Gemeenteblad van Someren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Someren | Gemeenteblad 2026, 107665 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Someren | Gemeenteblad 2026, 107665 | beleidsregel |
Gedragscode integriteit gemeenteraad Someren 2026
Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot het bestuursorgaan.
Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger.
In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.
De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf.
Politieke ambtsdragers hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een volksvertegenwoordiger gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer.
De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden.
Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht.
De voorliggende gedragscode is bestemd voor de raadsleden en commissieleden niet-zijnde raadsleden. Overal waar in deze gedragscode ‘raadslid/raadsleden’ staat geschreven, wordt, daar waar van toepassing, ook ‘commissielid/commissieleden niet-zijnde raadslid/ raadsleden’ bedoeld. Waar bestuurder staat geschreven worden bedoeld burgemeester en wethouders. Waar politiek ambtsdrager staat geschreven worden bedoeld burgemeester, wethouders, raadsleden en commissieleden.
Deze gedragscode heeft als doel raadsleden weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over hen wordt verlangd, zodat raadsleden beschermd zijn tegen onnodige misstappen. De code biedt daarmee ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen. De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van raadsleden minimaal moet voldoen.
Deze gedragscode is op drie plekken strenger dan de wet:
Artikel 2 Voorkomen van belangenverstrengeling
b. Raadsleden mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een belang van een ander of van een organisatie, waarbij een raadslid een persoonlijke betrokkenheid heeft veilig te stellen.
Als geschenken om een van de eerdergenoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van een raadslid, wordt dit gemeld aan de griffier, tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 5.1 onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. Het besluit hierover wordt genomen in het presidium. De griffier zorgt voor de registratie van giften en hun bestemming. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 6 Faciliteiten en diensten
Artikel 7 Excursies en evenementen
Raadsleden accepteren werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd te worden besproken in het presidium. De uitnodiging mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan de raad.
Artikel 9 Gebruik van voorzieningen van de gemeente
Burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
Artikel 10 Onderlinge omgangsvormen
Raadsleden bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(r) en ambtenaren, maar ook insprekers en andere betrokkenen op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Ook in de media en op sociale media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan. Het beargumenteerd uiten van verschillen valt hier niet onder.
Artikel 11 Vaststelling en handhaving gedragscode
Artikel 12 Citeertitel en inwerkingtreding
Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Someren,
de raadsgriffier, de voorzitter,
M.A.M. van Arensbergen D. Blok
BIJLAGE 1 WETTELIJKE GRONDSLAG
Wettelijke grondslag gedragscode (artikel 15, derde lid, Gemeentewet)
De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor hun leden.
Wettelijk kader Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet)
Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raadsleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid naar eer en geweten zal vervullen.”
Wettelijk kader persoonlijke belangen (artikel 28 Gemeentewet):
de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).
Wettelijk kader Incompatibiliteiten en nevenfuncties (artikelen 12, 13, 15, eerste en tweede lid Gemeentewet):
Verboden overeenkomsten/handelingen: raadsleden mogen in geschillen, waar de gemeente (bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden aangevraagd bij Gedeputeerde Staten.
Wettelijk kader artikel Informatieplicht (artikel 169, tweede lid Gemeentewet)
Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt.
De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang.
Geheimhouding (Algemene Wet Bestuursrecht, Gemeentewet en Wetboek van Strafrecht)
Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
Artikelen 87 tot en met 94 Gemeentewet
Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting voort totdat de raad haar opheft.
Wettelijk kader geschenken en giften (artikel 14 Gemeentewet)
De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van schijn van belangenverstrengeling.
BIJLAGE 2 PROCESAFSPRAKEN HANDHAVING INTEGRITEIT
Hier worden de procesafspraken beschreven die politieke ambtsdragers met elkaar hebben gemaakt over een zorgvuldige handelwijze bij het vermoeden van een integriteitsschending. Met politieke ambtsdragers worden bedoeld burgemeester, wethouders, raadsleden en commissieleden.
De procesafspraken bieden een routekaart in de volgende gevallen:
Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen:
Als ervoor wordt gekozen om een melding te doen, wordt er gesproken van een melder. De melder is eenieder die een vermoeden van een integriteitsschending meldt overeenkomstig het bepaalde in onderhavige procesafspraken.
Een melding mag niet anoniem worden gedaan. De melding is vertrouwelijk. Dat wil zeggen dat de naam van de melder niet breder bekend wordt gemaakt bij anderen dan bij wie de melder zijn of haar melding gedaan heeft en betreffende personen die een rol hebben genoemd in de procesafspraken.
De onderhavige procesafspraken bieden handvaten aan politieke ambtsdragers die overwegen om een vermoeden van een integriteitsschending bespreekbaar te maken of er een melding van te doen. De hieronder vermelde stappen kunnen ook doorlopen worden door anderen dan politieke ambtsdragers.
De voorliggende afspraken zijn bestemd voor alle politieke ambtsdragers. Overal waar in deze gedragscode ‘raadslid/raadsleden’ staat geschreven, wordt, daar waar van toepassing, ook ‘commissielid/commissieleden niet-zijnde raadslid/ raadsleden’ bedoeld. Waar politiek ambtsdrager staat geschreven worden bedoeld burgemeester, wethouders, raadsleden en commissieleden.
Hieronder volgen twee stappenplannen, onder A voor de behandeling van een melding over het handelen van een raadslid en wethouder en onder B voor de behandeling van een melding over het handelen van de burgemeester.
Dit is de stap voorafgaand aan het doen van een melding. In deze stap is ruimte voor dilemma’s, vragen en advies. Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.
Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.
In alle hierboven genoemde routes kan een raadslid of wethouder ervoor kiezen om zijn of haar twijfel te bespreken met een externe vertrouwenspersoon (via de beroepsvereniging).
Route voor het handelen van een ander
Het is ook mogelijk dat er twijfel bestaat aan een al dan niet uitgevoerde handeling door een ander. Het is aan het raadslid of de wethouder om te bepalen of het zinvol is de onderstaande scenario’s te doorlopen voordat eventueel een melding wordt gedaan. Bij twijfel:
Als de twijfel blijft, maak het nogmaals bespreekbaar.
Het bespreken van integriteitsdilemma’s is ontzettend lastig. Toch is het heel belangrijk om niet te blijven rondlopen met vraagstukken. Bij twijfels die je niet bespreekbaar wil maken met de persoon in kwestie kan altijd via een vertrouwenspersoon, griffier, burgemeester of gemeentesecretaris om hulp gevraagd worden.
Naast de hierboven omschreven stappen kan een raadslid of wethouder ervoor kiezen om hun twijfel te bespreken met de externe vertrouwenspersoon. Een externe vertrouwenspersoon kan de politieke ambtsdrager bijstaan indien hij of zij het vervolgtraject ingevolge het onderhavige protocol ingaat. De externe vertrouwenspersoon kan een melding van een vermoeden van een integriteitsschending niet zelf in behandeling nemen.
Stap 1. Het doen van een melding
In deze stap wordt beschreven welke stappen gezet moeten worden als er sprake is van een vermoeden van een integriteitsschending. Dan wordt een melding gedaan. Een melding dient altijd schriftelijk te worden gedaan.
Betreft het doen van een melding het handelen van een raadslid of wethouder
Het is de melder niet toegestaan zelf op enige wijze publiciteit te zoeken of ruchtbaarheid te geven aan de integriteitsmelding.
Stap 2. Het beoordelen van een melding
De burgemeester beoordeelt de melding over een raadslid of wethouder op ontvankelijkheid. De integriteitscoördinator ondersteunt de burgemeester bij de beoordeling van de ontvankelijkheid. De griffier en/of gemeentesecretaris wordt geïnformeerd over de melding, afhankelijk of de melding een raadslid betreft of een wethouder.
In het kader van de beoordeling op ontvankelijkheid wordt getoetst of:
Als er niet aan de bovengenoemde criteria is voldaan, is de melding niet ontvankelijk. Dan stopt de procedure. Ook een melding zonder de aanwezigheid van redelijke gronden is dus niet ontvankelijk.
Als er aan de criteria is voldaan, is het een ontvankelijke melding.
De burgemeester kan besluiten een externe partij de ontvankelijkheidstoets uit te laten voeren.
De integriteitscoördinator bereidt voor de burgemeester een advies voor over het vervolg op basis van de volgende criteria:
De burgemeester beslist, in overleg met de gemeentesecretaris/ griffier over het vervolg van de ontvankelijke melding.
Een gesprek met diegene over wie de melding gaat, kan deel uitmaken van het vooronderzoek.
Bij het vooronderzoek wordt de burgemeester ondersteunt door de integriteitscoördinator en de gemeentesecretaris of de griffier.
Het doel van dit vooronderzoek is te beoordelen of sprake is van een gerechtvaardigd, onderzoekbaar en naar alle waarschijnlijkheid concrete integriteitsschending zodat een vervolgonderzoek gegrond is.
De burgemeester kan besluiten een externe partij, het vooronderzoek uit te laten voeren.
• Optie 1. De vermeende schending betreft een te gering feit om een onderzoek te rechtvaardigen. Of de melding is niet onderzoekbaar. Of de melding is niet concreet. Er zijn onvoldoende aanwijzingen. Als er sprake is van een zgn. lichte vermeende schending - denk hierbij aan bijvoorbeeld omgangsvormen - kan de burgemeester ook besluiten geen onderzoek in te stellen. De burgemeester gaat wel het gesprek aan met degene op wie de melding betrekking heeft.
• Optie 2. Het vermoeden van de schending is gerechtvaardigd, onderzoekbaar, concreet en van zodanige ernst, dat onderzoek gegrond is. De burgemeester geeft dan een externe partij opdracht tot het instellen en uitvoeren van een onderzoek naar het vermoeden van de integriteitsschending.
• Optie 3. Er is sprake van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. In dit geval doet de burgemeester aangifte bij het Openbaar Ministerie (hierna: OM).
Het presidium wordt niet geïnformeerd:
Indien de conclusie is dat de melding niet ontvankelijk is of een nader onderzoek niet gegrond is, blijft de beoordeling van de melding vertrouwelijk. In dit geval weten alleen de melder, degene over wie de melding gaat en de burgemeester - en mogelijk de griffier of gemeentesecretaris en integriteitscoördinator - er van af.
De burgemeester brengt het presidium op de hoogte wanneer er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit, waarvoor aangifte is/wordt gedaan. De burgemeester besluit, na overleg met het presidium over de eventuele vervolgstappen en de communicatie naar aanleiding van het redelijke vermoeden van schuld aan een strafbaar feit.
Stap 3. Onderzoek door extern bureau
Als er sprake is van een gerechtvaardigd, onderzoekbaar en concreet vermoeden van een schending van zodanige ernst dat onderzoek gegrond is, stelt de burgemeester een onderzoek in. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een gecertificeerd extern bureau.
De burgemeester is de opdrachtgever van het onderzoek en stelt de onderzoeksopdracht vast. De burgemeester wordt hierbij ondersteund door de integriteitscoördinator en/of griffier en/of gemeentesecretaris.
Degene op wie de melding en het onderzoek betrekking heeft, wordt schriftelijk door de burgemeester of de gemeentesecretaris over het onderzoek en de onderzoeksvraag geïnformeerd, tenzij het onderzoeksbelang zich daartegen verzet.
Indien nodig worden er aanvullende afspraken gemaakt over de uitoefening van werkzaamheden van de betrokkene.
Onderdeel van het onderzoek is, in ieder geval, gelegenheid tot wederhoor voor degene op wie de melding betrekking heeft. Deze persoon wordt in de gelegenheid gesteld het conceptrapport in te zien en hier een reactie op te formuleren. Deze reactie wordt opgenomen in het rapport.
Degene op wie de melding betrekking heeft kan zich tijdens het onderzoek laten bijstaan door een raadspersoon. Indien gewenst vraagt de griffier of gemeentesecretaris offertes hiervoor op bij de daarvoor bevoegde personen.
De melder wordt geïnformeerd dat er een onderzoek wordt gestart. Indien het belang van de melder dat rechtvaardigt wordt deze ook geïnformeerd over de onderzoeksopdracht.
De burgemeester informeert het presidium en het college vertrouwelijk over het instellen van het onderzoek naar een raadslid of een wethouder over de onderzoeksopdracht en de voortgang van het onderzoek, tenzij de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft of het onderzoeksbelang dit in de weg staat.
De burgemeester kan na overleg met het presidium besluiten om breder over het onderzoek en de onderzoeksopdracht te gaan communiceren. Dit zou aan de orde kunnen zijn als bekend is dat er een melding is gedaan en of geruchten over de melding de ronde doen. Bij de beslissing om al dan niet breder te gaan communiceren, wordt de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft meegewogen.
Er wordt door het externe bureau een rapport opgesteld dat aan de burgemeester wordt aangeboden. Indien het onderzoek de burgemeester betreft wordt het onderzoeksrapport aangeboden aan de Commissaris van de Koning.
De burgemeester informeert het presidium vertrouwelijk over de uitkomsten van het onderzoek en voert daarover met hen het gesprek, tenzij de privacy van degene op wie het rapport betrekking heeft dit in de weg staat. Als het rapport betrekking heeft op een lid van het presidium, dan is dit lid niet aanwezig bij de bespreking daarvan, tenzij het rapport onomstotelijk aantoont dat sprake is geweest van een ongegronde integriteitsmelding.
Verdere behandeling van het rapport vindt plaats afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek en het besluit over de wijze waarop met de onderzoeksresultaten wordt omgegaan. Hiertoe wordt besloten in het presidium.
De burgemeester - en de griffier en of gemeentesecretaris - reflecteert na iedere casus op de gevolgde procedure maar ook op de uitvoering daarvan en de adviezen die zijn gegeven en de resultaten van het (voor)onderzoek. Op basis daarvan wordt een schriftelijke reflectie gemaakt met daarin de lessen die getrokken kunnen worden. Deze reflecties vormen de input voor mogelijke optimaliseringen van het onderhavige meldprotocol.
Dit is de stap voorafgaand aan het doen van een melding. In deze stap is ruimte voor dilemma’s, vragen en advies. Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.
Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.
Route voor het handelen van een ander
Het is ook mogelijk dat er twijfel bestaat aan een al dan niet uitgevoerde handeling door een ander. Het is aan de burgemeester om te bepalen of het zinvol is de onderstaande scenario’s te doorlopen voordat eventueel een melding wordt gedaan. Bij twijfel:
Naast de hierboven omschreven stappen kan een of burgemeester ervoor kiezen om zijn twijfel te bespreken met de externe vertrouwenspersoon.
Stap 1. Het doen van een melding
In deze stap wordt beschreven welke stappen gezet moeten worden als er sprake is van een vermoeden van een integriteitsschending. Dan wordt een melding gedaan. Een melding dient altijd schriftelijk te worden gedaan.
Betreft het doen van een melding het handelen van de burgemeester
Wanneer de melding gaat over het handelen van de burgemeester in de rol van voorzitter van de raad wordt de vicevoorzitter van de raad en de griffier betrokken. In de andere gevallen wordt de locoburgemeester betrokken. De gemeentesecretaris weegt de betrokkenheid van de locoburgemeester en/of de vicevoorzitter van de raad en griffier af.
In overleg met de Commissaris van de Koning wordt een procedure omtrent de behandeling van de melding over de burgemeester afgesproken. Het presidium wordt door de Commissaris van de Koning of de gemeentesecretaris op de hoogte gesteld van de vastgestelde procedure en de vervolgstappen.
Het is de melder niet toegestaan zelf op enige wijze publiciteit te zoeken of ruchtbaarheid te geven aan de integriteitsmelding.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-107665.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.