Gemeenteblad van Someren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Someren | Gemeenteblad 2026, 107663 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Someren | Gemeenteblad 2026, 107663 | beleidsregel |
Gedragscode integriteit college van burgemeester en wethouders Someren 2026
Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.
Deze gedragscode geeft richting aan de beginselen voor het integer en transparant handelen van het college van Burgemeester en Wethouders. De gedragscode ondersteunt een bestuurlijke en ambtelijke cultuur waarin onafhankelijk advies, politieke verantwoordelijkheid en uitvoering in balans zijn. De gedragscode biedt ook ruimte aan het maken van werkafspraken. Zo draagt zij bij aan een effectieve, betrouwbare en transparante overheid die handelt in het algemeen belang.
Bestuurders worden bij afspraken, overleggen en externe contacten die namens de gemeente plaatsvinden, begeleid en ondersteund door een ambtelijk vertegenwoordiger. Deze ondersteuning draagt bij aan zorgvuldige voorbereiding, eenduidige informatievoorziening en correcte vastlegging van afspraken, en helpt risico’s op het gebied van integriteit, transparantie en bestuurlijke verantwoordelijkheid te voorkomen.
Deze gedragscode heeft als doel collegeleden weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven wat over hen wordt verlangd, zodat collegeleden beschermd zijn tegen onnodige misstappen. De code biedt daarmee ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen. De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen.
Deze gedragscode is op drie plekken strenger dan de wet:
Artikel 2 Voorkomen van belangenverstrengeling
b. Burgemeester en wethouders mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een belang van een ander of van een organisatie, waarbij de burgemeester of wethouders een persoonlijke betrokkenheid heeft veilig te stellen.
Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt de burgemeester of een wethouder kenbaar in het college. Bij aanvaarding van de nevenfunctie maakt de burgemeester of de wethouder deze openbaar. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is en wat de inkomsten daaruit zijn.
De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerd overzicht met nevenfuncties die voortkomen uit het openbare ambt en met nevenfuncties die niet voortkomen uit het openbare ambt van zowel de burgemeester als van de wethouders. In dit overzicht is een geactualiseerd overzicht met inkomsten (bruto) van nevenfuncties die voortkomen uit het openbare ambt en met inkomsten (bruto) van nevenfuncties die niet voortkomen uit het openbare ambt weergegeven. Dit overzicht wordt gepubliceerd op de website van de gemeente.
De burgemeester en de wethouders doen opgaaf van hun financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan relevant financieel belang dient opgegeven te worden.
Artikel 5 voornemen tot tussentijdse aanvaarding andere functie
Artikel 6 Tegengaan van draaideurconstructie
De burgemeester en de wethouders gaan behoedzaam, wijs en zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij ontvangen. Zij maken die niet openbaar c.q. geven die niet door aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren zij hier eerst naar.
Als geschenken om een van de eerdergenoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van de burgemeester of wethouders, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris, tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 8.1 onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. Een besluit hierover wordt genomen in de collegevergadering. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 9 Faciliteiten en diensten
Artikel 9 Excursies en evenementen
Artikel 10 Binnen- en buitenlandse reizen
Een dergelijke uitnodiging dient altijd te worden besproken in het college. De uitnodiging mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan het college. Bij zowel binnen- als buitenlandse werkbezoeken gebeurt dat schriftelijk, met afschrift aan de raad.
Een burgemeester respectievelijk een wethouder legt verantwoording af over afgelegde binnenlandse en buitenlandse dienstreizen. De bestuurder maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Onder buitenlandse dienstreis wordt niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurgemeente.
Artikel 11 Declaratie onkosten
Burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. De afspraken hierover worden vastgelegd in de regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers Someren.
Artikel 12 Onderlinge omgangsvormen
Artikel 13 Vaststelling en handhaving gedragscode
Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het college van burgemeester en wethouders de gedragscode op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd. De burgemeester betrekt de resultaten van deze evaluatie in de periodieke evaluaties van alle gedragscodes met de raad.
Artikel 14 Citeertitel en inwerkingtreding
Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Someren,
de raadsgriffier, de voorzitter,
M.A.M. van Arensbergen D. Blok
BIJLAGE 1: WETTELIJKE GRONDSLAG
Wettelijke grondslag gedragscode (artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet)
De gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur.
Voorkomen van belangenverstrengeling (artikelen 41a en 65 Gemeentewet)
Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt de burgemeester, de wethouder de volgende eed (verklaring en belofte) af: Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.
Incompatibiliteiten en nevenfuncties
Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de gemeente partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend (artikelen 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet).
Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters, is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging.
Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekenings-systematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 44 en 66 Gemeentewet)
Toelichting tegengaan draaideurconstructie
De draaideurconstructie geldt niet bij aanvaarding van het raadslidmaatschap. Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijk of publiekrechtelijke organisatie is waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.
Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet die organisatie failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt. Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden.
Wees extra voorzichtig met werving oud-bestuurders/ bevriende relaties en stel een afwegingskader op. Aanvaarding van een dienstbetrekking bij gemeente is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de gemeente. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeente gaat solliciteren.
Artikel Informatieplicht (artikel 169, tweede lid Gemeentewet)
Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang.
Geheimhouding (Algemene Wet Bestuursrecht, Gemeentewet en Wetboek van Strafrecht)
Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
Artikelen 87 tot en met 94 Gemeentewet
Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting voort totdat de raad haar opheft.
Toelichting Geschenken en giften (artikel 65 Gemeentewet)
De eed of belofte die burgemeester en wethouders van artikel 65 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader eerder bij de bepalingen ter voorkoming van schijn van belangenverstrengeling.
In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.
Aannemen excursies, werkbezoeken en binnen- en buitenlandse reizen
Hierbij dienen eveneens als afwegingskader voor de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden. Wat kan dienen als afwegingskader zijn het doel, de middelen en comfort. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier niet onder.
Toelichting onderlinge omgangsvormen (artikel 170 lid 2 Gemeentewet)
Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren.
De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.
Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, van het thema integriteit, zowel met de volksvertegenwoordiging als binnen het bestuur. De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier/gemeentesecretaris) kan hier een belangrijke rol in spelen.
PROCESAFSPRAKEN HANDHAVING INTEGRITEIT (BIJLAGE 2)
Hier worden de procesafspraken beschreven die politieke ambtsdragers met elkaar hebben gemaakt over een zorgvuldige handelwijze bij het vermoeden van een integriteitsschending. Met politieke ambtsdragers worden bedoeld burgemeester, wethouders, raadsleden en commissieleden.
De procesafspraken bieden een routekaart in de volgende gevallen:
Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen:
Als ervoor wordt gekozen om een melding te doen, wordt er gesproken van een melder. De melder is eenieder die een vermoeden van een integriteitsschending meldt overeenkomstig het bepaalde in onderhavige procesafspraken.
Een melding mag niet anoniem worden gedaan. De melding is vertrouwelijk. Dat wil zeggen dat de naam van de melder niet breder bekend wordt gemaakt bij anderen dan bij wie de melder zijn of haar melding gedaan heeft en betreffende personen die een rol hebben genoemd in de procesafspraken.
De onderhavige procesafspraken bieden handvaten aan politieke ambtsdragers die overwegen om een vermoeden van een integriteitsschending bespreekbaar te maken of er een melding van te doen. De hieronder vermelde stappen kunnen ook doorlopen worden door anderen dan politieke ambtsdragers.
De voorliggende afspraken zijn bestemd voor alle politieke ambtsdragers. Overal waar in deze gedragscode ‘raadslid/raadsleden’ staat geschreven, wordt, daar waar van toepassing, ook ‘commissielid/commissieleden niet-zijnde raadslid/ raadsleden’ bedoeld. Waar politiek ambtsdrager staat geschreven worden bedoeld burgemeester, wethouders, raadsleden en commissieleden.
Hieronder volgen twee stappenplannen, onder A voor de behandeling van een melding over het handelen van een raadslid en wethouder en onder B voor de behandeling van een melding over het handelen van de burgemeester.
Dit is de stap voorafgaand aan het doen van een melding. In deze stap is ruimte voor dilemma’s, vragen en advies. Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.
Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.
In alle hierboven genoemde routes kan een raadslid of wethouder ervoor kiezen om zijn of haar twijfel te bespreken met een externe vertrouwenspersoon (via de beroepsvereniging).
Route voor het handelen van een ander
Het is ook mogelijk dat er twijfel bestaat aan een al dan niet uitgevoerde handeling door een ander. Het is aan het raadslid of de wethouder om te bepalen of het zinvol is de onderstaande scenario’s te doorlopen voordat eventueel een melding wordt gedaan. Bij twijfel:
Als de twijfel blijft, maak het nogmaals bespreekbaar.
Het bespreken van integriteitsdilemma’s is ontzettend lastig. Toch is het heel belangrijk om niet te blijven rondlopen met vraagstukken. Bij twijfels die je niet bespreekbaar wil maken met de persoon in kwestie kan altijd via een vertrouwenspersoon, griffier, burgemeester of gemeentesecretaris om hulp gevraagd worden.
Naast de hierboven omschreven stappen kan een raadslid of wethouder ervoor kiezen om hun twijfel te bespreken met de externe vertrouwenspersoon. Een externe vertrouwenspersoon kan de politieke ambtsdrager bijstaan indien hij of zij het vervolgtraject ingevolge het onderhavige protocol ingaat. De externe vertrouwenspersoon kan een melding van een vermoeden van een integriteitsschending niet zelf in behandeling nemen.
Stap 1. Het doen van een melding
In deze stap wordt beschreven welke stappen gezet moeten worden als er sprake is van een vermoeden van een integriteitsschending. Dan wordt een melding gedaan. Een melding dient altijd schriftelijk te worden gedaan.
Betreft het doen van een melding het handelen van een raadslid of wethouder
Het is de melder niet toegestaan zelf op enige wijze publiciteit te zoeken of ruchtbaarheid te geven aan de integriteitsmelding.
Stap 2. Het beoordelen van een melding
De burgemeester beoordeelt de melding over een raadslid of wethouder op ontvankelijkheid. De integriteitscoördinator ondersteunt de burgemeester bij de beoordeling van de ontvankelijkheid. De griffier en/of gemeentesecretaris wordt geïnformeerd over de melding, afhankelijk of de melding een raadslid betreft of een wethouder.
In het kader van de beoordeling op ontvankelijkheid wordt getoetst of:
Als er niet aan de bovengenoemde criteria is voldaan, is de melding niet ontvankelijk. Dan stopt de procedure. Ook een melding zonder de aanwezigheid van redelijke gronden is dus niet ontvankelijk.
Als er aan de criteria is voldaan, is het een ontvankelijke melding.
De burgemeester kan besluiten een externe partij de ontvankelijkheidstoets uit te laten voeren.
De integriteitscoördinator bereidt voor de burgemeester een advies voor over het vervolg op basis van de volgende criteria:
De burgemeester beslist, in overleg met de gemeentesecretaris/ griffier over het vervolg van de ontvankelijke melding.
Een gesprek met diegene over wie de melding gaat, kan deel uitmaken van het vooronderzoek.
Bij het vooronderzoek wordt de burgemeester ondersteunt door de integriteitscoördinator en de gemeentesecretaris of de griffier.
Het doel van dit vooronderzoek is te beoordelen of sprake is van een gerechtvaardigd, onderzoekbaar en naar alle waarschijnlijkheid concrete integriteitsschending zodat een vervolgonderzoek gegrond is.
De burgemeester kan besluiten een externe partij, het vooronderzoek uit te laten voeren.
• Optie 1. De vermeende schending betreft een te gering feit om een onderzoek te rechtvaardigen. Of de melding is niet onderzoekbaar. Of de melding is niet concreet. Er zijn onvoldoende aanwijzingen. Als er sprake is van een zgn. lichte vermeende schending - denk hierbij aan bijvoorbeeld omgangsvormen - kan de burgemeester ook besluiten geen onderzoek in te stellen. De burgemeester gaat wel het gesprek aan met degene op wie de melding betrekking heeft.
• Optie 2. Het vermoeden van de schending is gerechtvaardigd, onderzoekbaar, concreet en van zodanige ernst, dat onderzoek gegrond is. De burgemeester geeft dan een externe partij opdracht tot het instellen en uitvoeren van een onderzoek naar het vermoeden van de integriteitsschending.
• Optie 3. Er is sprake van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. In dit geval doet de burgemeester aangifte bij het Openbaar Ministerie (hierna: OM).
Het presidium wordt niet geïnformeerd:
Indien de conclusie is dat de melding niet ontvankelijk is of een nader onderzoek niet gegrond is, blijft de beoordeling van de melding vertrouwelijk. In dit geval weten alleen de melder, degene over wie de melding gaat en de burgemeester - en mogelijk de griffier of gemeentesecretaris en integriteitscoördinator - er van af.
De burgemeester brengt het presidium op de hoogte wanneer er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit, waarvoor aangifte is/wordt gedaan. De burgemeester besluit, na overleg met het presidium over de eventuele vervolgstappen en de communicatie naar aanleiding van het redelijke vermoeden van schuld aan een strafbaar feit.
Stap 3. Onderzoek door extern bureau
Als er sprake is van een gerechtvaardigd, onderzoekbaar en concreet vermoeden van een schending van zodanige ernst dat onderzoek gegrond is, stelt de burgemeester een onderzoek in. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een gecertificeerd extern bureau.
De burgemeester wordt ondersteund door de integriteitscoördinator en/of griffier en/of gemeentesecretaris bij het opstellen en vaststellen van de onderzoeksopdracht.
Degene op wie de melding en het onderzoek betrekking heeft, wordt schriftelijk door de burgemeester of de gemeentesecretaris over het onderzoek en de onderzoeksvraag geïnformeerd, tenzij het onderzoeksbelang zich daartegen verzet.
Indien nodig worden er aanvullende afspraken gemaakt over de uitoefening van werkzaamheden van de betrokkene.
Onderdeel van het onderzoek is, in ieder geval, gelegenheid tot wederhoor voor degene op wie de melding betrekking heeft. Deze persoon wordt in de gelegenheid gesteld het conceptrapport in te zien en hier een reactie op te formuleren. Deze reactie wordt opgenomen in het rapport.
Degene op wie de melding betrekking heeft kan zich tijdens het onderzoek laten bijstaan door een raadspersoon. Indien gewenst vraagt de griffier of gemeentesecretaris offertes hiervoor op bij de daarvoor bevoegde personen.
De melder wordt geïnformeerd dat er een onderzoek wordt gestart. Indien het belang van de melder dat rechtvaardigt wordt deze ook geïnformeerd over de onderzoeksopdracht.
De burgemeester informeert het presidium en het college vertrouwelijk over het instellen van het onderzoek naar een raadslid of een wethouder over de onderzoeksopdracht en de voortgang van het onderzoek, tenzij de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft of het onderzoeksbelang dit in de weg staat.
De burgemeester kan na overleg met het presidium besluiten om breder over het onderzoek en de onderzoeksopdracht te gaan communiceren. Dit zou aan de orde kunnen zijn als bekend is dat er een melding is gedaan en of geruchten over de melding de ronde doen. Bij de beslissing om al dan niet breder te gaan communiceren, wordt de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft meegewogen.
Er wordt door het externe bureau een rapport opgesteld dat aan de burgemeester wordt aangeboden. Indien het onderzoek de burgemeester betreft wordt het onderzoeksrapport aangeboden aan de Commissaris van de Koning.
De burgemeester informeert het presidium vertrouwelijk over de uitkomsten van het onderzoek en voert daarover met hen het gesprek, tenzij de privacy van degene op wie het rapport betrekking heeft dit in de weg staat. Als het rapport betrekking heeft op een lid van het presidium, dan is dit lid niet aanwezig bij de bespreking daarvan, tenzij het rapport onomstotelijk aantoont dat sprake is geweest van een ongegronde integriteitsmelding.
Verdere behandeling van het rapport vindt plaats afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek en het besluit over de wijze waarop met de onderzoeksresultaten wordt omgegaan. Hiertoe wordt besloten in het presidium.
De burgemeester - en de griffier en of gemeentesecretaris - reflecteert na iedere casus op de gevolgde procedure maar ook op de uitvoering daarvan en de adviezen die zijn gegeven en de resultaten van het (voor)onderzoek. Op basis daarvan wordt een schriftelijke reflectie gemaakt met daarin de lessen die getrokken kunnen worden. Deze reflecties vormen de input voor mogelijke optimaliseringen van het onderhavige meldprotocol.
Dit is de stap voorafgaand aan het doen van een melding. In deze stap is ruimte voor dilemma’s, vragen en advies. Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.
Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.
Route voor het handelen van een ander
Het is ook mogelijk dat er twijfel bestaat aan een al dan niet uitgevoerde handeling door een ander. Het is aan de burgemeester om te bepalen of het zinvol is de onderstaande scenario’s te doorlopen voordat eventueel een melding wordt gedaan. Bij twijfel:
Naast de hierboven omschreven stappen kan de burgemeester ervoor kiezen om zijn twijfel te bespreken met de externe vertrouwenspersoon.
Stap 1. Het doen van een melding
In deze stap wordt beschreven welke stappen gezet moeten worden als er sprake is van een vermoeden van een integriteitsschending. Dan wordt een melding gedaan. Een melding dient altijd schriftelijk te worden gedaan.
Betreft het doen van een melding het handelen van de burgemeester
Wanneer de melding gaat over het handelen van de burgemeester in de rol van voorzitter van de raad wordt de vicevoorzitter van de raad en de griffier betrokken. In de andere gevallen wordt de locoburgemeester betrokken. De gemeentesecretaris weegt de betrokkenheid van de locoburgemeester en/of de vicevoorzitter van de raad en griffier af.
In overleg met de Commissaris van de Koning wordt een procedure omtrent de behandeling van de melding over de burgemeester afgesproken. Het presidium wordt door de Commissaris van de Koning of de gemeentesecretaris op de hoogte gesteld van de vastgestelde procedure en de vervolgstappen.
Het is de melder niet toegestaan zelf op enige wijze publiciteit te zoeken of ruchtbaarheid te geven aan de integriteitsmelding.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-107663.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.