Nota reserves en voorzieningen 2026

De raad van de gemeente Lochem

 

Gelezen het voorstel van het college van 13 januari 2026, nummer 2234379 betreffende Nota reserves en voorzieningen 2026

 

Gehoord de beraadslagingen;

 

BESLUIT

 

  • 1.

    De nota reserves en voorzieningen 2026 vast te stellen.

  • 2.

    De reserve functiegericht wegbeheer op te heffen na de laatste onttrekking per 31-12-2027.

  • 3.

    De voorzieningen APPA-regeling bestuurders en gepensioneerde bestuurders op te heffen na de laatste onttrekking per 31-12-2027.

  • 4.

    De voorziening planschade na de vrijval van het saldo in de jaarrekening 2025 per 31-12-2025 op te heffen.

 

1. Inleiding en beslispunten

 

Het college stelt elke raadsperiode een nota reserves en voorzieningen op. Dit is een afspraak met u als raad in de financiële verordening (artikel 12) van de gemeente Lochem 2023 (raad 27-11-2023). De raad stelde de vorige nota in maart 2020 vast.

De raad legt met de nota het beleid voor de reserves en voorzieningen vast. In de nota geven we aan hoe we met onze reserves en voorzieningen omgaan. Het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bepaalt een deel. De commissie BBV doet stellige uitspraken en aanbevelingen. Daar houdt de nota rekening mee. Maar de raad geeft ook zelf een invulling hieraan. In deze nota haalt het college ook deze keer de stofkam door de reserves en voorzieningen. Een reserve of voorziening die niet meer nodig is, stelt het college voor aan de raad om op te heffen.

De nota reserves en voorzieningen stelt de raad vast. In deze nota behandelen we in ieder geval de volgende onderwerpen:

  • a.

    de vorming en besteding van reserves;

  • b.

    de vorming en besteding van voorzieningen.

Ook andere onderwerpen, zoals wat is een reserve of voorziening, komen aan de orde.

De raad stelt de nota reserves en voorzieningen vast aan de hand van beslispunten

Het college stelt voor in te stemmen met:

Beslispunt 1: Het vaststellen van de nota reserves en voorzieningen.

Beslispunt 2: De reserve functiegericht wegbeheer opheffen na de laatste onttrekking per 31-12-2027.

Beslispunt 3: De voorzieningen APPA-regeling bestuurders en gepensioneerde bestuurders opheffen na de laatste onttrekking per 31-12-2027.

Beslispunt 4: De voorziening planschade na de vrijval van het saldo van € 69.000 (jaarrekening 2025) per 31-12-2025 opheffen.

2. Uitleg over reserves en voorzieningen

 

In de BBV (het Besluit begroting verantwoording provincies en gemeenten) staan de verslaggevingsregels voor gemeenten. Aan deze regels moeten wij voldoen bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening. Eén van de onderdelen daarvan zijn de reserves en voorzieningen.

Reserves

Wat zijn reserves?

De reserves van de gemeente maken onderdeel uit van het eigen vermogen. Het eigen vermogen is het saldo van de bezittingen (bijvoorbeeld gebouwen, wegen, voorraden grondexploitaties, banksaldi, nog te ontvangen bedragen; de activa) minus de schulden (bijvoorbeeld leningen, nog te betalen bedragen; het vreemd vermogen).

Het bedrag waarvoor het eigen vermogen op de balans staat, is afhankelijk van de waardering van de activa en het vreemd vermogen. Naast de reserves maakt ook het jaarrekeningresultaat (winst of verlies) onderdeel uit van het eigen vermogen. De reserves kun je beschouwen als ‘de financiële buffer’ van de gemeente.

Je hebt twee soorten reserves:

  • a.

    de algemene reserve

  • b.

    de bestemmingsreserves

De algemene reserve is de reserve waaraan de gemeenteraad geen bestemming heeft gegeven. Het is met andere woorden vrij te besteden. Door raadsbesluiten kan een deel van de algemene reserve gereserveerd zijn voor toekomstige uitgaven. Het resterende deel van de algemene reserve zetten we in als beschikbare weerstandscapaciteit. Met dit deel van de algemene reserve vangen we onze incidentele risico’s op. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en jaarrekening laten we dit zien.

De bestemmingsreserves zijn de reserves waaraan de gemeenteraad wel een bestemming heeft gegeven. Bij een bestemmingsreserve is sprake van een specifiek bestedingsdoel met een maximale looptijd. In Lochem hebben we bijvoorbeeld de reserve sportvoorzieningen. Deze stelde de raad in 2021 in om daaruit de toegekende subsidieaanvragen van sportverenigingen voor sportvoorzieningen te dekken.

Wat zijn stille reserves?

Naast de reserves die onderdeel uit maken van het eigen vermogen, heeft de gemeente ook zogenaamde ‘stille reserves’. Stille reserves zijn bezittingen die een hogere verkoopwaarde hebben dan waarvoor ze op de balans staan. Op de balans staat de boekwaarde van een bezitting. Meestal de aanschafwaarde verminderd met de jaarlijkse afschrijvingen. De verkoopwaarde of werkelijke waarde is de waarde die een bezitting heeft in het economisch verkeer. Stille reserves hebben betrekking op met name gebouwen, terreinen, gronden, machines en aandelen.

Ze heten ‘stil’ omdat ze niet op de balans staan. Ze bestaan dus wel, maar zijn niet zichtbaar en niet direct te gebruiken als gemeente. Veel van onze bezittingen hebben namelijk een publieke functie (zoals scholen, sporthallen, zwembaden). Bij verkoop zou die functie verdwijnen. Daarnaast zijn ze moeilijk verkoopbaar, omdat voor deze panden weinig marktinteresse bestaat.

In deze nota komen daarom de stille reserves verder niet terug.

Wanneer en hoe gebruiken we een reserve?

Reserves gebruiken we in principe voor onvoorziene uitgaven. De raad kan besluiten reserves aan te wenden voor het dekken van een tijdelijk incidenteel en/of structureel begrotingstekort, eenmalige uitgaven of incidentele lasten. Onvoorziene opbrengsten, eenmalige ontvangen, of incidentele baten kunnen we toevoegen aan de reserves. Bijvoorbeeld het jaarrekeningresultaat dat we toevoegen, of onttrekken aan de algemene reserve.

De reserve kapitaallasten is een uitzondering. Deze reserve gebruiken we voor de dekking van structurele kapitaallasten. Hier is de reserve op berekend. Daarnaast is het sinds de begroting 2024 mogelijk om de algemene reserve (onder voorwaarden) in te zetten voor de dekking van het structureel begrotingstekort. Dit lichten we toe in hoofdstuk 4 bij de algemene reserve.

Wij rekenen geen rente toe aan reserves, behalve bij de reserve kapitaallasten. Dit is conform de aanbeveling van de commissie BBV. Bij de reserve kapitaallasten voegen we jaarlijks rente toe over de boekwaarde van de reserve per 1/1. De jaarlijkse onttrekking aan deze reserve is voor de dekking van kapitaallasten (rente en afschrijving).

Alle toevoegingen en onttrekkingen aan een reserve gaan op basis van een raadsbesluit. Dit kan bijvoorbeeld bij de resultaatbestemming van de jaarrekening, of bij een tussentijdse begrotingswijziging. Toevoegingen en onttrekkingen aan een reserve lopen via de exploitatie. Nieuwe bestemmingsreserves stellen we in na een raadsbesluit. Mocht een bestemmingsreserve niet meer nodig zijn, dan valt het eventuele saldo van deze reserve weer vrij aan de algemene reserve. Mocht de vrijval niet (geheel) via de resultaatbestemming worden toegevoegd aan de algemene reserve maar (deels) benut om een tekort af te dekken, dan zal dit uit het betreffende raadsbesluit (P&C-document) blijken. We mogen geen reserves met een negatief saldo hebben, behalve de algemene reserve.

Toekomstige ontwikkelingen voor nieuwe raadsperiode

Gezien alle (strategisch) toekomstige opgaven waarvoor we staan als gemeente en onze ambitie om te groeien naar 40.000 inwoners per 2040 (schaalsprong - omgevingsvisie) vindt er in 2026 onderzoek plaats naar het instellen van een nieuwe bestemmingsreserve.

We kijken daarbij ook hoe we deze nieuwe reserve gaan vullen. Hierbij komt de algemene reserve in beeld om te bezien welk deel daaruit mogelijk vrij te maken is. En dus ook om te bepalen welk niveau (saldo) in onze algemene reserve minimaal aanwezig moet blijven. Na de gemeenteraadsverkiezingen 2026 komt dit terug bij een P&C-document.

Hoe gaan we om met reserves?

Bij het instellen en gebruik van reserves hebben we de volgende uitgangspunten:

  • a.

    In de begroting kunnen we ervoor kiezen om een bedrag aan de algemene reserve te onttrekken om een begrotingstekort (incidenteel en/of structureel) te dekken. Deze onttrekking verantwoorden we dan als resultaatbestemming.

  • b.

    Bij de jaarrekening kan het zijn dat het werkelijke, nadelige resultaat groter is dan het geraamde begrotingstekort. We boeken dan de maximaal geraamde onttrekking aan de algemene reserve

  • c.

    Bestemmingsreserves zetten we in voor het doel waarvoor we ze instellen. De raad kan altijd de bestemming wijzigen. Bij nieuwe reserves geven we de volgende onderdelen aan, voor zover van toepassing:

    • Het doel van de reserve, de uitgangspunten en de motivatie waarom de reserve nodig is;

    • De gewenste minimale en/of maximale omvang van de reserve;

    • De hoogte van de toevoeging(en) aan de reserve en of deze toevoeging structureel of incidenteel is;

    • De dekking van de toevoeging(en) aan de reserve;

    • De hoogte van de onttrekking(en) aan de reserve, of deze onttrekking structureel of incidenteel is en wanneer we deze onttrekking doen;

    • De maximale looptijd van de reserve.

  • Van de bestaande reserves hebben we bovenstaande onderdelen opgenomen in hoofdstuk 3 ‘Reserves’.

  • d.

    Als een bestemmingsreserve voor een bestedingsdoel binnen de afgegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot de beoogde besteding, dan valt de bestemmingsreserve vrij en wordt het saldo van deze reserve toegevoegd aan de algemene reserve.

  • e.

    Het beleid is terughoudend te zijn met het instellen van bestemmingsreserves.

  • f.

    De lasten van een product of activiteit kunnen gedekt worden door een geraamde onttrekking aan een reserve. Als de werkelijke uitgave achterblijft bij de raming, dan onttrekken wij minder aan de betreffende reserve. Het is dan niet nodig om de volledig geraamde onttrekking in werkelijkheid te boeken. Het restant houden wij dan in de reserve. Dit gebruiken we in een volgend jaar als de uitgave alsnog plaats vindt als het nodig is.

Wanneer en hoe leggen we verantwoording af over onze reserves in de P&C-cyclus?

Begroting

In de begroting in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing zetten we het vrij besteedbare deel (het deel wat nog niet ‘gereserveerd is’) van de algemene reserve af tegen de incidentele risico’s. Hieruit volgt het ratio incidenteel weerstandsvermogen.

In de begroting staan in het ‘totaaloverzicht baten en lasten van de programma’s’ de geraamde toevoegingen en onttrekkingen (mutaties) aan de reserves, per jaar.

Daarnaast staat in de bijlage van de begroting een meerjarig overzicht reserves. Daarbij geven we aan welke geraamde incidentele (I) en structurele (S) toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves er zijn. En geven we een nadere specificatie van de algemene reserve.

Jaarrekening

In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing vind je het vrij besteedbare deel van de algemene reserve. Dat zetten we af tegen de incidentele risico’s om de ratio incidenteel weerstandsvermogen te berekenen.

In de jaarrekening lichten wij bij de balans alle reserves toe. We geven de aard en de reden van elke reserve aan. Ook lichten we alle toevoegingen en onttrekkingen toe en geven het verloop per reserve weer van dat jaar. Uit dit overzicht blijkt per reserve:

  • het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;

  • de bestemming van het resultaat van vorig boekjaar;

  • de toevoegingen;

  • de onttrekkingen;

  • het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.

In de jaarrekening staan in het overzicht van baten en lasten, de werkelijke toevoegingen en onttrekkingen (mutaties) aan de reserves. Daarnaast lichten we bij het overzicht mutaties reserves toe welke incidentele en structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves er zijn. Daarbij geven we ook aan welke afwijkingen er zijn tussen geraamde en werkelijke toevoegingen en onttrekkingen voor dat jaar. En laten we een specificatie zien van alle begrote en werkelijke mutaties in de algemene reserve.

In bijlage 1 laten we het meerjarig overzicht zien van de reserves (stand begroting 2026).

Voorzieningen

Wat zijn voorzieningen?

De voorzieningen van de gemeente maken onderdeel uit van het vreemd vermogen. Het vreemd vermogen zijn de schulden van de gemeente. Binnen het vreemd vermogen hebben de voorzieningen een bijzondere positie. Bij de meeste schulden van de gemeente moeten wij een bedrag aflossen of betalen. We weten dan exact wat we moeten betalen en wanneer. Bij de voorzieningen is het niet zo dat wij iets gekocht of geleend hebben. Juridisch is het nog geen schuld. Bij een voorziening is er wel een mate van zekerheid dat we iets moeten betalen. Het is alleen nog niet zeker wanneer we moeten betalen en/of hoe hoog het bedrag exact is.

We kennen vier soorten voorzieningen:

  • a.

    voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s

  • b.

    voorzieningen voor de egalisatie van kosten

  • c.

    voorzieningen voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor we een heffing heffen

  • d.

    voorzieningen voor van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden

Een toelichting op deze vier soorten voorzieningen staat in bijlage 3.

Naast de voorzieningen die bij het vreemd vermogen horen, hebben we ook voorzieningen die een correctie zijn op de waarde van activa. Dat zijn voorzieningen die zorgen voor een verlaging van de (boek)waarde van een bezit. We kennen op dit moment (jaarrekening 2024) verliesvoorzieningen bij de grondexploitaties en de debiteuren (voorziening oninbaarheid). Door een voorziening te vormen is het mogelijk om bij een eventueel hogere werkelijke waarde in de toekomst, de voorziening weer vrij te laten vallen. Hiermee draaien we (een deel van) het eerder genomen verlies weer terug. In onze uitvoeringsnota grondbeleid 2022 (raad 27 maart 2023) geven we aan hoe we omgaan met verliesvoorzieningen bij grondexploitaties. In deze nota behandelen we deze voorzieningen verder niet. In deze nota Reserves en voorzieningen gaat het alleen om de voorzieningen die onder het vreemd vermogen vallen.

Wanneer en hoe gebruiken we een voorziening?

De raad heeft bij het instellen van voorzieningen of het doteren (toevoegen) daaraan weinig ruimte voor het maken van keuzes. We weten bijna zeker dat we het geld in een voorziening aan een bepaald doel moeten besteden (verplichting). Mocht blijken dat het saldo van een voorziening niet groot genoeg is, dan moeten we de voorziening verhogen.

Of een voorziening hoog genoeg is, beoordelen we jaarlijks bij de jaarrekening. Het verhogen doen we dan ook meestal in de jaarrekening. Maar het kan ook tussentijds (bestuursrapportage) of in de begroting. Mocht een voorziening te hoog zijn, of niet meer nodig zijn, dan valt het bedrag vrij. Op deze manier zorgen we ervoor dat een voorziening op voldoende niveau blijft.

De dotatie aan een voorziening loopt via de exploitatie. De aanwending van een voorziening gaat rechtstreeks ten laste van een voorziening. Een voorziening kan niet negatief zijn.

Voorzieningen waarderen we meestal op het nominale bedrag; het bedrag dat we naar verwachting uiteindelijk betalen. Ze mogen niet groter of kleiner zijn dan de geschatte omvang van verplichtingen of risico’s. Rentetoevoegingen aan voorzieningen mogen niet. Wel mogen we voorzieningen tegen contante waarde waarderen. Het waarderen tegen contante waarde komt alleen voor als de factor tijd belangrijk is. Hier is sprake van als de onderliggende verplichting pas na geruime tijd tot afwikkeling komt. Als we de momenten van het doen van de uitgaven niet op betrouwbare wijze kunnen vaststellen, dan moeten we de voorziening waarderen tegen de nominale waarde.

Voor het treffen van een voorziening is het belangrijk dat er een verplichting of een reëel risico op het ontstaan van een verplichting bestaat. Hiervan is de precieze omvang onzeker, maar kunnen we wel redelijk schatten. De beste schatting nemen we dan als balanspost. Dat kan een gemiddelde waarde van een reeks uitkomsten zijn. Een noodzakelijke vorming van een voorziening mogen we niet achterwege laten. Wel mogen we de toelichting in raadsbesluiten en/of documenten in de P&C-cyclus inhoudelijk beperken. Dit omdat het soms gaat om gevoelige (bedrijfs-)informatie.

Hoe gaan we om met voorzieningen?

Bij het instellen en gebruik van voorzieningen hebben we de volgende uitgangspunten:

  • a.

    De voorziening past binnen de eerder genoemde soorten voorzieningen:

    • voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s;

    • voorzieningen voor de egalisatie van kosten;

    • voorzieningen voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen waarvoor we een heffing heffen;

    • voorzieningen voor middelen van derden verkregen die specifiek besteed moeten worden.

  • b.

    Voorzieningen moeten we in ieder geval jaarlijks bij de jaarrekening beoordelen of deze hoog genoeg zijn. Als er aanleiding toe is doen we dit ook tussentijds.

  • c.

    Bij nieuwe voorzieningen geven we in de volgende onderdelen aan, voor zover van toepassing:

    • Het doel van de voorziening en de motivatie waarom de voorziening nodig is;

    • De waardering van de voorziening: nominaal of contante waarde;

    • De minimale omvang van de voorziening;

    • De hoogte van de toevoeging(en) en aanwending(en) aan de voorziening en in welke periode dit gebeurt;

    • De dekking van de toevoeging(en);

    • De maximale looptijd van een voorziening;

    • Hoe vaak we een voorziening actualiseren in een jaar;

    • Welk domein – team verantwoordelijk is voor een voorziening.

  • Van de bestaande voorzieningen hebben we bovenstaande onderdelen opgenomen in hoofdstuk 4 ‘Voorzieningen’.

  •  

Wanneer en hoe leggen we verantwoording af over onze voorzieningen in de P&C-cyclus?

Begroting

In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen in de begroting leggen we een verband tussen de voorzieningen die we hebben voor wegen, civiele kunstwerken, gebouwen en riolering en het onderliggende meerjarenplan. We geven aan of er voldoende middelen in de voorziening zijn om de kosten te dekken.

Jaarrekening

In de jaarrekening leggen we een verband tussen de voorzieningen die we hebben en de onderliggende verplichtingen. We geven aan of er voldoende middelen zijn in de voorziening om de kosten te dekken. Mocht het nodig zijn om voorzieningen op te hogen dan doen we dat meestal in de jaarrekening. Maar het kan ook tussentijds of in de begroting. Mocht een voorziening te hoog zijn, dan valt het bedrag vrij.

In de jaarrekening lichten we bij de balans alle voorzieningen toe. We geven de aard en reden van elke voorziening aan. Per voorziening geven we het verloop aan van dat jaar. We lichten de toevoegingen, aanwendingen en vrijgevallen bedragen toe. Uit dit overzicht blijkt per voorziening:

  • het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;

  • de toevoegingen;

  • de vrijval;

  • de onttrekkingen;

  • het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.

In bijlage 2 laten we het meerjarig overzicht zien van de voorzieningen (stand begroting 2026).

Reserves en voorzieningen

We gebruiken de volgende algemene uitgangspunten met betrekking tot reserves en voorzieningen:

a. We gaan voor simpel en transparant, waarbij we streven naar een zo beperkt mogelijk aantal reserves en voorzieningen;

b. Het instellen van een reserve gebeurt door middel van een raadsbesluit. Het instellen van een voorziening kent een verplichtend karakter. Het instellen daarvan gebeurt minimaal door middel van een collegebesluit, waarover we de raad informeren. Bij voorzieningen voor de egalisatie van kosten is een raadsbesluit noodzakelijk.

c. Bij de jaarrekening geven we een overzicht van het verloop van de reserves en voorzieningen. We geven een toelichting op de mutaties. We lichten daarbij de verschillen tussen de geraamde en de werkelijke mutaties toe.

d. De reserves en voorzieningen die we hebben passen binnen de geldende wet- en regelgeving.

e. Voor zover in de hoofdstukken 3 en 4 ontwikkelingen/toevoegingen en onttrekkingen worden genoemd die nog niet in eerdere besluiten zijn vastgelegd, zullen deze nog middels de daarvoor afgesproken procedures aan de Raad worden voorgelegd.

 

Hierna worden de kenmerkende verschillen tussen reserves en voorzieningen samenvattend weergegeven.

 

Reserve

Voorziening

Onderdeel van

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Wijziging bestemming

Raadsbesluit

Niet mogelijk

Doel

Vrije bestemming: raad bepaalt de bestemming en eventuele wijziging van bestemming.

Alleen voor betreffende doel (verplichting).

Toevoeging

Maximaal het begrote bedrag (raadsbesluit) ten laste van de exploitatie.

Maximaal het bedrag wat nodig is om te voldoen aan de verplichting (uitgave) ten laste van de exploitatie. Geen raadsbesluit nodig.

Onttrekking

Op basis van de werkelijke uitgave. De uitgave (last) is geboekt in de exploitatie. Daar tegenover staat de onttrekking, maar de werkelijke onttrekking is niet meer dan wat de begrote onttrekking is (raadsbesluit).

Rechtstreeks ten laste van de voorziening wordt de werkelijke uitgave (last) geboekt. Dan kan meer zijn dan wat begroot is.

Wie is bevoegd voor het instellen/opheffen

Raad

Raad en B&W. Het college is bevoegd tot het instellen en het opheffen van een voorziening, met uitzondering van de voorzieningen ter egalisatie van (onderhouds-) kosten.

Wie is bevoegd voor onttrekken

Raad

Raad en B&W

3. Toelichting per reserve

 

Binnen de gemeente Lochem kennen we de volgende reserves per 31 december 2024 (bron: Jaarrekening 2024).

 

Hieronder volgt een toelichting per reserve:

1.

Algemene reserve

Doel en uitgangspunten

De belangrijkste reserve in relatie tot onze financiële positie is de algemene reserve. Ons financieel beleid is om de inzet van de algemene reserve voor het afdekken van structurele begrotingstekorten te beperken. Uiteraard is de algemene reserve beschikbaar om incidentele tegenvallers in de begroting op te vangen. Dit geeft in de regel de tijd om tekorten in de begroting met structurele maatregelen op te vangen.

Minimale en/of maximale omvang

We brengen bij het onderzoek naar het vormen van een nieuwe bestemmingsreserve voor onze toekomstige opgaven (zie hoofdstuk 2) ook in beeld wat het minimale niveau van onze algemene reserve moet zijn. Dit niveau is mede gerelateerd aan de geschatte omvang van de risico's. Na de gemeenteraadsverkiezingen 2026 komen we hierop terug bij een P&C-document

Toevoegingen en onttrekkingen

Met ingang van 2024 is het voor gemeenten toegestaan om onder voorwaarden het surplus van de algemene reserve ruimer in te zetten door het dekken van structurele lasten. Hieronder lichten we dit verder toe.

Het saldo van de algemene reserve is eind 2024 € 36,5 miljoen. Per 31 december 2029 is het verwachte saldo van de algemene reserve € 25,3 miljoen.

Surplus algemene reserve

Het surplus binnen de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit). Van dit surplus kunnen we met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. De inzet van het surplus algemene reserve wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld en is daarmee ook een uitzondering dat reservemutaties incidenteel zijn. Het weerstandsvermogen moet naar het oordeel van de toezichthouder voldoende zijn. Dit betekent dat het moet zijn gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie.

Bij structurele inzet van de algemene reserve zal de omvang van de algemene reserve jaarlijks afnemen en daarmee ook de inzet. De structurele inzet is niet meer mogelijk als dit leidt tot onvoldoende weerstandscapaciteit en/of als de solvabiliteit onder 20% daalt. Zolang nog aan de voorwaarden wordt voldaan kan er sprake zijn van een langjarige inzet en kan deze worden bestempeld als een structureel dekkingsmiddel.

Maximale looptijd

Niet van toepassing.

 

 

¹ Solvabiliteit = eigen vermogen / totaal vermogen. Het laat zien welk deel van de gemeentelijke activa met eigen middelen is gefinancierd. Een lage solvabiliteit (< 20%) kan duiden op een kwetsbare financiële positie, omdat de gemeente sterk leunt op vreemd vermogen

 

2.

Afvalstoffenheffing

Doel en uitgangspunten

De gelden zijn voornamelijk afkomstig uit oude afrekeningen van de Regio Stedendriehoek en de dividenduitkeringen van Circulus (en rechtsvoorgangers). De reserve dient ter dekking van de kosten voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de afvalinzameling. Deze zetten we ook in om de tarieven voor afvalstoffenheffing te dempen.

Minimale en/of maximale omvang

Er is geen sprake van een minimale of maximale omvang van deze reserve.

Toevoegingen en onttrekkingen

Het saldo van de reserve is € 371.000. Door de geraamde toevoeging in 2025 van € 160.000 bedraagt het saldo van de reserve eind 2025 naar verwachting € 531.000. De geraamde toevoeging in 2025 heeft te maken met de inkomsten die wij ontvangen voor het bestrijden van zwerfafval op basis van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik (SUP-regeling). Het betreft vergoedingen over de jaren 2023 en 2024. Deze middelen voegen we toe aan de reserve afvalstoffenheffing. In de Kadernota 2027 doen we een voorstel om deze middelen in te zetten voor het beheer, onderhoud en vervanging van prullenbakken in de openbare ruimte in toekomstige

jaren.

Als Circulus bijvoorbeeld dividend uitkeert, dan voegen we dat weer toe aan deze bestemmingsreserve.

Per 31 december 2029 is het verwachte saldo van de reserve afvalstoffenheffing € 531.000.

Maximale looptijd

Niet van toepassing.

 

 

 

3.

Rondweg Lochem

Doel en uitgangspunten

Deze reserve stelden we in 2001 in. Doel was een bijdrage aan de provincie te verstrekken voor de aanleg van de noordoostelijke rondweg langs de kern Lochem.

Minimale en/of maximale omvang

In deze reserve moet € 54.000 zitten als dekking voor onze verplichtingen met de provincie.

Toevoegingen en onttrekkingen

Het saldo van de reserve is € 54.000. Voor 2025 is de geraamde onttrekking € 54.000. Dit is voor onze bijdrage in de aanleg van twee verkeersregelinstallaties (VRI’s). We leveren een financiële bijdrage aan de provincie voor het beheer en onderhoud van de (nieuw te plaatsen) verkeersregelinstallatie op de Goorseweg (€ 30.000) en de Kwinkweerd (€ 24.000) in Lochem. We betalen deze bijdrage na afronding project rondweg en oplevering VRI’s in 2026. Na deze onttrekking (voorzien in 2025) heffen we de reserve op. Dit is bij de vorige nota uit 2020 (raad 9 maart 2020) al besloten.

Maximale looptijd

Tot we de laatste bijdrage voor de aanleg van noordoostelijke rondweg aan de provincie hebben voldaan. Dat is voorzien in 2026.

 

 

 

4.

Functiegericht wegbeheer

Doel en uitgangspunten

Bij de behandeling van de Kadernota 2018 stelden we deze reserve in. De reserve stelden we in om de verschillende wegcategorieën in te richten conform uitgangspunten en kwaliteitsniveau. De reserve heeft een looptijd van 10 jaar (2018-2027). De reserve vormden we door een onttrekking van € 1.000.000 aan de algemene reserve.

Minimale en/of maximale omvang

Er is geen sprake van een minimale of maximale omvang van deze reserve.

Toevoegingen en onttrekkingen

Het saldo van de reserve is € 300.000 eind 2024. De komende jaren (t/m 2027) onttrekken we jaarlijks € 100.000 aan deze bestemmingsreserve. Na 2027 heffen wij de reserve op. Beslispunt 2

Maximale looptijd

Tot en met 2027.

 

 

 

5.

Kapitaallasten

Doel en uitgangspunten

In deze reserve komen de bijdragen van de algemene of bestemmingsreserves ten behoeve van (gedeeltelijke) dekking van investeringen. Deze reserve gebruiken we daarmee voor dekking van de toekomstige kapitaallasten. De besteding ligt daarmee vast. We doen dit omdat we bijdragen uit reserves niet mogen salderen met de investeringen (activa).

Minimale en/of maximale omvang

Er is geen sprake van een maximale omvang van deze reserve. De reserve moet minimaal voldoende saldo hebben om de kapitaallasten te dekken van de investeringen die er tegenover staan.

Toevoegingen en onttrekkingen

Het saldo van de reserve is € 24,6 miljoen.

Structureel voegen we de rente toe over de boekwaarde van de investeringen. De structurele onttrekking aan de bestemmingsreserve is in overeenstemming met de kapitaallasten van de bijbehorende investeringen. Hieronder laten we een specificatie zien per 31 december 2024 van de activa.

 

Maximale looptijd

Niet van toepassing.

 

 

 

6.

Sportvoorzieningen

Doel en uitgangspunten

In de raadsvergadering van 29 november 2021 is besloten tot het instellen van de bestemmingsreserve sportvoorzieningen. Deze reserve dient voor de dekking van gemeentelijke investeringsbijdragen voor investeringen in de aanpassing, uitbreiding of vernieuwing van sportvoorzieningen.

De bestemmingsreserve zorgt voor een snellere doorlooptijd van de aanvraag- en toekenningsprocedure voor subsidieaanvragen. Jaarlijks informeert het college de raad achteraf de subsidietoekenningen via de bestuursrapportage.

Minimale en/of maximale omvang

Op basis van een uitvraag denken wij dat een bestemmingsreserve van € 500.000 past binnen de subsidieaanvragen voor de komende 4-5 jaar. Hierdoor kan het college de subsidie toekennen, mits de bestemmingsreserve toereikend is.

Toevoegingen en onttrekkingen

Het saldo van de reserve is € 303.000. Door de geraamde toevoeging in 2025 van € 500.000 en geraamde onttrekking van € 466.000 bedraagt het saldo van de reserve eind 2025 naar verwachting € 337.000.

De geraamde toevoeging in 2025 heeft te maken met een aanvulling van de bestemmingsreserve vanuit de algemene reserve (Begroting 2025).

De geraamde onttrekking in 2025 heeft te maken met subsidietoekenningen aan sportverenigingen.

Maximale looptijd

Niet van toepassing.

 

 

 

7.

Opvang en huisvesting van Oekraïense ontheemden, asielzoekers en statushouders

Doel en uitgangspunten

Bij de resultaatbestemming 2022 (jaarrekening 2022) is besloten tot het instellen van de bestemmingsreserve opvang en huisvesting van Oekraïense ontheemden, asielzoekers en statushouders (raad 3 juli 2023).

Het doel van deze reserve is om de toekomstige kosten voor opvang en huisvesting van Oekraïense ontheemden, asielzoekers en statushouders te dekken.

Minimale en/of maximale omvang

Er is geen sprake van een minimale of maximale omvang van deze reserve.

Toevoegingen en onttrekkingen

De toevoeging aan de reserve is het verschil tussen de ontvangen baten ten behoeve van de opvang van ontheemden en de gemaakte kosten.

De onttrekking uit de reserve gebeurt middels een raadsvoorstel en kan alleen ter dekking van kosten die niet vergoed worden door het Rijk voor de opvang van Oekraïense ontheemden, asielzoekers en statushouders.

Op dit moment spelen onder andere de volgende onzekerheden:

  • Het verloop van de oorlog in Oekraïne en eventuele politieke besluiten op Rijksniveau hebben grote invloed op de normvergoeding die de voornaamste voeding vormt voor deze reserve;

  • Het project realisatie flexwoningen aan de Zonnekampstraat in Gorssel zijn nog niet volledig afgerond en daarom zijn de kosten nog niet meegenomen in de financiële berekeningen rondom deze reserve;

  • Er wordt nog gezocht naar een derde locatie voor flexwoningen. Als ook hiervan de exploitatie- en kapitaallasten gedekt moeten worden uit de reserve is er dekking nodig voor ca. 10 jaar, waarvan de exacte hoogte nog niet bekend is;

  • Op dit moment is de uitvoering van de Visie Nieuwkomers nog in ontwikkeling. Het voorstel voor de te behalen doelen en effecten verwachten we in Q3 2026 aan u voor te leggen. Eventuele dekking voor de uitvoering zou mogelijk ook uit deze reserve kunnen komen.

Bij de begroting 2027 leggen wij u ter besluitvorming een financieel overzicht met betrekking tot deze reserve voor. 

Door de geraamde toevoeging in 2025 van € 2.936.000 en geraamde onttrekking van € 1.478.000 bedraagt het saldo van de reserve eind 2025 naar verwachting € 10.526.000.

Per 31 december 2029 is het verwachte saldo van de reserve € 7.376.000. Deze cijfers zijn enkel op basis van reeds genomen raadsbesluiten voor de doorlopende kosten voor o.a. huisvesting van de ontheemden. Hierin is geen rekening gehouden met eventuele effecten van, onder andere, de bovengenoemde onzekerheden. 

Maximale looptijd

Niet van toepassing. De huidige, tijdelijke locaties van de ontheemden lopen 10 jaar. Op dit moment zijn dat er twee. De bestuursovereenkomst voor de opvanglocatie Ampsenseweg loopt nog 15 jaar.

 

 

 

8.

Grondexploitaties

Doel en uitgangspunten

Met het vaststellen van de Nota grondbeleid 2022 (raad 27 maart 2023) besloot de raad ook om een reserve grondexploitaties in te stellen bij de Kadernota 2024.

Het doel van de reserve grondexploitatie is:

  • 1.

    het afdekken van tekorten bij negatieve grondexploitaties bij de start van een complex;

  • 2.

    het afdekken van tekorten bij negatieve grondexploitaties bij het sluiten van een complex;

  • 3.

    het afwaarderen van boekwaarden van objecten die de marktwaarde te boven gaan;

  • 4.

    het afdekken van risico's waarmee in de grondexploitaties niet direct rekening is gehouden (= onderdeel van het weerstandsvermogen van de gemeente).

Dit om het inzicht in de (financiële) ontwikkeling van grondexploitaties te verbeteren. Naast het hierboven omschreven doel van de reserve Grondexploitaties

kan de reserve bij voldoende omvang worden gebruikt voor andere

gemeentelijke doeleinden.

Minimale en/of maximale omvang

De reserve grondexploitatie vormt samen met de getroffen voorziening het beschikbare weerstandsvermogen. Dit weerstandsvermogen is nodig om de risico's (marktrisico’s en projectrisico’s) die gemoeid gaan met de grondexploitaties op te vangen. De risico's die zich voordoen in de grondexploitaties worden uitgedrukt in het benodigde weerstandsvermogen. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt geconfronteerd met de benodigde weerstandscapaciteit. Is deze kleiner, dan is er een aanvulling nodig. Als deze groter is, dan ontstaat er een surplus. Dit surplus kan worden ingezet voor het afdekken van risico’s voor nieuw op te starten exploitaties of andere bijdragen in de ruimtelijke kwaliteit.

Er is geen sprake van een maximale omvang van deze reserve.

Toevoegingen en onttrekkingen

Het saldo van de reserve is € 2.410.000. De reserve grondexploitaties wordt gevoed door:

  • 1.

    voordelige saldi bij het sluiten van een grondexploitatie;

  • 2.

    tussentijdse winstnemingen uit grondexploitaties;

  • 3.

    storting vanuit de algemene reserve (bij een tekort in de reserve grondexploitaties)

Door de geraamde toevoeging in 2025 van € 659.000 en de geraamde onttrekking van € 67.000 bedraagt het saldo van de reserve eind 2025 naar verwachting € 3 miljoen. Per 31 december 2029 is het verwachte saldo van de reserve € 3.188.000.

Maximale looptijd

Niet van toepassing.

 

 

4. Toelichting per voorziening

 

Binnen de gemeente Lochem kennen we de volgende voorzieningen per 31 december 2024 (bron: Jaarrekening 2024).

Hieronder volgt een toelichting per voorziening.

1.

APPA-regeling bestuurders

Soort voorziening

Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico’s

Doel en uitgangspunten

Deze voorziening vormden we in 2010 voor de APPA-regeling (Algemene pensioenwet politiek ambtsdragers) van huidige en voormalige bestuurders (wethouders).

 

Vanaf 1 juli 2023 geldt de nieuwe pensioenwet, maar niet voor politieke ambtsdragers zoals wethouders. Zij vallen onder de aparte APPA-regeling, die zoveel mogelijk aansluit bij de ABP-regeling voor ambtenaren. Sinds juli 2022 zijn de verschillen tussen APPA en ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds) grotendeels gelijkgetrokken. Gemeenten betalen nu nog pensioenen rechtstreeks uit hun begroting, maar het is de bedoeling dat deze pensioenen via een collectieve waardeoverdracht worden ondergebracht bij het ABP. Hierdoor vervalt ook de pensioenvoorziening voor wethouders op de gemeentelijke balans.

Waardering

Contante waarde

Omvang, toevoegingen en aanwendingen

De omvang van de voorziening is eind 2024 € 2.303.000. De komende jaren (2026-2027) geven we het uit aan APPA-uitkeringen en APPA-premies. Zodra er een wethouder vertrekt, bepalen we opnieuw of er een extra verplichting is.

 

Vanaf 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers over naar het nieuwe pensioenstelsel en wordt het overgedragen aan het ABP. Gemeenten wordt door het VNG geadviseerd hun voorziening hierop tijdig af te stemmen. Door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is een prognose gemaakt van het benodigd vermogen op 1 januari 2028 bij ABP. Dit bedrag wijkt voor veel gemeenten significant af van het bedrag waarvoor op dit moment een voorziening is gevormd. De Commissie BBV bracht begin december 2025 een nieuwsbericht uit met daarin een stellige uitspraak op welke manier gemeenten hiermee om moeten gaan. In de jaarrekening 2025 nemen we het advies van de commissie BBV mee.

Maximale looptijd

Tot en met 2027. Na 2027 heffen wij de voorziening op. Beslispunt 3

Actualisatie

Jaarlijks bij de jaarrekening is er een actuariële berekening.

Budgethouder

Domein Dienstverlening –Team Human Resources (HR)

 

 

 

2.

Gepensioneerde bestuurders

Soort voorziening

Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico’s

Doel en uitgangspunten

Deze voorziening vormden we in 2010 voor de pensioenverplichtingen van voormalige bestuurders en/of gepensioneerden en hun nabestaanden.

Waardering

Contante waarde

Omvang, toevoegingen en aanwendingen

De omvang van de voorziening is eind 2024 € 327.000. Op basis van actuariële berekeningen, bepalen we jaarlijks welk bedrag we toevoegen en onttrekken. De looptijd is afhankelijk hoe lang de betreffende persoon nog gebruik hiervan maakt. Ook deze pensioenverplichtingen gaan per 1 januari 2028 over naar het ABP. Zie verdere toelichting bij de voorziening’ APPA-regeling bestuurders’.

 

Maximale looptijd

Tot en met 2027. Na 2027 heffen wij de voorziening op. Beslispunt 3

Actualisatie

Jaarlijks bij de jaarrekening is er een actuariële berekening.

Budgethouder

Domein Dienstverlening –Team Human Resources (HR)

 

 

 

3.

Wachtgeld bestuurders

Soort voorziening

Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico’s

Doel en uitgangspunten

Deze voorziening vormden we in 2022 voor het wachtgeld van voormalig bestuurders (wethouders en burgemeesters).

Waardering

Nominale waarde

Omvang, toevoegingen en aanwendingen

De omvang van de voorziening is eind 2024 € 79.000. In 2025 is de verwachte

toevoeging € 404.000. De komende jaren verwachten we dit aan te wenden voor de uitbetaling van het wachtgeld. In 2028 vindt de laatste voorziene aanwending plaats van de voormalig bestuurders die op dit moment gebruik maken van het wachtgeld. Afhankelijk van eventuele nieuwe wachtgeldverplichtingen blijft deze voorziening bestaan.

Maximale looptijd

De huidige wachtgeldverplichtingen lopen uiterlijk in 2028 af. Nieuwe verplichtingen kunnen tussentijds, bijvoorbeeld na de gemeenteraadsverkiezingen 2026, ontstaan.

Actualisatie

Twee keer per jaar, bij de bestuursrapportage en de jaarrekening.

Budgethouder

Domein Dienstverlening –Team Human Resources (HR)

 

 

 

4.

Spaarverlof

Soort voorziening

Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico’s

Doel en uitgangspunten

Deze voorziening vormden we in 2022 door een CAO-wijziging, waardoor het mogelijk is geworden voor medewerkers om verlofuren te sparen.

Voor het spaarverlof, zoals dit vanaf 2022 van toepassing is, moeten we voor de verplichting een voorziening opnemen. Er is namelijk sprake van een spaarsaldo dat in de tijd, naar verwachting, niet van gelijke omvang zal zijn wat betreft toevoegingen en opnamen van spaarverlof. In de opbouwjaren zal naar verwachting vooral sprake zijn van toevoegingen en groei van de omvang van het spaarsaldo.

Met dit 'verlofsparen' kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en het gemeentelijke vitaliteitsbeeld. Deze vakantie-uren verjaren niet. Deze vakantie-uren kunnen wel leiden tot verlofstuwmeren die de medewerkers bijvoorbeeld kunnen inzetten om eerder met pensioen te gaan.

Waardering

Nominale waarde

Omvang, toevoegingen en aanwendingen

De omvang van de voorziening is eind 2024 € 236.000. De dotatie is de opbouw van het spaarverlof (verplichting voor de gemeente). De onttrekking is de daadwerkelijke opname van het verlof.

Maximale looptijd

Niet van toepassing.

Actualisatie

Jaarlijks bij de jaarrekening.

Budgethouder

Domein Dienstverlening –Team Human Resources (HR)

 

 

 

5.

Voormalig personeel

Soort voorziening

Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico’s

Doel en uitgangspunten

Deze voorziening vormden we in 2024 voor voormalig personeel die gebruik maken

van de RVU (Regeling voor Vervroegde Uittreding) of voormalig personeel waarvoor we eigenrisicodrager zijn voor de lasten die voorvloeien uit de Werkloosheidswet (WW).

Bij de RVU gaat het om medewerkers die uit dienst gaan, maar recht houden op een vergoeding van maximaal twee jaar ter hoogte van het AOW-bedrag. Omdat de oud-medewerkers niet meer werkzaam zijn voor de gemeente, moeten we een voorziening vormen ter grootte van de financiële verplichting die we hebben tegenover de oud-medewerker en de belastingdienst. Nieuwe instroom van medewerkers die gebruik willen maken van de RVU is per 1-1-2026 niet meer mogelijk.

Waardering

Nominale waarde

Omvang, toevoegingen en aanwendingen

De omvang van de voorziening is eind 2024 € 63.000. Als er opnieuw personeelsleden gebruiken maken van de RVU of in de WW terecht komen, dan voegen we het benodigde bedrag toe aan de voorziening.

Maximale looptijd

Einde voorzien in 2028 voor de RVU (laatste betaling). De WW-verplichtingen lopen in principe door, behalve als wij het eigenrisicodrager schap ergens anders onderbrengen.

Actualisatie

Twee keer per jaar, bij de bestuursrapportage en de jaarrekening.

Budgethouder

Domein Dienstverlening –Team Human Resources (HR)

 

 

 

6.

Onderhoud gemeentelijke accommodaties

Soort voorziening

Voorziening ter egalisering van kosten

Doel en uitgangspunten

Deze voorziening vormden we in 2009. Dit is voor de egalisatie van de kosten van groot onderhoud van de gemeentelijke accommodaties. De voorziening baseren we op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud. Hierin houden we rekening met de kwaliteitseisen van de gemeentelijke accommodaties.

Waardering

Nominale waarde

Omvang, toevoegingen en aanwendingen

Het saldo bedraagt € 2,9 miljoen per eind 2024. Begin 2024 stelde de raad een nieuw meerjarenonderhoudsplan (MOP) vast, waarop we de voorziening baseren. Het MOP herijkten we op basis van een aantal, deels wettelijk verplichte factoren. Bijvoorbeeld de toerekening van indexering en btw en de 5-jaarlijkse technische her-inspectie .

Alleen kosten van groot onderhoud komen ten laste de onderhoudsvoorziening. Kosten van klein onderhoud moeten ten laste van de exploitatie. We maken jaarlijks een analyse van de geraamde en de werkelijke uitgaven bij de jaarrekening. Dit voor het in stand houden van de voorziening en het beoordelen van de toereikendheid ervan. Uit deze analyse kan blijken dat de stand van de voorziening te hoog of te laag is. Uitgangspunt is dat wij tijdens de looptijd van het MOP de toevoeging aan de voorziening niet aanpassen. Uitzondering is als er een gemeentelijke accommodatie verdwijnt bij bijvoorbeeld verkoop. Bij het opstellen van een nieuw MOP na vijf jaar passen we de toevoegingen aan.

De jaarlijks, verwachte toevoegingen bedragen € 550.000 en komen ten laste van de exploitatie. De onttrekkingen variëren de komende jaren van € 672.000 tot € 1.541.000 per jaar.

Maximale looptijd

Niet van toepassing.

Actualisatie

5-jaarlijks

Budgethouder

Domein Sociaal – Team Maatschappelijke ontwikkeling & Vastgoed (MOV)

 

 

 

7.

Groot onderhoud wegen

Soort voorziening

Voorziening ter egalisering van kosten

Doel en uitgangspunten

Deze voorziening vormden we in 2025. Dit is voor de egalisatie van de kosten van groot onderhoud van de gemeentelijke wegen. De voorziening baseren we op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud. Hierin houden we rekening met de kwaliteitseisen van de gemeentelijke wegen.

Waardering

Nominale waarde

Omvang, toevoegingen en aanwendingen

Het saldo bedraagt € 0 begin 2025. In 2024 stelde het college het beheerplan Wegen 2025 – 2030 vast. Het beheerplan Wegen 2025 – 2030 ondersteunt ons in het structureel beheren en onderhouden van ons gehele wegenareaal. De opgaven vanuit het beheerplan komen in een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). Met het vaststellen van de Begroting 2026 stemde raad in met een bezuiniging op de voorziening groot onderhoud.

In 2025 stortten we € 4.400.000 in de voorziening. De jaarlijkse, verwachte toevoegingen vanaf 2026 bedragen € 1.640.000 en komen ten laste van de exploitatie. De geraamde onttrekking in 2025 voor groot onderhoud is € 2.050.000. Voor de jaren daarna ligt dit tussen de € 2.352.000 en € 680.000 per jaar.

Maximale looptijd

Niet van toepassing.

Actualisatie

5-jaarlijks

Budgethouder

Domein Fysiek –Team Civiel & Verkeer (C&V)

 

8.

Groot onderhoud civiele kunstwerken

Soort voorziening

Voorziening ter egalisering van kosten

Doel en uitgangspunten

Deze voorziening vormden we in 2025. Dit is voor de egalisatie van de kosten van groot onderhoud van de civiele kunstwerken. De voorziening baseren we op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud. Hierin houden we rekening met de kwaliteitseisen van de gemeentelijke civiele kunstwerken.

Waardering

Nominale waarde

Omvang, toevoegingen en aanwendingen

Het saldo bedraagt € 0 begin 2025. In 2024 stelde het college beheerplan Civiele Kunstwerken 2025 – 2030 vast. Het beheerplan Civiele Kunstwerken 2025 – 2030 ondersteunt ons in het structureel beheren en onderhouden van onze civiele kunstwerken. De opgaven vanuit het beheerplan zijn vervat in een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP).

In 2025 stortten we € 280.000 in de voorziening. De jaarlijkse, verwachte toevoegingen vanaf 2026 bedragen € 80.000 en komen ten laste van de exploitatie. De geraamde onttrekking in 2025 voor groot onderhoud is € 4.000. Voor de jaren daarna ligt dit tussen de € 36.000 en € 303.000 per jaar.

Maximale looptijd

Niet van toepassing.

Actualisatie

5-jaarlijks

Budgethouder

Domein Fysiek –Team Civiel & Verkeer (C&V)

 

 

 

9.

Vervanging riolering

Soort voorziening

Voorziening voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven

Doel en uitgangspunten

Deze voorziening vormden we in 2005. Dit is voor de egalisatie van de kosten van de vervangingsinvesteringen riolering die we dekken door de rioolheffing. De voorziening baseren we op een meerjarenraming van uit te voeren vervangingsinvesteringen riolering.

Waardering

Nominale waarde

Omvang, toevoegingen en aanwendingen

In 2021 stelde de raad een nieuw gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025 (GRP) vast voor de jaren vanaf 2021. Voor de uitvoering van dit plan werken wij met een voorziening. De voorziening zetten wij in voor toekomstige vervangingsinvesteringen. De kosten voor onderhoud vangen wij op binnen de reguliere exploitatie. In 2026 volgt er een nieuw Watertakenplan (Wtp).

Het saldo bedraagt € 23,1 miljoen eind 2024. We brengen het bedrag dat we hebben opgenomen (‘gespaard’) in de voorziening in mindering op de betreffende vervangingsinvestering riolering. We lichten de voorziening vervanging riolering in de begroting en de jaarrekening toe. Daarbij leggen we de relatie met het GRP. De jaarlijks, verwachte toevoegingen bedragen ca. € 3 miljoen en komen ten laste van het bedrag dat we met de rioolheffing ophalen. De geraamde onttrekking voor 2025 bedraagt € 3,3 miljoen. In het nieuwe Watertakenplan nemen we de onttrekkingen voor de komende jaren op.

Maximale looptijd

Niet van toepassing.

Actualisatie

5-jaarlijks

Budgethouder

Domein Fysiek –Team Civiel & Verkeer (C&V)

 

 

 

10.

Vervanging ondergrondse verzamelcontainers

Soort voorziening

Voorziening voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven

Doel en uitgangspunten

Deze voorziening (tot 2020 bestemmingsreserve) is in 2011 ontstaan. In het tarief afvalstoffenheffing is een bedrag van € 5 per aansluiting opgenomen voor de toekomstige vervanging van ondergrondse containers. Deze verkregen middelen van derden moeten verplicht besteed worden aan dit doel en staan dus niet ter vrije beschikking.

Waardering

Nominale waarde

Omvang, Toevoegingen en onttrekkingen

Het saldo bedraagt eind 2024 € 122.000. De toevoeging bedraagt jaarlijks € 100.000 ten laste van de afvalstoffenheffing. De onttrekking gebeurt zodra we een ondergrondse verzamelcontainer vervangen, waarvoor we gespaard hebben. Dan moeten we de investering activeren. De vervangingsbijdrage uit de voorziening brengen we in mindering op de investering. Voor 2025 is er een geraamde onttrekking van € 24.000 en voor 2026 van € 144.000. Voor de jaren daarna zijn er (nog) geen geraamde onttrekkingen.

Maximale looptijd

Niet van toepassing.

Actualisatie

5-jaarlijks

Budgethouder

Domein Fysiek –Team Klimaat, Groen, Energie en Milieu (KGEM)

 

 

 

11.

Egalisatie riolering

Soort voorziening

Voorziening voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is

Doel en uitgangspunten

Deze voorziening vormden we in 2016. Jaarlijks rekenen wij via deze voorziening het rekeningresultaat op riolering af.

Waardering

Nominale waarde

Omvang, toevoegingen en aanwendingen

Het saldo bedraagt € 2 miljoen eind 2024. Het geld dat we ophalen met de rioolheffing, maar wat we nog niet besteed hebben, voegen we toe aan de voorziening. We moeten via de rioolheffing geïnd geld altijd besteden voor het rioleringsdoel. De gelden blijven dan ook verplicht in een voorziening. Met het opstellen van het nieuw Watertakenplan (Wtp) in 2026 gaan we het saldo gebruiken. Dit om de lasten van de riolering te dekken en het tarief voor de rioolheffing te dempen.

Maximale looptijd

Niet van toepassing.

Actualisatie

5-jaarlijks

Budgethouder

Domein Fysiek –Team Civiel & Verkeer (C&V)

 

 

 

12.

Planschade

Soort voorziening

Voorziening voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is

Doel en uitgangspunten

Deze voorziening vormden we in 2018. Wij kunnen als gemeente een afkoopsom ontvangen van de initiatiefnemer, voor de afkoop van planschaderisico’s bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarvoor nemen wij als gemeente een voorziening op, waar we het ontvangen bedrag aan toevoegen. Derden kunnen planschade verzoeken indienen bij bestemmingsplanwijzigingen. Gebeurt dit niet binnen 5 jaar na onherroepelijk worden van het betreffende bestemmingsplan, dan valt het bedrag vrij. Dan mogen wij het houden.

Waardering

Nominale waarde

Omvang, toevoegingen en aanwendingen

Het saldo bedraagt € 69.000 eind 2024. Dit saldo valt in 2025 vrij ten gunste van de exploitatie.

Maximale looptijd

Tot en met 2025. We heffen de voorziening per eind 2025 op. Beslispunt 4

Actualisatie

Niet van toepassing

Budgethouder

Domein Fysiek –Team Ruimtelijk & Economische Ontwikkeling (R&EO)

 

 

 

Bronnen geraadpleegd:

 

  • Financiële verordening gemeente Lochem 2023 (raad 27-11-2023)

  • Nota reserves en voorzieningen 2019 (raad 9-3-2020)

  • Memo stille reserves (auditcommissie 8-6-2021)

  • Jaarrekening 2024 gemeente Lochem (raad 7-7-2025)

  • Begroting 2026 gemeente Lochem (raad 10-11-2025)

  • Nota reserves en voorzieningen diverse gemeenten, o.a. Deventer, Dordrecht, Baarn

  • LIAS info

  • VNG Gemeentefinanciën

  • BBV: Wetsartikelen

  • Commissie BBV

Aldus besloten door de raad van de gemeente Lochem in zijn openbare vergadering van 2 maart 2026.

de griffier, de voorzitter,

P.T.H. de Boer F.T.J.M. Backhuijs

Bijlagen

  • 1.

    Meerjarig overzicht reserves

  • 2.

    Meerjarig overzicht voorzieningen

  • 3.

    Nadere uitleg soorten voorzieningen

  •  

  • a.

    Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico’s

Bij deze voorzieningen gaat het om toekomstige verplichtingen en verliezen. Waarvan het bedrag onzeker is, maar we redelijk kunnen schatten. Is de kans dat een risico zich voordoet en de omvang niet goed in te schatten, dan mogen we geen voorziening treffen. Deze risico’s nemen we op in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Als het bedrag van een verplichting vast staat (dus niet onzeker is), dan moeten we een schuld opnemen en geen voorziening. Als het een verplichting is voor toekomstige jaren die we niet als schuld of voorziening mogen opnemen maar wel relevant voor het inzicht in de financiële positie, dan moeten we een niet uit de balans blijkende verplichting opnemen.

We mogen geen voorzieningen vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voorbeeld hiervan is een voorziening vakantiegeld. Deze jaarlijkse verplichting nemen wij als last op in de begroting en jaarrekening. We vormen wel voorzieningen voor verplichtingen waarvan de bedragen meer fluctueren, zoals de APPA-uitkering voor wethouders.

  • b.

    Voorziening voor de egalisatie van kosten

Bij deze voorziening gaat het om kosten die we in een volgend jaar maken. Maar waarvan de oorzaak in het verleden ligt. De voorziening zorgt ervoor dat we deze kosten gelijkmatig verdelen over de jaren. Voor voorzieningen die we vormen om de kosten voor groot onderhoud van een kapitaalgoed over meerdere jaren uit te smeren, hebben we een actueel meerjarenonderhoudsplan nodig van het betreffende kapitaalgoed. Uit dat plan blijkt welke kosten en investeringen we de komende jaren gaan maken. Het beheerplan moet aansluiten op de stand van de voorziening en de dotatie eraan. Als er geen recent beheerplan aanwezig is voor het betreffende kapitaalgoed, mogen we geen voorziening vormen. Als richttermijn verstaat de BBV onder een recent beheerplan, een plan van maximaal vijf jaar oud. Van deze vijf jaar kunnen we gemotiveerd afwijken als de raad hiermee instemt en we het in de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ toelichten. Als er een belangrijke tussentijdse afwijking is opgetreden in de staat van onderhoud, dan moeten we binnen de vijf jaar het plan bijstellen. Op basis van de BBV is het niet mogelijk om onderhoudslasten structureel via een bestemmingsreserve te egaliseren. Wel kunnen we de onderhoudslasten dan tijdelijk via resultaatbestemming uit een daartoe gevormde (bestemmings-)reserve dekken, als incidentele mutatie. Als een voorziening groot onderhoud riolering niet is onderbouwd, moeten we het saldo overboeken naar een ‘voorziening voor van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden’.

Achterstallig onderhoud dat leidt tot onveilige situaties en waarbij sprake is van kapitaalvernietiging is onaanvaardbaar. Dit moet zo spoedig mogelijk, maar binnen een redelijke termijn, worden hersteld. Dit herstel van achterstallig onderhoud merkt de BBV aan als een verplichting. Dan moeten we een afzonderlijke voorziening vormen.

  • c.

    Voorziening voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor we een heffing heffen

De voorziening zorgt ervoor dat we deze kosten van vervanging gelijkmatig verdelen over de jaren. In dit geval gaat het om toekomstige vervangingsinvesteringen van een kapitaalgoed, waarvoor we een heffing heffen. Dit zijn investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Dan gaat het om heffingen die wij vragen van onze inwoners. Heffingen voor specifieke doelen, waarbij we een specifieke bestedingsplicht opnemen in een verordening. We mogen als gemeente in het tarief dat we vragen een spaarbedrag opnemen voor toekomstige vervangingsinvesteringen. Dit heeft als voordeel dat er een meer gespreide tariefontwikkeling is. Bij realisatie van de vervangingsinvestering activeren we de investering voor het volle bedrag. Het bedrag dat we spaarden in de voorziening, brengen we dan in mindering op de investering.

  • d.

    Voorziening voor van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden

Wij kunnen relatief veel heffingen van inwoners vragen. Heffingen voor specifieke doelen, waarbij we een specifieke bestedingsplicht opnemen in een verordening. Ook gebruiken we deze voorziening voor bijvoorbeeld ontvangen schenkingen met een bestedingsplicht. Of voor een bijdrage van een bedrijf in de aanleg van een weg van ons. Het aanmerken als reserve zou ten onrechte de suggestie wekken dat de raad vrij is in het aanwenden van de middelen. De middelen moeten we of voor een specifiek doel aanwenden, of teruggeven. Daarom is het een voorziening. Zodra vaststaat dat we daadwerkelijk een bedrag moet terugbetalen van de niet bestede middelen, dan moeten we het omzetten naar een schuld ‘nog te betalen bedragen’ (overlopende passiva).

Bij dit soort voorzieningen gaat het niet om voorschotbedragen die we hebben ontvangen van de Europese of Nederlandse overheid (bijvoorbeeld subsidies). Die horen bij de ‘vooruit ontvangen bedragen’ (overlopende passiva).

Naar boven