026 onderzoek plaats naar het instellen van een nieuwe bestemmingsreserve.
We kijken daarbij ook hoe we deze nieuwe reserve gaan vullen. Hierbij komt de algemene reserve in beeld om te bezien welk deel daaruit mogelijk vrij te maken is. En dus ook om te bepalen welk niveau (saldo) in onze algemene reserve minimaal aanwezig moet blijven. Na de gemeenteraadsverkiezingen 2026 komt dit terug bij een P&C-document.
Bij het instellen en gebruik van reserves hebben we de volgende uitgangspunten:
De lasten van een product of activiteit kunnen gedekt worden door een geraamde onttrekking aan een reserve. Als de werkelijke uitgave achterblijft bij de raming, dan onttrekken wij minder aan de betreffende reserve. Het is dan niet nodig om de volledig geraamde onttrekking in werkelijkheid te boeken. Het restant houden wij dan in de reserve. Dit gebruiken we in een volgend jaar als de uitgave alsnog plaats vindt als het nodig is.
Wanneer en hoe leggen we verantwoording af over onze reserves in de P&C-cyclus?
In de begroting in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing zetten we het vrij besteedbare deel (het deel wat nog niet ‘gereserveerd is’) van de algemene reserve af tegen de incidentele risico’s. Hieruit volgt het ratio incidenteel weerstandsvermogen.
In de begroting staan in het ‘totaaloverzicht baten en lasten van de programma’s’ de geraamde toevoegingen en onttrekkingen (mutaties) aan de reserves, per jaar.
Daarnaast staat in de bijlage van de begroting een meerjarig overzicht reserves. Daarbij geven we aan welke geraamde incidentele (I) en structurele (S) toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves er zijn. En geven we een nadere specificatie van de algemene reserve.
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing vind je het vrij besteedbare deel van de algemene reserve. Dat zetten we af tegen de incidentele risico’s om de ratio incidenteel weerstandsvermogen te berekenen.
In de jaarrekening lichten wij bij de balans alle reserves toe. We geven de aard en de reden van elke reserve aan. Ook lichten we alle toevoegingen en onttrekkingen toe en geven het verloop per reserve weer van dat jaar. Uit dit overzicht blijkt per reserve:
In de jaarrekening staan in het overzicht van baten en lasten, de werkelijke toevoegingen en onttrekkingen (mutaties) aan de reserves. Daarnaast lichten we bij het overzicht mutaties reserves toe welke incidentele en structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves er zijn. Daarbij geven we ook aan welke afwijkingen er zijn tussen geraamde en werkelijke toevoegingen en onttrekkingen voor dat jaar. En laten we een specificatie zien van alle begrote en werkelijke mutaties in de algemene reserve.
In bijlage 1 laten we het meerjarig overzicht zien van de reserves (stand begroting 2026).
De voorzieningen van de gemeente maken onderdeel uit van het vreemd vermogen. Het vreemd vermogen zijn de schulden van de gemeente. Binnen het vreemd vermogen hebben de voorzieningen een bijzondere positie. Bij de meeste schulden van de gemeente moeten wij een bedrag aflossen of betalen. We weten dan exact wat we moeten betalen en wanneer. Bij de voorzieningen is het niet zo dat wij iets gekocht of geleend hebben. Juridisch is het nog geen schuld. Bij een voorziening is er wel een mate van zekerheid dat we iets moeten betalen. Het is alleen nog niet zeker wanneer we moeten betalen en/of hoe hoog het bedrag exact is.
We kennen vier soorten voorzieningen:
Een toelichting op deze vier soorten voorzieningen staat in bijlage 3.
Naast de voorzieningen die bij het vreemd vermogen horen, hebben we ook voorzieningen die een correctie zijn op de waarde van activa. Dat zijn voorzieningen die zorgen voor een verlaging van de (boek)waarde van een bezit. We kennen op dit moment (jaarrekening 2024) verliesvoorzieningen bij de grondexploitaties en de debiteuren (voorziening oninbaarheid). Door een voorziening te vormen is het mogelijk om bij een eventueel hogere werkelijke waarde in de toekomst, de voorziening weer vrij te laten vallen. Hiermee draaien we (een deel van) het eerder genomen verlies weer terug. In onze uitvoeringsnota grondbeleid 2022 (raad 27 maart 2023) geven we aan hoe we omgaan met verliesvoorzieningen bij grondexploitaties. In deze nota behandelen we deze voorzieningen verder niet. In deze nota Reserves en voorzieningen gaat het alleen om de voorzieningen die onder het vreemd vermogen vallen.
Wanneer en hoe gebruiken we een voorziening?
De raad heeft bij het instellen van voorzieningen of het doteren (toevoegen) daaraan weinig ruimte voor het maken van keuzes. We weten bijna zeker dat we het geld in een voorziening aan een bepaald doel moeten besteden (verplichting). Mocht blijken dat het saldo van een voorziening niet groot genoeg is, dan moeten we de voorziening verhogen.
Of een voorziening hoog genoeg is, beoordelen we jaarlijks bij de jaarrekening. Het verhogen doen we dan ook meestal in de jaarrekening. Maar het kan ook tussentijds (bestuursrapportage) of in de begroting. Mocht een voorziening te hoog zijn, of niet meer nodig zijn, dan valt het bedrag vrij. Op deze manier zorgen we ervoor dat een voorziening op voldoende niveau blijft.
De dotatie aan een voorziening loopt via de exploitatie. De aanwending van een voorziening gaat rechtstreeks ten laste van een voorziening. Een voorziening kan niet negatief zijn.
Voorzieningen waarderen we meestal op het nominale bedrag; het bedrag dat we naar verwachting uiteindelijk betalen. Ze mogen niet groter of kleiner zijn dan de geschatte omvang van verplichtingen of risico’s. Rentetoevoegingen aan voorzieningen mogen niet. Wel mogen we voorzieningen tegen contante waarde waarderen. Het waarderen tegen contante waarde komt alleen voor als de factor tijd belangrijk is. Hier is sprake van als de onderliggende verplichting pas na geruime tijd tot afwikkeling komt. Als we de momenten van het doen van de uitgaven niet op betrouwbare wijze kunnen vaststellen, dan moeten we de voorziening waarderen tegen de nominale waarde.
Voor het treffen van een voorziening is het belangrijk dat er een verplichting of een reëel risico op het ontstaan van een verplichting bestaat. Hiervan is de precieze omvang onzeker, maar kunnen we wel redelijk schatten. De beste schatting nemen we dan als balanspost. Dat kan een gemiddelde waarde van een reeks uitkomsten zijn. Een noodzakelijke vorming van een voorziening mogen we niet achterwege laten. Wel mogen we de toelichting in raadsbesluiten en/of documenten in de P&C-cyclus inhoudelijk beperken. Dit omdat het soms gaat om gevoelige (bedrijfs-)informatie.
Hoe gaan we om met voorzieningen?
Bij het instellen en gebruik van voorzieningen hebben we de volgende uitgangspunten:
Wanneer en hoe leggen we verantwoording af over onze voorzieningen in de P&C-cyclus?
In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen in de begroting leggen we een verband tussen de voorzieningen die we hebben voor wegen, civiele kunstwerken, gebouwen en riolering en het onderliggende meerjarenplan. We geven aan of er voldoende middelen in de voorziening zijn om de kosten te dekken.
In de jaarrekening leggen we een verband tussen de voorzieningen die we hebben en de onderliggende verplichtingen. We geven aan of er voldoende middelen zijn in de voorziening om de kosten te dekken. Mocht het nodig zijn om voorzieningen op te hogen dan doen we dat meestal in de jaarrekening. Maar het kan ook tussentijds of in de begroting. Mocht een voorziening te hoog zijn, dan valt het bedrag vrij.
In de jaarrekening lichten we bij de balans alle voorzieningen toe. We geven de aard en reden van elke voorziening aan. Per voorziening geven we het verloop aan van dat jaar. We lichten de toevoegingen, aanwendingen en vrijgevallen bedragen toe. Uit dit overzicht blijkt per voorziening:
In bijlage 2 laten we het meerjarig overzicht zien van de voorzieningen (stand begroting 2026).
We gebruiken de volgende algemene uitgangspunten met betrekking tot reserves en voorzieningen:
a. We gaan voor simpel en transparant, waarbij we streven naar een zo beperkt mogelijk aantal reserves en voorzieningen;
b. Het instellen van een reserve gebeurt door middel van een raadsbesluit. Het instellen van een voorziening kent een verplichtend karakter. Het instellen daarvan gebeurt minimaal door middel van een collegebesluit, waarover we de raad informeren. Bij voorzieningen voor de egalisatie van kosten is een raadsbesluit noodzakelijk.
c. Bij de jaarrekening geven we een overzicht van het verloop van de reserves en voorzieningen. We geven een toelichting op de mutaties. We lichten daarbij de verschillen tussen de geraamde en de werkelijke mutaties toe.
d. De reserves en voorzieningen die we hebben passen binnen de geldende wet- en regelgeving.
e. Voor zover in de hoofdstukken 3 en 4 ontwikkelingen/toevoegingen en onttrekkingen worden genoemd die nog niet in eerdere besluiten zijn vastgelegd, zullen deze nog middels de daarvoor afgesproken procedures aan de Raad worden voorgelegd.
Hierna worden de kenmerkende verschillen tussen reserves en voorzieningen samenvattend weergegeven.
Binnen de gemeente Lochem kennen we de volgende reserves per 31 december 2024 (bron: Jaarrekening 2024).
Hieronder volgt een toelichting per reserve:
4. Toelichting per voorziening
Binnen de gemeente Lochem kennen we de volgende voorzieningen per 31 december 2024 (bron: Jaarrekening 2024).
Hieronder volgt een toelichting per voorziening.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Lochem in zijn openbare vergadering van 2 maart 2026.
de griffier, de voorzitter,
P.T.H. de Boer F.T.J.M. Backhuijs
Bij deze voorzieningen gaat het om toekomstige verplichtingen en verliezen. Waarvan het bedrag onzeker is, maar we redelijk kunnen schatten. Is de kans dat een risico zich voordoet en de omvang niet goed in te schatten, dan mogen we geen voorziening treffen. Deze risico’s nemen we op in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Als het bedrag van een verplichting vast staat (dus niet onzeker is), dan moeten we een schuld opnemen en geen voorziening. Als het een verplichting is voor toekomstige jaren die we niet als schuld of voorziening mogen opnemen maar wel relevant voor het inzicht in de financiële positie, dan moeten we een niet uit de balans blijkende verplichting opnemen.
We mogen geen voorzieningen vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voorbeeld hiervan is een voorziening vakantiegeld. Deze jaarlijkse verplichting nemen wij als last op in de begroting en jaarrekening. We vormen wel voorzieningen voor verplichtingen waarvan de bedragen meer fluctueren, zoals de APPA-uitkering voor wethouders.
Bij deze voorziening gaat het om kosten die we in een volgend jaar maken. Maar waarvan de oorzaak in het verleden ligt. De voorziening zorgt ervoor dat we deze kosten gelijkmatig verdelen over de jaren. Voor voorzieningen die we vormen om de kosten voor groot onderhoud van een kapitaalgoed over meerdere jaren uit te smeren, hebben we een actueel meerjarenonderhoudsplan nodig van het betreffende kapitaalgoed. Uit dat plan blijkt welke kosten en investeringen we de komende jaren gaan maken. Het beheerplan moet aansluiten op de stand van de voorziening en de dotatie eraan. Als er geen recent beheerplan aanwezig is voor het betreffende kapitaalgoed, mogen we geen voorziening vormen. Als richttermijn verstaat de BBV onder een recent beheerplan, een plan van maximaal vijf jaar oud. Van deze vijf jaar kunnen we gemotiveerd afwijken als de raad hiermee instemt en we het in de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ toelichten. Als er een belangrijke tussentijdse afwijking is opgetreden in de staat van onderhoud, dan moeten we binnen de vijf jaar het plan bijstellen. Op basis van de BBV is het niet mogelijk om onderhoudslasten structureel via een bestemmingsreserve te egaliseren. Wel kunnen we de onderhoudslasten dan tijdelijk via resultaatbestemming uit een daartoe gevormde (bestemmings-)reserve dekken, als incidentele mutatie. Als een voorziening groot onderhoud riolering niet is onderbouwd, moeten we het saldo overboeken naar een ‘voorziening voor van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden’.
Achterstallig onderhoud dat leidt tot onveilige situaties en waarbij sprake is van kapitaalvernietiging is onaanvaardbaar. Dit moet zo spoedig mogelijk, maar binnen een redelijke termijn, worden hersteld. Dit herstel van achterstallig onderhoud merkt de BBV aan als een verplichting. Dan moeten we een afzonderlijke voorziening vormen.
De voorziening zorgt ervoor dat we deze kosten van vervanging gelijkmatig verdelen over de jaren. In dit geval gaat het om toekomstige vervangingsinvesteringen van een kapitaalgoed, waarvoor we een heffing heffen. Dit zijn investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Dan gaat het om heffingen die wij vragen van onze inwoners. Heffingen voor specifieke doelen, waarbij we een specifieke bestedingsplicht opnemen in een verordening. We mogen als gemeente in het tarief dat we vragen een spaarbedrag opnemen voor toekomstige vervangingsinvesteringen. Dit heeft als voordeel dat er een meer gespreide tariefontwikkeling is. Bij realisatie van de vervangingsinvestering activeren we de investering voor het volle bedrag. Het bedrag dat we spaarden in de voorziening, brengen we dan in mindering op de investering.
Wij kunnen relatief veel heffingen van inwoners vragen. Heffingen voor specifieke doelen, waarbij we een specifieke bestedingsplicht opnemen in een verordening. Ook gebruiken we deze voorziening voor bijvoorbeeld ontvangen schenkingen met een bestedingsplicht. Of voor een bijdrage van een bedrijf in de aanleg van een weg van ons. Het aanmerken als reserve zou ten onrechte de suggestie wekken dat de raad vrij is in het aanwenden van de middelen. De middelen moeten we of voor een specifiek doel aanwenden, of teruggeven. Daarom is het een voorziening. Zodra vaststaat dat we daadwerkelijk een bedrag moet terugbetalen van de niet bestede middelen, dan moeten we het omzetten naar een schuld ‘nog te betalen bedragen’ (overlopende passiva).
Bij dit soort voorzieningen gaat het niet om voorschotbedragen die we hebben ontvangen van de Europese of Nederlandse overheid (bijvoorbeeld subsidies). Die horen bij de ‘vooruit ontvangen bedragen’ (overlopende passiva).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-111820.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.