Gemeenteblad van Sliedrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sliedrecht | Gemeenteblad 2026, 109650 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sliedrecht | Gemeenteblad 2026, 109650 | ander besluit van algemene strekking |
Beleidsplan Schuldhulpverlening Gemeente Sliedrecht 2025-2028
1.1 Aanleiding van dit beleidsplan
De gemeenteraad is verplicht om eens per vier jaar een plan vast te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners (artikel 2 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). Het vorige beleidsplan "Samenwerken aan een nieuw Perspectief" is vier jaar geleden vastgesteld, dus tijd voor een nieuw, geactualiseerd beleidsplan schuldhulpverlening.
1.2 Nieuwe verdeling verantwoordelijkheden gemeente en GR Sociaal
Dit beleidsplan schuldhulpverlening is het eerste beleidsplan schuldhulpverlening dat tot stand is gekomen onder de nieuwe GR Sociaal. In de GR Sociaal is de verdeling van de taken en bevoegdheden rond schuldhulpverlening anders dan tijdens de totstandkoming van het vorige beleidsplan. Dit huidige plan is in co-creatie tot stand gekomen tussen de gemeenten en de GR Sociaal. Het plan kent daarom een andere opbouw en opmaak dan het vorige plan dat nog in de tijd van de Drechtraad is vastgesteld.
De bevoegdheden voor preventie, vroegsignalering en nazorg zijn niet langer gedelegeerd aan de GR, maar gemandateerd. Dat betekent dat de gemeente de kaders stelt voor deze onderdelen en activiteiten kan (laten) uitvoeren die hierbij passen. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering op deze onderdelen ligt bij het college. Het Bonkelaarhuis is daarin een belangrijke partner en uitvoerder. De GR sociaal mag ook activiteiten uitvoeren die hierbij passen, uiteraard in samenhang en samenwerking
Voor wat betreft de curatie geldt dat deze taak inclusief de collegebevoegdheden volledig gedelegeerd zijn aan de GR Sociaal (inclusief vaststellen van beleidsregels). Dit betekent dat het algemeen bestuur van de GR Sociaal de kaders vaststelt. En dat de bevoegdheden én de verantwoordelijkheid voor de uitoefening van curatie bij het dagelijks bestuur van de GR ligt.
Het hoofdstuk Curatie gaat dan ook enkel over de GR Sociaal. Om duidelijk te maken wanneer in de verschillende hoofdstukken over (uitvoering van en door) de GR Sociaal wordt gesproken, zijn deze teksten in elk hoofdstuk met een tabel weergegeven, zie hieronder:
Het beleidsplan dat voorligt bevat zowel duidelijk lokale elementen als regionale elementen. De wijze waarop het plan tot stand is gekomen en de onderlinge verantwoordelijkheden zijn dus anders dan bij het vorige beleidsplan. Maar qua inhoud bouwt dit nadrukkelijk voort op het ingezette beleid en de goede ervaringen van de afgelopen jaren. We houden vast wat goed gaat en passen aan wat nodig is.
1.3 Lokale en regionale participatie
We hebben meerdere gesprekken gevoerd met het Bonkelaarhuis over preventie, vroegsignalering en nazorg. De input uit deze gesprekken is verwerkt in dit beleidsplan. Een conceptversie van dit beleidsplan is op 21 februari 2025 ook voorgelegd aan de adviesraad sociaal domein Sliedrecht. Op 27 maar hebben wij het advies ontvangen van de adviesraad. Dit advies heeft geleid tot een aantal aanpassingen. Het advies en hoe dat is verwerkt in dit beleidsplan is terug te vinden in de bijlagen van het raadsvoorstel behorende bij dit beleidsplan.
Ter voorbereiding op het beleidsplan 2025-2028 is er op 26 juni 2024 een regionale raadsavond georganiseerd om zodoende gemeenteraadsleden te betrekken bij de totstandkoming van het plan. Tijdens deze avond zijn de raadsleden van de verschillende gemeenteraden geïnformeerd over het proces en de keten en is zowel lokaal als regionaal waardevolle input opgehaald die verwerkt is in het voorliggende beleidsplan.
De volgende lokale punten zijn ingebracht:
Dit beleidsplan is als volgt opgebouwd. Er wordt gestart met een korte uitleg over schuldhulpverlening, het speelveld en relevante landelijke ontwikkelingen. Vervolgens is het plan inhoudelijk opgedeeld in 4 onderwerpen: Preventie; Vroegsignalering; Curatie; Nazorg.
De hoofdstukken Preventie, Vroegsignalering en Nazorg vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Sliedrecht. Het vaststellen van de inhoud van deze hoofdstukken is een bevoegdheid van de gemeenteraad van Sliedrecht, behoudens de paars gearceerde teksten. Dit zijn activiteiten die behoren bij de GR sociaal. Het hoofdstuk Curatie valt onder de verantwoordelijkheid van de GR Sociaal en het vaststellen daarvan valt onder de bevoegdheid van het bestuur van de GR sociaal. Dit hoofdstuk is ter kennisgeving voor de gemeente(raad).
Het plan wordt afgesloten met een korte weergave over de monitoring en evaluatie. Verder zijn er 3 bijlagen met uitgebreide toelichtingen en details. Bijlage 4 geeft nogmaals een samenvatting van alle indicatoren die in dit plan genoemd zijn.
2.1 Schuldhulpverlening, een korte uitleg
Schuldhulpverlening is het voorkomen, beheersbaar maken en oplossen van geldzorgen, financiële problemen en schulden. Kortom het omvat alle activiteiten die gericht zijn op het voorkomen en oplossen van (problematische) schulden. Iedere inwoner van de gemeente ouder dan 18 jaar kan gebruikmaken van schuldhulpverlening.
De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is het wettelijke kader voor schuldhulpverlening door gemeenten. De Wgs is sinds 2012 van kracht en verplicht gemeenten regie te voeren en te zorgen voor integrale schuldhulpverlening waaronder nazorg. Dit houdt in dat er niet alleen aandacht moet zijn voor het oplossen of beheersbaar maken van de financiële problemen maar ook van de omstandigheden die hiermee verband houden. Met andere woorden de oorzaken van schulden of belemmeringen voor het oplossen van de schulden.
In 2021 is de Wgs uitgebreid met taken op het gebied van vroegsignalering. Het vroegtijdig signaleren en bereiken van inwoners met betalingsachterstanden dan wel (problematische) schulden is hiermee een wettelijke taak geworden voor gemeenten én vaste lastenpartners. 1 Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4 Vroegsignalering. Naast de Wgs geldt ook het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (Bgs); deze geeft een nadere invulling van de Wgs, onder meer de wettelijke grondslagen voor gegevensverwerking door gemeenten.
Schuldhulpverlening bestaat grofweg uit drie onderdelen, te weten:
Met preventie, vroegsignalering en nazorg wordt ingezet op het voorkomen van schulden en vroegtijdig bereiken van mensen die in een (problematische) schuldensituatie terechtkomen, het voorkomen van een terugval en het ontstaan van nieuwe schulden na hulp bij schulden. De onderdelen preventie, vroegsignalering en nazorg worden in hoofdstuk 3, 4 en 6 verder uitgewerkt.
Met curatie wordt bedoeld de inspanningen gericht op het beheersbaar maken (stabiliteit) en/of het oplossen van problematische schuldenproblematiek.
De Wgs is een kaderwet die richtlijnen biedt voor de toelating, weigering en beëindiging van schuldhulpverlening. Echter, de Wgs bepaalt niet de duur of de specifieke inhoud van de schuldhulpverleningstrajecten (curatie). Curatieve schuldhulpverlening wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen en convenanten van de NVVK 2 en is verweven met landelijke afspraken en aanpalende wetgeving zoals o.a. de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Het verschilt daarmee van de inzet van flankerende ondersteuning zoals bijvoorbeeld geboden door vrijwillige schuldhulporganisaties en sociaal teams. De curatieve schuldhulpverlening is verder uitgewerkt in hoofdstuk 5.
In bijlage 1 is een uitgebreide uitleg over het wettelijk kader opgenomen. In bijlage 2 is volledig uitgewerkt wat preventie, vroegsignalering en nazorg precies betekent, hoe dit zich tot elkaar verhoudt en hoe het proces tot in detail werkt.
2.2. Landelijke ontwikkelingen
Er is op landelijk niveau veel aandacht voor de aanpak van schulden. Hierdoor is er de afgelopen jaren veel gebeurd. Zo is in 2021 de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening aangepast en is vroegsignalering opgenomen in de wet. Ook is er na vele jaren eindelijk een nieuwe berekening van de beslagvrije voet3 en is er meer aandacht voor de rol van de overheid bij schuldenproblematiek.
Met de komst van het nieuwe kabinet Schoof is het onderwerp schulden wederom volop in beweging. In het hoofdlijnenakkoord "Hoop, lef en trots" is aandacht voor een aantal aspecten rondom bestaanszekerheid waaronder schulden, hetgeen nader is uitgewerkt in het regeerprogramma.
Het vorige kabinet (Rutte IV) continueerde de Brede Schuldenaanpak van kabinet Rutte III. De Minister van Armoede startte de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden (AGAS). Met de komst van het nieuwe kabinet krijgt deze aanpak een nieuwe naam, te weten het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Bij dit programma gelden als leidende principes “voorkomen is beter dan genezen” en “werk is de beste weg uit armoede’. Of het nieuwe programma ook een gehele voortzetting zal zijn van AGAS is op het moment van het opstellen van dit beleidsplan nog niet duidelijk. Gezien het regeerprogramma verwachten we ook andere accenten en prioriteiten.
Het kabinet Schoof geeft aan breed in te zetten op bestaanszekerheid en zich te richten op de hoogte van inkomen, inkomenszekerheid en betaalbare en toegankelijke voorzieningen. Problematische schulden moeten waar mogelijk voorkomen worden en als dat niet lukt moeten mensen in staat zijn zo snel mogelijk weer uit de schulden te komen.
Met het nationaal programma wil het kabinet problematische schulden fundamenteel aanpakken met een integraal pakket aan maatregelen. Het recente Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden, 'Naar een beter werkende schuldenketen' wordt als uitgangspunt gehanteerd. Ook wordt de genoemd, de samenwerking met gemeenten, maatschappelijke en uitvoerings-organisaties, ervaringsdeskundigen, met passende governance en regie vanuit de Rijksoverheid4 .
Het kabinet zet in op het voorkomen van (verdere toename van) schulden door regulering van 'koop op afbetaling', zorg te dragen voor betere invordering en het invoeren van een integraal schuldenoverzicht. Indien al sprake is van problematische schulden dan moet er adequaat en snel hulp geboden worden. Hiervoor wordt ingezet op snellere en betere hulp bij geldzorgen door het verbeteren van vroegsignalering en het investeren in de kwaliteit van de schuldhulpverlening door gemeenten via basisdienstverlening schuldhulpverlening.
Realisatie schuldenaanpak Rutte IV en Basisdienstverlening schuldhulpverlening
Een aantal onderdelen van de vorige schuldenaanpak is inmiddels gerealiseerd. Zo is de aflostermijn in een wettelijke of minnelijke schuldregeling gehalveerd van 36 naar 18 maanden. Verder is het plan "Basisdienstverlening voor Schuldhulpverlening" gelanceerd en bekrachtigd via bestuurlijke afspraken tussen rijk en gemeenten. Dit plan is een reactie op landelijke constateringen, van onder andere de Nationale Ombudsman5 maar ook de Arbeidsinspectie 6 en het Rijk 7 , dat de schuldhulpverlening sterk verschilt per gemeente. Dit komt doordat de Wgs een kaderwet is waarin de gemeente beleidsvrijheid heeft en er binnen de kaders een eigen aanpak geformuleerd kan worden. Verschillen zijn met name zichtbaar bij onderdelen vroegsignalering, preventie en nazorg. Voor wat betreft curatieve schuldhulpverlening geldt dit in mindere mate omdat deze vormgegeven wordt vanuit de NVVK, via landelijke richtlijnen en regels qua termijnen, vormgeving en inhoud van trajecten.
De wet- en regelgeving voor de eisen voor de basisdienstverlening bij schuldhulpverlening moet leiden tot een hulpaanbod dat toegankelijker is en in iedere gemeente uit minimaal dezelfde elementen bestaat. De afspraken over de 'Basisdienstverlening' kent een twintigtal elementen, waaronder: een hulpaanbod dat toegespitst is op verschillende doelgroepen; het standaard aanbieden van een saneringskrediet met een aflostermijn van 18 maanden; en het bieden van begeleiding en nazorg. Het doel is dat alle schuldhulpverleningsorganisaties en gemeenten de basisdienstverlening invoeren en er daarmee meer eenduidigheid komt in het gemeentelijke aanbod en de gemeentelijke aanpak. Voor het curatieve gedeelte van schuldhulpverlening is dit daarmee een centraal kader wat in de periode van dit nieuwe beleidsplan beslag zal krijgen in de uitvoering. Tegelijkertijd zijn veel elementen in meerdere gemeenten al onderdeel van de praktijk, hetgeen ook geldt voor de GR Sociaal en de Drechtsteden. We lopen in de GR Sociaal op sommige onderdelen in de dienstverlening zelfs vooruit, zoals bij het bieden van nazorg, het starten van begeleiding vanaf het eerste gesprek, het convenant Lokale Overheid en de inzet op saneringskredieten met een aflostermijn van 18 maanden. Een aantal elementen uit het plan moeten op landelijk niveau nog ontwikkeld of onderzocht worden qua effectiviteit. Implementatie hiervan volgt op een later moment.
Andere ontwikkelingen, qua wetstrajecten, die hierop aansluiten zijn het Wetsvoorstel schuldregelen, dat momenteel in de maak is. Dit wetsvoorstel ziet onder andere toe op het vaststellen van reactietermijnen voor schuldeisers; een termijn waarbinnen ze gereageerd moeten hebben op een voorstel van de schuldhulpverlening. Daar is nu nog geen wettelijke termijn voor. Een ander wetsvoorstel betreft het wetsvoorstel Wet samenwerking keten derdenbeslag, waarin een volgende stap wordt gezet in gegevensuitwisseling tussen verschillende beslagleggers, om zo een beter bestaansminimum te kunnen borgen. Verder zullen in 2025 een tweetal wetten geëvalueerd worden namelijk; Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind en de Wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening op het onderdeel vroegsignalering. Ook wordt momenteel de aansluiting tussen de minnelijke schuldhulpverlening en het schuldenbewind onderzocht.
Tot slot wordt ook landelijk wetgeving ontwikkeld voor proactieve dienstverlening. Met het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening SZW kunnen UWV, de SVB en gemeenten de eerste stappen voor proactieve dienstverlening inzetten. Dit betekent dat zij mogen onderzoeken wie waarschijnlijk recht heeft op een uitkering of een andere ondersteunende voorziening, maar deze niet gebruikt. Zij mogen contact opnemen met deze mensen en hen ondersteunen als zij een aanvraag voor een uitkering of voorziening willen doen. Het doel van dit voorstel is niet-gebruik van uitkeringen en andere voorzieningen in de sociale zekerheid verminderen.
De sociale visie van de gemeente Sliedrecht uit 2020 is leidend bij de alle keuzes die we maken voor alle onderwerpen in het sociaal domein, zo ook voor preventie en vroegsignalering van schulden.
Wij vinden het belangrijk dat alle inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen leven, naar vermogen meedoen in de samenleving en een bijdrage leveren aan hun sociale omgeving. We gaan ervan uit dat inwoners zelfredzaam zijn en regie over hun leven nemen. Voor inwoners die hiertoe (tijdelijk) niet in staat zijn, wordt ondersteuning en hulp gezocht en geboden. Hierbij staan we voor een inclusieve samenleving. Niemand mag tussen wal en schip vallen.
Enkele andere aanvullende uitgangspunten zijn:
De kern en de uitgangspunten komen terug in de keuzes voor preventie en vroegsignalering van schulden.
Wat is preventie: Preventie is een breed begrip. In algemene zin bedoelen we met preventie het voorkomen dat er problemen ontstaan door van tevoren in te grijpen. Dat ingrijpen richt zich dan op het voorkomen van problemen door risicofactoren te verkleinen. In dit beleidsplan wordt met preventie bedoeld: het voorkomen dat inwoners financiële problemen of zelfs (problematische) schulden krijgen door van tevoren 'in te grijpen'. Preventie richt zich daarbij op oorzaken van financiële problemen of zelfs (problematische schulden); de risicofactoren.
Risicofactoren financiële problemen: We zien de volgende oorzaken/risicofactoren
Basisvaardigheden en kennis (en houding) financiën niet op orde en/of (tijdelijk) beperkt
Met basisvaardigheden bedoelen we lezen en schrijven in de Nederlandse taal, rekenen en digitale vaardigheden. Het onvoldoende beheersen van deze basisvaardigheden maakt het risico op financiële problemen groter. Onder andere omdat belangrijke financiële informatie onvoldoende begrepen of gemist wordt, bijvoorbeeld informatie over belastingen, toeslagen en minimaregelingen. Met basisvaardigheden en kennis (en houding) bedoelen we kunnen budgetteren: dus inkomsten en uitgaven weten en in balans kunnen houden, belang weten van financiële planning/reserves voor grotere incidentele uitgaven. Er kan ook sprake zijn van een (nog niet gediagnosticeerde) mentale, psychische of zelfs fysieke beperking, waardoor het niet lukt om vaardigheden en kennis in te zetten.
Met "life events" bedoelen we onder meer geboorte van kinderen, 18 jaar worden, trouwen, scheiden, ziekte, overlijden, verhuizing, ontslag, faillissement, pensioen, vestiging in Nederland als statushouder. We weten inmiddels dat dergelijke "life events" zowel gepaard kunnen gaan met stress als met een belangrijke wijziging in inkomsten en/of uitgaven. En dat de combinatie van stress en wijziging inkomsten/uitgaven ertoe kunnen leiden dat er financiële problemen en/of schulden ontstaan.
Net voldoende/onvoldoende inkomen
Uitgangspunt is dat iedereen in Nederland een voldoende inkomen heeft om te voorzien in algemene noodzakelijke kosten van bestaan en bijzondere noodzakelijke kosten van bestaan. Daarin voorziet de Participatiewet door middel van een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand. Aangevuld met toeslagen voor huur, zorg en kinderopvang vanuit de Toeslagenwet. Daarnaast voeren veel gemeenten, waaronder ook de gemeente Sliedrecht, aanvullend minimabeleid. De realiteit is dat deze voorzieningen in individuele gevallen onvoldoende zijn om de uitgaven te dekken met de inkomsten, dan wel om reserves aan te leggen voor grote incidentele uitgaven, waardoor er een groter risico is op schulden.
Bovengenoemde risicofactoren worden op dit moment versterkt door het ingewikkelde systeem dat we in Nederland kennen als het gaat om inkomensvoorzieningen (bijstand, WW-uitkering, Wia-uitkering, Wajong-uitkering, eigen inkomensverzekering, toeslagen, kwijtscheldingen belastingen, aanvullende minimaregelingen etc.) en de mate waarin dit systeem verder gedigitaliseerd wordt. Dit vraagt goede (basis)kennis, goede (basis)vaardigheden en een situatie waarin tijd en energie is om zaken uit te zoeken. Als aan een of meerdere van voorgaande voorwaarden niet kan worden voldaan is er een reëel risico op schulden. Het vereenvoudigen van dit systeem heeft de aandacht van het Kabinet en de Tweede kamer, maar het kan nog even duren voordat dat realiteit is. Voor dit beleidsplan en specifiek activiteiten die behoren bij dit beleidsplan, maar ook bij het uitvoeren van het minimabeleid, betekent dat dat er aandacht moet zijn om inwoners te helpen in dit ingewikkelde systeem.
Ongeacht de oorzaak van de financiële problemen is een algemene oorzaak van problematische schulden dat inwoners door schaamte vaak te laat aan te bel trekken voor informatie, advies en ondersteuning. Vroegsignalering (verderop in dit beleidsplan) is daarin een belangrijke preventieve activiteit. Maar weten dat het iedereen kan overkomen en dat er informatie, advies en hulp beschikbaar is kan ook helpen.
Met de inzet op preventie wordt erger voorkomen, erger voor de persoon in kwestie maar ook voor wat betreft maatschappelijke kosten. Als er eenmaal sprake is van financiële problemen is het niet zo makkelijk om deze op te lossen. Een klein bedrag kan al snel oplopen tot een flinke schuld door bijvoorbeeld deurwaarders- en incassokosten. Preventie is daarmee een essentieel element van het aanpakken van schulden en alle gevolgen van dien.
Flankerend beleid: als gemeente zetten we vanuit het sociaal domein/verschillende beleidsterreinen in om te zorgen dat de basisvaardigheden, kennis en houding van onze inwoners voldoende is. Er kan dan gedacht worden aan alle inzet rondom kinderen en jongeren om ze te voorzien van goed onderwijs, ontwikkelingsmogelijkheden en kansengelijkheid. Maar ook aan onze inzet om laaggeletterheid te bestrijden, inwoners te ondersteuning in de digitale wereld en onze nieuwe Nederlanders te voorzien van een goed inburgeringstraject.
Vanuit het Bonkelaarhuis bieden we ondersteuning aan inwoners die te maken hebben met een "life event", mentale, fysieke en/of psychische beperking. Vanuit het Bonkelaarhuis en de sociale dienst Drechtsteden bieden we onze inwoners ook ondersteuning bij het gebruiken van de bijzondere bijstand, minimaregelingen en toeslagen om hun inkomen en uitgaven in balans te houden of krijgen.
In deze paragraaf vindt u een overzicht van wat we al doen in het kader van preventie. We hebben de activiteiten geordend naar:
Deze ordening is niet altijd zo zwart/wit, van sommige activiteiten kan gezegd worden dat ze onder meerdere kopjes kunnen vallen. Door ze te ordenen hebben we geprobeerd een goed overzicht te creëren.
In de gearceerde blokken is, ter illustratie en verdieping, informatie uit de dagelijkse praktijk toegevoegd.
3.2.1 Informatie, advies en doorverwijzing
Geldfit (Nederlandse schuldhulproute):
We nemen als gemeente Sliedrecht, via de sociale Dienst Drechtsteden, deel aan Geldfit, dit is een onderdeel van de Nederlandse Schuldhulproute. Geldfit biedt informatie, advies en doorverwijzing voor extra hulp aan inwoners met vragen over geld. Ze hebben daarvoor een website met informatie, advies, eenvoudige zelftests en een potjescheck. Op deze website zit een (anonieme) chatfunctie. Daarnaast kunnen inwoners ook gratis bellen of whatsappen. Geldfit heeft ook specifieke informatie voor bijvoorbeeld jongeren en ondernemers. Omdat we deelnemen aan Geldfit is Geldfit ook goed op de hoogte van de lokale ondersteuningsmogelijkheden in Sliedrecht, waardoor inwoners daar goed naar doorverwezen kunnen worden. Geldfit werkt daarnaast samen met het Nibud, maar bijvoorbeeld ook banken en zorgverzekeraars, waardoor ze ook voor vragen daarover goed kunnen doorverwijzen. Geldfit organiseert meerdere keren per jaar een publiekscampagne waaraan deelnemende gemeenten mee kunnen doen/gebruik kunnen maken van communicatiemateriaal.
3.2.2 Ondersteuning, verkrijgen van kennis en vaardigheden
Inloop bij Sliedrecht Ontmoet (financieel café)
Iedere donderdagavond van 19.00-20.30 uur kunnen inwoners in de Bibliotheek terecht bij Sliedrecht Ontmoet, het financieel café is daarin opgenomen. Inwoners kunnen daar terecht voor een kopje koffie of thee en een gezellig praatje. Maar ook voor vragen, over bijvoorbeeld:
Aanvankelijk van de vraag kan er direct geholpen worden of ondersteunt worden bij aanmelding bij Bonkelaarhuis.
Hulp door vrijwilligers (ondersteund door betaalde krachten).
De inzet van de vrijwilligers gebeurt altijd met ondersteuning/achtervang van een betaalde kracht. Complexe vragen worden door deze betaalde kracht opgepakt.
Inwoners die dat nodig hebben kunnen een periode worden begeleid door een vrijwilliger bij lichte administratieve vragen. De hulp bij thuisadministratie wordt in principe voor een half jaar ingezet en kan maximaal één keer met een half jaar worden verlengd. Het doel is dat de inwoner het op een gegeven moment weer zelf kan. Mocht dat na 12 maanden nog niet mogelijk zijn dan is een andere oplossing wellicht passender zoals budgetbeheer of bewindvoering.
Thuisadministratie door vrijwilligers is wat dat betreft voor een voorliggende voorziening voor budgetbeheer of zelfs bewind en biedt voor een groep inwoners een passende oplossing. Op dit moment wordt de huidige opzet geëvalueerd en doorontwikkeld. We zien dat de huidige doelgroep met financiële problemen vaak op andere levensdomeinen ook problemen heeft waardoor het inzetten van vrijwilligers soms lastiger is.
Bureau sociaal raadslieden, juridisch loket, cirkel toeleiding
Inwoners van Sliedrecht kunnen bij het Bonkelaarhuis terecht voor ondersteuning bij financieel-juridische vragen. Financieel-juridische vragen hoeven niet altijd te leiden tot financiële zorgen, maar het niet goed kunnen afhandelen van dit soort vragen maakt het risico op financiële problemen of schulden wel groter.
Deze ondersteuning is gericht op het versterken van de zelfredzaamheid. Tot en met 2023 werd deze ondersteuning geboden onder de naam 'Bureau sociaal raadslieden'.
Gedurende 2023 heeft hier een doorontwikkeling op plaatsgevonden. De ondersteuning is nog steeds beschikbaar maar kent geen eigen naam meer en is toegevoegd aan de cirkel toeleiding. Daardoor kunnen inwoners nog steeds terecht bij het Bonkelaarhuis en kunnen enkelvoudige vragen nog steeds eenvoudig worden beantwoord, maar vindt er ook een extra check plaats of er misschien meer nodig is. Andersom wordt daardoor ook bij andere hulpvragen een extra check gedaan of er misschien financieel-juridische ondersteuning nodig is.
Daarnaast is er een samenwerking aangegaan met het Juridisch Loket, waardoor de kwaliteit van de beantwoording van ingewikkelde juridische vragen geborgd is.
De medewerkers van het Bonkelaarhuis werken daarbij vanuit de werkwijze van stress sensitieve dienstverlening.
Budgetconsulent Bonkelaarhuis (motie Sliedrechters actief en Schuldenvrij).
Sinds 2023 is er in het Bonkelaarhuis een budgetconsulent beschikbaar voor inwoners die vragen en/of zorgen hebben rondom geld en daar extra ondersteuning bij kunnen gebruiken. Er wordt niks overgenomen qua financiën. Inwoners worden geholpen bij het grip krijgen op hun geld en welke keuzes ze daar zelf in willen maken. Er wordt gewerkt vanuit eigen regie van de inwoners en het aanleren van kennis, vaardigheden en gedrag. De budgetconsulent heeft ook een belangrijke rol in de nazorg na een schuldhulpverleningstraject en bij het begeleiden van inburgeraars. Ook de budgetconsulent hanteert de werkwijze van stress sensitieve dienstverlening.
|
In onderstaande tabel een overzicht van het aantal inwoners dat is geholpen door de budgetcoach. |
|||||
|
We zien een behoorlijke stijging in aantal geholpen inwoners, van 33 inwoners in 2023 tot 60 inwoners in 2024. Dat is bijna een verdubbeling. In totaal zijn er 79 inwoners geholpen8 . Een deel van de inwoners betreft daarbij statushouders die extra ondersteuning kunnen gebruiken bij het financieel zelfredzaam worden. |
|||||
3.2.3 Vergroten bereik mensen met financiële zorgen.
Geldzorgen op de werkvloer (werkgeversdienstverlening).
Voor bijna de helft van de huishoudens met geregistreerde problematische schulden is inkomen uit loondienst de belangrijkste inkomstenbron.
We maken vanaf eind 2024 gebruik van de werkgeversdienstverlening 'Geldzorgen op de werkvloer'. Deze dienstverlening richt zich op het ondersteunen van lokale werkgevers, zodat zij werknemers met financiële zorgen goed kunnen signaleren én ondersteunen. Het voordeel voor werkgevers is dat zij daarmee productiviteitsverlies of zelfs ziekte kunnen voorkomen. Het 'voordeel' voor ons is dat we een extra vindplek hebben, zodat we er bij meer mensen op tijd genoeg bij zijn om problematische schulden te voorkomen. Niet alle inwoners uit Sliedrecht zullen lokaal werkzaam zijn, maar omdat meer Drechtsteden gebruik maken van deze werkgeversdienstverlening, denken we dat we gezamenlijk elkaars bereik kunnen vergroten.
Op dit moment werken we zelf actief samen met Hardinxveld-Giessendam.
3.2.4 Aanvullende activiteiten basisvaardigheden en begeleiden inburgeraars
De bibliotheek biedt diverse activiteiten aan die gericht zijn op het verbeteren van digitale vaardigheden en vaardigheden rondom lezen en schrijven. Zo is er een digitaal spreekuur, het IDO (Informatiepunt Digitale Overheid) voor hulp bij het aanvragen van een DigiD of aanvragen van toeslagen, de cursus Klik en Tik, Taalpunt voor informatie en advies over formeel taalonderwijs voor volwassenen en het Taalcafé om in informele setting te oefenen met het spreken van de Nederlandse Taal. Het Bonkelaarhuis en de Bibliotheek verwijzen ook naar elkaar door. Ook vinden er taalactiviteiten plaats in pand 33, de sociale moestuin en de Turkse Moskee.
Daarnaast bieden we ondersteuning, advies en informatie aan inburgeraars. Deze groep moet zich vaak niet alleen onze taal eigen maken, maar ook de gewoonten en gebruiken van ons land. Dan gaat het ook om deelname aan onze arbeidsmarkt en andere rechten, plichten en verwachtingen als het gaat om inkomen en uitgaven, belastingen, verzekeringen enzovoort. Uit cijfers blijkt dat inwoners met een niet-Nederlandse achtergrond verhoudingsgewijs vaker financiële problemen hebben. Daarbij spelen taal en onbekendheid met onze systemen een belangrijke rol (CBS).
3.3 Wat streven we na voor de komende vier jaar?
In Sliedrecht streven we het volgende na als het gaat om preventie van schulden:
We zetten in op het voorkomen van schulden door:
In Sliedrecht vinden we het belangrijk dat inwoners eigen regie en verantwoordelijkheid kunnen nemen. De focus van dit beleidsplan schuldhulpverlening ligt dan ook op het mogelijk maken van het nemen van eigen regie en verantwoordelijkheid door:
In Sliedrecht vinden we het ook belangrijk dat we zorg hebben voor elkaar. Daar waar mogelijk faciliteren we dan ook inwoners (vrijwilligers), verenigingen en bedrijven (Geldzorgen op de werkvloer, Maatschappelijk betrokken ondernemen) om elkaar te voorzien van informatie, advies en ondersteuning als het gaat om financiële vragen.
We beschikken niet over onbeperkte middelen of menskracht. Om effectief te zijn willen we daarom focus aanbrengen.
Life events: We weten dat diverse 'life events' risico's met zich meebrengen voor financiële problemen. Om onze inzet op preventie op 'life events' zo effectief mogelijk te maken hebben we hierin focus aangebracht.
Met de focus op "de komst van een kind: nieuw financieel evenwicht" en "financieel vaardig voor je 18de" willen we bereiken dat deze groep, kinderen en jongeren, een goede financiële en schuldenvrije start hebben bij hun volwassen leven. Een goede start in het leven biedt een belangrijke basis voor het verdere leven en versterkt de mogelijkheid om eigen regie en verantwoordelijkheid te kunnen nemen. We zetten als gemeente via diverse zorgroutes al in op een kansrijke start, daarbij hoort ook aandacht voor grip op je geld, zowel voor ouders, als voor kinderen. En financiële educatie voor kinderen en jongeren. Dit sluit ook aan bij de motie van de raad "18 jaar en dan?" van 8 juli 2024, waarin wordt gewezen op de verantwoordelijkheid die jongeren krijgen vanaf hun 18de terwijl ze ook nog zoekende zijn om hun weg in de maatschappij te vinden.
Met de focus op "Relatiebreuk: grip op de financiële gevolgen" richten we ons op een ander 'life event waarvan bekend is dat deze tot financiële zorgen of zelfs problemen kan zorgen. Een scheiding of ontbinding van een geregistreerd partnerschap brengt een hoop, soms ingewikkeld, papierwerk met zich mee. Waarbij partijen het tegelijkertijd vaak juist lastig vinden om dat gezamenlijk goed op te lossen. Ook een meer informele relatiebreuk kan allerlei vraagstukken opleveren, zeker wanneer er sprake is van een gezamenlijke koopwoning, bedrijf of gedeeld ouderschap van kinderen. Deze focus komt mede voort uit het feit dat er bij een relatiebreuk sprake kan zijn van kinderen en jongeren die hier (in)direct door geraakt worden. We willen hier ook aansluiten bij de motie van 19 december 2024 inzake het 'Relatiepunt'.
Voor bijna de helft van de huishoudens met geregistreerde problematische schulden is inkomen uit loondienst de belangrijkste inkomstenbron. Daarom zetten we ook in op de activiteit "Geldzorgen op de werkvloer".
Binnen de groep werkenden armen zien we een subgroep die extra kwetsbaar is, omdat als er eenmaal sprake is van schulden, het ingewikkelder is om deze op te lossen. Het gaat dan om zzp'ers in sectoren waar de verdiensten verhoudingsgewijs laag zijn. We zien in de praktijk relatief vaak inwoners die kiezen voor zelfstandig ondernemen waarbij de financiële baten uiteindelijk niet opwegen tegen de kosten en er door het ondernemen dus schulden ontstaan. Daarnaast is de mate van financiële zelfredzaamheid, net als bij "gewone inwoners" bij zelfstandig ondernemers divers, de een is daar (al) beter in dan de ander. Terwijl het oplossen van problematische schulden van deze groep, ook voor de groep zelf, juist vaak ingewikkelder is. Omdat er verschillende soorten schulden kunnen zijn (privé en zakelijk) en omdat we als overheid moeten waken voor staatsteun. Het voorkomen van problematische schulden bij deze groep is ook daarom extra belangrijk.
In paragraaf 3.5 vindt u de life events waar de sociale Dienst Drechtsteden op focust gedurende deze beleidsperiode.
Focus wil niet zeggen dat er geen aandacht is voor andere 'life events' of andere doelgroepen, maar dat de meeste inspanningen zich zullen richten op de genoemde focuspunten.
Tot slot: Inwoners proactief wijzen op en helpen met het aanvragen van inkomensondersteuning is reeds onderdeel van ons minimabeleid, maar nemen we waar mogelijk ook mee in activiteiten die behoren bij of voortvloeien uit dit beleidsplan.
3.4 Wat gaan we daarvoor doen en hoe volgen we de resultaten?
3.4.1 Wat gaan we daarvoor doen?
Gemeenten, en zo ook de gemeente Sliedrecht, staan de komende jaren voor een behoorlijke financiële uitdaging. Dat betekent balans zoeken tussen middelen en ambities. Voor de beleidsperiode 2025-2028 kiezen we voor behouden en versterken wat we hebben, met een aanvullende focus op preventieve inzet gericht op de doelgroep kinderen en jongeren en werkenden armen, specifiek zelfstandig ondernemers.
Voorlichting, informatie, advies, hulp: Behouden
We blijven deelnemer in Geldfit en zetten in op continueren van de genoemde inloopmomenten, hulp door vrijwilligers, ondersteuning financiële-juridische vragen, en het behouden van de budgetconsulent9 .
We volgen het project "Geldzorgen op de werkvloer" (werkenden armen) waarbij we onder andere kijken naar; hoeveel ondernemers er zijn bereikt en op basis daarvan hoeveel signalen zijn er binnen gekomen over werknemers met financiële problemen (die dus nu geholpen kunnen worden). Op basis daarvan overwegen we de aanpak met één jaar te verlengen. Het lange termijn doel is dat werkgevers zelf mee gaan betalen aan deze aanpak.
Voorlichting, informatie, advies, hulp: Versterken
We willen financiële problemen voorkomen door inwoners goed te informeren over:
Over het algemeen lezen mensen informatie pas en/of gaan op zoek naar informatie als het voor hen op dat moment relevant is. Herhaling en vindbaarheid van informatie zijn daarmee belangrijke voorwaarden als het gaat om inwoners goed informeren.
We willen onze communicatie/voorlichting naar inwoners versterken door deze meer gestructureerd en in samenhang en samenwerking te doen met de GR sociaal en lokale maatschappelijke partners. Samen op dezelfde momenten dezelfde boodschap verkondigen: "tips en adviezen om financiële problemen te voorkomen, financiële problemen kunnen iedereen overkomen, wat kan je zelf doen, waar is hulp".
We zetten in op het regelmatig herhalen van informatie en advies via verschillende kanalen en verschillende plekken waaronder op termijn bijvoorbeeld ook scholen en sportverenigingen (zorgen voor elkaar).
Ook sluiten we zoveel mogelijk aan bij bestaande momenten waarop financiële vragen zich kunnen voordoen zoals de belastingaangifte in maart/april en het overstappen van zorgverzekering in november/december. Onderdeel van ons communicatiemateriaal is de Geldkrant (motie "Geldkrant van 8 juli 2024).
Concreet zetten we in op een jaarlijkse, zoveel mogelijk gezamenlijk opgestelde, communicatiekalender.
Focus: inzet op kinderen (gezinnen), jongeren, relatiebreuk, werkenden armen: zelfstandige ondernemers
De geboorte of komst van een kind in een gezin heeft gevolgen voor de inkomsten en uitgaven van dat gezin. Niet elk gezin heeft daar even goed zicht op en/of soms kan dit ook tot stress leiden.
De consultatiebureaus hebben al oog voor de financiële kant van het ouderschap en bieden ondersteuning of doorverwijzing. In deze beleidsperiode gaan we onderzoeken of dit versterkt of uitgebreid moet worden en als dat het geval is daarnaar handelen. Dit om een kansrijke start, ook in financiële zin, goed mogelijk te maken. Zowel dat het gezin kan rondkomen en meedoen aan de samenleving, als het versterken van de financiële kennis en vaardigheden van de opvoeders en daarmee de kinderen. We sluiten daarbij aan op de huidige activiteiten en overlegstructuur binnen kansrijke start en de zorgroutes.
Financieel vaardig voor je 18de
18 jaar worden betekent financieel iets voor de jongere zelf, maar soms ook voor de ouders (denk aan kinderbijslag, alimentatie of andere kindgebonden regelingen). Om daar goed voorbereid op te zijn is het belangrijk daar tijdig informatie, advies en eventueel ondersteuning op te krijgen. Ouders hebben, als het gaat om de jongere zelf, daarin uiteraard een rol, maar we zien dat ouders daar ook mee worstelen. Enerzijds omdat ze zelf niet over voldoende kennis en vaardigheden beschikken. Anderzijds omdat de wereld van ouders en pubers (tijdelijk) (te) ver uit elkaar liggen. Groepsdruk en social media, spelen een belangrijke rol. We zien dat jongeren relatief makkelijk beïnvloedbaar zijn door social media en allerlei (f)influencers die dure merken showen en allerlei 'tips' hebben om snel rijk te worden. Kopen op afbetaling maakt de verleiding des te groter. En keuzes maken voor de lange termijn is soms nog lastig. Weten wat de goede keuze is, is één. Vervolgens de goede keuze daadwerkelijk maken, is wat anders.
Financiële educatie en ondersteuning: financiële educatie (informatie en gedrag) is het begin van financiële zelfredzaamheid.
Daarom gaan we deze beleidsperiode in gesprek met de basisscholen en middelbare scholen over wat scholen al doen als het gaat om (structureel) lessen geven over 'omgaan met geld' en "18 jaar en dan?" en hoe we samen elkaar kunnen vinden en elkaar kunnen versterken in het financieel vaardig maken van kinderen en jongeren. Voor scholen kunnen deze lessen ook hun eigen bewustzijn over schuldenproblematiek vergroten en daarmee bijdragen aan het signaleren en doorverwijzen van jongeren en/of ouders.
Ook gaan we deze beleidsperiode in gesprek met jongerenwerk en wat zij kunnen betekenen rondom vragen over geld en financiële educatie van jongeren, waar mogelijk in samenwerking met de scholen.
Werkenden armen; zelfstandig ondernemers
De Kamer van Koophandel (KvK) beschikt over informatie over zzp'ers in Sliedrecht. In samenwerking met de KvK, de Arbeidsmarktregio/ Regionaal Werkcentrum en Smart Delta Drechtsteden worden informatiemiddagen georganiseerd voor (startende) zzp'ers over thema's die horen bij het zelfstandig ondernemen. Wij gaan ons deze beleidsperiode inzetten om waar mogelijk proactief zelfstandig ondernemers in Sliedrecht te benaderen, waarbij we gericht willen wijzen op tips, adviezen en ondersteuning bij de administratief of hulp als financiële vragen of problemen zijn.
Goed om te weten: Startende ondernemers/ZZP'ers vanuit de bijstand kunnen voor (financiële) ondersteuning terecht bij het Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ). Daar wordt ook een doorberekening gemaakt van de prognoses. Hier gaat dus een preventieve werking van uit.
De inzet is om de activiteiten budgetneutraal uit te voeren, zie ook hoofdstuk zeven. Mocht blijken dat er meer financiële middelen nodig zijn dan zullen we dit eerst ter besluitvorming voorleggen aan de raad.
3.4.1. Hoe volgen we de resultaten?
Voorlichting, informatie, advies, hulp: behouden
Informatie over (bestaande) inloopmomenten wordt, indien zinvol en mogelijk, meegenomen bij de communicatiekalender. Niet alle inloopmomenten hebben een financieel onderwerp en een deel van de administratie moet dan door vrijwilligers worden gedaan waarvoor we de administratieve lasten willen beperken.
Effect activiteit "Geldzorgen op de werkvloer"
We volgen het project "Geldzorgen op de werkvloer" waarbij we onder andere kijken naar; hoeveel ondernemers er zijn bereikt en op basis daarvan hoeveel signalen zijn er binnen gekomen over werknemers met financiële problemen (die dus nu geholpen kunnen worden). Op basis daarvan overwegen we de aanpak met één jaar te verlengen. Het lange termijn doel is dat werkgevers zelf mee gaan betalen aan deze aanpak.
Voorlichting, informatie, advies, hulp: versterken
We gaan werken met een jaarlijkse communicatiekalender waarin de communicatie-activiteiten staan beschreven en hoe we meten wat het effect is geweest van deze communicatie-activiteiten (in ieder geval qua bereik), inclusief communicatiemomenten naar zelfstandig ondernemers.
In de evaluatie van het beleidsplan wordt deze informatie opgenomen.
De komst van een kind: nieuw financieel evenwicht
In 2026 wordt er een ontwikkelroute gerealiseerd voor de leeftijd –9 maanden tot 18 jaar. Met de ontwikkelroute hebben we als doel de zorg en ondersteuning zo efficiënt mogelijk op elkaar af te stemmen en zo vroegtijdig mogelijk te kunnen signaleren, ook als het gaat om financiële belemmeringen.
Daarbij wordt ook afgestemd met de activiteiten uit kansrijke start. Indien dit tot aangepaste of nieuwe activiteiten leidt wordt dit meegenomen in de evaluatie van het beleidsplan met daarbij, indien al mogelijk, evaluatie van de uitgevoerde activiteiten onder de doelgroep (ervaring, wat geleerd). Waar mogelijk geven we opdracht voor of stimuleren we het inzetten van bewezen best practises (van bijvoorbeeld de VNG of Divosa).
Financieel vaardig voor je 18de
We gaan in gesprek met de scholen in Sliedrecht waarbij het streven is dat er gedurende de beleidsperiode op tenminste één maar bij voorkeur meerdere of alle scholen samenhangende activiteiten rondom financiële educatie lopen of zijn uitgevoerd. Er zijn op dit moment al scholen die activiteiten uitvoeren, bijvoorbeeld rondom de week van het geld. Het streven is dan om deze activiteiten meer in samenhang te brengen met bijvoorbeeld (communicatie-)activiteiten vanuit de gemeente, het Bonkelaarhuis, het jongerenwerk en andere scholen.
We gaan in gesprek met het jongerenwerk waarbij het streven is dat er gedurende de beleidsperiode meerdere activiteiten zijn uitgevoerd door het jongerenwerk rondom financiële educatie (waar mogelijk in samenhang met de scholen).
We zetten daarbij in op een evaluatie van de uitgevoerde activiteiten onder de doelgroep (ervaring, wat geleerd). Waar mogelijk geven we opdracht voor of stimuleren we het inzetten van bewezen best practises (van bijvoorbeeld de VNG of Divosa).
In de evaluatie van het beleidsplan wordt deze informatie opgenomen.
3.5 Inzet en bereik GR Sociaal
Wat is vroegsignalering: Vroegsignalering is, zoals de naam al zegt het vroegtijdig signaleren van financiële problemen en vervolgens hulp aanbieden. Vroegsignalering is dé manier om te voorkomen dat betalingsachterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot (problematische) schulden. We kunnen twee manieren van vroegsignalering onderscheiden
Vroegsignalering op basis van betaalachterstanden.
Gemeenten mogen op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening informatie over betaalachterstanden van inwoners ontvangen, als het gaat om betaalachterstanden bij zorgverzekeraars, energiebedrijven, verhuurders van woonruimte en drinkwaterbedrijven. Deze organisaties, ook wel vaste lastenpartners genoemd, zijn ook wettelijk verplicht om signalen van betaalachterstanden te delen met gemeenten .De gemeente moet vervolgens op basis van deze signalen deze inwoners met betalingsachterstanden benaderen en hulp aanbieden.
Vroegsignalering heeft een groot maatschappelijk effect, betalingsachterstanden lopen niet onnodig ver op, inwoners krijgen weer perspectief op hun geldzaken, schulden zijn minder complex en kunnen effectiever aangepakt worden, de gemeente bereikt inwoners met financiële problemen eerder en breder. Tegelijkertijd is het zoeken naar balans, als de betaalachterstanden nog relatief laag zijn, voelen inwoners niet altijd de urgentie om aan de slag te gaan met hun geldzaken. En soms is dat inderdaad ook niet nodig. Door proactief contact te hebben gelegd met deze inwoners weten zij wel vaker en sneller de weg te vinden als hulp toch nodig is.
Vroegsignalering in contacten met inwoners:
In Sliedrecht kunnen inwoners met ondersteuningsvragen terecht bij het Bonkelaarhuis.
Tijdens de eerste contactmomenten met inwoners wordt ook verkend of er mogelijk financiële vragen of problemen zijn, ook al is dat dan niet perse de vraag waarmee de inwoner is binnengekomen. Deze check komt voort uit het bewustzijn dat inwoners schaamte kunnen voelen om dit soort vragen of problemen aan te kaarten. Op deze manier proberen we ook tijdig, of in ieder geval zo snel mogelijk, (problematische) schulden te voorkomen.
Vroegsignalering op basis van betaalachterstanden.
We voeren, samen met de sociale dienst Drechtsteden, vroegsignalering op betaalachterstanden uit.
Via één centraal punt komen signalen van betaalachterstanden van gas, licht, water, huur en zorgverzekering binnen. Deze signalen worden omgezet naar meldingen per huishouden. Omdat de ervaring is dat inwoners met een relatief lage betalingsachterstand vaak nog geen urgentie voelen om met hun geldzaken aan de slag te gaan, is afgesproken dat huishoudens met een betalingsachterstand lager dan € 500 een brief krijgen, zodat ze in ieder geval wel op de hoogte zijn van de hulpmogelijkheden.
Voor de overige huishoudens wordt gekeken of het huishouden al bekend is bij de sociale dienst Drechtsteden (SDD) of niet. Als het een huishouden betreft dat een bijstandsuitkering krijgt of al schuldhulpverlening ontvangt, gaat de SDD erop af met een hulpaanbod. Als dat niet het geval is dan gaan medewerkers van het Bonkelaarhuis erop af. Als er een telefoonnummer bekend is, wordt er altijd eerst via whatsapp of sms contact gelegd. Daarna wordt er langs de woning gegaan.
Vroegsignalering in contacten met inwoners:
Zoals in de vorige paragraaf reeds omschreven wordt er bij contacten met inwoners in het Bonkelaarhuis nadrukkelijk verkend over er mogelijk ook nog financiële vragen of problemen spelen. Dit omdat we weten dat schaamte ervoor kan zorgen dat mensen deze vragen en problemen niet uit zichzelf op tafel leggen. Zie ook paragraaf 3.2.2. Hier overlappen preventie en vroegsignalering elkaar.
4.3 Wat streven we na voor de komende vier jaar?
In Sliedrecht streven we het volgende na:
Als er toch financiële problemen zijn, er zo vroeg mogelijk bij zijn door goede vroegsignalering, waaronder ook: succesvol contact met inwoners die het betreft
We willen in Sliedrecht eigen regie en verantwoordelijkheid stimuleren waar dat kan. Door tijdig hulp aan te bieden bij financiële problemen is de kans groter dat eigen regie en verantwoordelijk behouden kunnen worden bij het aanpakken van de problemen. De kans is immers kleiner dat er zoveel geldstress is ontstaan dat oplossingsgericht handelen kan belemmeren. In die zin is vroegsignalering van betaalachterstanden of financiële problemen een passend vangnet waarbij ondersteuning en zorg gericht is op het behouden en versterken van de eigen regie.
4.4 Wat gaan we daarvoor doen en hoe volgen we de resultaten?
We willen, waar wettelijk mogelijk, de partners die signalen van betalingsachterstanden aan ons doorgeven uitbreiden. Daardoor krijgen we inwoners die financiële problemen hebben nog beter in beeld.
Dat wil enerzijds zeggen dat, zodra de wetgever het mogelijk maakt om bijvoorbeeld betalingsachterstanden van hypotheekverstrekkers of de landelijke belastingdienst of de dienst toeslagen te mogen ontvangen, wij deze graag willen toevoegen aan ons systeem van signaal partners.
Anderzijds wil dat zeggen dat we ons gaan inspannen om alle verhuurders van woonruimte te laten aansluiten bij ons systeem van signaal partners. Deze verhuurders hebben deze wettelijke plicht al, maar we merken in de praktijk dat niet alle verhuurders uitvoer geven aan deze wettelijke plicht.
Het krijgen van signalen is een belangrijke voorwaarde. Om echt van betekenis te kunnen zijn voor deze inwoners is het daadwerkelijk verkrijgen van contact met deze inwoners. Het aantal succesvolle contactpogingen ligt op dit moment al vrij hoog. Er wordt daarbij ook goed gebruik gemaakt van de meest succesvolle contactmanieren, namelijk whatsapp/sms en huisbezoeken. Maar we blijven daar op monitoren en waar mogelijk en nodig verbeteracties op uitzetten.
Verhuurders woonruimte: Gedurende de beleidsperiode brengen we verhuurders van woonruimte in Sliedrecht zo volledig mogelijk in beeld, vergelijken we deze informatie met de informatie over aangesloten signaalpartners en schrijven we indien nodig verhuurders van lokale woonruimte aan met het verzoek zich aan te sluiten bij ons systeem van vroegsignalering.
Overige signaalpartners: gedurende de beleidsperiode monitoren we ook of het Rijk extra signaalpartners toestaat en monitoren we vervolgens of deze zijn toegevoegd voor de gemeente Sliedrecht
Percentage succesvolle contactpogingen
Het aantal succesvolle contactpogingen betekent dat er daadwerkelijk contact is geweest met de inwoner. Daarmee is de inwoner in ieder geval op de hoogte van de beschikbare hulp. Soms wordt er daadwerkelijk gebruik gemaakt van de hulp. Soms is dat niet nodig omdat de inwoner het zelf kan, bij vroegsignalering komen ook relatief lage betalingsachterstanden voor die relatief makkelijk zelf op te lossen zijn door inwoners. En soms komt een inwoner alsnog later terug met een hulpvraag.
Het moment van vroegsignalering komt dan soms te vroeg, de inwoner voelt op dat moment nog geen urgentie. Maar weet naderhand wel beter de weg te vinden.
Gedurende de beleidsperiode is het percentage succesvolle contactpogingen voor de gemeente Sliedrecht minstens 67 %
Aantal doorverwijzingen naar schuldhulpverlening
Het uitgangspunt van vroegsignalering is dat we er op tijd bij zijn, dus dat er nog géén problematische schulden zijn waarvoor schuldhulpverlening nodig is.
Dat zou betekenen dat het aantal doorverwijzingen vanuit vroegsignalering naar schuldhulpverlening nul zou moeten zijn. Gedurende deze beleidsperiode monitoren we of dat zo is. Als er toch een doorverwijzing naar schuldhulpverlening plaatsvindt proberen we te achterhalen waarom dat zo is en wat we daaraan zouden kunnen doen. Het kan natuurlijk altijd voorkomen dat de inwoner ergens anders (dan bij de vaste lastenpartner) hoge schulden heeft opgebouwd, die dus niet eerder zichtbaar zijn geworden op basis van vroegsignalering. Maar mogelijk zijn er toch knoppen waar we eerder aan hadden kunnen draaien om de inwoner eerder te bereiken.
Resultaat; gedurende de beleidsperiode monitoren we het aantal doorverwijzingen van vroegsignalering naar schuldhulpverlening; indien dit plaatsvindt proberen we te achterhalen waarom een doorverwijzing nodig was en wat we hadden kunnen doen om er eerder bij te zijn.
4.5 Inzet en bereik GR Sociaal
|
Wat is curatie: Het woord curatie zegt het eigenlijk al: curatie is genezen. Curatieve schuldhulpverlening is gericht op het stabiliseren en oplossen van schuldenproblematiek met als doel inwoners met (problematische) schulden te helpen aan een duurzame schuldenvrije toekomst. Met problematische schulden wordt de situatie 10 waarin te voorzien is dat iemand schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen bedoeld. In ieder geval de situatie waarin niet binnen 36 maanden alle openstaande vorderingen betaald kunnen worden (met een betalingsregeling). Om zorg te dragen voor een duurzame schuldenvrije toekomst is er niet alleen oog voor de schuld zelf maar ook voor de omstandigheden die hiermee verband te houden. Dit betekent dat er nauw samengewerkt wordt met de keten van hulpverlening en het netwerk van de inwoner. Schulden staan zoals eerder aangegeven immers zelden op zichzelf en vragen een integrale aanpak waaraan een ieder vanuit zijn of haar expertise een bijdrage levert. Curatieve schuldhulpverlening bevat een breed palet aan mogelijkheden en wordt uitgevoerd aan de hand van de wettelijke kaders van de Wgs en de landelijke richtlijnen van de NVVK. Meer informatie over de kaders en landelijke richtlijnen is opgenomen in bijlage 3. De landelijke ontwikkelingen zoals de basisdienstverlening en de invoering van het schuldenoverzicht zijn verwerkt in de paragraaf ‘wat streven we na voor de komende 4 jaar’. Uitvoering en proces: Iedere inwoner die hulp wil bij zijn of haar schulden of in een financiële crisissituatie 11 zit kan zich aanmelden bij de GR Sociaal voor schuldhulpverlening. Dit kan digitaal, persoonlijk of telefonisch. Ook partners vanuit de keten kunnen inwoners aanmelden, zoals beschermingsbewindvoerders of medewerkers van het sociaal wijkteam. Na de melding worden inwoners uitgenodigd voor een eerste gesprek waar de hulpvraag wordt vastgesteld en wordt gestart met het schuldhulpverleningstraject. Een schuldhulpverleningstraject kan afhankelijk van de hulpvraag meerdere uitkomsten hebben. Zo kan het zijn dat:
Ook lokale partijen kunnen betrokken zijn bij en tijdens het curatieve gedeelte. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan het wijkteam en lokale vrijwilligersorganisaties waaronder Schuldhulpmaatje of Humanitas. De aanpak van deze partijen is een aanvulling op de professionele schuldhulpverlening of kan professionele schuldhulpverlening voorkomen (zie onder preventie). Als er sprake is van professionele schuldhulpverlening, kan de hulp van deze partijen een goede aanvulling zijn. Zij kunnen de hulpvrager blijven ondersteunen tijdens het traject. Uitgebreide informatie over het schuldhulpverleningsproces is te vinden in bijlage 2. |
|
5.2 Wat hebben we bereikt (terugblik naar de afgelopen 4 jaar)? Het vorige beleidsplan ‘SamenWerken aan perspectief’ richtte zich op het voorkomen, beheersbaar maken en oplossen van financiële problemen en schulden in combinatie met de omstandigheden die hiermee samenhangen. Het plan was tot stand gekomen in de coronatijd waarbij de verwachting was dat de armoede- en schuldenproblematiek in Nederland enorm zou toenemen en dat er zelfs sprake zou zijn van een boeggolf van hulpvragen voor schuldhulpverlening. De verwachte boeggolf is uitgebleven maar wel werd Nederland kort na afloop van de coronacrisis geconfronteerd met een nieuwe crisissituatie, namelijk de energiecrisis. Deze zorgde opnieuw voor extra onzekerheid of inwoners nog wel konden rondkomen. En heeft ervoor gezorgd dat veel huishoudens in de financiële problemen kwamen door onder andere de immens hoge prijzen van energie en gas en de inflatie, waardoor boodschappen en andere kosten van het dagelijks leven steeds duurder werden. daarnaast heeft ook de steeds verder toenemende complexiteit van wet- en regelgeving, voorzieningen en regelingen zeker niet geholpen bij het voorkomen en groeien van financiële problemen. In het vorige plan was een viertal speerpunten opgesteld waar goede resultaten op bereikt zijn, te weten
Inwoners eerder en beter bereiken Het bereik van het aantal inwoners met (problematische) schulden is in de afgelopen jaren toegenomen. Dit vertaalt zich in een toename van het aantal gestarte schuldhulpverleningstrajecten in de afgelopen jaren. Het aantal gestarte schuldhulpverleningstrajecten is gestegen van 1.079 in 2020 naar 1.459 in 2023. Gezien het feit dat het aantal mensen dat zich meldt voor schuldhulpverlening flink lager is dan het aantal mensen met problematische schulden is dit een zeer positieve ontwikkeling. Ter illustratie landelijk hebben circa 730.000 huishoudens problematische schulden en melden een kleine 80.000 mensen zich bij schuldhulpverlening. Daarnaast is ook de gemiddelde schuld van inwoners in een schuldhulpverleningstraject in de Drechtsteden fors gedaald van een gemiddelde schuld van € 57.154 in 2020 naar € 36.019 in 2023. Zowel de stijging van het aantal trajecten als de daling van de gemiddelde schuld zijn goede indicaties dat we inwoners eerder weten te bereiken (en daardoor minder hoge schulden hebben). De inzet om meer mensen met (problematische) schulden eerder en beter te bereiken via vroegsignalering door middel van het outreachend benaderen van inwoners met betalingsachterstanden en het inzetten van communicatiecampagnes met informatie door het Rijk en de GR Sociaal heeft effect gehad op het bereik. Dit geldt ook voor de nieuw opgezette samenwerking in gemeentegerichte teams onder één integrale opgave Bestaanszekerheid, en de intensivering van samenwerking met o.a. partners als het wijkteam door bijvoorbeeld het uitbreiden van werken op locatie. Schuldhulpverleners nemen deel aan lokale overleggen, hebben veel contact met partners en collega's binnen de opgave waar wordt samengewerkt vanuit inkomen, minimaregelingen en invordering. Voor ondernemers bieden we inmiddels specifieke hulp. We hebben voor ondernemers een samenwerking met het Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ) 12 . We zorgen voor een warme overdracht en het helpt dat RBZ fysiek op het SamenWerkplein aanwezig is. Voor ex-ondernemers bieden we ook hulp bij het afronden van de boekhouding. Zorgen voor een makkelijk en laagdrempelig schuldhulpverleningsproces Het schuldhulpverleningsproces is vereenvoudigd door aansluiting bij en inzet van landelijke innovaties als Collectief Schuldregelen en het Schuldenknooppunt. Door inzet van collectief schuldregelen gaan schuldeisers bij voorbaat akkoord met voorstellen wat bijdraagt aan kortere doorlooptijden. Hetzelfde geldt voor het Schuldenknooppunt, wat voorziet in snellere communicatie en uitwisseling met schuldeisers. Aandachtspunt hierbij is dat nog niet alle schuldeisers landelijk zijn aangehaakt. Verder zijn er stappen gezet in het verbeteren van de samenwerking met externe schuldenbewindvoerders door het invoeren van een structureel overleg voor de samenwerking met schuldhulpverlening en de uitvoering van adviesrecht bij schuldenbewind. Qua resultaten scoren we hoog op het slagingspercentage van onze trajecten: van 73% in 2020 naar 94% in 2023 bij de stabilisatietrajecten en 96% bij de schuldregelingstrajecten . Ook de wachttijd is flink verbeterd door onze aanpassingen: van 77% binnen 10 werkdagen na melding uitgenodigd naar 91% in 2023. Het wegnemen van obstakels voor bestaanszekerheid De dienstverlening is stress-sensitief ingericht en alle medewerkers zijn hierin geschoold. Hierin zijn we landelijk één van de koplopers en is er zelfs een handleiding ontwikkeld voor andere gemeenten. Het vermogen van inwoners om zelf zaken te kunnen doen is de basis voor het maatwerk dat wordt geboden bij de ondersteuning en het oplossen van schulden. Bij inwoners met een bijstandsuitkering én problematische schulden kan schuldhulpverlening verplicht worden gesteld. Schuldenproblematiek is een belangrijke belemmering voor participeren of het deelnemen aan het arbeidsproces. Door de schuldhulpverlening bij inwoners met een uitkering verplicht te stellen, proberen we inwoners te laten inzien dat het oplossen van de schulden echt noodzakelijk is voor hun bestaanszekerheid en toekomstperspectief. Stabiliteit bieden en bevorderen Om sneller toekomstperspectief te bieden en te zorgen dat inwoners niet langdurig belemmerd worden hebben we de duur van de BKR-registratie van een schuldregeling verkort van 3 jaar naar 6 maanden. Een BKR-registratie kan een belemmering zijn om weer bepaalde financiële keuzes te kunnen maken. Zo kan de BKR-registratie invloed hebben op het afsluiten van een telefoonabonnement of het kopen van een huis. Het verkorten van de BKR-registratie wordt slechts door enkele gemeenten toegepast waardoor we één van de koplopers zijn met dit initiatief. Momenteel is dit landelijk onderwerp van gesprek waarbij de insteek is dat elke gemeente dit gaat toepassen. Tevens is de afgelopen vier jaar de publieke uitvoering van schuldenbewind door de GR Sociaal bestendigd en onderdeel geworden van de dienstverlening op het gebied van schulden. De aanpak schuldenbewind is succesvol te noemen. Door de stress-sensitieve aanpak en snelle koppeling met schuldhulpverlening kent deze een kortere doorlooptijd dan de gemiddelde doorlooptijd van de markt. De gemiddelde doorlooptijd bedraagt bij de GR Sociaal circa 2,5 jaar tot 3 jaar ten opzichte van minimaal 5 jaar landelijk, waarbij 30% zelfs langer dan 5 jaar duurt. 13 |
|
5.4 Wat gaan we daarvoor doen en hoe volgen we de resultaten? Voor schuldenrust zetten we de komende periode in op:
We werken verder aan het optimaliseren van het schuldhulpverleningsproces door meer snelheid te brengen in trajecten, de begeleiding van inwoners te intensiveren (meer gesprekken en meer maatwerk op wat nodig is, in plaats van één geldende afspraak voor alle inwoners) en te zorgen dat er één centraal contactpersoon komt voor de inwoner (dit is nu nog versnipperd over meerdere personen). Daarnaast werken we door aan de verdere implementatie van de landelijke afspraken basisdienstverlening, inclusief het verder implementeren van specifieke dienstverlening aan de in de basisdienstverlening genoemde doelgroepen. Beide activiteiten zijn al gestart in 2024, maar lopen door in deze planperiode. De verwachting voor de basisdienstverlening is dat hier de komende jaren (2025-2028) nog de nodige ontwikkelingen en landelijke aanscherpingen op komen. We gaan snellere trajecten realiseren door o.a. op kortere termijn een eerste gesprek te bieden, en door minder overdrachten in het proces zelf. Dit betekent voor inwoners sneller duidelijkheid en daarmee rust. Door verder te gaan werken met meer begeleiding door één centraal contactpersoon zorgen we voor overzicht en opnieuw voor rust doordat inwoners nauwer contact hebben met dezelfde persoon. Dit sluit ook aan op de landelijke ontwikkelingen rondom basisdienstverlening (maximale doorlooptijd fasen schuldhulpverlening) en op de voorstellen vanuit eerder genoemde onderzoeken waarbij wordt ingezoomd op het belang van het hebben van grip en overzicht. Daarnaast is het cruciaal dat ook landelijk steeds gewerkt blijft worden aan het ontlasten van mensen door continu te kijken hoe ICT (systemen) hieraan optimaal gaan bijdragen. 14 Proactieve dienstverlening heeft landelijk de aandacht door onder andere het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening (dat in 2025 waarschijnlijk in werking zal treden). Waar het kan denken we proactief mee aan landelijke tafels en doen we mee aan landelijke pilots om zaken uit te proberen en te testen. Feitelijk is dit een voortzetting van de weg die we in de vorige planperiode al ingeslagen zijn. We verwachten echter ook hier in 2025-2028 nog de nodige ontwikkelingen.
Periodiek ontvangen we meldingen welke inwoners met een uitkering meer dan zes maanden achterstand op de betaling van de zorgverzekering hebben. Naar aanleiding van deze meldingen zoeken we actief contact en gaan we in gesprek. Dit doen we vanuit het principe dat we weten dat de achterstand op de betaling van de zorgverzekering in bijna alle gevallen een indicatie is dat er problematische schulden zijn en curatieve schuldhulpverlening nodig is. Deze werkwijze zetten we ook in bij signalen van beslag op de uitkering.
Zoals al onder vroegsignalering is vermeld zetten we het brede bestaanszekerheidsgesprek in en onderzoeken we hoe dit gesprek ook voor alle aanmeldingen Schuldhulpverlening verder vormgegeven kan worden. Het bestaanszekerheidsgesprek is een gesprek met inwoners met een uitkering waarin gekeken wordt hoe het met de inwoner gaat op allerlei leefgebieden (wonen, gezondheid, veiligheid, financiën etc.). Er wordt onder andere besproken of er sprake is van geldzorgen en/of schulden en of iemand wel alles ontvangt waar hij of zij voor in aanmerking komt. Daarbij wordt ook gekeken naar de achtergrond van de problemen. Er is bijvoorbeeld aandacht voor mentale problemen, het kunnen rondkomen met weinig middelen, eventuele verslavingsproblematiek etc. Vanuit de gezamenlijkheid verbinden we hierop met het wijkteam (welke ondersteuning kunnen zij bieden bij dit soort problemen) en met de Wmo voor bijvoorbeeld begeleiding. We besteden hier meer aandacht aan en wijzen actief door.
Niet alleen in het voortraject maar ook tijdens curatie is de samenwerking met vrijwilligersorganisaties en de keten (denk aan lokale informele partners, wijkteams, Schuldhulpmaatje, Humanitas etc.) van belang. Zij melden inwoners soms ook aan, maar staan de inwoner ook bij met hulp en ondersteuning tijdens deze fase. Deze samenwerking blijft daarom onverminderd van belang.
Met de volgende indicatoren volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die we met de ingezette activiteiten willen bereiken: |
||||
|
Proactieve dienstverlening voor bijstandsgerechtigden met zorgverzekeringsschulden en beslagleggingen |
||||
|
*de wettelijke termijn bedraagt 4 weken **de gemiddelde schuld heeft een link met vroegsignalering én curatie. Bij curatie zegt deze indicatie met name iets over de snelheid van het proces (schulden lopen daarmee niet onnodig nog langer op) Voor perspectief zetten we de komende periode in op:
Nog te veel mensen zoeken geen hulp bij het oplossen van hun schulden. De komende jaren is er dan ook wederom inzet op het vergroten van het bereik. We versterken de samenwerking met onze lokale partners door het werken op locatie uit te breiden en aanwezig te zijn op vindplaatsen zodat we gezamenlijk de situatie kunnen aanpakken. Dit is ook een speerpunt van het nieuwe kabinet op het gebied van armoede en schulden en geldt ook voor de samenwerking met de aanwezige partners op het SamenWerkplein. We breiden deze partners verder uit en maken concrete afspraken over hoe samen te werken bij individuele casussen. We ontlasten hierbij de inwoner door te zorgen voor warme overdrachten een verbinding. Deze lijn trekken we door naar de samenwerking met beschermingsbewindvoerders. We vergroten onze regierol op schulden door de samenwerking met beschermingsbewindvoerders te verstevigen (het periodieke overleg voort te zetten en afspraken te bestendigen in een convenant) en zodoende de doorstroom van schuldenbewind naar schuldhulpverlening te verbeteren. Hiermee lopen we vooruit op dit onderdeel van basisdienstverlening. Ter ondersteuning aan bovenstaande wordt er een leerlijn schuldhulpverlening ontwikkeld om de kennis over schuldhulpverlening zowel intern als bij externe partners en instellingen te vergroten. De resultaten monitoren we via de metingen van het aantal nieuw gestarte trajecten.
Met de volgende indicatoren volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die we met de ingezette activiteiten willen bereiken: |
||||
|
10% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459) |
20% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459) |
|||
|
In 75% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject* afgesloten |
In 90% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatie-traject* afgesloten |
|||
|
In 85% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelings-traject afgesloten** |
In 90% van de gevallen wordt succesvol een schuld-regelingstraject afgesloten** |
|||
|
* Stabilisatie: Onder een positieve afsluiting wordt verstaan: de schulden zijn afbetaald, er is een betalingsregeling getroffen, de schulden zijn geherfinancierd of overdracht naar schuldregeling. ** Succesvol schuldregelingstraject: Een schuldregeling is geslaagd als er een saneringskrediet wordt toegekend, een schuldbemiddeling wordt gestart of als een Wsnp-verklaring wordt afgegeven. |
||||
Na het succesvol afronden van een schuldregelingstraject wordt nazorg geboden. Nazorg is een essentieel onderdeel van de schuldhulpverlening dat als doel heeft de inwoner te ondersteunen bij de start van een schuldenvrij leven, ervoor te zorgen dat de inwoner duurzaam uit de schulden blijft én terugval waar mogelijk te voorkomen. Goede nazorg kan ook worden gezien als, door goede nazorg te bieden kunnen nieuwe financiële problemen voorkomen worden.
De eerste stappen voor nazorg worden nog tijdens het schuldhulpverleningstraject genomen in de vorm van de begeleiding en budgetcoaching, die geboden wordt om de financiële vaardigheden te verbeteren. Naarmate de aflossing vordert worden de eerste gesprekken gevoerd over de situatie na de schuldregeling.
Nazorg is maatwerk en afhankelijk van de persoonlijke situatie en behoefte. Sommige inwoners hebben baat bij ondersteuning op andere leefgebieden, zoals psychische en/of fysieke gezondheid en welzijn, om nieuwe schulden te voorkomen. In andere gevallen is nog een tijd inkomensbeheer nodig of extra ondersteuning en training van de financiële vaardigheden. In weer andere gevallen volstaat het om vinger aan de pols te houden voor een korte periode.
Omdat goede nazorg een goede afstemming vraagt tussen de uitvoering door de GR Sociaal en de lokale aansluiting met partijen in het sociaal domein die veelal via de gemeenten worden gefinancierd (of waar gemeenten afspraken mee hebben) hebben de GR Sociaal en de gemeenten op dit onderdeel bewust één gezamenlijk streven geformuleerd. Voor zover tekst enkel over de GR Sociaal gaat, staat dit zoals al eerder in dit beleidsplan gedaan, in een paars gearceerde achtergrond.
In 2024 is het samenwerkingsproces tussen de GR Sociaal en het Bonkelaarhuis, als het gaat om nazorg, in gezamenlijk overleg doorgenomen, aangescherpt en vastgelegd. Daardoor is het duidelijk wie wat wanneer doet als het gaat om nazorg aan inwoners van Sliedrecht.
Uitgangspunt is de situatie en behoefte van de inwoner. Deze overlegt in eerste instantie met de schuldhulpverleningsconsulent van de SDD wat nodig is om schuldenvrij te blijven, ook na het aflossen van de schuld. Indien nodig wordt er daarna een driegesprek georganiseerd tussen de schuldhulpverleningsconsulent, de inwoner en de partij of partijen wiens ondersteuning gewenst is na het afronden van het schuldhulpverleningstraject. Als blijkt dat er nog ondersteuning nodig is op het gebied van financiële kennis en vaardigheden dan vindt er samenwerking en overdracht plaats naar de budgetcoach van het Bonkelaarhuis.
De afgelopen vier jaar hebben we nazorg gezamenlijk vormgegeven. Met ‘we’ bedoelen we gemeente, GR Sociaal/sociale dienst Drechtsteden en partners. Samen is er gekeken naar de best mogelijke invulling en ondersteuning van inwoners via nazorg. Nazorg is dan ook vormgegeven als integrale maatwerkaanpak en wordt in samenwerking met de keten in de gemeente uitgevoerd.
6. 4 Wat streven we gezamenlijk (gemeenten en GR) na voor de komende 4 jaar?
Ondanks de genoemde landelijke informatie in de vorige paragraaf, vinden we het regionale cijfer van 21% recidive nog altijd vrij fors. Het maakt duidelijk dat nazorg belangrijker dan ooit is. Het schuldenvrij blijven met daardoor ook een betere (financiële) toekomst, is van cruciaal belang.
Ten eerste willen mensen niet nogmaals in dezelfde zware situatie terechtkomen.
Ten tweede, schulden belemmeren positieve ontwikkelingen op allerlei andere levensdomeinen, zoals mee kunnen doen aan de samenleving en in goede gezondheid blijven.
Nu de schuldregelingstrajecten zijn verkort van 36 maanden naar 18 maanden is goede nazorg nog belangrijker. Niet iedereen heeft na 18 maanden al weer alles goed op een rij of voldoende grip op zijn of haar geldzaken.
Omdat een goede uitvoer van nazorg een goede afstemming vraagt tussen de uitvoer door de GR Sociaal en de lokale uitvoer door partijen in het sociaal domein hebben de GR Sociaal en de gemeenten op dit onderdeel een gezamenlijk streven geformuleerd.
De komende vier jaar heeft dit dan ook een centrale plek in onze aanpak en streven we het volgende na:
6. 5 Wat gaan we daarvoor doen en hoe volgen we de resultaten?
We zetten de ingezette werkwijze van nazorg voort en ontwikkelen deze door aan de hand van praktijksignalen en uitbreiding van doelgroepen. Omdat nazorg steeds belangrijker wordt (ook vanwege de verkorting van de curatietermijn naar 18 maanden) gaan we in de komende planperiode nadrukkelijker aandacht besteden aan het succesvol afronden van de ingezette minnelijke trajecten 15 met de volgende activiteiten:
Daarnaast monitoren we de ontwikkelingen op het gebied van terugval (recidive) in de schulden bij succesvol doorlopen schuldhulpverlening. Dit doen we door te monitoren op het aantal mensen dat zich wederom meldt bij schuldhulpverlening binnen een periode van drie jaar. Nazorg is in die zin ook een vorm van preventie; door goede nazorg wordt immers terugval voorkomen.
Lokaal monitoren we hoeveel inwoners met een (afrondend) minnelijk traject worden doorverwezen naar de budgetcoach voor aanvullende ondersteuning, wat voor ondersteuning er nodig is voor deze groep en of en wanneer deze groep succesvol is uitgestroomd uit het ondersteuningstraject van de budgetcoach.
Met de volgende indicatoren volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die we met de ingezette activiteiten willen bereiken. De indicator wordt door de GR Sociaal gemeten, vandaar dat deze in een paars gearceerde achtergrond staat:
*Het is een nieuwe nulmeting, omdat de meting tot nu toe altijd over binnen 5 jaar terugval ging. Doordat de curatie echter ingekort is naar 18 maanden kiezen we ervoor om ook de meting te verkorten naar 3 jaar, zodat dit beter aansluit en we sneller zicht hebben na uitstroom uit de kortere periode van schuldhulpverlening.
Op dit moment geeft de gemeente Sliedrecht de volgende bedragen uit aan de inzet van de GR Sociaal op schuldhulpverlening, zie tabel 7.1 Tussen de GR sociaal en de Drechtsteden is afgesproken dat de inzet van de GR Sociaal op dit beleidsplan niet leidt tot hogere uitgaven (behoudens eventuele indexaties op budgetten). Goed om te weten: Door de invoering van de nieuwe BBV-regelgeving zal de kostenverdeling vanaf 2026 worden herzien. Dit leidt tot een aanpassing van de begrote apparaatskosten per product en per gemeente. Daardoor kunnen dus verschillen ontstaan in onderstaand overzicht en de begroting/bijdrage aan de GR sociaal voor schuldhulpverlening 2026. In principe zijn dit geen verhogingen, maar herverdelingen.
|
GR Sociaal 16 |
|
|
(o.a. lidmaatschap en certificering NVVK; budgettraining DaVinci; toegang BKR; Geldfit/NSR; toegang schuldenknooppunt; uitvoer saneringskredieten). |
|
Op basis van dit beleidsplan wordt de functie van de budgetcoach (Bonkelaarhuis) vanaf 2026 bekostigd uit structurele middelen. De budgetcoach is een belangrijke laagdrempelige voorziening voor inwoners met vragen rondom geld, juist ook om schulden te voorkomen. En de budgetcoach is een belangrijke lokale voorziening als het gaat om nazorg aan inwoners die een schuldhulpverleningstraject goed hebben afgerond (wettelijke plicht).
Dit blijkt ook uit de tussenevaluatie van het plan van aanpak "Sliedrechters schuldenvrij en actief", dat tegelijkertijd met dit beleidsplan wordt aangeboden aan de gemeenteraad.
*De begrotingspost inzake het juridisch loket is een voorlopig begrootte post. Deze kan als kaderstellend worden beschouwd, we zullen er niet overheen gaan. Er zijn op dit moment ontwikkelingen gaande rond het juridisch loket die ertoe kunnen leiden dat we daar uitgaven voor moeten gaan doen. Indien deze uitgaven zich niet of in mindere mate voor gaan doen zal dit budget worden ingezet voor de focuspunten in het beleid.
De begrote posten 'communicatie-activiteiten' en 'focuspunten beleidsplan' betreffen gereserveerde budgetten voor activiteiten die we op dit moment nog niet ondernemen, maar mogelijk wel willen gaan ondernemen vanuit dit beleidsplan. Het doel van het opnemen van deze uitgaven is om het mogelijk te maken om nieuwe activiteiten op te zetten en te kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld aanvullende flyers of folders bij de geldkrant of activiteiten gericht op financiële educatie van jongeren. Omdat we budgetneutraal willen uitvoeren zullen de activiteiten, naast inhoudelijke voorwaarden, passend moeten zijn binnen het gestelde budget.
Er zal een uitgebreide tussenevaluatie plaatsvinden halverwege de looptijd van het beleid. De raad ontvangt deze evaluatie met daarin informatie over de stand van zaken, de tot dan toe behaalde resultaten en informatie over klantervaringen- en tevredenheid. De landelijke ontwikkelingen zullen ook meegenomen worden. Voor het totaaloverzicht is als bijlage 4 bij dit plan nogmaals een compleet overzicht van alle benoemde resultaten en indicatoren in hoofdstuk 3 tot en met 6 toegevoegd.
Bijlage 1 Het wettelijk kader en stelsel van schuldhulpverlening
Het stelsel rondom schulden kent een wettelijke kader van vier verschillende wetten, te weten:
De Wgs en de Wsnp betreffen de twee hoofdwetten en vormen het minnelijk (gemeentelijk) traject (Msnp) en het wettelijk (rechtbank) traject (Wsnp). Zie ook figuur 1.
De verschillende wetten staan met elkaar in verbinding maar deze verbinding is niet optimaal en behoeft verbetering. Zo is in principe de Wgs voorliggend aan de Wsnp maar zijn er uitzonderingen. En schuldenbewind is in principe bedoeld als flankerende dienstverlening met ondersteuning en doorstroom naar de minnelijke (gemeentelijke) of de wettelijke schuldsanering, maar in de praktijk gebeurt dat niet altijd.
De rechtbank spreekt een Wsnp uit met Wsnp-bewindvoering. En de rechtbank is degene die beschermingsbewind (schuldenbewind) kan toekennen EN toeziet op de kwaliteit van dit schuldenbewind. Gemeenten hebben daarbij het recht om advies te geven op de vraag of er wel of geen schuldenbewind ingezet moet worden, mede omdat de rekening voor schuldenbewind (grotendeels) door gemeenten worden betaald.
Andere aanverwante wetgeving die van toepassing is, zijn o.a. de Wet op het consumentenkrediet (Wck), de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Faillissementswet, de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet etc.
De verantwoordelijkheid, toezicht op en uitvoering van deze wetten ligt versnipperd.
Zo zijn er twee ministeries betrokken (Sociale Zaken & Werkgelegenheid en Justitie & Veiligheid) en daarnaast gemeenten, de Rechtspraak en externe marktpartijen (bewindvoerders Wsnp en beschermingsbewindvoerders).
Verder hebben we bij schuldhulpverlening te maken met schuldeisers, schuldenaren, vrijwilligers en uiteraard de sociaal wijkteams en overige samenwerkingspartners.
Figuur 1: Routekaart schuldhulpverleningsstelsel
*Bron: Rijksoverheid IBO problematische schulden 2024
De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
De wettelijke bepalingen omtrent de gemeentelijke (minnelijke) schuldhulpverlening zijn terug te vinden in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De Wgs is sinds 1 juli 2012 van kracht en verplicht gemeenten regie te voeren en te zorgen voor integrale schuldhulpverlening waaronder nazorg. Dit houdt in dat er niet alleen aandacht moet zijn voor het oplossen of beheersbaar maken van de financiële problemen maar ook van de omstandigheden die hiermee verband houden.
In 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening uitgebreid met taken op het gebied van vroegsignalering. Het vroegtijdig signaleren en bereiken van inwoners met betalingsachterstanden dan wel (problematische) schulden is hiermee een wettelijke taak geworden voor gemeenten én vaste lastenpartners. 17 Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4 vroegsignalering.
De Wgs is een kaderwet, gemeenten moeten in een beleidsplan vastleggen hoe zij binnen die kaders schuldhulpverlening bieden. In dit beleidsplan, met een duur van ten hoogste vier jaar, moet worden aangegeven:
Kaders curatieve schuldhulpverlening
Curatieve schuldhulpverlening wordt uitgevoerd aan de hand van de gestelde wettelijke kaders van de Wgs en de landelijke richtlijnen van de NVVK. Dit zijn landelijke regels en uitvoeringskaders op basis waarvan de gemeenten in Nederland de curatieve schuldhulpverleningstrajecten zoals de schuldregeling, budgetbeheer, stabilisatie of de doorgeleiding richting het wettelijke traject (Wsnp) uitvoeren.
Voor de trajecten geldt dat deze specifiek zijn vormgegeven aan de hand van termijnen, afspraken met schuldeisers, convenanten, verbinding met andere wetgeving etc. Hieronder valt bijvoorbeeld de aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling, de inzet van dwangmiddelen in een schuldregeling uit de Faillissementswet, de berekening van de afloscapaciteit conform de Vrij te laten bedrag (VTLB) berekening van de Recofa (het landelijk overlegorgaan van rechter- commissarissen) etc. Bovendien betekent het lidmaatschap van de NVVK een kwaliteitskeurmerk door de uitgebreide audits die worden uitgevoerd, zie ook bijlage 3 Kwaliteitseisen.
Bijlage 2 Fasen van schuldhulpverlening
Voorkomen is beter dan genezen. Met preventie wordt bedoeld het voorkomen van financiële problemen door van tevoren in actie te komen. Preventie kan ook worden ingezet om grotere financiële problemen of herhaling te voorkomen. Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die er op gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en hun financiën op orde kunnen houden. Dit doen we door te pro-actief te handelen en aandacht te hebben voor de achterliggende oorzaken van financiële problemen en schulden.
Vroegsignalering is het vroegtijdig signaleren van financiële problemen en hulp aan te bieden. vroegsignalering is dé manier om te voorkomen dat betalingsachterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot (problematische) schulden. Per 1 januari 2021 is de Wgs gewijzigd en door deze wetswijziging is vroegsignalering een wettelijke taak voor gemeenten geworden. Op basis van signalen van zorgverzekeraars, energiebedrijven, verhuurders en drinkwaterbedrijven moet de gemeente inwoners met betalingsachterstanden benaderen en hulp aanbieden. De genoemde vaste lastenpartners zijn ook wettelijk verplicht om signalen van beginnende schulden te delen met gemeenten.
Curatieve schuldhulpverlening is gericht op het stabiliseren en oplossen van schuldenproblematiek met als doel inwoners met (problematische) schulden te helpen aan een schuldenvrije én blijvende toekomst. Met problematische schulden wordt bedoeld, de situatie 18 waarin te voorzien is dat iemand schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. In ieder geval de situatie waarin niet binnen 36 maanden alle openstaande vorderingen betaald kunnen worden (met een betalingsregeling).
Na een aanvraagt start de schuldhulpverlening binnen 10 werkdagen voor een reguliere aanvraag.
Als er sprake is van een crisissituatie start de hulpverlening uiterlijk 3 werkdagen. Bij gezinnen met kinderen waarbij sprake is van een dreigende huisuitzetting wordt altijd direct actie ondernomen onverlet de omstandigheden.
Voor wat betreft crisisinterventie zijn er in de Drechtsteden tussen gemeenten, woningcorporaties, de Dienst Gezondheid & Jeugd en de GR Sociaal specifieke afspraken gemaakt voor dreigende huisuitzettingen. Voor afsluiting van gas, water en elektriciteit geldt landelijke wetgeving die verwerkt is in landelijke convenanten van de NVVK.
Naast deze werkwijze kan er tevens door schuldhulpverlening een moratorium worden aangevraagd bij de rechtbank. Dit geeft de schuldhulpverlening de tijd om de hulpverlening en regeling op te zetten, waarbij er maximaal 6 maanden geen huisuitzetting of afsluiting mag plaatsvinden.
De start is het intakegesprek waarin de hulpvraag, (schulden) situatie, motivatie en vaardigheden wordt vastgesteld. Het intakegesprek is de start van de oriëntatiefase. Deze is bedoeld om inzicht te krijgen in de financiële en persoonlijke situatie van de inwoner. Ook wordt onderzocht of er sprake is van andere bredere problematiek en of andere flankerende hulpverlening of ondersteuning nodig is. Dit alles wordt vastgelegd in een plan van aanpak waarin helder wordt aangegeven welk traject er ingezet wordt, wat er nog nodig is of moet gebeuren en het tijdspad. Na de oriëntatiefase zijn er vier mogelijke vervolgopties:
Duurzame financiële dienstverlening: Voor het beheersbaar maken van de situatie en het voorkomen van escalatie wanneer een stabilisatietraject of schuldregeling (nog) niet mogelijk is. Dit biedt ook ondersteuning in situaties met weinig of geen perspectief op een schuldenvrije toekomst (bijvoorbeeld door fraudeproblematiek).
Schuldregeling en aflossing: saneringskrediet of schuldbemiddeling
De daadwerkelijke minnelijke schuldregeling volgt op het stabilisatietraject. Tijdens de schuldregeling wordt onderhandeld en geprobeerd overeenstemming te bereiken met de schuldeisers. Als alle schuldeisers akkoord gaan met het aanbod, is de schuldregeling geslaagd en gaat de inwoner gedurende 18 maanden lang aflossen.
Er zijn twee vormen van schuldregeling: (1) schuldbemiddeling en (2) saneringskrediet. Beide vormen zijn in de regel op basis van finale kwijting. Dat wil zeggen alleen het deel dat de inwoner kan aflossen wordt terugbetaald en de rest wordt kwijtgescholden. De voorkeur gaat uit naar saneringskrediet vanwege: minder administratieve lasten, snellere afhandeling en meer duidelijkheid en voordelen voor de inwoner en schuldeiser.
De schuldeiser kan de boeken sluiten en de inwoner kan zich bijvoorbeeld weer direct aanvullend verzekeren bij de zorgverzekeraar. In 2024 is de verhouding in de Drechtsteden ongeveer 80% saneringskrediet en 20% schuldbemiddeling.
Een saneringskrediet en schuldbemiddeling kennen beide een aflostermijn van 18 maanden en op beide varianten wordt het afkoopbedrag afgelost in deze periode. Bij beide trajecten is er begeleiding gedurende de aflosperiode in de vorm van periodieke gesprekken. Het verschil is dat bij een schuldbemiddeling er door de GR Sociaal gespaard wordt gedurende de 18 maanden aflossing en periodiek na hercontroles wordt uitbetaald aan schuldeisers. Bij een saneringskrediet wordt het overeengekomen afkoopbedrag direct uitbetaald aan de schuldeisers via het krediet. De inwoner lost vervolgens gedurende 18 maanden het saneringskrediet af.
Als een minnelijke schuldregeling mislukt, bijvoorbeeld door gebrek aan medewerking van de schuldeisers, wordt allereerst gevraagd aan schuldeisers om hun weigering te heroverwegen. Indien dit niet gebeurt kunnen er of dwangmiddelen vanuit de Faillissementswet ingezet worden als het dwangakkoord. In dat geval kan de rechter besluiten om de schuldeisers alsnog te dwingen mee te werken met de minnelijke schuldregeling. De laatste mogelijkheid is het indienen van het verzoek bij de Rechtbank om toegelaten te worden tot de Wsnp. Bij dit verzoek moet ook een “Wsnp- verklaring” van de GR Sociaal worden ingediend. Daarmee wordt aangegeven dat een minnelijke schuldregeling niet mogelijk is.
Om dreigende situaties als een huisuitzetting tijdens de periode van het verzoek tot toelating tot het wettelijk Wsnp-traject te voorkomen, kan bij de rechtbank een voorlopige voorziening worden aangevraagd. Tot het moment van de uitspraak mogen schuldeisers hun rechten niet uitoefenen. Gedurende dit hele proces kan budgetbeheer worden geboden: het (tijdelijk) beheren van de financiën van de klant, waardoor de betaling van de vaste lasten zeker gesteld worden.
Na het succesvol afronden van een schuldregelingstraject wordt nazorg geboden. Nazorg is een essentieel onderdeel van de schuldhulpverlening met als doel de inwoner te ondersteunen bij de start van een schuldenvrij leven, ervoor te zorgen dat de inwoner duurzaam uit de schulden blijft én terugval waar mogelijk te voorkomen. De memorie van toelichting van de Wgs plaatst nazorg in het kader van preventie, door goede nazorg te bieden kunnen nieuwe financiële problemen voorkomen worden.
Zes maanden voorafgaand aan het einde van het schuldregelingstraject wordt er reeds gestart met het gesprek over nazorg. De schuldhulpverlener stelt samen met de inwoner een plan van aanpak op waarbij gekeken wordt naar de persoonlijke en financiële situatie en de behoefte/noodzaak voor ondersteuning na afronding van het traject. Vervolgens betrekt de schuldhulpverlener afhankelijk van de uitkomsten van het gesprek en de behoefte van de inwoner, de schuldenketen om te zorgen voor een warme overdracht. De eerste stap voor deze overdracht gebeurt via een driegesprek tussen schuldhulpverlener, schuldenketenpartner en inwoner. Schulden houden immers vaak verband met andersoortige problematiek, waardoor samenwerking en het inzetten van elkaars expertise essentieel is in de ondersteuning van kwetsbare inwoners.
In de periode die volgt zal er samen worden opgetrokken door de ketenpartner en de GR Sociaal om zorg te dragen voor een soepele en warme overdracht na afloop van het schuldregelingstraject. Afspraak is ook dat er altijd een waakvlam blijft. Indien hulp van de GR Sociaal tijdens of na afloop van de nazorg door de schuldenketen nodig is, is dit te allen tijde beschikbaar.
Bijlage 3 Kwaliteitseisen, juridische aspecten en wachttijden (curatie)
De branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK) heeft kwaliteitsnormen ontwikkeld in de vorm van de gedragscodes schuldregelen, budgetbeheer en sociale kredietverlening. De SDD is lid van - en werkt conform de gedragscodes van de NVVK. De SDD is sinds 2014 in het bezit van het NVVK- certificaat. De NVVK toetst eens per drie jaar met onafhankelijke auditoren de kwaliteit van dienstverlening van haar leden. Door de audit wordt zichtbaar gemaakt dat de leden allemaal en altijd aan uniforme en controleerbare kwaliteitseisen voldoen en dus kwalitatief goede schuldhulpverlening bieden. Dat maakt het makkelijker om met schuldeisers tot goede afspraken te komen over het zo snel en goed mogelijk oplossen van schuldsituaties.
Bovendien betekent het lidmaatschap van de NVVK een kwaliteitskeurmerk door de uitgebreide audits die worden uitgevoerd.
Juridische aspecten en wachttijden
Sinds de invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is de schuldhulpverlening een publieke taak en heeft deze een bestuursrechtelijk kader. Dat betekent dat alle besluiten die genomen worden rondom een hulpvrager, (zoals het doen van een aanbod, het afwijzen van een verzoek tot toelating tot schuldhulpverlening of een (tussentijdse) beëindiging van een schuldhulpverleningstraject), onder de Algemene wet bestuursrecht vallen (Awb). Dat betekent dat al deze besluiten kenbaar moeten worden gemaakt aan hulpvrager met een beschikking.
Op grond van de Awb kunnen de ontvangers van het besluit bezwaar (en beroep) aantekenen. De termijnen van de Awb gelden dus ook voor de schuldhulpverlening. De inhoud van de dienstverlening (de afgesproken schuldhulptrajecten) is privaatrechtelijk geregeld. De afspraken met de inwoner worden contractueel in een overeenkomst vastgelegd.
Er zijn allerlei landelijke regels en uitvoeringskaders op basis waarvan de gemeenten in Nederland de curatieve schuldhulpverleningstrajecten zoals de schuldregeling, budgetbeheer, stabilisatie of de doorgeleiding richting het wettelijke traject (Wsnp) uitvoeren. Voor de trajecten geldt dat deze specifiek zijn vormgegeven aan de hand van termijnen, afspraken met schuldeisers, convenanten, verbinding met andere wetgeving etc. Hieronder valt bijvoorbeeld de aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling, de inzet van dwangmiddelen in een schuldregeling uit de Faillissementswet, de berekening van de afloscapaciteit conform de Vrij te laten bedrag (VTLB) berekening van de Recofa (het landelijk overlegorgaan van rechter-commissarissen) etc.
De wet stelt daarmee eisen aan de wacht- en doorlooptijden. Voor het reguliere aanbod geldt een maximale wachttijd van vier weken voor de periode tussen de melding en het moment dat de hulpvraag wordt vastgesteld via het eerste gesprek. De doelstelling die de GRS hiervoor hanteert is veel korter, namelijk een termijn van 10 werkdagen. In het geval van vroegsignalering gelden andere wachttijden. In de aangepaste Wgs is bepaald dat er maximaal 4 weken mag zitten tussen het moment waarop een inwoner aangeeft met de gemeente in gesprek te willen en het daadwerkelijke gesprek.
Bijlage 4 Totaaloverzicht beoogde resultaten en indicatoren
Aantal mede gebaseerd op het feit dat er in een casus ook de mogelijkheid moet zijn voor een vrijwilliger om van betekenis te kunnen zijn (niet te complex).
Effect activiteit "Geldzorgen op de werkvloer"
We volgen het project "Geldzorgen op de werkvloer" waarbij we onder andere kijken naar; hoeveel ondernemers er zijn bereikt en op basis daarvan hoeveel signalen zijn er binnen gekomen over werknemers met financiële problemen (die dus nu geholpen kunnen worden). Op basis daarvan overwegen we de aanpak met één jaar te verlengen. Het lange termijn doel is dat werkgevers zelf mee gaan betalen aan deze aanpak.
We gaan werken met een jaarlijkse communicatiekalender waarin de communicatie-activiteiten staan beschreven en hoe we meten wat het effect is geweest van deze communicatie-activiteiten (in ieder geval qua bereik), inclusief communicatiemomenten naar zelfstandig ondernemers.
In de evaluatie van het beleidsplan wordt deze informatie opgenomen.
De komst van een kind: nieuw financieel evenwicht
In deze beleidsperiode wordt vanuit jeugd de zorgroute -9 mnd tot 2 jaar ontwikkeld met alle partners die daarbij betrokken zijn. Daarin wordt dit thema meegenomen. Daarbij wordt ook afgestemd met de activiteiten uit kansrijke start. Indien dit tot aangepaste of nieuwe activiteiten leidt wordt dit meegenomen in de evaluatie van het beleidsplan met daarbij, indien al mogelijk, evaluatie van de uitgevoerde activiteiten onder de doelgroep (ervaring, wat geleerd). Waar mogelijk geven we opdracht voor of stimuleren we het inzetten van bewezen best practises (van bijvoorbeeld de VNG of Divosa).
Financieel vaardig voor je 18de
We gaan in gesprek met de scholen in Sliedrecht waarbij het streven is dat er gedurende de beleidsperiode op tenminste één maar bij voorkeur meerdere of alle scholen samenhangende activiteiten rondom financiële educatie lopen of zijn uitgevoerd. Er zijn op dit moment al scholen die activiteiten uitvoeren, bijvoorbeeld rondom de week van het geld. Het streven is dan om deze activiteiten meer in samenhang te brengen met bijvoorbeeld (communicatie-)activiteiten vanuit de gemeente, het Bonkelaarhuis, het jongerenwerk en andere scholen.
We gaan in gesprek met het jongerenwerk waarbij het streven is dat er gedurende de beleidsperiode meerdere activiteiten zijn uitgevoerd door het jongerenwerk rondom financiële educatie (waar mogelijk in samenhang met de scholen).
We zetten daarbij in op een evaluatie van de uitgevoerde activiteiten onder de doelgroep (ervaring, wat geleerd). Waar mogelijk geven we opdracht voor of stimuleren we het inzetten van bewezen best practises (van bijvoorbeeld de VNG of Divosa).
In de evaluatie van het beleidsplan wordt deze informatie opgenomen.
Overige signaalpartners: gedurende de beleidsperiode monitoren we ook of het Rijk extra signaalpartners toestaat en monitoren we vervolgens of deze zijn toegevoegd voor de gemeente Sliedrecht
Aantal doorverwijzingen naar schuldhulpverlening
Resultaat; gedurende de beleidsperiode monitoren we het aantal doorverwijzingen van vroegsignalering naar schuldhulpverlening; indien dit plaatsvindt proberen we te achterhalen waarom een doorverwijzing nodig was en wat we hadden kunnen doen om er eerder bij te zijn.
We zetten de ingezette werkwijze van nazorg voort en ontwikkelen deze door aan de hand van praktijksignalen en uitbreiding van doelgroepen. Omdat nazorg steeds belangrijker wordt (ook vanwege de verkorting van de curatietermijn naar 18 maanden) gaan we in de komende planperiode nadrukkelijker aandacht besteden aan het succesvol afronden van de ingezette minnelijke trajecten 19 met de volgende activiteiten:
Voortijdig beëindigen: leren wat kan beter
Indien een traject tussentijds (voortijdig) beëindigd wordt, gaan we na wat de oorzaak of reden is van uitval, hoe dit voorkomen kan worden, waar meer aandacht voor moet zijn en welke hulp (extra) ingezet kan worden; Met de uitkomst leren we wat anders kan en bepalen we gezamenlijk welke mogelijkheden er zijn om nazorg hier meer op in te richten en wat er lokaal gedaan kan worden met andere partners om meer grip te krijgen en uitval te voorkomen;
Daarnaast monitoren we de ontwikkelingen op het gebied van terugval (recidive) in de schulden bij succesvol doorlopen schuldhulpverlening. Dit doen we door te monitoren op het aantal mensen dat zich wederom meldt bij schuldhulpverlening binnen een periode van drie jaar. Nazorg is in die zin ook een vorm van preventie; door goede nazorg wordt immers terugval voorkomen.
Lokaal monitoren we hoeveel inwoners met een (afrondend) minnelijk traject worden doorverwezen naar de budgetcoach voor aanvullende ondersteuning, wat voor ondersteuning er nodig is voor deze groep en of en wanneer deze groep succesvol is uitgestroomd uit het ondersteuningstraject van de budgetcoach
9. De budgetconsulent wordt tot en met 2025 betaald uit de tijdelijke financiële middelen voortvloeiend uit de motie Sliedrechters actief en schuldenvrij (Enecomiddelen; koers 2030).
In hoofdstuk 7 "Financiering , evaluatie en monitoring" vindt u informatie over hoe we deze functie vanaf 2026 willen bekostigen.
Aandachtspunt: Door de invoering van de nieuwe BBV-regelgeving zal de kostenverdeling vanaf 2026 worden herzien. Dit leidt tot een aanpassing van de begrote apparaatskosten per product en per gemeente. De eerdere kostenverdeling was verouderd, wat resulteerde in een onjuiste toewijzing. Daarnaast is de definitie van overhead gewijzigd, waardoor kosten voortaan vaker aan producten worden toegerekend in plaats van aan overhead. BBV staat voor Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-109650.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.