Gemeenteblad van Blaricum
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Blaricum | Gemeenteblad 2026, 106919 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Blaricum | Gemeenteblad 2026, 106919 | beleidsregel |
Beleidsregel standplaatsen gemeente Blaricum 2026
Burgemeester en wethouders van Blaricum;
gelet op paragraaf 5.2.15 en Bijlage 1 van het Omgevingsplan Blaricum;
overwegende dat het wenselijk is nieuwe beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de uitvoering van het Omgevingsplan Blaricum;
besluiten de volgende nadere regeling vast te stellen:
HOOFDSTUK 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze Beleidsregel wordt verstaan onder:
Incidentele standplaats: een standplaats die wordt ingenomen met een tijdelijk karakter met beperkte invloed op de omgeving. Voorbeelden zijn stichtingen die voor het goede doel goederen willen verkopen, foodtrucks die op een enkele dag producten verkopen, ondernemers die een bijzondere uitverkoop houden, bedrijven/instellingen die voorlichting willen geven over een product of onderwerp.
Vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend. In het geval van een vennootschap onder firma (vof) zijn de vennoten in die vof vergunninghouder. In het geval van een rechtspersoon (bijvoorbeeld een bv) is de rechtspersoon vergunninghouder, daarbij vertegenwoordigd door de vertegenwoordigingsbevoegden van die rechtspersoon.
HOOFDSTUK 2 VASTE STANDPLAATSEN
Vaste standplaatsen kunnen tijdelijk niet worden ingenomen wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden of als de standplaats voor een ander doel wordt gebruikt, zoals de markt of evenementen. Daarnaast is het mogelijk dat op grond van ander openbaar belang de standplaats niet kan worden ingenomen of moet worden ontruimd. In dergelijke gevallen wordt in overleg gekeken of er een andere locatie mogelijk is.
HOOFDSTUK 3 SEIZOENSGEBONDEN STANDPLAATS
Artikel 3 Seizoensgebonden standplaats
Vanwege het normaliter kortdurende karakter en de normaliter geringe impact op de openbare ruimte en openbare orde, kan bij aanvragen voor seizoensgebonden standplaatsen bij uitzondering afgeweken worden van de genoemde standplaatslocaties die zijn opgenomen op de lijst. De aangevraagde standplaatslocatie wordt beoordeeld, waarbij rekening wordt gehouden met de aangevraagde looptijd en de aanvraagvereisten (artikel 5.90 Omgevingsplan) en de beoordelingsregels (artikel 5.91 Omgevingsplan) voor standplaatsen, als opgenomen in het Omgevingsplan Blaricum.
Seizoensgebonden standplaatsen kunnen tijdelijk niet worden ingenomen, wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden. Daarnaast is het mogelijk dat op grond van ander openbaar belang de standplaats niet kan worden ingenomen of moet worden ontruimd. In dergelijke gevallen wordt in overleg gekeken of er een andere locatie mogelijk is.
HOOFDSTUK 4 INCIDENTELE STANDPLAATSEN
Artikel 4 Incidentele standplaatsen
Vanwege het normaliter kortdurende karakter en de normaliter geringe impact op de openbare ruimte en openbare orde, kan bij aanvragen voor incidentele standplaatsen bij uitzondering afgeweken worden van de genoemde standplaatslocaties die zijn opgenomen op de lijst. De aangevraagde standplaatslocatie wordt beoordeeld waarbij rekening wordt gehouden met de aangevraagde looptijd en de aanvraagvereisten en beoordelingsregels algemene weigeringsgronden en bijzondere weigeringsgronden voor standplaatsen, als opgenomen in het Omgevingsplan Blaricum. Daarnaast wordt er getoetst of er geen andere activiteiten, zoals de markt of evenementen, plaatsvinden op de aangevraagde locatie voor de incidentele standplaats.
Incidentele standplaatsen kunnen niet worden ingenomen wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden. Daarnaast is het mogelijk dat op grond van ander openbaar belang de standplaats niet kan worden ingenomen of moet worden ontruimd. In dergelijke gevallen wordt in overleg gekeken of er een andere locatie mogelijk is.
Artikel 5 Locaties, dagdelen en maximumstelsel
Voor de vaste standplaatsen wordt een locatiebeleid gehanteerd. Dat wil zeggen dat er slechts op de aangewezen standplaatslocaties standplaatsen mogen worden ingenomen. Het locatiebeleid is gewenst vanuit het oogpunt van de openbare orde, openbare veiligheid en in het belang van de bescherming van het milieu. Voor seizoens- en incidentele standplaatsen kan, zoals blijkt uit artikel 3 lid 3 en artikel 4 lid 4, hiervan worden afgeweken.
Ter bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, het milieu en ter voorkoming van overlast, zoals opgenomen in artikel 5.88 van het Omgevingsplan Blaricum, in de openbare ruimte is het aantal standplaatsen gelimiteerd. Het college heeft per standplaatslocatie bepaald wat het maximum aantal te verlenen standplaatsvergunningen is.
Artikel 6 Vergunningsaanvraag vaste standplaatsen en seizoensgebonden standplaatsen
De aanvraag om een standplaatsvergunning bevat, in aanvulling op de vereisten die zijn genoemd in artikel 5.90 van het Omgevingsplan Blaricum, in elk geval de volgende gegevens en documenten:
Artikel 7 Procedure vaste standplaatsen en seizoensgebonden standplaatsen
De bekendmaking van een vrijgekomen standplaats geschiedt minimaal 3 maanden vooraf door openbare kennisgeving (via www.overheid.nl en/of) in het digitale gemeenteblad van de gemeente Blaricum. Hierin wordt in ieder geval aangegeven:
Alleen binnen het tijdvlak, genoemd in de openbare kennisgeving in lid 1, kan een volledige aanvraag worden ingediend of kan een onvolledige aanvraag worden aangevuld tot een volledige aanvraag. Na sluiting van het tijdvak kan een ingediende aanvraag niet meer worden aangevuld of gewijzigd en kan ook geen nieuwe vergunningaanvraag meer worden ingediend.
Artikel 9 Intrekken of schorsen van een vergunning
Het college kan een vergunning of ontheffing intrekken of schorsen op basis van de volgende gronden:
Herinrichting- of reconstructiewerkzaamheden: indien als gevolg van herinrichting- of reconstructiewerkzaamheden aan de openbare weg of toenemende verkeersdrukte geen gebruik meer kan worden gemaakt van de vergunning. Indien noodzakelijk kan het college de vergunninghouder een andere locatie toewijzen in de nabijheid van de huidige locatie.
HOOFDSTUK 6 OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 10 Weigeringsgronden standplaatsvergunningen
Een vergunning voor een vaste, seizoensgebonden of een incidentele standplaats wordt, in aanvulling op artikel 5.91 van het Omgevingsplan Blaricum, in ieder geval geweigerd indien:
Het college kan op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder maximaal een persoon als vervanger van de vergunninghouder op de standplaatsvergunning vermelden. De vervanger mag voor maximaal zes maanden de vergunninghouder vervangen. Voor vermelding als vervanger op de vergunning komen uitsluitend de volgende personen in aanmerking:
Bij het in het vorige lid bedoelde verzoek wordt ten aanzien van elke vervanger een door de vervanger ondertekende verklaring overlegd, waarin hij of zij verklaart voor de vergunninghouder als vervanger werkzaam te zijn en verklaart in te stemmen met vermelding als vervanger op de standplaatsvergunning.
Van het bepaalde in deze regels kan worden afgeweken als de toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 15 Overgangsregelingen
Binnen zes maanden na inwerkingtreding van deze Beleidsregel, worden de op grond van het Omgevingsplan Blaricum verleende vaste en seizoensgebonden standplaats vergunningen voor de standplaatsen die zijn opgenomen in bijlage 1 behorend bij deze regels, ingetrokken. De betreffende vergunninghouders ontvangen in plaats daarvan, zonder toepassing van artikel 7, eenmalig een nieuwe vergunning die geldt voor de periode van 12 jaar die voldoet aan de overige vereisten uit deze Beleidsregel.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders d.d. 13 januari 2026,
P. van Dijk
Gemeentesecretaris
drs. B.M. de Reijke MBA
burgemeester
TOELICHTING OP DE BELEIDSREGEL STANDPLAATSEN GEMEENTE BLARICUM 2026
Standplaatsen zijn belangrijk voor de leefbaarheid van de woonkernen in de gemeente Blaricum. Ze vergroten de aantrekkingskracht van woonkernen en centrumgebieden en zijn voor inwoners en bezoekers een verrijking van het voorzieningenaanbod. Door de lagere ondernemingslasten zijn standplaatsen ook een laagdrempelige vorm van ondernemen. Ze kunnen zo soms ook functioneren op locaties waar een winkel niet (meer) haalbaar is.
De gemeente Blaricum wil de standplaatsen graag goed reguleren en ervoor zorgen dat standplaatshouders een goede bijdrage leveren aan het woon- en leefklimaat van de gemeente, zonder overlast te veroorzaken.
Een standplaatsvergunning is een zogenoemde ‘schaarse vergunning’. Dit zijn vergunningen waarbij het aantal gegadigden potentieel groter is dan het aantal vergunningen dat wordt uitgegeven. Bij het stellen van regels is rekening gehouden met veranderde regelgeving hiervoor, de toegestane looptijd van vergunningen en hoe de gemeente beschikbare standplaatsen bekendmaakt en verdeelt onder ondernemers. In deze Beleidsregel stelt het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Blaricum kaders in het belang van het Omgevingsplan Blaricum en schept zij duidelijkheid over haar visie op de standplaatsen en hoe zij met vergunningaanvragen en vergunningverlening omgaat. Deze Beleidsregel standplaatsen gemeente Blaricum 2026 zijn algemene verbindende voorschriften en binden zowel de gemeente als aanvragers of houders van een standplaatsvergunning.
Schaarse vergunningen en verdeling
Omdat de vraag om standplaatsvergunningen op een aantal standplaatslocaties naar verwachting groter is dan het beschikbare aantal standplaatslocaties of vergunningen voor standplaatsen, is sprake van “schaarse vergunningen”. Ook op basis van rechterlijke uitspraken rond de Europese Dienstenrichtlijn is een standplaatsvergunning aan te merken als een schaarse vergunning.
Gemeenten zijn verplicht om voor dit soort vergunningen een verdelingsbeleid te voeren dat uitgaat van het toepassen van het gelijkheidsbeginsel, waarin eenieder onder gelijke voorwaarden mee kan dingen naar gunning. De procedure moet volgens de Dienstenrichtlijn duidelijk zijn, vooraf openbaar gemaakt en aan gegadigden de garantie bieden dat hun aanvraag objectief en onpartijdig wordt behandeld. Voor de verdeling van de vergunningen bestaan verschillende vormen van verdelingsbeleid en selectiemethoden (zoals loting, bieding, kwalitatieve selectie). Het college kiest voor selectie op basis van kwalitatieve aspecten.
Europese Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet
De Dienstenrichtlijn en Dienstenwet bepalen – kort gezegd – dat de beoogde uitgifteprocedure voor standplaatsen alleen vestigingsbeperkingen mag bevatten als deze (a) niet-discriminerend, (b) noodzakelijk én (c) evenredig zijn. Dit betekent het volgende voor de toewijzing van de vergunningen aan standplaatshouders:
Discriminatieverbod: het advies voor het maximumstelsel maakt ten aanzien van de opgenomen vestigingsbeperking geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel van de te vestigen standplaatsen. Hiermee wordt derhalve voldaan aan het discriminatieverbod in artikel 15, derde lid, onder a, van de Dienstenrichtlijn.
Noodzakelijkheid: het maximumstelsel moet noodzakelijk zijn. Dat is het geval als er ‘dwingende redenen van algemeen belang’ kunnen worden genoemd als basis voor het maximumstelsel. Dwingende redenen van algemeen belang moeten zijn gericht op de bescherming van het milieu en meer specifiek van het stedelijk milieu. Het gaat dan om de vraag of en hoe de doelstellingen van het ruimtelijk beleid, het beleid ten aanzien van detailhandel en horeca en de doelstellingen/criteria uit artikel 3:10 van het Omgevingsplan Blaricum met de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, de verkeersveiligheid in het bijzonder, kunnen worden bereikt met het vaststellen van een maximumstelsel. In overweging 40 van de Dienstenrichtlijn is opgenomen dat onder ‘dwingende reden van algemeen belang’ ook wordt verstaan bescherming van afnemers van diensten; consumentenbescherming en voorkoming van oneerlijke concurrentie.
Evenredigheid: een maximumstelsel bestaat uit maatregelen ofwel vestigingsbeperkingen die aan de dienstverlening worden gesteld. Een maatregel in het maximumstelsel moet aan de volgende vereisten voldoen:
De maatregel gaat niet verder dan nodig; vestigingsbeperkingen moeten een zinvolle bijdrage leveren aan het bereiken van de nagestreefde doelen. Op zichzelf kan een maximumstelsel noodzakelijk zijn. Dan is altijd nog een beoordeling nodig of het doel ook met een minder verstrekkende maatregel kan worden bereikt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-106919.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.