Gemeenteblad van Wijchen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wijchen | Gemeenteblad 2026, 109887 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wijchen | Gemeenteblad 2026, 109887 | ander besluit van algemene strekking |
Aanwijzingsbesluit vergunningplicht Touwslagersbaan 27 Wijchen 2026
gelet op artikel 2:81, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Wijchen;
artikel 2:81, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening Wijchen (hierna: de APV) 1 de burgemeester de bevoegdheid geeft in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan – voor zover relevant – bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven aan te wijzen als vergunningplichtig (als bedoeld in artikel 2:81, derde lid, van de APV);
uit van de politie ontvangen informatie naar voren komt dat op 12 december 2025 bij het gebouw wederom een geweldsincident heeft plaatsgevonden, door middel van (in elk geval) één explosief. Ook werd een tweede explosief voor het gebouw aangetroffen, dat niet was geëxplodeerd. Dit is door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie veiliggesteld. Onderzoek naar het tweede explosief door de Forensische Opsporing heeft uitgewezen dat het ging om drie Cobra’s, een stopwatch en plakband;
de burgemeester het sluitingsbesluit op 8 januari 2026 en – voor het laatst – op 6 februari 2026, in beide gevallen afzonderlijk met vier weken heeft verlengd naar aanleiding van nader ontvangen informatie waaruit de burgemeester een concrete, ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde rond het gebouw moest afleiden; en
de burgemeester naast vorenbedoelde sluitingsmaatregel, op 4 september 2025, 8 oktober 2025, 4 november en 8 januari 2026 tevens op grond van artikel 151c van de Gemeentewet, in samenhang met artikel 2:77 van de APV, de directe omgeving van het gebouw heeft aangewezen als gebied waarin cameratoezicht wordt gehouden. Het laatste aanwijzingsbesluit van 8 januari 2026 geldt voor de duur van twee maanden.
er nog (nog steeds) veel onrust is in de directe omgeving voor direct omwonenden van het gebouw, waarbij door ondernemers en bewoners is aangegeven, dat zij zich niet meer veilig voelen en bang zijn dat er wederom een beschieting of aanslag op het gebouw, dan wel een andere vorm van geweldpleging, kan voorkomen;
het aanwijzingsbesluit tot doel heeft om (verdere) verstoring van de openbare orde, althans nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid en een malafide ondernemersklimaat tegen te gaan. Door het opleggen van een vergunningsplicht worden de eigenaar/exploitant van het gebouw gestimuleerd daarin bonafide ondernemers te vestigen en kan de burgemeester dat preventief toetsen;
de burgemeester al eerder maatregelen heeft getroffen naar aanleiding van de beschieting en aanslag op het gebouw in de vorm van cameratoezicht en extra surveillance door buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente en de politie, maar dat deze maatregelen daarvoor niet voldoende bleken te zijn omdat ondanks het ingestelde cameratoezicht een nieuwe geweldspleging (met een of meer explosieven) op het gebouw heeft plaatsgevonden;
de omstandigheid dat wel feitelijk (korte) tijdelijke sluitingen hebben plaatsgevonden onverlet laten dat er een noodzaak is om door middel van het aanwijzingsbesluit nader onderzoek te kunnen doen aan de hand van een vergunningaanvraag naar de (achtergronden van) degene(n) die het gebouw bedrijfsmatig gebruiken of dat willen doen;
dit laatste temeer klemt omdat de dreiging met geweld nog niet voorbij lijkt te zijn, terwijl de burgemeester anderzijds inziet dat blijvend sluiten van het gebouw de eigenaar/exploitant zwaar treft en met dit aanwijzingsbesluit het gebouw als het ware ‘gecontroleerd’ weer in normaal gebruik kan worden genomen;
gelet op het voorgaande een ander (minder zwaar) middel niet voorhanden is, omdat het aanwijzingsbesluit reeds een minder zwaar middel is ten opzichte van de eerder getroffen sluitingsmaatregelen, en het onderdeel is van een pakket aan maatregelen, waaronder het genoemde cameratoezicht en de (extra) surveillance;
aan dit aanwijzingsbesluit een beperkte werkingsduur van vijf jaar wordt toegekend, om tegemoet te komen aan de belangen van de eigenaar/exploitant van het gebouw en om tegelijk daadwerkelijk effectief te zijn, waarna wordt bezien in hoeverre het aanwijzingsbesluit al dan niet verlengd zou moeten worden; en
degene die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit in het gebouw al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, op grond van artikel 2:81, vijftiende lid van de APV, drie maanden de tijd wordt gegund, na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit, om een vergunningaanvraag in te dienen.
het Aanwijzingsbesluit vergunningplicht Touwslagersbaan 27 Wijchen 2026
Artikel 1. Aanwijzing vergunningplichtig gebouw
Dit aanwijzingsbesluit heeft betrekking op de bedrijfsmatige activiteiten2 in het gebouw aan de Touwslagersbaan 27 in (6602 AJ) Wijchen, kadastraal bekend als Perceelnummer appartementsrecht Wijchen F 856 A1.
Het gebouw wordt voor de duur van vijf jaar aangewezen als een gebouw waarin het verboden is om zonder vergunning van de burgemeester als bedoeld in artikel 2:81, derde lid, van de APV een bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen. De vergunningplicht geldt voor elke bedrijfsmatige activiteit die in het gebouw wordt uitgeoefend of uitgeoefend zal worden, met uitzondering van activiteiten die vallen onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:4, van de APV.
Voor ondernemers die ten tijde van de inwerkingtreding van dit besluit al bedrijfsmatige activiteiten in het gebouw uitoefenen geldt op grond van artikel 2:81, vijftiende lid van de APV een overgangstermijn van drie maanden waarbinnen zij een vergunningaanvraag kunnen doen. Gedurende deze periode kunnen de (handhavings)regels uit hoofdstuk 6 van de APV niet jegens de betreffende exploitanten worden toegepast.
Dit aanwijzingsbesluit is een concretiserend besluit van algemene strekking. Dat wil zeggen dat dit besluit geen zelfstandige normstelling bevat, maar alleen strekt tot het concretiseren van een bestaande normstelling in een algemeen verbindend voorschrift – in dit geval artikel 2:81 van de APV – naar tijd en object.3 Dat betekent dat tegen dit aanwijzingsbesluit rechtsbescherming openstaat.
Op het vergunningstelsel dat door middel van dit aanwijzingsbesluit van kracht wordt, is de Dienstenrichtlijn van toepassing.4 Het aanwijzingsbesluit heeft namelijk betrekking op bedrijfsmatige activiteiten en daarmee op diensten5 in de zin van de Dienstenrichtlijn. Momenteel is één onderneming in het gebouw gevestigd, op de begane grond. Dit betreft een zonnestudio.
Op grond van artikel 9 van de Dienstenrichtlijn moet bij het instellen van een vergunningstelsel worden voldaan aan de volgende voorwaarden: (a) een vergunningstelsel mag geen discriminerende werking hebben jegens de betrokken dienstverrichter(s); (b) de behoefte aan het vergunningstelsel is gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang; en (c) het nagestreefde doel kan niet door een minder beperkende maatregel worden bereikt, met name omdat een controle achteraf te laat zou komen om werkelijk doeltreffend te zijn.
Artikel 2:81 van de APV bepaalt dat de burgemeester uitsluitend van zijn bevoegdheid, om een gebouw, gebied of bedrijfsmatige activiteit aan te wijzen als vergunningplichtig, gebruik mag maken in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan.
Vorenstaande aspecten zullen in de navolgende onderbouwing aan bod komen.
Toelichting aanwijzingsbesluit
Uit onderzoek van de politie is gebleken dat het gebouw de afgelopen periode doelwit is geweest van een beschieting en een aanslag met een of meer explosieven. Tevens blijkt uit informatie van de politie dat nog steeds een concrete dreiging bestaat voor nieuwe geweldsplegingen op het gebouw.
Gelet op de herhaalde (reeks van) geweldplegingen (aanslagen) op het gebouw heeft de burgemeester naar aanleiding van de bevindingen van de bestuurlijke rapportage van 27 augustus 2025, op dezelfde datum, het gebouw gesloten op grond van artikel 174, tweede lid van de Gemeentewet, in samenhang met artikel 2:80 van de APV. De sluiting had een duur van twee weken. Op 10 september 2025 is naar aanleiding van een aanvullende bestuurlijke rapportage van 8 en 9 september 2025, waarin nadere informatie is opgenomen over het lopende politieonderzoek en de aanhoudende bedreiging voor de openbare orde, een verlengingsbesluit genomen voor de duur van twee weken. Nadien heeft de burgemeester naar aanleiding van de bevindingen van de bestuurlijke rapportage van 12 december 2025, op dezelfde datum, opnieuw het gebouw gesloten. De sluiting had een duur van vier weken. Op 8 januari 2026 is naar aanleiding van nadere informatie een verlengingsbesluit genomen voor de duur van vier weken. De reden daarvoor is dat de burgemeester van de politie op 6 januari 2026 een bestuurlijke rapportage heeft ontvangen, met daarin nadere informatie waaruit kan worden afgeleid dat nog steeds een concrete dreiging bestaat voor nieuwe geweldsplegingen op of bij het gebouw. Op 5 februari 2026 is naar aanleiding van nadere informatie van de politie, ontvangen op 2 februari 2026, opnieuw een verlengingsbesluit genomen voor de duur van vier weken.
Het blijvend sluiten van het gebouw is niet wenselijk. Dit laatste nog daargelaten of voldaan kan worden aan de specifieke voorwaarden die vereist zijn voor het kunnen toepassen van de sluitingsbevoegdheid. Een vergunningstelsel acht de burgemeester daarentegen wel een geschikt en noodzakelijk om in het belang van de leefbaarheid en de openbare orde en veiligheid in de omgeving van het gebouw, en ter voorkoming van een malafide ondernemersklimaat. Tevens acht de burgemeester dit, zeker afgezet tegen de sluitingen, een evenwichtig middel omdat het gebouw in beginsel weer – zij het gecontroleerd – in gebruik kan worden genomen. Zoals in de overwegingen van het aanwijzingsbesluit is vermeld, rechtvaardigen de betrokken belangen op het gebied van leefbaarheid, openbare orde en veiligheid het nemen van dit aanwijzingsbesluit.
Aanwijzingsbesluit in het belang van de leefbaarheid, veiligheid en openbare orde
Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een druk op de leefbaarheid en de openbare orde en veiligheid, wordt aangesloten bij artikel 2:81, tweede lid, van de APV. Dit artikel biedt de burgemeester de bevoegdheid om gebouwen en daarbij behorende erven of gebieden aan te wijzen als vergunningplichtig, in het belang van de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid. Daarbij is niet vereist dat sprake is van een daadwerkelijke actuele verstoring van de openbare orde; ook een ernstige dreiging daarvan kan reeds voldoende zijn om tot aanwijzing over te gaan.
Uit van de politie ontvangen informatie blijkt dat het gebouw (in korte tijd) tweemaal het doelwit is geweest van ernstige geweldsincidenten. Op 27 augustus 2025 is het gebouw beschoten, waarbij vijf kogelgaten zijn aangetroffen in de ruit aan de voorzijde van het gebouw. Vervolgens heeft op 12 december 2025 bij het gebouw een explosie plaatsgevonden met een of meer explosieven. Tevens is een niet afgegaan explosief aangetroffen dat door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie veilig is gesteld. Uit onderzoek door de Forensische Opsporing is gebleken dat dit explosief bestond uit drie Cobra’s, een stopwatch en plakband. Deze incidenten kwalificeren als zeer ernstige, concrete en op het gebouw gerichte geweldsplegingen.
De aard, ernst en herhaling van deze geweldsincidenten maken reeds dat sprake is van feitelijke, objectieve omstandigheden waaruit volgt dat de leefbaarheid en de openbare orde en veiligheid in en rondom het gebouw onder druk staan. De geweldsincidenten hebben daadwerkelijk geleid tot aanzienlijke maatschappelijke onrust. Camerabeelden van zowel de beschieting als de aanslag zijn breed gedeeld via (sociale) media, hetgeen heeft bijgedragen aan gevoelens van onveiligheid bij omwonenden en ondernemers in de directe omgeving.
Daarnaast hebben de incidenten directe en ingrijpende gevolgen gehad voor derden. Boven het gebouw gelegen woningen moesten uit veiligheidsoverwegingen worden ontruimd, waardoor bewoners gedurende meerdere uren hun woning niet in konden en genoodzaakt waren de nacht (gedeeltelijk) elders door te brengen. Ook nadien is gebleken dat onder bewoners en ondernemers in de omgeving van het gebouw nog altijd sprake is van aanhoudende onrust en angst voor herhaling van geweldsincidenten, al dan niet opnieuw gericht tegen het gebouw.
Dat deze onrust en angst niet onterecht zijn, kan worden afgeleid uit nadere actuele informatie uit de bestuurlijke rapportage van de politie van 2 februari 2026 waaruit naar voren komt dat de nog steeds wordt gedreigd met geweldplegingen richting het gebouw. Op grond hiervan moet worden aangenomen dat de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid opnieuw nadelig kunnen worden beïnvloed.
De burgemeester heeft naar aanleiding van de incidenten eerder maatregelen getroffen, waaronder het aanwijzen van de directe omgeving als cameragebied op grond van artikel 151c van de Gemeentewet in samenhang met artikel 2:77 van de APV, alsmede tijdelijke sluitingen van het gebouw. Deze maatregelen zijn gericht op beheersing van de acute situatie en het verkrijgen van toezicht, en zijn niet geschikt om structureel inzicht te krijgen in de (achtergronden van de) personen die het gebouw bedrijfsmatig gebruiken of wensen te gebruiken. Dit laatste kan met het aanwijzingsbesluit wel.
Het aanwijzingsbesluit op grond van artikel 2:81 van de APV heeft een ander doel en een andere werking, namelijk het mogelijk maken van een vergunningplicht op grond waarvan preventief nader onderzoek kan worden verricht naar de integriteit en betrouwbaarheid van (toekomstige) gebruikers van het gebouw. Daarbij is van belang dat het aanwijzingsbesluit zich niet beperkt tot de voorafgaande aan de (verlengde) sluitingsmaatregelen in het gebouw uitgeoefende bedrijfsmatige activiteit, zijnde een zonnestudio, maar ziet op iedere bedrijfsmatige activiteit die in het gebouw kan plaatsvinden. Daarmee wordt voorkomen dat door wisseling van exploitant of door een verandering van de bedrijfsmatige activiteit het risico op een herhaling van de nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid blijft bestaan.
Bij het nemen van het aanwijzingsbesluit is ook acht geslagen op het “Integraal Veiligheidsplan Tweestromenland 2023–2026”. Daarin is de aanpak van ondermijning als hoogste prioriteit benoemd. De problematiek rondom het gebouw heeft vermoedelijk een component in de ondermijnende sfeer. Dat kan onder meer worden afgeleid uit de gebruikte geweldsmiddelen. Benadrukt wordt dat de met het aanwijzingsbesluit beoogde vergunningplicht niet strekt tot economische ordening, maar louter bedoeld is ter bescherming en verbetering van de leefbaarheid en de openbare orde en veiligheid in en rondom het gebouw.
Hoewel de vergunningplicht enige lastenverzwaring met zich brengt voor de eigenaar/exploitant van het gebouw, weegt dit gezien de ernst van de incidenten en de actuele geweldsdreiging, minder zwaar dan de algemene belangen die zijn gemoeid met het voorkomen van verdere geweldsincidenten. Hierbij is van belang dat als uit het onderzoek in het kader van een vergunningaanvraag blijkt dat sprake is van een bonafide gebruiker, niets in de weg staat aan het gebruik van het gebouw.
Het aanwijzingsbesluit staat bovendien niet op zichzelf. Het is onderdeel van een breder pakket van al getroffen en te treffen maatregelen. Zo zal het cameratoezicht worden verlengd en zal, in onderlinge samenspraak met de burgemeester, de eigenaar van het gebouw nadere maatregelen treffen om een herhaling van incidenten die van negatieve invloed zijn op de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid, te voorkomen.
Tegen deze achtergrond acht de burgemeester het noodzakelijk en evenwichtig om gebruik te maken van zijn aanwijzingsbevoegdheid. Niet valt in te zien met welk ander, minder ingrijpend middel zou kunnen worden volstaan om de leefbaarheid en de openbare orde en veiligheid afdoende te beschermen.
Het vergunningstelsel dat door het aanwijzingsbesluit wordt geïntroduceerd geldt voor iedere ondernemer die in het gebouw een bedrijfsmatige activiteit verricht of in de toekomst wenst te verrichten. De vergunningplicht wordt niet beperkt tot een specifieke bedrijfsmatige activiteit, maar strekt zich uit tot iedere bedrijfsmatige activiteit (met uitzondering van activiteiten die al anderszins exploitatievergunningplichtig zijn op grond van de APV en de Alcoholwet). Het vergunningstelsel maakt geen onderscheid op grond van nationaliteit, levensbeschouwelijke overtuiging, plaats van vestiging, feitelijke of juridische verblijfplaats of de plaats waar de dienstenactiviteit voornamelijk wordt uitgeoefend. Daarmee heeft het vergunningstelsel geen discriminerende werking jegens de betrokken dienstverrichter(s), in de zin van artikel 9, eerste lid, onder a, van de Dienstenrichtlijn.
Dwingende redenen van algemeen belang
Met het aanwijzingsbesluit wordt beoogd om de leefbaarheid en de openbare orde en veiligheid in en rondom het gebouw daadwerkelijk te beschermen. Het besluit strekt ertoe te voorkomen dat zich opnieuw ernstige geweldsincidenten voordoen, zoals beschietingen, explosies of andere vormen van (zware) geweldpleging die verband kunnen houden met ondermijnende activiteiten of een malafide ondernemersklimaat.
De beschieting van het gebouw op 27 augustus 2025 en de aanslag met een of meer explosieven op 12 december 2025 vormen concrete en ernstige aanwijzingen dat het gebouw een aantrekkingspunt is (geworden) voor geweld en mogelijk onderliggende conflicten in de ondermijnende sfeer. Dit soort incidenten brengen aanzienlijke risico’s met zich voor omwonenden, ondernemers, bezoekers van het gebouw en voorbijgangers. Daarnaast hebben de incidenten geleid tot daadwerkelijke ontwrichting van het woon- en leefmilieu in de directe omgeving, onder meer omdat woningen moesten worden ontruimd en door de aanhoudende gevoelens van onveiligheid bij bewoners en ondernemers in de directe omgeving.
In termen van de Dienstenrichtlijn beoogt het aanwijzingsbesluit bescherming te bieden aan exploitanten, afnemers van diensten, buurtbewoners en werknemers die in of nabij het gebouw verblijven en aan het stedelijk milieu. Het gaat daarbij niet alleen om het voorkomen van concrete verstoringen van de openbare orde, maar ook om het wegnemen van een reële dreiging daarvan en het herstel van vertrouwen in de veiligheid en leefbaarheid van het woon- en werkgebied waarin het gebouw is gevestigd. Met het aanwijzingsbesluit wordt (preventief) ingegrepen om een malafide ondernemersklimaat tegen te gaan. Daarmee is de behoefte aan het vergunningstelsel voor dit gebouw gerechtvaardigd om dwingende redenen van algemeen belang als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Dienstenrichtlijn. 6
Subsidiariteit en proportionaliteit
Minder beperkende maatregelen zijn getroffen, maar zijn (gebleken) niet effectief om het met dit aanwijzingsbesluit beoogde doel – het beschermen van de leefbaarheid en de openbare orde en veiligheid – te bereiken. De burgemeester heeft naar aanleiding van de ernstige geweldsincidenten bij het gebouw reeds gebruikgemaakt van andere, minder ingrijpende bevoegdheden. Zo is de directe omgeving van het gebouw op meerdere momenten aangewezen als cameragebied op grond van artikel 151c van de Gemeentewet in samenhang met artikel 2:77 van de APV. Daarnaast is het gebouw bij besluit van 27 augustus 2025 gesloten voor de duur van twee weken, welke sluiting is verlengd met nogmaals twee weken. Bij besluit van 15 december 2025 is het gebouw wederom gesloten voor de duur van vier weken, welke sluiting inmiddels twee keer is verlengd met telkens een periode van vier weken. Voor het laatst op 5 februari 2026.
Deze maatregelen waren primair gericht op het beheersen van de acute situatie en het houden van toezicht in de openbare ruimte, maar zijn naar hun aard tijdelijk en repressief. Zij bieden geen structurele oplossing voor de onderliggende problematiek, noch verschaffen zij de mogelijkheid om inzicht te verkrijgen in de (achtergronden van de) personen die het gebouw bedrijfsmatig gebruiken of wensen te gebruiken. De maatregelen doen bovendien onvoldoende recht aan de belangen van de eigenaar van het gebouw, doordat vanwege met name de sluitingsmaatregelen het gebouw niet (geheel) kan worden gebruikt. Het aanwijzingsbesluit strekt ertoe om door middel van een vergunningplicht preventief te toetsen of het (voortgezet of toekomstig) bedrijfsmatig gebruik van het gebouw zich verdraagt met de belangen van leefbaarheid en openbare orde en veiligheid, als bedoeld in artikel 2:81 van de APV. Daarmee kan op een gecontroleerde en verantwoorde manier het gebouw weer in gebruik worden genomen voor bedrijfsmatige activiteiten.
Concreet biedt het vergunningstelsel de burgemeester de mogelijkheid om bij een vergunningaanvraag nader onderzoek te doen naar de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager en diens (zakelijk) netwerk, bijvoorbeeld door toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Op basis daarvan kunnen zo nodig vergunningvoorschriften worden verbonden aan de vergunning, die ertoe strekken het risico op een (verdere) verstoring van de leefbaarheid en de openbare orde en veiligheid weg te nemen of zoveel mogelijk te beperken. Deze voorschriften kunnen betrekking hebben op zowel de persoon van de exploitant als de wijze waarop de bedrijfsvoering in het gebouw plaatsvindt.
De vergunningplicht fungeert als een preventieve drempel voor ondernemers die het gebouw zouden willen gebruiken met een discutabele of malafide bedoeling, of indien hun bedrijfsmatige activiteiten gepaard (kunnen) gaan met nadelige gevolgen voor de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid. Deze algemene preventieve werking kan niet worden bereikt met individuele, repressieve maatregelen zoals tijdelijke sluitingen of cameratoezicht. Daarnaast draagt de vergunningplicht bij aan bewustwording bij eigenaren en exploitanten dat het (onbewust) faciliteren van criminaliteit niet wordt geaccepteerd en actief wordt tegengegaan, hetgeen het vertrouwen in het openbaar bestuur en de bereidheid om misstanden te melden vergroot.
De burgemeester erkent, zoals gezegd, dat het aanwijzingsbesluit en het daaruit voortvloeiende vergunningstelsel enige lastenverzwaring met zich brengen voor de eigenaar en (toekomstige) exploitanten van het gebouw. Deze lasten gaan echter niet verder dan noodzakelijk om de beoogde doelen te bereiken. Het vergunningstelsel maakt het exploiteren van een bedrijf in het gebouw niet onmogelijk en beperkt het belang om het gebouw te kunnen (laten) gebruiken voor bedrijfsmatige doeleinden niet onevenredig. Er wordt slechts een aanvullende toets geïntroduceerd waarbij wordt gecontroleerd of de aanvrager voldoet aan reeds geldende wet- en regelgeving en geen onaanvaardbaar risico vormt voor de leefbaarheid en de openbare orde en veiligheid. Dit is ook in het belang van de eigenaar/exploitant zelf. Indien uit het onderzoek blijkt dat sprake is van een bonafide exploitant, bestaat geen aanleiding om het bedrijfsmatig gebruik van het gebouw te verhinderen.
Gelet op de aard en ernst van de geweldsincidenten, de aanhoudende onrust in de omgeving en het ontbreken van effectieve, minder ingrijpende alternatieven, is het aanwijzingsbesluit geschikt, noodzakelijk en evenwichtig. Het besluit gaat niet verder dan nodig is om het nagestreefde doel te bereiken en voldoet aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Dienstenrichtlijn.
Voor de exploitant(en) die reeds bedrijfsmatige activiteiten in het gebouw uitoefenen geldt een overgangstermijn van drie maanden waarbinnen zij een vergunningaanvraag kunnen doen. Gedurende deze periode kunnen de (handhavings)regels uit hoofdstuk 6 van de APV niet jegens de betreffende exploitanten worden toegepast.
Indien de in het gebouw gevestigde exploitanten na afloop van de overgangsperiode van drie maanden geen vergunningaanvraag hebben ingediend, maar wel de exploitatie voortzetten, kan de burgemeester op grond van artikel 2:81, tiende lid, van de APV de sluiting van het gebouw bevelen. Dit geldt ook wanneer een aangevraagde vergunning wordt geweigerd of buiten behandeling wordt gesteld, waarna de exploitatie wordt voortgezet, of een reeds verleende vergunning wordt ingetrokken, waarna de exploitatie wordt voortgezet.
Met de termijn van drie maanden wordt aangesloten bij de in artikel 2:81, vijftiende lid APV genoemde termijn. Is de overgangstermijn verstreken zonder dat op de binnen die termijn ingediende aanvraag al is beslist, dan wordt de overgangstermijn verlengd totdat op de aanvraag (wel) is beslist.
Geldigheidsduur aanwijzingsbesluit
De geldigheidsduur van het aanwijzingsbesluit is tot slot bepaald op vijf jaar. Ook dit is ingegeven door de belangenafweging. Hoewel in de APV niet specifiek is bepaald dat in een aanwijzingsbesluit moet worden bepaald dat het voor een bepaalde duur geldt, meent de burgemeester dat uit zijn besluitbevoegdheid als zodanig volgt dat hij ook kan bepalen dat het aanwijzingsbesluit voor een beperkte duur geldt. Door de duur van het aanwijzingsbesluit te bepalen op vijf jaar, wordt de eigenaar/exploitant van het gebouw niet onevenredig lang belast. De burgemeester verwacht ook dat binnen deze periode door middel van het aanwijzingsbesluit en de andere maatregelen (voornoemd) de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid voldoende zijn verbeterd en gestabiliseerd.
De gehanteerde geldigheidsduur is tegelijk voldoende lang om effectief te zijn. Het aanwijzingsbesluit is een concreet besluit van algemene strekking en daartegen staat rechtsbescherming open. Op voorhand is niet zeker of een rechtsmiddel tegen het aanwijzingsbesluit zal worden ingediend, zodat daarmee bij het bepalen van de geldigheidsduur rekening dient te worden gehouden. Indien bezwaar, beroep en/of hoger beroep tegen het aanwijzingsbesluit wordt ingesteld, geldt op dit moment een lange proceduretijd.7 Mede met het oog op de rechtszekerheid en evenredigheid is het wenselijk om de onherroepelijkheid van het aanwijzingsbesluit af te wachten alvorens de burgemeester op grond van het besluit ingrijpende maatregelen treft die achteraf mogelijk geen geldige grondslag hebben. De burgemeester kan het aanwijzingsbesluit pas volledig en met doorzettingsmacht handhaven nadat het besluit onherroepelijk is geworden.
Daarnaast kan ook het proces van een vergunningaanvraag enige tijd in beslag nemen, gelet op de behandeling en eventuele vervolgprocedures van vergunningaanvragen. Zo kunnen bepaalde gegevens bij een vergunningaanvraag ontbreken, waarbij meer tijd nodig is om deze bij de aanvrager op te vragen en te ontvangen. De (maximale) geldigheidsduur van vijf jaar die aan het aanwijzingsbesluit is verbonden is gelet op het voorgaande noodzakelijk en evenwichtig met het oog op de daarmee te dienen doelen. Een vergunning wordt verleend voor de duur van het aanwijzingsbesluit.
Tegen het einde van de geldigheidsduur van het aanwijzingsbesluit wordt bekeken of met het oog op de daarmee te dienen doelen een verlenging van het aanwijzingsbesluit gewenst is. Als dat zo is, dan zal een nieuw besluit worden genomen.
Hoe maakt u bezwaar tegen dit besluit?
Bent u het niet eens met dit besluit? Dan kunt u daartegen bezwaar maken. Dat doet u door een brief te schrijven aan de instantie die het besluit heeft genomen. In de meeste gevallen is dat het college van burgemeester en wethouders. Maar het kan ook gaan om een besluit van de gemeenteraad of de burgemeester.
U stuurt uw bezwaar aan het college van burgemeester en wethouders (of gemeenteraad of burgemeester) van Wijchen, Postbus 9000, 6600 HA Wijchen.
Het is mogelijk om digitaal bezwaar te maken via www.wijchen.nl/bezwaar-maken.
Wilt u samen met andere belanghebbenden bezwaar maken? Dat kan. U kunt dan één gezamenlijk bezwaarschrift indienen. Het is dan wel van belang dat u in een bijlage de NAW-gegevens en de handtekeningen van alle bezwaarmakers opneemt. Voor de inhoudelijke beoordeling maakt het geen verschil of u een bezwaarschrift apart of gezamenlijk indient.
De brief waarmee u bezwaar maakt heet bezwaarschrift.
In uw bezwaarschrift moet het volgende staan:
Vergeet u niet het bezwaarschrift te ondertekenen en stuur zo mogelijk een kopie mee van het besluit waartegen u bezwaar maakt. U kunt ook pro forma bezwaar maken, wat betekent dat u de gronden van bezwaar later aanlevert.
U heeft zes weken de tijd om bezwaar te maken. Deze termijn begint op de dag na de bekendmaking van het besluit: dat is de dag ná de datum waarop het besluit is verzonden, of de dag ná de datum waarop het besluit is gepubliceerd. Uw bezwaar moet vóór het einde van de termijn bij ons binnen zijn.
Wanneer u bezwaar maakt, blijft het besluit - in ieder geval totdat een beslissing op het bezwaarschrift is genomen - in stand. Om te voorkomen dat er onherstelbare gevolgen ontstaan, kunt u de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland om een voorlopige voorziening vragen. Dat is een tijdelijke oplossing, die geldt totdat op uw bezwaar is beslist. In het geval van een omgevingsvergunning kan zo’n voorziening inhouden, dat voorlopig niet gebouwd mag worden.
Een verzoek om een voorlopige voorziening wordt op korte termijn behandeld. U stuurt uw schriftelijke verzoek aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, Afdeling Bestuursrecht, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Voor een voorlopige voorziening betaalt u een vergoeding: griffierecht. Een natuurlijk persoon betaalt bij de rechtbank € 54,- voor zaken die betrekking hebben op uitkering, huurtoeslag of belastingzaken. Voor de overige zaken betaalt een natuurlijk persoon € 200,-. Een rechtspersoon (vereniging, stichting, NV, BV) betaalt altijd € 397,-. Deze bedragen gelden vanaf 1 januari 2026.
Digitaal voorlopige voorziening instellen
Het is ook mogelijk om digitaal een verzoekschrift in te dienen bij genoemde rechtbank via https://formulier.rechtspraak.nl/burger/bestuur/beroepschrift/rechtbank. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD of eHerkenning). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact op met de secretaris van de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Wijchen, te bereiken via 088 – 432 70 00.
De maximale redelijke termijn voor een bestuursrechtelijke procedure in drie instanties (bezwaar, beroep en hoger beroep) bedraagt vier jaar in totaal; twee jaar voor de bezwaar- en beroepsfase gezamenlijk en twee jaar voor de hoger beroepsfase. Zie ook HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, r.o. 3.4.2-3.4.3; ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188, r.o. 4.3 en ABRvS 21 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3350.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-109887.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.