Verordening burgerinitiatieven gemeente Boekel 2026

De raad van de gemeente Boekel;

 

gezien het voorstel van de griffie d.d. 19 januari 2026;

 

Gelet op:

  • Artikel 149 van de Gemeentewet

Besluit:

 

Vast te stellen de

 

VERORDENING BURGERINITIATIEVEN GEMEENTE BOEKEL 2026

Artikel 1. Definitie

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    burgerinitiatief: een voorstel van één of meer ingezetenen van de gemeente Boekel dat erop gericht is een onderwerp op de agenda van de gemeenteraad te plaatsen, teneinde een besluit van de raad te bevorderen over een aangelegenheid die de gemeenschap rechtstreeks raakt.

  • 2.

    presidium: het presidium zoals bedoeld in artikel 4 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Boekel 2026.

  • 3.

    raadscommissie: een raadscommissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet;

  • 4.

    voorzitter: de voorzitter van de gemeenteraad.

Artikel 2. Doelgroep

Ingezetenen van de gemeente Boekel van zestien jaar en ouder kunnen een burgerinitiatief indienen.

Artikel 3. Onderwerp burgerinitiatief

Een burgerinitiatief kan niet worden ingediend over de volgende aangelegenheden:

  • 1.

    aangelegenheden die niet onder de bevoegdheid van de raad vallen;

  • 2.

    uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;

  • 3.

    gemeentelijke procedures;

  • 4.

    gemeentelijke organisatie;

  • 5.

    vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting;

  • 6.

    gemeentelijke belastingen en tarieven;

  • 7.

    besluiten over rechtspositionele regelingen;

  • 8.

    benoeming en ontslag van personen en functioneren van personen;

  • 9.

    voorstellen of beleidsvoorbereiding door het college;

  • 10.

    handelingen en gedragingen van de burgemeester, de wethouders of ambtenaren waartegen een klacht kan worden ingediend op grond van artikel 9 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • 11.

    aangelegenheden waartegen bezwaar kan worden aangetekend op grond van artikel 7:1, eerste lid, en afdeling 8.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • 12.

    aangelegenheden waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure openstaat of heeft opengestaan;

  • 13.

    een onderwerp waarover in de twee jaar voorafgaand aan het indienen van het initiatief door de raad een besluit is genomen;

  • 14.

    onderwerpen waarover de raad in diezelfde raadsperiode al een burgerinitiatief heeft behandeld of afgewezen;

  • 15.

    een uitsluitend individueel belang;

  • 16.

    een voorstel dat expliciet nadeel of schade oplevert voor specifieke bewonersgroepen.

Artikel 4. Ondersteuningsverklaringen

  • 1.

    Een burgerinitiatief moet, om in behandeling te kunnen worden genomen, worden ondersteund door:

    • a.

      ten minste 100 ingezetenen van zestien jaar en ouder, indien het initiatief betrekking heeft op de hele gemeente;

    • b.

      ten minste 50 ingezetenen van zestien jaar en ouder, indien het initiatief betrekking heeft op één wijk of kern.

  • 2.

    De ondersteuning als bedoeld in het vorige lid blijkt uit de plaatsing van een handtekening met vermelding van naam, adres en geboortedatum op een aan het burgerinitiatief gehecht vastgesteld formulier.

Artikel 5. Vorm en inhoud

  • 1.

    Het burgerinitiatief moet een voorstel aan de raad bevatten voor een door de raad te nemen besluit, voorzien van een motivering en bij voorkeur van een kostenraming.

  • 2.

    Het burgerinitiatief vermeldt de naam, het adres en de geboortedatum van ten minste één en ten hoogste drie personen die als vertegenwoordiger of vertegenwoordigers van het burgerinitiatief optreden.

Artikel 6. Wijze van indiening en agendering

  • 1.

    Een burgerinitiatief wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend.

  • 2.

    De voorzitter beoordeelt of het initiatief voldoet aan de in artikelen 3, 4 en 5 gestelde eisen en brengt het initiatief onverwijld ter kennis van de raad en het college.

  • 3.

    Een geldig verzoek leidt tot agendering van het burgerinitiatief voor de eerstvolgende commissie- en raadsvergadering waarvoor het presidium nog geen voorlopige agenda heeft vastgesteld.

  • 4.

    Indien de voorzitter constateert dat een burgerinitiatief niet voldoet aan één van de in artikelen 3, 4 en 5 gestelde eisen, stelt hij de initiatiefnemer gedurende een termijn van vier werken in de gelegenheid de vastgestelde gebreken te herstellen.

  • 5.

    Als naar het oordeel van het presidium het initiatief na het verstrijken van de in het vorige lid bedoelde hersteltermijn, niet voldoet aan de in de artikel 3, 4 en 5 gestelde eisen, wordt het burgerinitiatief niet in behandeling genomen. Dit wordt onverwijld ter kennis gebracht van de initiatiefnemers, de raad en het college.

Artikel 7. Intrekken van een burgerinitiatief

Een burgerinitiatief kan te allen tijde door de indieners worden ingetrokken tot dat de raad heeft besloten over het in behandeling nemen van het initiatief, zoals bedoeld in artikel 6, lid 3.

Artikel 8. Behandeling

  • 1.

    Het burgerinitiatief wordt behandeld in de commissie tot wiens werkterrein de inhoud van het burgerinitiatief behoort.

  • 2.

    De initiatiefnemer wordt uitgenodigd om de vergadering van de commissie bij te wonen.

  • 3.

    Indien de initiatiefnemer geen gehoor geeft aan de uitnodiging als bedoeld in lid 2, wordt het initiatief niet behandeld en stuurt de voorzitter van de commissie een tweede uitnodiging aan de initiatiefnemer.

  • 4.

    De initiatiefnemer geeft tijdens de vergadering een korte toelichting op het voorstel en beantwoordt de vragen van de commissie.

  • 5.

    Het burgerinitiatief wordt op gebruikelijke wijze in de commissie besproken en leidt tot een advies van de commissie aan de raad over het voorstel. De initiatiefnemer mag inspreken over het voorstel in de commissie.

  • 6.

    Indien de commissiebehandeling daartoe aanleiding geeft, wordt de initiatiefnemer in de gelegenheid gesteld om het voorstel voorafgaande aan de raadsbehandeling aan te passen. De aanpassing wordt door de initiatiefnemer voorzien van een toelichting.

Artikel 9. Communicatie

  • 1.

    De raad stelt de vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 5, lid 3, binnen twee weken na de datum van de raadsvergadering waarin de besluitvorming over het burgerinitiatief heeft plaatsgevonden in kennis van zijn besluit. Indien de raad geheel of gedeeltelijk afwijkt van het burgerinitiatief geeft hij de reden(en) daarvoor aan.

  • 2.

    Indien de raad geheel of gedeeltelijk overeenkomstig het burgerinitiatief besluit, deelt het college de vertegenwoordigers binnen twee weken na de raadsvergadering als bedoeld in het eerste lid mede wanneer met de uitvoering van het raadsbesluit zal worden gestart en bij welke medewerker van de gemeente Boekel de vertegenwoordigers nadere inlichtingen kunnen inwinnen.

Artikel 10. Onvoorziene omstandigheden

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing ervan, beslist het presidium. Indien deze omstandigheid zich voordoet tijdens een commissie- of raadsvergadering, beslist de commissie c.q. raad.

Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na datum bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening burgerinitiatieven gemeente Boekel 2026’.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Boekel, gehouden op 12 februari 2026.

De griffier,

L.M.C. Verheijen-Janssen

de voorzitter,

C.J.M. van den Elsen

Naar boven