Overwegingen ten aanzien van het besluit
Dat ten behoeve van het stimuleren van elektrisch vervoer een netwerk van oplaadpunten noodzakelijk is;
Dat de gemeente Edam-Volendam in het kader van de uitbreiding van de openbare laadinfrastructuur oplaadpunten voor elektrische voertuigen aanwijst;
Dat de gemeente via het aanvraagportaal van Laadwerk een valide verzoek van een bewoner heeft ontvangen voor het plaatsen van openbare oplaadpaal;
Dat daaruit blijkt dat er ter plaatse behoefte bestaat aan een oplaadpaal voor het opladen van elektrische voertuigen;
Dat het plaatsen van een laadpunt bijdraagt aan de ontwikkeling van een openbaar laadnetwerk;
Dat de bezettingsgraad bij de reeds aanwezige oplaadpalen in de omgeving op de Wester Ven en op de Ooster Ven voor een periode van drie achtereenvolgende maanden op een of meerdere dagdelen 40% of meer heeft bedraagd;
Dat op basis daarvan in deze behoefte niet kan worden voorzien door reeds aanwezige oplaadpalen in de nabije omgeving of door parkeer- en oplaadmogelijkheden op eigen terrein;
Dat het verzoek op basis daarvan voldoet aan de in de Beleidsregels elektrisch laden Edam-Volendam vastgestelde criteria;
Dat het parkeerterrein op de Wester Ven niet is geschikt voor de realisatie van een oplaadpunt vanwege de afwezigheid van ondergrondse laagspanningskabels binnen 25 meter van een parkeerplaats;
Dat door de beheerder de locatie in de Wester Ven in Volendam is goedgekeurd, op voorbehoud van de verlening van een vergunning voor een netaansluiting op het laagspanningsnet;
Dat om een optimale benutting van een openbare oplaadpunt te waarborgen het wenselijk is om bij het oplaadpunt een tweetal parkeerplaatsen te reserveren ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen;
Dat dit gerealiseerd kan worden door middel van het plaatsen van het verkeersbord E8c als bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990 en een onderbord dat aanduidt dat het verkeersbord erboven van toepassing is het aangewezen parkeervak of op de aangewezen parkeervakken;
Dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van het verkeersbord E8c – met het betreffende onderbord – van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;
Dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
Dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel voorts strekt tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
Dat de Wester Ven in Volendam in het beheer is van de gemeente Edam-Volendam; en
Dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg heeft plaatsgevonden met de gemandateerde van de korpschef van de politie, waarbij te kennen is gegeven dat met het voorgestelde verkeersbesluit wordt ingestemd. Daarbij is wel geadviseerd de vakmarkering te verduidelijken.