Gedragscode integriteit college van burgemeester en wethouders Someren 2026

De raad van de gemeente Someren;

 

gezien het voorstel van griffier en voorzitter d.d. 10 februari 2026;

 

gelet op artikel 41c lid 2 Gemeentewet

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de Gedragscode integriteit college van burgemeester en wethouders Someren 2026

 

 

 

Inleiding

Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.

 

Deze gedragscode geeft richting aan de beginselen voor het integer en transparant handelen van het college van Burgemeester en Wethouders. De gedragscode ondersteunt een bestuurlijke en ambtelijke cultuur waarin onafhankelijk advies, politieke verantwoordelijkheid en uitvoering in balans zijn. De gedragscode biedt ook ruimte aan het maken van werkafspraken. Zo draagt zij bij aan een effectieve, betrouwbare en transparante overheid die handelt in het algemeen belang.

Bestuurders worden bij afspraken, overleggen en externe contacten die namens de gemeente plaatsvinden, begeleid en ondersteund door een ambtelijk vertegenwoordiger. Deze ondersteuning draagt bij aan zorgvuldige voorbereiding, eenduidige informatievoorziening en correcte vastlegging van afspraken, en helpt risico’s op het gebied van integriteit, transparantie en bestuurlijke verantwoordelijkheid te voorkomen.

 

Doel gedragscode

Deze gedragscode heeft als doel collegeleden weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven wat over hen wordt verlangd, zodat collegeleden beschermd zijn tegen onnodige misstappen. De code biedt daarmee ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen. De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen.

 

Deze gedragscode is op drie plekken strenger dan de wet:

  • 1.

    deze code verplicht burgemeester en wethouders ertoe niet alleen belangenverstrengeling, maar ook de schijn daarvan tegen te gaan waar dat kan;

  • 2.

    deze code hanteert een ‘nee, tenzij’-beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken en accepteren van uitnodigingen en buitenlandse reizen;

  • 3.

    deze code onderstreept het belang van onderlinge omgangsvormen, mede met het oog op de kwaliteit van en het vertrouwen in het lokaal bestuur.

Artikel 1 Algemene bepalingen

  • 1.

    De gedragscode geldt voor burgemeester en de wethouders.

  • 2.

    De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

 

Artikel 2 Voorkomen van belangenverstrengeling

  • 1.

    a. Burgemeester en wethouders mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen.

b. Burgemeester en wethouders mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een belang van een ander of van een organisatie, waarbij de burgemeester of wethouders een persoonlijke betrokkenheid heeft veilig te stellen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders dienen actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Het kan dan gaan om de volgende situaties:

  • het betreft een kwestie waarbij de burgemeester of de wethouder zelf een persoonlijk belang heeft;

  • het betreft een kwestie waarbij het gaat om een belang van een ander of een organisatie waarbij de burgemeester of de wethouder een persoonlijke betrokkenheid heeft.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders onthouden zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling kan optreden zowel van beraadslaging en stemming als van beïnvloeding van de besluitvorming gedurende het gehele besluitvormingsproces.

 

Artikel 3 Nevenfuncties

  • 1.

    De burgemeester en de wethouders vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van respectievelijke het burgemeesterschap of het wethouderschap.

  • 2.

    Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt de burgemeester of een wethouder kenbaar in het college. Bij aanvaarding van de nevenfunctie maakt de burgemeester of de wethouder deze openbaar. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is en wat de inkomsten daaruit zijn.

  • 3.

    De burgemeester maakt tevens de inkomsten uit de nevenfuncties openbaar.

  • 4.

    Als de wethouder niet in deeltijd werkt, worden de inkomsten uit betaalde nevenfuncties ook openbaar gemaakt.

  • 5.

    De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerd overzicht met nevenfuncties die voortkomen uit het openbare ambt en met nevenfuncties die niet voortkomen uit het openbare ambt van zowel de burgemeester als van de wethouders. In dit overzicht is een geactualiseerd overzicht met inkomsten (bruto) van nevenfuncties die voortkomen uit het openbare ambt en met inkomsten (bruto) van nevenfuncties die niet voortkomen uit het openbare ambt weergegeven. Dit overzicht wordt gepubliceerd op de website van de gemeente.

 

Artikel 4 Financiële belangen

  • 1.

    De burgemeester en de wethouders doen opgaaf van hun financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan relevant financieel belang dient opgegeven te worden.

  • 2.

    De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerd overzicht met gemelde financiële belangen van burgemeester en wethouders. Dit overzicht wordt gepubliceerd op de website van de gemeente.

 

Artikel 5 voornemen tot tussentijdse aanvaarding andere functie

  • 1.

    De burgemeester en wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden.

  • 2.

    Een wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de burgemeester.

  • 3.

    Een burgemeester bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie met de commissaris van de Koning.

     

Artikel 6 Tegengaan van draaideurconstructie

  • 1.

    Voormalige burgemeester en voormalige wethouders mogen gedurende één jaar na het eind van het burgemeesterschap of het wethouderschap niet als externe partij betaalde werkzaamheden verrichten voor de gemeente. Uitzondering hierop is het raadslidmaatschap.

  • 2.

    De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Hetzelfde geldt voor een aan de gemeente verbonden partij. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is opgenomen.

 

Artikel 7 Informatie

  • 1.

    Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad als geheel voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.

  • 2.

    De burgemeester en de wethouders zijn open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. Ze handelen in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid (Woo).

  • 3.

    De burgemeester en de wethouders die de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.

  • 4.

    De burgemeester en de wethouders gaan behoedzaam, wijs en zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij ontvangen. Zij maken die niet openbaar c.q. geven die niet door aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren zij hier eerst naar.

  • 5.

    De burgemeester en wethouders maken niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.

 

Artikel 8 Geschenken

  • 1.

    Burgemeester en wethouders nemen geen geschenken aan die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij:

  • a.

    het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen;

  • b.

    het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is;

  • c.

    het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal 50 euro, waarbij de attentie redelijkerwijs niet als beïnvloeding kan worden opgevat.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders ontvangen geen geschenken op het woon-/huisadres.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders ontvangen geen (contant) geld van derden.

  • 4.

    Als geschenken om een van de eerdergenoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van de burgemeester of wethouders, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris, tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 8.1 onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. Een besluit hierover wordt genomen in de collegevergadering. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

 

Artikel 9 Faciliteiten en diensten

  • 1.

    Burgemeester en wethouders accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij het weigeren ervan het bestuurswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders gebruiken faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde van of vanwege de bestuursfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden. Zij houden zich hierbij aan de gebruikersovereenkomst.

 

Artikel 9 Excursies en evenementen

  • 1.

    Burgemeester en wethouders accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als:

  • a.

    dat behoort tot de uitoefening van het bestuurswerk en;

  • b.

    de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid).

 

Artikel 10 Binnen- en buitenlandse reizen

  • 1.

    De burgemeester en de wethouders accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering.

  • 2.

    Een dergelijke uitnodiging dient altijd te worden besproken in het college. De uitnodiging mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan het college. Bij zowel binnen- als buitenlandse werkbezoeken gebeurt dat schriftelijk, met afschrift aan de raad.

  • 3.

    Tevens wordt er melding gemaakt als de burgemeester of de wethouder voornemens is om de binnenlandse of buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening.

  • 4.

    Een burgemeester respectievelijk een wethouder legt verantwoording af over afgelegde binnenlandse en buitenlandse dienstreizen. De bestuurder maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Onder buitenlandse dienstreis wordt niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurgemeente.

     

Artikel 11 Declaratie onkosten

  • 1.

    Burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. De afspraken hierover worden vastgelegd in de regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers Someren.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgelegde regels en procedures. 

  • 3.

    Burgemeester en wethouders declareren geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. 

  • 4.

    Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan.

Artikel 12 Onderlinge omgangsvormen

  • 1.

    Burgemeester en wethouders gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om en bevorderen het debat op basis van feiten.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders werken met elkaar samen in een collegiaal bestuur waarbij collegeleden verantwoordelijkheid delen en als een geheel optreedt.

  • 3.

    Invulling van de verdeelde portefeuilles wordt besproken in het college en bij twijfel via de gemeentesecretaris ingebracht.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde. Zij respecteren de rol van de voorzitter in het ordelijk verloop van vergaderingen.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders onthouden zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Dus ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het reglement van orde.

  • 6.

    Burgemeester en wethouders bejegenen elkaar, raadsleden, de griffie(r) en ambtenaren, maar ook insprekers en andere betrokkenen op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Ook in de media en op sociale media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan.

  • 7.

    Burgemeester en wethouders twijfelen niet in het openbaar – in de raad, de media of op de sociale media – aan elkaars integriteit.

 

Artikel 13 Vaststelling en handhaving gedragscode

  • 1.

    De raad stelt de gedragscode vast voor de raad, de wethouders en de burgemeester en ziet toe op de naleving ervan.

  • 2.

    Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het college van burgemeester en wethouders de gedragscode op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd. De burgemeester betrekt de resultaten van deze evaluatie in de periodieke evaluaties van alle gedragscodes met de raad.

  • 3.

    Minimaal een keer per jaar bespreekt het college het thema integriteit.

  • 4.

    Indien een collegelid twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt het collegelid de processtappen zoals vastgelegd in de Procesafspraken handhaving integriteit (Bijlage 1).

Artikel 14 Citeertitel en inwerkingtreding 

  • 1.

    Deze verordening worden aangehaald als: Gedragscode integriteit college van burgemeester en wethouders Someren 2026.

  • 2.

    Deze gedragscode treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

  •  

Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Someren,

de raadsgriffier, de voorzitter,

M.A.M. van Arensbergen D. Blok

BIJLAGE 1: WETTELIJKE GRONDSLAG

 

Wettelijke grondslag gedragscode (artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet)

De gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur.

 

Voorkomen van belangenverstrengeling (artikelen 41a en 65 Gemeentewet)

Afleggen eed of belofte

Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt de burgemeester, de wethouder de volgende eed (verklaring en belofte) af: Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.

 

  • Een bestuurder neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;

  • de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 58 jo artikel 28 Gemeentewet);

  • Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

 

Incompatibiliteiten en nevenfuncties

  • Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de gemeente partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend (artikelen 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet).

  • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikelen 36b en 68 Gemeentewet)

  • Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag (artikelen 46, tweede lid, en 47 Gemeentewet)

  • Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters, is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging.

  • Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikelen 41b en 67 Gemeentewet).

  • Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar. De opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het gemeentehuis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikelen 41b en 67 Gemeentewet).

  • Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekenings-systematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 44 en 66 Gemeentewet)

 

Toelichting tegengaan draaideurconstructie

De draaideurconstructie geldt niet bij aanvaarding van het raadslidmaatschap. Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijk of publiekrechtelijke organisatie is waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.

Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet die organisatie failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt. Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden.

Wees extra voorzichtig met werving oud-bestuurders/ bevriende relaties en stel een afwegingskader op. Aanvaarding van een dienstbetrekking bij gemeente is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de gemeente. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeente gaat solliciteren.

 

Artikel Informatieplicht (artikel 169, tweede lid Gemeentewet)

Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang.

 

Geheimhouding (Algemene Wet Bestuursrecht, Gemeentewet en Wetboek van Strafrecht)

Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).

 

Artikelen 87 tot en met 94 Gemeentewet

  • De raad, het college, de burgemeester en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust.

  • Een verplichting tot geheimhouding wordt in acht genomen door allen die van de informatie kennis dragen.

  • Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting voort totdat de raad haar opheft.

  • Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht)

 

Toelichting Geschenken en giften (artikel 65 Gemeentewet)

De eed of belofte die burgemeester en wethouders van artikel 65 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader eerder bij de bepalingen ter voorkoming van schijn van belangenverstrengeling.

 

Aannemen geschenken

In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.

 

Aannemen excursies, werkbezoeken en binnen- en buitenlandse reizen

Hierbij dienen eveneens als afwegingskader voor de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden. Wat kan dienen als afwegingskader zijn het doel, de middelen en comfort. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier niet onder.

 

Toelichting onderlinge omgangsvormen (artikel 170 lid 2 Gemeentewet)

Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren.

De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.

 

Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, van het thema integriteit, zowel met de volksvertegenwoordiging als binnen het bestuur. De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier/gemeentesecretaris) kan hier een belangrijke rol in spelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PROCESAFSPRAKEN HANDHAVING INTEGRITEIT (BIJLAGE 2)

 

Inleiding

Hier worden de procesafspraken beschreven die politieke ambtsdragers met elkaar hebben gemaakt over een zorgvuldige handelwijze bij het vermoeden van een integriteitsschending. Met politieke ambtsdragers worden bedoeld burgemeester, wethouders, raadsleden en commissieleden.

 

De procesafspraken bieden een routekaart in de volgende gevallen:

  • Als de politieke ambtsdrager twijfelt over zijn eigen handelen;

  • Als de politieke ambtsdrager twijfelt over het handelen van een ander.

  • Als een ander twijfelt over het handelen van een politieke ambtsdrager.

Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen:

  • De betreffende handeling is nog niet uitgevoerd;

  • De betreffende handeling is reeds uitgevoerd.

Als ervoor wordt gekozen om een melding te doen, wordt er gesproken van een melder. De melder is eenieder die een vermoeden van een integriteitsschending meldt overeenkomstig het bepaalde in onderhavige procesafspraken.

 

Een melding mag niet anoniem worden gedaan. De melding is vertrouwelijk. Dat wil zeggen dat de naam van de melder niet breder bekend wordt gemaakt bij anderen dan bij wie de melder zijn of haar melding gedaan heeft en betreffende personen die een rol hebben genoemd in de procesafspraken.

 

De onderhavige procesafspraken bieden handvaten aan politieke ambtsdragers die overwegen om een vermoeden van een integriteitsschending bespreekbaar te maken of er een melding van te doen. De hieronder vermelde stappen kunnen ook doorlopen worden door anderen dan politieke ambtsdragers.

 

De voorliggende afspraken zijn bestemd voor alle politieke ambtsdragers. Overal waar in deze gedragscode ‘raadslid/raadsleden’ staat geschreven, wordt, daar waar van toepassing, ook ‘commissielid/commissieleden niet-zijnde raadslid/ raadsleden’ bedoeld. Waar politiek ambtsdrager staat geschreven worden bedoeld burgemeester, wethouders, raadsleden en commissieleden.

 

Hieronder volgen twee stappenplannen, onder A voor de behandeling van een melding over het handelen van een raadslid en wethouder en onder B voor de behandeling van een melding over het handelen van de burgemeester.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • A.

    Stappenplan voor melding over het handelen van een raadslid en wethouder:

  • 0.

    Bespreken

    • a.

      Route voor eigen handelen

    • b.

      Route voor handelen van een ander

  • 1.

    Het doen van een melding

  • 2.

    Beoordelen melding

    • a.

      Ontvankelijkheid: toets en plan van aanpak bij ontvankelijke melding

    • b.

      Optioneel: vooronderzoek

    • c.

      Mogelijke uitkomsten van beoordeling melding

    • d.

      Communicatie

  • 3.

    Onderzoek door extern bureau

    • a.

      Opdracht onderzoek

    • b.

      Communicatie

  • 4.

    Rapportage

    • a.

      Communicatie in geval van onderzoek naar raadslid

    • b.

      Communicatie in geval van onderzoek naar wethouder

  • 5.

    Vervolg

  • 6.

    Leren en evalueren

Stap 0. Bespreken

Dit is de stap voorafgaand aan het doen van een melding. In deze stap is ruimte voor dilemma’s, vragen en advies. Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.

 

Route voor eigen handelen

Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.

 

Route voor raadsleden

  • Het raadslid maakt zijn twijfel over zijn al dan niet uitgevoerde handeling bespreekbaar met de griffier;

  • Het raadslid maakt bij aanhoudende twijfel over zijn al dan niet uitgevoerde handeling het bespreekbaar samen met griffier bij de burgemeester.

Route voor wethouders

  • De wethouder maakt zijn twijfel over zijn al dan niet uitgevoerde handeling bespreekbaar met de gemeentesecretaris of burgemeester;

  • De wethouder maakt bij aanhoudende twijfel over zijn al dan niet uitgevoerde handeling het bespreekbaar samen met de gemeentesecretaris bij de burgemeester.

In alle hierboven genoemde routes kan een raadslid of wethouder ervoor kiezen om zijn of haar twijfel te bespreken met een externe vertrouwenspersoon (via de beroepsvereniging).

 

Route voor het handelen van een ander

Het is ook mogelijk dat er twijfel bestaat aan een al dan niet uitgevoerde handeling door een ander. Het is aan het raadslid of de wethouder om te bepalen of het zinvol is de onderstaande scenario’s te doorlopen voordat eventueel een melding wordt gedaan. Bij twijfel:

  • Maak de twijfel bespreekbaar met diegene over wie het gaat.

  • Als de twijfel blijft, maak het nogmaals bespreekbaar.

    Het bespreken van integriteitsdilemma’s is ontzettend lastig. Toch is het heel belangrijk om niet te blijven rondlopen met vraagstukken. Bij twijfels die je niet bespreekbaar wil maken met de persoon in kwestie kan altijd via een vertrouwenspersoon, griffier, burgemeester of gemeentesecretaris om hulp gevraagd worden.

Naast de hierboven omschreven stappen kan een raadslid of wethouder ervoor kiezen om hun twijfel te bespreken met de externe vertrouwenspersoon. Een externe vertrouwenspersoon kan de politieke ambtsdrager bijstaan indien hij of zij het vervolgtraject ingevolge het onderhavige protocol ingaat. De externe vertrouwenspersoon kan een melding van een vermoeden van een integriteitsschending niet zelf in behandeling nemen.

 

 

 

Stap 1. Het doen van een melding

In deze stap wordt beschreven welke stappen gezet moeten worden als er sprake is van een vermoeden van een integriteitsschending. Dan wordt een melding gedaan. Een melding dient altijd schriftelijk te worden gedaan.

 

Betreft het doen van een melding het handelen van een raadslid of wethouder

  • De melding wordt gedaan bij de burgemeester.

Het is de melder niet toegestaan zelf op enige wijze publiciteit te zoeken of ruchtbaarheid te geven aan de integriteitsmelding.

 

Stap 2. Het beoordelen van een melding

De burgemeester beoordeelt de melding over een raadslid of wethouder op ontvankelijkheid. De integriteitscoördinator ondersteunt de burgemeester bij de beoordeling van de ontvankelijkheid. De griffier en/of gemeentesecretaris wordt geïnformeerd over de melding, afhankelijk of de melding een raadslid betreft of een wethouder.

 

  • a.

    Ontvankelijkheid

In het kader van de beoordeling op ontvankelijkheid wordt getoetst of:

  • De melding schriftelijk en niet anoniem is;

  • Sprake is van strijdigheid met de wet- en regelgeving en gedragscode;

  • De gemeente bevoegd is een nader onderzoek te doen (uitzondering is bijvoorbeeld een strafrechtelijk onderzoek);

  • Sprake is van de aanwezigheid van redelijke gronden voor het vermoeden.

Als er niet aan de bovengenoemde criteria is voldaan, is de melding niet ontvankelijk. Dan stopt de procedure. Ook een melding zonder de aanwezigheid van redelijke gronden is dus niet ontvankelijk.

  • De melder wordt hiervan op de hoogte gebracht.

  • De burgemeester informeert degene op wie de melding betrekking had.

 

Als er aan de criteria is voldaan, is het een ontvankelijke melding.

 

De burgemeester kan besluiten een externe partij de ontvankelijkheidstoets uit te laten voeren.

 

 

Plan van aanpak

De integriteitscoördinator bereidt voor de burgemeester een advies voor over het vervolg op basis van de volgende criteria:

  • De aard van het vermoeden;

  • De ernst van het vermoeden;

  • De concreetheid van het vermoeden (welke mogelijke normen zijn in het geding);

  • De onderzoekbaarheid van de vermeende schending;

  • Strijdigheid met de gedragscodes voor college- en raadsleden;

  • Strijdigheid met de wet- en regelgeving.

De burgemeester beslist, in overleg met de gemeentesecretaris/ griffier over het vervolg van de ontvankelijke melding.

 

 

  • b.

    Vooronderzoek in het kader van beoordeling melding

    De burgemeester mag ook:

  • de melder verzoeken om zijn of haar melding toe te lichten.

  • in het kader van de beoordeling enkele gesprekken - laten - voeren of documenten - laten - bestuderen.

 

Een gesprek met diegene over wie de melding gaat, kan deel uitmaken van het vooronderzoek.

  •  

Bij het vooronderzoek wordt de burgemeester ondersteunt door de integriteitscoördinator en de gemeentesecretaris of de griffier.

 

Het doel van dit vooronderzoek is te beoordelen of sprake is van een gerechtvaardigd, onderzoekbaar en naar alle waarschijnlijkheid concrete integriteitsschending zodat een vervolgonderzoek gegrond is.

De burgemeester kan besluiten een externe partij, het vooronderzoek uit te laten voeren.

 

  • c.

    Mogelijke uitkomsten van beoordeling melding

    De meest voorkomende uitkomsten van de beoordeling van de melding zijn:

     

• Optie 1. De vermeende schending betreft een te gering feit om een onderzoek te rechtvaardigen. Of de melding is niet onderzoekbaar. Of de melding is niet concreet. Er zijn onvoldoende aanwijzingen. Als er sprake is van een zgn. lichte vermeende schending - denk hierbij aan bijvoorbeeld omgangsvormen - kan de burgemeester ook besluiten geen onderzoek in te stellen. De burgemeester gaat wel het gesprek aan met degene op wie de melding betrekking heeft.

 

• Optie 2. Het vermoeden van de schending is gerechtvaardigd, onderzoekbaar, concreet en van zodanige ernst, dat onderzoek gegrond is. De burgemeester geeft dan een externe partij opdracht tot het instellen en uitvoeren van een onderzoek naar het vermoeden van de integriteitsschending.

 

• Optie 3. Er is sprake van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. In dit geval doet de burgemeester aangifte bij het Openbaar Ministerie (hierna: OM).

 

  • d.

    Communicatie

  • De burgemeester is verantwoordelijk voor de communicatie richting de melder. De burgemeester laat aan de melder weten wat de uitkomsten zijn van de beoordeling van de melding, tenzij de privacy van degene op wie de melding betrekking heeft en of het onderzoeksbelang dit in de weg staat.

  • De burgemeester informeert degene op wie de melding betrekking heeft over de uitkomsten van de beoordeling van de melding, tenzij het onderzoeksbelang dit in de weg staat.

  • De burgemeester informeert het presidium over de uitkomsten van de beoordeling van de melding over een raadslid of wethouder wanneer een nader onderzoek wordt gestart.

  • Het presidium wordt niet geïnformeerd:

    • wanneer de privacy van de melder of degene op wie de melding betrekking heeft en of het onderzoeksbelang dit in de weg staat.

    • Indien de conclusie is dat de melding niet ontvankelijk is of een nader onderzoek niet gegrond is, blijft de beoordeling van de melding vertrouwelijk. In dit geval weten alleen de melder, degene over wie de melding gaat en de burgemeester - en mogelijk de griffier of gemeentesecretaris en integriteitscoördinator - er van af.

  • De burgemeester brengt het presidium op de hoogte wanneer er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit, waarvoor aangifte is/wordt gedaan. De burgemeester besluit, na overleg met het presidium over de eventuele vervolgstappen en de communicatie naar aanleiding van het redelijke vermoeden van schuld aan een strafbaar feit.

  • Indien degene op wie de melding betrekking heeft dit wenst, zal de burgemeester in deze fase van het proces, al dan niet vertrouwelijk, de raad informeren.

Stap 3. Onderzoek door extern bureau

Als er sprake is van een gerechtvaardigd, onderzoekbaar en concreet vermoeden van een schending van zodanige ernst dat onderzoek gegrond is, stelt de burgemeester een onderzoek in. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een gecertificeerd extern bureau.

 

  • a.

    Opdracht onderzoek

De burgemeester wordt ondersteund door de integriteitscoördinator en/of griffier en/of gemeentesecretaris bij het opstellen en vaststellen van de onderzoeksopdracht.

 

Degene op wie de melding en het onderzoek betrekking heeft, wordt schriftelijk door de burgemeester of de gemeentesecretaris over het onderzoek en de onderzoeksvraag geïnformeerd, tenzij het onderzoeksbelang zich daartegen verzet.

 

Indien nodig worden er aanvullende afspraken gemaakt over de uitoefening van werkzaamheden van de betrokkene.

 

Onderdeel van het onderzoek is, in ieder geval, gelegenheid tot wederhoor voor degene op wie de melding betrekking heeft. Deze persoon wordt in de gelegenheid gesteld het conceptrapport in te zien en hier een reactie op te formuleren. Deze reactie wordt opgenomen in het rapport.

 

Degene op wie de melding betrekking heeft kan zich tijdens het onderzoek laten bijstaan door een raadspersoon. Indien gewenst vraagt de griffier of gemeentesecretaris offertes hiervoor op bij de daarvoor bevoegde personen.

 

De melder wordt geïnformeerd dat er een onderzoek wordt gestart. Indien het belang van de melder dat rechtvaardigt wordt deze ook geïnformeerd over de onderzoeksopdracht.

 

 

 

 

  • b.

    Communicatie

  • De burgemeester informeert het presidium en het college vertrouwelijk over het instellen van het onderzoek naar een raadslid of een wethouder over de onderzoeksopdracht en de voortgang van het onderzoek, tenzij de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft of het onderzoeksbelang dit in de weg staat.

  • De burgemeester kan na overleg met het presidium besluiten om breder over het onderzoek en de onderzoeksopdracht te gaan communiceren. Dit zou aan de orde kunnen zijn als bekend is dat er een melding is gedaan en of geruchten over de melding de ronde doen. Bij de beslissing om al dan niet breder te gaan communiceren, wordt de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft meegewogen.

Stap 4. Rapportage

Er wordt door het externe bureau een rapport opgesteld dat aan de burgemeester wordt aangeboden. Indien het onderzoek de burgemeester betreft wordt het onderzoeksrapport aangeboden aan de Commissaris van de Koning.

 

  • a.

    Communicatie in geval van onderzoek naar raadslid

  • De burgemeester informeert het presidium vertrouwelijk over de uitkomsten van het onderzoek en voert daarover met hen het gesprek, tenzij de privacy van degene op wie het rapport betrekking heeft dit in de weg staat. Als het rapport betrekking heeft op een lid van het presidium, dan is dit lid niet aanwezig bij de bespreking daarvan, tenzij het rapport onomstotelijk aantoont dat sprake is geweest van een ongegronde integriteitsmelding.

  • De burgemeester overlegt met het presidium het proces van - mogelijke - verdere behandeling en verspreiding van de uitkomsten van het rapport.

  • De burgemeester besluit over het proces van - mogelijke - verdere behandeling en verspreiding van het rapport. Hij houdt hierbij rekening en overlegt zo nodig met betrokkenen zoals de persoon waarop het onderzoek betrekking heeft.

  • Indien degene op wie de melding betrekking heeft dit wenst, zal de burgemeester in deze fase van het proces, al dan niet vertrouwelijk, de raad informeren.

  •  

  • b.

    Communicatie in geval van onderzoek naar wethouder

  • De burgemeester informeert het presidium vertrouwelijk over de uitkomsten van het onderzoek en voert daarover met hen het gesprek, tenzij de privacy van degene op wie het rapport betrekking heeft dit in de weg staat.

  • De burgemeester overlegt met het presidium het proces van - mogelijke - verdere behandeling en verspreiding van de uitkomsten van het rapport.

  • De burgemeester besluit over het proces van - mogelijke - verdere behandeling en verspreiding van het rapport. Hij houdt hierbij rekening en overlegt zo nodig met betrokkenen zoals de persoon waarop het onderzoek betrekking heeft.

  • Indien degene op wie de melding betrekking heeft dit wenst, zal de burgemeester in deze fase van het proces, al dan niet vertrouwelijk, de raad informeren.

Stap 5. Vervolg

Verdere behandeling van het rapport vindt plaats afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek en het besluit over de wijze waarop met de onderzoeksresultaten wordt omgegaan. Hiertoe wordt besloten in het presidium.

 

Stap 6 – Leren en evalueren

De burgemeester - en de griffier en of gemeentesecretaris - reflecteert na iedere casus op de gevolgde procedure maar ook op de uitvoering daarvan en de adviezen die zijn gegeven en de resultaten van het (voor)onderzoek. Op basis daarvan wordt een schriftelijke reflectie gemaakt met daarin de lessen die getrokken kunnen worden. Deze reflecties vormen de input voor mogelijke optimaliseringen van het onderhavige meldprotocol.

 

 

  • B.

    Stappenplan voor melding over het handelen van de burgemeester:

  • 0.

    Bespreken

    • a.

      Route voor eigen handelen

    • b.

      Route voor handelen van een ander

  • 1.

    Het doen van een melding

Stap 0. Bespreken

Dit is de stap voorafgaand aan het doen van een melding. In deze stap is ruimte voor dilemma’s, vragen en advies. Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.

 

Route voor eigen handelen

Als sprake is van een twijfel over een eigen al dan niet uitgevoerde handeling, dan zijn de volgende stappen mogelijk.

 

  • De burgemeester maakt zijn twijfel over zijn al dan niet uitgevoerde handeling bespreekbaar in de driehoek, namelijk met de griffier en de gemeentesecretaris;

  • De burgemeester kan ervoor kiezen om zijn of haar twijfel te bespreken met een externe vertrouwenspersoon (via de beroepsvereniging).

  • De burgemeester maakt bij aanhoudende twijfel over zijn al dan niet uitgevoerde handeling het bespreekbaar met de Commissaris van de Koning.

Route voor het handelen van een ander

Het is ook mogelijk dat er twijfel bestaat aan een al dan niet uitgevoerde handeling door een ander. Het is aan de burgemeester om te bepalen of het zinvol is de onderstaande scenario’s te doorlopen voordat eventueel een melding wordt gedaan. Bij twijfel:

  • Maak de twijfel bespreekbaar met diegene over wie het gaat.

  • Als de twijfel blijft, maak het nogmaals bespreekbaar.

Naast de hierboven omschreven stappen kan de burgemeester ervoor kiezen om zijn twijfel te bespreken met de externe vertrouwenspersoon.

 

Stap 1. Het doen van een melding

In deze stap wordt beschreven welke stappen gezet moeten worden als er sprake is van een vermoeden van een integriteitsschending. Dan wordt een melding gedaan. Een melding dient altijd schriftelijk te worden gedaan.

 

Betreft het doen van een melding het handelen van de burgemeester

  • De melding wordt gedaan bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris treedt in overleg met de Commissaris van de Koning.

Wanneer de melding gaat over het handelen van de burgemeester in de rol van voorzitter van de raad wordt de vicevoorzitter van de raad en de griffier betrokken. In de andere gevallen wordt de locoburgemeester betrokken. De gemeentesecretaris weegt de betrokkenheid van de locoburgemeester en/of de vicevoorzitter van de raad en griffier af.

In overleg met de Commissaris van de Koning wordt een procedure omtrent de behandeling van de melding over de burgemeester afgesproken. Het presidium wordt door de Commissaris van de Koning of de gemeentesecretaris op de hoogte gesteld van de vastgestelde procedure en de vervolgstappen.

 

Het is de melder niet toegestaan zelf op enige wijze publiciteit te zoeken of ruchtbaarheid te geven aan de integriteitsmelding.

 

 

 

 

 

 

 

Naar boven