Gedragscode integriteit gemeenteraad Someren 2026

De raad van de gemeente Someren;

 

gezien het voorstel van griffier en burgemeester d.d. 10 februari 2026

 

gelet op artikel 15, lid 3 Gemeentewet

 

gezien het advies van de commissie Burger en Bestuur d.d. 12 februari 2026;

 

b e s l u i t :

 

 

  • 1.

    De Gedragscode integriteit gemeenteraad Someren 2026 vast te stellen.

  • 2.

    De Bestuurlijke integriteitscode gemeente Someren 2016 en Gentle agreement 2020 in te trekken.

 

Inleiding

Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot het bestuursorgaan.

 

Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger.

 

In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.

 

De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf.

 

Politieke ambtsdragers hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een volksvertegenwoordiger gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer.

 

De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden.

 

Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht.

 

De voorliggende gedragscode is bestemd voor de raadsleden en commissieleden niet-zijnde raadsleden. Overal waar in deze gedragscode ‘raadslid/raadsleden’ staat geschreven, wordt, daar waar van toepassing, ook ‘commissielid/commissieleden niet-zijnde raadslid/ raadsleden’ bedoeld. Waar bestuurder staat geschreven worden bedoeld burgemeester en wethouders. Waar politiek ambtsdrager staat geschreven worden bedoeld burgemeester, wethouders, raadsleden en commissieleden.

 

Doel gedragscode

Deze gedragscode heeft als doel raadsleden weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over hen wordt verlangd, zodat raadsleden beschermd zijn tegen onnodige misstappen. De code biedt daarmee ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen. De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van raadsleden minimaal moet voldoen.

 

Deze gedragscode is op drie plekken strenger dan de wet:

  • 1.

    deze code verplicht raadsleden ertoe niet alleen belangenverstrengeling, maar ook de schijn daarvan tegen te gaan waar dat kan;

  • 2.

    deze code hanteert een ‘nee, tenzij’-beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken en accepteren van uitnodigingen en buitenlandse reizen;

  • 3.

    deze code onderstreept het belang van onderlinge omgangsvormen, mede met het oog op de kwaliteit van en het vertrouwen in het lokaal bestuur.

 

Artikel 1 Algemene bepalingen

  • 1.

    De gedragscode geldt voor de raadsleden en commissieleden.

  • 2.

    De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

 

Artikel 2 Voorkomen van belangenverstrengeling

  • 1.

    a. Raadsleden mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen.

b. Raadsleden mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een belang van een ander of van een organisatie, waarbij een raadslid een persoonlijke betrokkenheid heeft veilig te stellen.

  • 2.

    Raadsleden dienen actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan.

  • 3.

    Raadsleden onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Het kan dan gaan om de volgende situaties:

  • het betreft een kwestie waarbij het raadslid zelf een persoonlijk belang heeft;

  • het betreft een kwestie waarbij het gaat om een belang van een ander of een organisatie waarbij het raadslid een persoonlijke betrokkenheid heeft.

  • 4.

    Raadsleden onthouden zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling kan optreden zowel van beraadslaging en stemming van de besluitvorming gedurende het gehele besluitvormingsproces over het onderwerp waar een persoonlijk belang speelt.

 

Artikel 3 Nevenfuncties

  • 1.

    Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de (neven)functie en geeft hem de wijzigingen daarin door.

  • 2.

    De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de (neven)functie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is en het tijdsbeslag.

  • 3.

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

 

Artikel 4 Informatie

  • 1.

    Het raadslid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard. Dit geldt ook voor de informatiedragers waarop de informatie zich bevindt.

  • 2.

    Het raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.

 

Artikel 5 Geschenken

  • 1.

    Raadsleden nemen geen geschenken aan die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij:

  • a.

    het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen;

  • b.

    het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is;

  • c.

    het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal 50 euro, waarbij de attentie redelijkerwijs niet als beïnvloeding kan worden opgepakt.

  • 2.

    Raadsleden ontvangen geen geschenken op het woon-/huisadres.

  • 3.

    Raadsleden ontvangen geen (contant) geld van derden.

  • 4.

    Als geschenken om een van de eerdergenoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van een raadslid, wordt dit gemeld aan de griffier, tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 5.1 onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. Het besluit hierover wordt genomen in het presidium. De griffier zorgt voor de registratie van giften en hun bestemming. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

 

Artikel 6 Faciliteiten en diensten

  • 1.

    Raadsleden accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij het weigeren ervan het raadswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken.

  • 2.

    Raadsleden gebruiken faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde van of vanwege de raadsfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.

 

Artikel 7 Excursies en evenementen

  • 1.

    Raadsleden accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als:

  • a.

    dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk en;

  • b.

    de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid).

 

Artikel 8 Buitenlandse reizen

Raadsleden accepteren werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd te worden besproken in het presidium. De uitnodiging mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan de raad.

 

Artikel 9 Gebruik van voorzieningen van de gemeente

  • 1.

    Burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.

  • 2.

    Raadsleden verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgelegde regels en procedures.

  • 3.

    Raadsleden declareren geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

  • 4.

    Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld (bijvoorbeeld via een gebruikersregeling), niet toegestaan.

 

Artikel 10 Onderlinge omgangsvormen

  • 1.

    Raadsleden gaan respectvol met elkaar, bestuurders en met ambtenaren om en bevorderen het debat op basis van feiten.

  • 2.

    Raadsleden houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde. Een ordentelijk verloop van de vergaderorde is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Zij respecteren de rol van de voorzitter in het ordelijk verloop van vergaderingen.

  • 3.

    Raadsleden onthouden zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Dus ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het reglement van orde.

  • 4.

    Raadsleden bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(r) en ambtenaren, maar ook insprekers en andere betrokkenen op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Ook in de media en op sociale media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan. Het beargumenteerd uiten van verschillen valt hier niet onder.

  • 5.

    Raadsleden uiten hun vragen en zorgen over elkaars integriteit of de integriteit van een bestuurder in de daarvoor afgesproken procedures.

 

Artikel 11 Vaststelling en handhaving gedragscode

  • 1.

    De raad stelt de gedragscode vast voor de raad, de wethouders en de burgemeester en ziet toe op de naleving ervan.

  • 2.

    Minimaal één keer per raadsperiode evalueert de gemeenteraad de gedragscode van de raadsleden op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd.

  • 3.

    Minimaal een keer per jaar bespreekt de gemeenteraad het thema integriteit.

  • 4.

    Indien een raadslid twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt het raadslid de processtappen zoals vastgelegd in de Procesafspraken handhaving integriteit (Bijlage 2).

Artikel 12 Citeertitel en inwerkingtreding 

  • 1.

    Deze gedragscode wordt aangehaald als: Gedragscode integriteit gemeenteraad Someren 2026.

  • 2.

    Deze gedragscode treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

  • 3.

    Op hetzelfde moment komt de Bestuurlijke integriteitscode gemeente Someren 2016 en het Gentle agreement 2020 te vervallen.

 

 

 

Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Someren,

de raadsgriffier, de voorzitter,

 

 

M.A.M. van Arensbergen D. Blok

 

 

 

 

 

BIJLAGE 1 WETTELIJKE GRONDSLAG

 

Wettelijke grondslag gedragscode (artikel 15, derde lid, Gemeentewet)

De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor hun leden.

 

Wettelijk kader Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet)

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raadsleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid naar eer en geweten zal vervullen.”

 

Wettelijk kader persoonlijke belangen (artikel 28 Gemeentewet):

  • Een lid van de raad neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over

  • een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;

  • de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

 

Wettelijk kader Incompatibiliteiten en nevenfuncties (artikelen 12, 13, 15, eerste en tweede lid Gemeentewet):

  • Verboden overeenkomsten/handelingen: raadsleden mogen in geschillen, waar de gemeente (bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden aangevraagd bij Gedeputeerde Staten.

  • Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de gemeenteraad (artikel X8 Kieswet);

  • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet);

  • Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikel 12 Gemeentewet).

Wettelijk kader artikel Informatieplicht (artikel 169, tweede lid Gemeentewet)

Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt.

De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang.

 

Geheimhouding (Algemene Wet Bestuursrecht, Gemeentewet en Wetboek van Strafrecht)

Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).

 

Artikelen 87 tot en met 94 Gemeentewet

  • De raad, het college, de burgemeester en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust.

  • Een verplichting tot geheimhouding wordt in acht genomen door allen die van de informatie kennis dragen.

  • Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting voort totdat de raad haar opheft.

  • Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht)

 

  •  

Wettelijk kader geschenken en giften (artikel 14 Gemeentewet)

De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van schijn van belangenverstrengeling.

 

 

 

 

 

 

BIJLAGE 2 PROCESAFSPRAKEN HANDHAVING INTEGRITEIT

 

Inleiding

Hier worden de procesafspraken beschreven die politieke ambtsdragers met elkaar hebben gemaakt over een zorgvuldige handelwijze bij het vermoeden van een integriteitsschending. Met politieke ambtsdragers worden bedoeld burgemeester, wethouders, raadsleden en commissieleden.

 

De procesafspraken bieden een routekaart in de volgende gevallen:

  • Als de politieke ambtsdrager twijfelt over zijn eigen handelen;

  • Als de politieke ambtsdrager twijfelt over het handelen van een ander.

  • Als een ander twijfelt over het handelen van een politieke ambtsdrager.

Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen:

  • De betreffende handeling is nog niet uitgevoerd;

  • De betreffende handeling is reeds uitgevoerd.

Als ervoor wordt gekozen om een melding te doen, wordt er gesproken van een melder. De melder is eenieder die een vermoeden van een integriteitsschending meldt overeenkomstig het bepaalde in onderhavige procesafspraken.

 

Een melding mag niet anoniem worden gedaan. De melding is vertrouwelijk. Dat wil zeggen dat de naam van de melder niet breder bekend wordt gemaakt bij anderen dan bij wie de melder zijn of haar melding gedaan heeft en betreffende personen die een rol hebben genoemd in de procesafspraken.

 

De onderhavige procesafspraken bieden handvaten aan politieke ambtsdragers die overwegen om een vermoeden van een integriteitsschending bespreekbaar te maken of er een melding van te doen. De hieronder vermelde stappen kunnen ook doorlopen worden door anderen dan politieke ambtsdragers.

 

De voorliggende afspraken zijn bestemd voor alle politieke ambtsdragers. Overal waar in deze gedragscode ‘raadslid/raadsleden’ staat geschreven, wordt, daar waar van toepassing, ook ‘commissielid/commissieleden niet-zijnde raadslid/ raadsleden’ bedoeld. Waar politiek ambtsdrager staat geschreven worden bedoeld burgemeester, wethouders, raadsleden en commissieleden.

 

Hieronder volgen twee stappenplannen, onder A voor de behandeling van een melding over het handelen van een raadslid en wethouder en onder B voor de behandeling van een melding over het handelen van de burgemeester.

 

 

 

  • A.

    Stappenplan voor melding over het handelen van een raadslid en wethouder:

  • 0.

    Bespreken

    • a.

      Route voor eigen handelen

    • b.

      Route voor handelen van een ander

  • 1.

    Het doen van een melding

  • 2.

    Beoordelen melding

    • a.

      Ontvankelijkheid: toets en plan van aanpak bij ontvankelijke melding

    • b.

      Optioneel: vooronderzoek

    • c.

      Mogelijke uitkomsten van beoordeling melding

    • d.

      Communicatie

  • 3.

    Onderzoek door extern bureau

    • a.

      Opdracht onderzoek

    • b.

      Communicatie

  • 4.

    Rapportage

    • a.

      Communicatie in geval van onderzoek naar raadslid

    • b.

      Communicatie in geval van onderzoek naar wethouder

  • 5.

    Vervolg

  • 6.

    Leren en evalueren

Stap 0. Bespreken

Dit is de stap voorafgaand aan het doen van een melding. In deze stap is ruimte voor dilemma’s, vragen en advies. Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.

 

Route voor eigen handelen

Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.

 

Route voor raadsleden

  • Het raadslid maakt zijn twijfel over zijn al dan niet uitgevoerde handeling bespreekbaar met de griffier;

  • Het raadslid maakt bij aanhoudende twijfel over zijn al dan niet uitgevoerde handeling het bespreekbaar samen met griffier bij de burgemeester.

Route voor wethouders

  • De wethouder maakt zijn twijfel over zijn al dan niet uitgevoerde handeling bespreekbaar met de gemeentesecretaris of burgemeester;

  • De wethouder maakt bij aanhoudende twijfel over zijn al dan niet uitgevoerde handeling het bespreekbaar samen met de gemeentesecretaris bij de burgemeester.

In alle hierboven genoemde routes kan een raadslid of wethouder ervoor kiezen om zijn of haar twijfel te bespreken met een externe vertrouwenspersoon (via de beroepsvereniging).

 

Route voor het handelen van een ander

Het is ook mogelijk dat er twijfel bestaat aan een al dan niet uitgevoerde handeling door een ander. Het is aan het raadslid of de wethouder om te bepalen of het zinvol is de onderstaande scenario’s te doorlopen voordat eventueel een melding wordt gedaan. Bij twijfel:

  • Maak de twijfel bespreekbaar met diegene over wie het gaat.

  • Als de twijfel blijft, maak het nogmaals bespreekbaar.

    Het bespreken van integriteitsdilemma’s is ontzettend lastig. Toch is het heel belangrijk om niet te blijven rondlopen met vraagstukken. Bij twijfels die je niet bespreekbaar wil maken met de persoon in kwestie kan altijd via een vertrouwenspersoon, griffier, burgemeester of gemeentesecretaris om hulp gevraagd worden.

Naast de hierboven omschreven stappen kan een raadslid of wethouder ervoor kiezen om hun twijfel te bespreken met de externe vertrouwenspersoon. Een externe vertrouwenspersoon kan de politieke ambtsdrager bijstaan indien hij of zij het vervolgtraject ingevolge het onderhavige protocol ingaat. De externe vertrouwenspersoon kan een melding van een vermoeden van een integriteitsschending niet zelf in behandeling nemen.

 

Stap 1. Het doen van een melding

In deze stap wordt beschreven welke stappen gezet moeten worden als er sprake is van een vermoeden van een integriteitsschending. Dan wordt een melding gedaan. Een melding dient altijd schriftelijk te worden gedaan.

 

Betreft het doen van een melding het handelen van een raadslid of wethouder

  • De melding wordt gedaan bij de burgemeester.

Het is de melder niet toegestaan zelf op enige wijze publiciteit te zoeken of ruchtbaarheid te geven aan de integriteitsmelding.

 

Stap 2. Het beoordelen van een melding

De burgemeester beoordeelt de melding over een raadslid of wethouder op ontvankelijkheid. De integriteitscoördinator ondersteunt de burgemeester bij de beoordeling van de ontvankelijkheid. De griffier en/of gemeentesecretaris wordt geïnformeerd over de melding, afhankelijk of de melding een raadslid betreft of een wethouder.

 

  • a.

    Ontvankelijkheid

In het kader van de beoordeling op ontvankelijkheid wordt getoetst of:

  • De melding schriftelijk en niet anoniem is;

  • Sprake is van strijdigheid met de wet- en regelgeving en gedragscode;

  • De gemeente bevoegd is een nader onderzoek te doen (uitzondering is bijvoorbeeld een strafrechtelijk onderzoek);

  • Sprake is van de aanwezigheid van redelijke gronden voor het vermoeden.

Als er niet aan de bovengenoemde criteria is voldaan, is de melding niet ontvankelijk. Dan stopt de procedure. Ook een melding zonder de aanwezigheid van redelijke gronden is dus niet ontvankelijk.

  • De melder wordt hiervan op de hoogte gebracht.

  • De burgemeester informeert degene op wie de melding betrekking had.

 

Als er aan de criteria is voldaan, is het een ontvankelijke melding.

 

De burgemeester kan besluiten een externe partij de ontvankelijkheidstoets uit te laten voeren.

 

Plan van aanpak

De integriteitscoördinator bereidt voor de burgemeester een advies voor over het vervolg op basis van de volgende criteria:

  • De aard van het vermoeden;

  • De ernst van het vermoeden;

  • De concreetheid van het vermoeden (welke mogelijke normen zijn in het geding);

  • De onderzoekbaarheid van de vermeende schending;

  • Strijdigheid met de gedragscodes voor college- en raadsleden;

  • Strijdigheid met de wet- en regelgeving.

De burgemeester beslist, in overleg met de gemeentesecretaris/ griffier over het vervolg van de ontvankelijke melding.

 

 

  • b.

    Vooronderzoek in het kader van beoordeling melding

    De burgemeester mag ook:

  • de melder verzoeken om zijn of haar melding toe te lichten.

  • in het kader van de beoordeling enkele gesprekken - laten - voeren of documenten - laten - bestuderen.

 

Een gesprek met diegene over wie de melding gaat, kan deel uitmaken van het vooronderzoek.

  •  

Bij het vooronderzoek wordt de burgemeester ondersteunt door de integriteitscoördinator en de gemeentesecretaris of de griffier.

 

Het doel van dit vooronderzoek is te beoordelen of sprake is van een gerechtvaardigd, onderzoekbaar en naar alle waarschijnlijkheid concrete integriteitsschending zodat een vervolgonderzoek gegrond is.

De burgemeester kan besluiten een externe partij, het vooronderzoek uit te laten voeren.

 

  • c.

    Mogelijke uitkomsten van beoordeling melding

    De meest voorkomende uitkomsten van de beoordeling van de melding zijn:

     

• Optie 1. De vermeende schending betreft een te gering feit om een onderzoek te rechtvaardigen. Of de melding is niet onderzoekbaar. Of de melding is niet concreet. Er zijn onvoldoende aanwijzingen. Als er sprake is van een zgn. lichte vermeende schending - denk hierbij aan bijvoorbeeld omgangsvormen - kan de burgemeester ook besluiten geen onderzoek in te stellen. De burgemeester gaat wel het gesprek aan met degene op wie de melding betrekking heeft.

 

• Optie 2. Het vermoeden van de schending is gerechtvaardigd, onderzoekbaar, concreet en van zodanige ernst, dat onderzoek gegrond is. De burgemeester geeft dan een externe partij opdracht tot het instellen en uitvoeren van een onderzoek naar het vermoeden van de integriteitsschending.

 

• Optie 3. Er is sprake van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. In dit geval doet de burgemeester aangifte bij het Openbaar Ministerie (hierna: OM).

 

  • d.

    Communicatie

  • De burgemeester is verantwoordelijk voor de communicatie richting de melder. De burgemeester laat aan de melder weten wat de uitkomsten zijn van de beoordeling van de melding, tenzij de privacy van degene op wie de melding betrekking heeft en of het onderzoeksbelang dit in de weg staat.

  • De burgemeester informeert degene op wie de melding betrekking heeft over de uitkomsten van de beoordeling van de melding, tenzij het onderzoeksbelang dit in de weg staat.

  • De burgemeester informeert het presidium over de uitkomsten van de beoordeling van de melding over een raadslid of wethouder wanneer een nader onderzoek wordt gestart.

  • Het presidium wordt niet geïnformeerd:

    • wanneer de privacy van de melder of degene op wie de melding betrekking heeft en of het onderzoeksbelang dit in de weg staat.

    • Indien de conclusie is dat de melding niet ontvankelijk is of een nader onderzoek niet gegrond is, blijft de beoordeling van de melding vertrouwelijk. In dit geval weten alleen de melder, degene over wie de melding gaat en de burgemeester - en mogelijk de griffier of gemeentesecretaris en integriteitscoördinator - er van af.

  • De burgemeester brengt het presidium op de hoogte wanneer er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit, waarvoor aangifte is/wordt gedaan. De burgemeester besluit, na overleg met het presidium over de eventuele vervolgstappen en de communicatie naar aanleiding van het redelijke vermoeden van schuld aan een strafbaar feit.

  • Indien degene op wie de melding betrekking heeft dit wenst, zal de burgemeester in deze fase van het proces, al dan niet vertrouwelijk, de raad informeren.

Stap 3. Onderzoek door extern bureau

Als er sprake is van een gerechtvaardigd, onderzoekbaar en concreet vermoeden van een schending van zodanige ernst dat onderzoek gegrond is, stelt de burgemeester een onderzoek in. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een gecertificeerd extern bureau.

 

  • a.

    Opdracht onderzoek

De burgemeester is de opdrachtgever van het onderzoek en stelt de onderzoeksopdracht vast. De burgemeester wordt hierbij ondersteund door de integriteitscoördinator en/of griffier en/of gemeentesecretaris.

 

Degene op wie de melding en het onderzoek betrekking heeft, wordt schriftelijk door de burgemeester of de gemeentesecretaris over het onderzoek en de onderzoeksvraag geïnformeerd, tenzij het onderzoeksbelang zich daartegen verzet.

 

Indien nodig worden er aanvullende afspraken gemaakt over de uitoefening van werkzaamheden van de betrokkene.

 

Onderdeel van het onderzoek is, in ieder geval, gelegenheid tot wederhoor voor degene op wie de melding betrekking heeft. Deze persoon wordt in de gelegenheid gesteld het conceptrapport in te zien en hier een reactie op te formuleren. Deze reactie wordt opgenomen in het rapport.

 

Degene op wie de melding betrekking heeft kan zich tijdens het onderzoek laten bijstaan door een raadspersoon. Indien gewenst vraagt de griffier of gemeentesecretaris offertes hiervoor op bij de daarvoor bevoegde personen.

 

De melder wordt geïnformeerd dat er een onderzoek wordt gestart. Indien het belang van de melder dat rechtvaardigt wordt deze ook geïnformeerd over de onderzoeksopdracht.

 

  • b.

    Communicatie

  • De burgemeester informeert het presidium en het college vertrouwelijk over het instellen van het onderzoek naar een raadslid of een wethouder over de onderzoeksopdracht en de voortgang van het onderzoek, tenzij de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft of het onderzoeksbelang dit in de weg staat.

  • De burgemeester kan na overleg met het presidium besluiten om breder over het onderzoek en de onderzoeksopdracht te gaan communiceren. Dit zou aan de orde kunnen zijn als bekend is dat er een melding is gedaan en of geruchten over de melding de ronde doen. Bij de beslissing om al dan niet breder te gaan communiceren, wordt de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft meegewogen.

Stap 4. Rapportage

Er wordt door het externe bureau een rapport opgesteld dat aan de burgemeester wordt aangeboden. Indien het onderzoek de burgemeester betreft wordt het onderzoeksrapport aangeboden aan de Commissaris van de Koning.

 

  • a.

    Communicatie in geval van onderzoek naar raadslid

  • De burgemeester informeert het presidium vertrouwelijk over de uitkomsten van het onderzoek en voert daarover met hen het gesprek, tenzij de privacy van degene op wie het rapport betrekking heeft dit in de weg staat. Als het rapport betrekking heeft op een lid van het presidium, dan is dit lid niet aanwezig bij de bespreking daarvan, tenzij het rapport onomstotelijk aantoont dat sprake is geweest van een ongegronde integriteitsmelding.

  • De burgemeester overlegt met het presidium het proces van - mogelijke - verdere behandeling en verspreiding van de uitkomsten van het rapport.

  • De burgemeester besluit over het proces van - mogelijke - verdere behandeling en verspreiding van het rapport. Hij houdt hierbij rekening en overlegt zo nodig met betrokkenen zoals de persoon waarop het onderzoek betrekking heeft.

  • Indien degene op wie de melding betrekking heeft dit wenst, zal de burgemeester in deze fase van het proces, al dan niet vertrouwelijk, de raad informeren.

  •  

  • b.

    Communicatie in geval van onderzoek naar wethouder

  • De burgemeester informeert het presidium vertrouwelijk over de uitkomsten van het onderzoek en voert daarover met hen het gesprek, tenzij de privacy van degene op wie het rapport betrekking heeft dit in de weg staat.

  • De burgemeester overlegt met het presidium het proces van - mogelijke - verdere behandeling en verspreiding van de uitkomsten van het rapport.

  • De burgemeester besluit over het proces van - mogelijke - verdere behandeling en verspreiding van het rapport. Hij houdt hierbij rekening en overlegt zo nodig met betrokkenen zoals de persoon waarop het onderzoek betrekking heeft.

  • Indien degene op wie de melding betrekking heeft dit wenst, zal de burgemeester in deze fase van het proces, al dan niet vertrouwelijk, de raad informeren.

Stap 5. Vervolg

Verdere behandeling van het rapport vindt plaats afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek en het besluit over de wijze waarop met de onderzoeksresultaten wordt omgegaan. Hiertoe wordt besloten in het presidium.

 

Stap 6 – Leren en evalueren

De burgemeester - en de griffier en of gemeentesecretaris - reflecteert na iedere casus op de gevolgde procedure maar ook op de uitvoering daarvan en de adviezen die zijn gegeven en de resultaten van het (voor)onderzoek. Op basis daarvan wordt een schriftelijke reflectie gemaakt met daarin de lessen die getrokken kunnen worden. Deze reflecties vormen de input voor mogelijke optimaliseringen van het onderhavige meldprotocol.

 

 

  • B.

    Stappenplan voor melding over het handelen van de burgemeester:

  • 0.

    Bespreken

    • a.

      Route voor eigen handelen

    • b.

      Route voor handelen van een ander

  • 1.

    Het doen van een melding

 

 

Stap 0. Bespreken

Dit is de stap voorafgaand aan het doen van een melding. In deze stap is ruimte voor dilemma’s, vragen en advies. Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.

 

Route voor eigen handelen

Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.

 

  • De burgemeester maakt zijn twijfel over zijn al dan niet uitgevoerde handeling bespreekbaar in de driehoek, namelijk met de griffier en de gemeentesecretaris;

  • De burgemeester kan ervoor kiezen om zijn of haar twijfel te bespreken met een externe vertrouwenspersoon (via de beroepsvereniging).

  • De burgemeester maakt bij aanhoudende twijfel over zijn al dan niet uitgevoerde handeling het bespreekbaar met de Commissaris van de Koning.

Route voor het handelen van een ander

Het is ook mogelijk dat er twijfel bestaat aan een al dan niet uitgevoerde handeling door een ander. Het is aan de burgemeester om te bepalen of het zinvol is de onderstaande scenario’s te doorlopen voordat eventueel een melding wordt gedaan. Bij twijfel:

  • Maak de twijfel bespreekbaar met diegene over wie het gaat.

  • Als de twijfel blijft, maak het nogmaals bespreekbaar.

Naast de hierboven omschreven stappen kan een of burgemeester ervoor kiezen om zijn twijfel te bespreken met de externe vertrouwenspersoon.

 

Stap 1. Het doen van een melding

In deze stap wordt beschreven welke stappen gezet moeten worden als er sprake is van een vermoeden van een integriteitsschending. Dan wordt een melding gedaan. Een melding dient altijd schriftelijk te worden gedaan.

 

Betreft het doen van een melding het handelen van de burgemeester

  • De melding wordt gedaan bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris treedt in overleg met de Commissaris van de Koning.

Wanneer de melding gaat over het handelen van de burgemeester in de rol van voorzitter van de raad wordt de vicevoorzitter van de raad en de griffier betrokken. In de andere gevallen wordt de locoburgemeester betrokken. De gemeentesecretaris weegt de betrokkenheid van de locoburgemeester en/of de vicevoorzitter van de raad en griffier af.

In overleg met de Commissaris van de Koning wordt een procedure omtrent de behandeling van de melding over de burgemeester afgesproken. Het presidium wordt door de Commissaris van de Koning of de gemeentesecretaris op de hoogte gesteld van de vastgestelde procedure en de vervolgstappen.

 

Het is de melder niet toegestaan zelf op enige wijze publiciteit te zoeken of ruchtbaarheid te geven aan de integriteitsmelding.

 

 

 

 

 

 

Naar boven