Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot wijziging van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam in verband het intrekken van warmteplannen Amstelkwartier 3de fase, Kauwgomballenkwartier, Weespertrekvaart Midden-Oost, Strandeiland fase 1, Hamerkwartier en Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam maakt hierbij bekend dat,

 

gelezen de voordracht van 17 februari 2026,

 

gelet op:

 

a.

artikel 2.4 van de Omgevingswet, dat bepaalt dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen;

 

b.

artikel 16.30 en artikel 16.23, eerste lid, Omgevingswet, die bepalen dat:

 

1.

op de voorbereiding van een omgevingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, met dien verstande dat een ieder een zienswijze bij de gemeenteraad mag indienen omtrent het ontwerp wijzigingsbesluit;

 

2.

de artikelen 3:43 tot en met 3:45 en afdeling 3.7 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn op een omgevingsplan;

 

Artikel 22.6 lid 1 Ow

Bij de vaststelling van een omgevingsplan kunnen de voor een locatie geldende regels die zijn opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet alleen alle tegelijk komen te vervallen.

 

Artikel 4.6, lid 1, onder o Invoeringswet Omgevingswet

Als deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, geldt een warmteplan voor zover het gaat om een warmteplan vastgesteld op grond van de Woningwet.

 

c.

dat geen zienswijzen zijn ontvangen

 

d.

artikel 1 aanhef en onder 8 van het Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam, waarin is bepaald dat de bevoegdheid tot vaststelling van een wijziging van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam gedelegeerd is aan het college van burgemeester en wethouders voor zover de wijziging betrekking heeft op een wijziging waarbij geen zienswijzen zijn ingediend tegen het ontwerpbesluit en ten opzichte van dit ontwerpbesluit ook geen wezenlijke ambtshalve wijzigingen zijn aangebracht;

 

e.

artikel 16.78, eerste lid, Omgevingswet, dat bepaalt dat een wijziging van een omgevingsplan in werking treedt met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit is bekend gemaakt;

 

op 3 maart 2026 het volgende besluit is genomen;

Artikel I

Het Omgevingsplan gemeente Amsterdam wordt gewijzigd door intrekking van de volgende wamteplannen:

  • a.

    Amstelkwartier 3e fase;

  • b.

    Kauwgomballenkwartier;

  • c.

    Weespertrekvaart Midden Oost;

  • d.

    Strandeiland fase 1;

  • e.

    Hamerkwartier;

  • f.

    Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking vier weken na bekendmaking ervan.

Artikel III

Dit besluit wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: intrekking warmteplannen Amstelkwartier 3de fase, Kauwgomballenkwartier, Weespertrekvaart Midden-Oost, Strandeiland fase 1, Hamerkwartier en Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van 3 maart 2026.

Femke Halsema

Burgemeester

Catrien Lenstra

Gemeentesecretaris

 

Terinzagelegging

Het besluit ligt vanaf 12 maart gedurende de termijn van zes weken ter inzage bij het Stadsloket stadhuis, Amstel 1, 1011 PN te Amsterdam.

 

Het stadsloket is geopend van maandag tot en met vrijdag van 08.00 uur tot 17.00 uur en op donderdag van 08.00 tot 20.00 uur.

 

Beroep

Tegen het wijzigingsbesluit kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat kan alleen voor zover het besluit betrekking heeft op het wijzigingen van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam.

 

Beroep kan worden ingesteld gedurende de beroepstermijn die loopt van 12 maart 2026 tot en met 22 april 2026. Het beroep dient te worden gericht aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. Voor het op andere wijze dan schriftelijk instellen van beroep, wordt verwezen naar de website van de Raad van State.

 

Een belanghebbende kan altijd beroep instellen, ook als hij geen zienswijzen heeft ingediend op het ontwerpwijzigingsbesluit. Een niet-belanghebbende kan ook beroep instellen als hij:

  • een zienswijze tegen het ontwerpwijzigingsbesluit heeft ingediend; of

  • geen zienswijze heeft ingediend en kan aantonen dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest om zienswijzen in te dienen; of

  • beroep wil instellen tegen wijzigingen die de raad bij de vaststelling van het wijzigingsbesluit ten opzichte van het ontwerpwijzigingsbesluit heeft aangebracht.

Het wijzigingsbesluit treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. Dat is op donderdag 2 april 2026. Het instellen van beroep heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat het wijzigingsbesluit, ook al is er beroep ingesteld, in werking treedt.

 

Degene die beroep heeft ingesteld kan de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak verzoeken om met het oog op onverwijlde spoed een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek dient geadresseerd te worden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ter attentie van de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak, postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage.

 

Onder de Omgevingswet heeft een verzoek om voorlopige voorziening géén schorsende werking. Dat betekent dat het indienen van een voorlopige voorziening er niet automatisch voor zorgt dat een omgevingsplan voorlopig niet uitgevoerd kan worden. Dat gebeurt pas als de voorzieningenrechter een verzoek om voorlopige voorziening geheel of gedeeltelijk toewijst.

Bijlage 1 kaart intrekking warmteplannen

 

Naar boven