Gemeenteblad van Hof van Twente
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hof van Twente | Gemeenteblad 2026, 102246 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hof van Twente | Gemeenteblad 2026, 102246 | beleidsregel |
Besluit maatschappelijke ondersteuning Hof van Twente 2026
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente;
gelet op artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de Wet maatschappelijke ondersteuning
2015 en het gestelde in de Verordening maatschappelijke ondersteuning
vast te stellen de navolgende regels BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE HOF VAN TWENTE 2026.
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
1. CAK: Centraal Administratiekantoor.
2. Dagdeel: een aaneengesloten deel van de dag van 3,5 uur.
3. Etmaal: een aaneengesloten periode van 24 uur.
4. Gebruikersbijdrage: het tarief dat de reiziger in rekening wordt gebracht bij gebruik van Maatwerkvervoer.
5. HO: de voorziening Huishoudelijke ondersteuning.
6. Instandhoudingskosten: kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden om een voorziening te kunnen gebruiken en de levensduur te waarborgen. Deze kosten betreffen uitsluitend kosten van reparaties en onderhoud en, zo nodig, WA-verzekering van woonvoorzieningen, vervoermiddelen en rolstoelen die zijn verstrekt op grond van een Verordening maatschappelijke ondersteuning Hof van Twente;
7. PGB: persoonsgebonden budget.
8. Uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
9. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
10.Wmo-verordening: de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning
11.Alle begrippen, die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, in de geldende Wmo-verordening en in de geldende Beleidsregel huishoudelijke ondersteuning Hof van Twente.
HOOFDSTUK 2 PERSOONSGEBONDEN BUDGET EN FINANCIËLE TEGEMOET-KOMINGEN
Artikel 2 Algemene voorwaarden
1. De cliënt voert een deugdelijke administratie in verband met
gegevensoverdracht met de Sociale Verzekeringsbank en in verband met
2. Het PGB voor HO en Begeleiding individueel mag uitsluitend worden besteed
aan kosten van arbeidsloon van ondersteuning en bijkomende kosten voor de
zorgverlener, te weten werkgeverslasten, reiskostenvergoedingen voor woonwerkverkeer, verlofregelingen en een pensioenvoorziening.
3. Een PGB is niet hoger dan de kostprijs van een vergelijkbare voorziening in natura.
Artikel 3 PGB Woonvoorzieningen
1. Het PGB wordt vastgesteld overeenkomstig het gestelde in artikel 11.4 van de
2. Het PGB wordt achteraf op declaratiebasis betaald aan de budgethouder
nadat deze een factuur heeft overgelegd en gebleken is dat de
woonvoorziening overeenkomstig de toekenning is aangebracht.
3. Als een PGB voor aanschaf van een voorziening wordt verstrekt, kan zo nodig
ook een PGB voor instandhoudingskosten worden toegekend.
4. Het PGB voor instandhoudingskosten wordt achteraf op declaratiebasis
betaald zolang de technische levensduur van de voorziening niet is verstreken
en de kosten niet vallen onder garantiebepalingen van de leverancier.
5. Instandhoudingskosten kunnen uitsluitend betrekking hebben op trapliften,
rolstoel- of sta – plateauliften, woonhuisliften, plateauliften, balansliften;
tilliften, mechanisme voor een hoog / laag verstelbaar keukenblok en
elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren;
6. De hoogte van het PGB voor instandhoudingskosten is beperkt tot de werkelijk
gemaakte kosten en is, indien van toepassing, gemaximeerd tot het tarief dat
voor de van toepassing zijnde productcategorie door gecontracteerde
leveranciers wordt gehanteerd.
7. Als een traplift is geplaatst op of na 1 januari 2017 wordt, afwijkend van het
voorgaande, geen PGB voor instandhoudingskosten van die traplift
8. Als een traplift is geplaatst voor 1 januari 2017, is het PGB voor
instandhoudingskosten van die traplift, afwijkend van het voorgaande,
Artikel 4 Financiële tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten
1. De financiële tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten bedraagt €
2. Indien de begrote en goedgekeurde kosten van een bouwkundige of
woontechnische ingreep aan de aanpasbare, te verlaten woning meer
bedragen dan € 16.815,- bedraagt de tegemoetkoming als bedoeld in het
1. Het PGB wordt vastgesteld overeenkomstig het gestelde in artikel 11.4 van de
2. Het PGB wordt achteraf op declaratiebasis betaald aan de budgethouder
nadat deze een factuur heeft overgelegd en gebleken is dat een adequate
3. Als een PGB voor aanschaf van een rolstoel wordt verstrekt, wordt ook een
PGB voor instandhoudingskosten toegekend.
4. Het PGB voor de instandhoudingskosten gaat in op het moment dat de
garantie op de voorziening is afgelopen. Indien van toepassing, wordt
gedurende de garantieperiode een PGB toegekend ter hoogte van de
werkelijke kosten van een WA-verzekering.
5. Het PGB voor de instandhoudingskosten wordt achteraf op declaratiebasis
betaald zolang de technische levensduur van de voorziening niet is
6. De hoogte van het PGB voor instandhoudingskosten is beperkt tot de werkelijk
gemaakte kosten en is gemaximeerd tot het tarief dat voor de van toepassing
zijnde productcategorie hiervoor door de gecontracteerde leveranciers wordt
Artikel 6 Financiële tegemoetkoming sportrolstoel
1. De financiële tegemoetkoming voor aanschaf van een sportrolstoel bedraagt €
2. Deze tegemoetkoming is mede bedoeld voor kosten van reparaties en het
onderhoud gedurende een periode van 3 jaar, gerekend vanaf datum
1. Het PGB wordt vastgesteld overeenkomstig het gestelde in artikel 11.4 van de
2. Het PGB wordt achteraf op declaratiebasis betaald aan de budgethouder
nadat deze een factuur heeft overgelegd en gebleken is dat een adequate
3. Indien een PGB voor aanschaf van een vervoermiddel wordt verstrekt, wordt
ook een PGB voor instandhoudingskosten toegekend.
4. Het PGB voor de instandhoudingskosten gaat in op het moment dat de
garantie op de voorziening is afgelopen. Indien van toepassing, wordt
gedurende de garantieperiode een PGB toegekend ter hoogte van de
werkelijke kosten van een noodzakelijke WA-verzekering.
5. Het PGB voor de instandhoudingskosten wordt achteraf op declaratiebasis
betaald zolang de technische levensduur van de voorziening niet is
6. De hoogte van het PGB voor instandhoudingskosten is beperkt tot de werkelijk
gemaakte kosten en is gemaximeerd tot het tarief dat voor de van toepassing
zijnde productcategorie hiervoor door de gecontracteerde leveranciers wordt
7. Aanpassingskosten van de eigen auto: Deze voorziening wordt slechts
toegekend indien de aan te passen auto niet ouder is dan vijf jaar. Het PGB
voor kosten van de noodzakelijke aanpassingen is 100% van de goed te
keuren kosten, met uitzondering van algemeen gebruikelijke voorzieningen
Artikel 8 Financiële tegemoetkomingen vervoervoorzieningen
1. De financiële tegemoetkoming in kosten van individueel gebruik van een
(rolstoel)taxi wordt gebaseerd op:
a. een verplaatsing van maximaal 1850 km op jaarbasis
b. een verplaatsing van maximaal 30 kilometer rondom het woonadres
c. de kosten van het reguliere taxi/rolstoeltaxitarief per kilometer,
d. het van toepassing zijnde reguliere voorrijdtarief per rit en
e. een eigen bijdrage van € 1,30 per rit plus € 0,27 per kilometer, gebaseerd
op de gebruikersbijdrage bij gebruik van het Maatwerkvervoer.
f. Als de rit meer dan 25 kilometer is, is de bijdrage per kilometer vanaf de
2. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt achteraf op
declaratiebasis betaald, nadat een declaratieformulier met bewijsstukken is
3. De financiële tegemoetkoming in kosten van gebruik van de eigen auto
bedraagt op jaarbasis € 596,- op jaarbasis. Betaling vindt naar rato per
4. Als de cliënt beschikt over een eigen auto en er de voorkeur aan geeft om
deze te gebruiken in plaats van de individuele (rolstoel)taxi, kan in plaats van
een voorziening als bedoeld in het eerste lid een tegemoetkoming in de
kosten van gebruik van de eigen auto als bedoeld in het derde lid van dit
artikel worden toegekend, waarbij de indicatie “individueel taxivervoer” in
5. Als ook een aanvullend vervoermiddel op grond van een Verordening
maatschappelijke ondersteuning is verstrekt, bestaat recht op 50% van de in
Voor personen die recht hebben op het gebruik van het Maatwerkvervoer (Wmopashouders) gelden de volgende voorwaarden:
1. Het maatwerkvervoer betreft regionale ritten, d.w.z. binnen een gebied van
maximaal 30 kilometer vanaf het woonadres van de Wmo-pashouder, waarbij
voor de eerste 25 kilometer een gesubsidieerd tarief (gebruikersbijdrage)
geldt. Voor de kilometers 26 t/m 30 geldt een hogere gebruikersbijdrage.
2. Het gebruik van het Maatwerkvervoer (reisbudget) is beperkt tot een
maximum van 1850 kilometer op jaarbasis.
Hierop gelden de volgende uitzonderingen:
a. 75% van dit budget, dus 1387 kilometer op jaarbasis, voor jongeren in de
leeftijdscategorie 12 tot 16 jaar
b. 50% van het budget, dus 925 kilometer, als ook gebruik wordt gemaakt
van een aanvullende vervoervoorziening, tenzij de Wmo-pashouder een
zorgplicht heeft voor kinderen tot 14 jaar.
c. Een extra budget van 475 kilometer op jaarbasis geldt voor Wmopashouders:
3. De gebruikersbijdrage per rit als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld
door de Regio Twente. De hoogte is afhankelijk van het aantal te reizen kilometers.
4. Medisch begeleider: op grond van een medische indicatie kan één begeleider gratis meereizen.
5. Sociaal begeleider: een Wmo-pashouder kan zich maximaal door één persoon laten vergezellen, mits die persoon zonder hulp van de chauffeur van het Maatwerkvervoer gebruik kan maken. Voor de sociaal begeleider geldt eveneens het in lid 3 bedoelde tarief.
6. Kinderen: kinderen van Wmo-pashouders, mits jonger dan 14 jaar, kunnen als extra sociaal begeleider(s) meereizen. Per kind geldt het in lid 3 bedoelde tarief.
HOOFDSTUK 4 BIJDRAGE IN DE KOSTEN
Artikel 11 Bijdrage in de kosten voorziening in natura voor HO, Dagbesteding, Begeleiding individueel en Logeerzorg
1. De startdatum vanaf wanneer de bijdrage verschuldigd is, wordt bepaald door
de datum waarop de ondersteuning daadwerkelijk is geboden (vast te stellen
aan de hand van de factuur van de zorgaanbieder) en hoofdstuk 3 van het
2. De bijdrage is tijdelijk niet verschuldigd als en voor zover de ondersteuning onafgebroken in tenminste 3 opeenvolgende volledige kalendermaanden niet is geboden.
3. Het vorige lid laat onverlet dat de bijdrage alsnog verschuldigd kan zijn op grond van de artikelen 12, 13 of 14 van dit besluit.
4. De bijdrage is verschuldigd zolang het recht op ondersteuning niet is ingetrokken of beëindigd.
Artikel 12 Bijdrage in de kosten van voorziening in natura voor hulpmiddelen en woningaanpassingen
1. De startdatum vanaf wanneer de bijdrage verschuldigd is, wordt bepaald door de datum waarop de voorziening daadwerkelijk is geboden (vast te stellen aan de hand van de factuur van de leverancier) en hoofdstuk 3 van het uitvoeringsbesluit.
2. De bijdrage is verschuldigd zolang de voorziening nog gebruikt wordt en/of in het bezit is van de cliënt en de kostprijs ervan nog niet volledig is voldaan.
Artikel 13 Bijdrage in de kosten PGB voor HO, Dagbesteding, Begeleiding individueel en Logeerzorg
1. De startdatum vanaf wanneer de bijdrage verschuldigd is, wordt bepaald door
de datum waarop aanspraak op het PGB bestaat en hoofdstuk 3 van het
2. De bijdrage is verschuldigd gedurende de gehele periode waarover het PGB is
Artikel 14 Bijdrage in de kosten PGB voor hulpmiddelen en woningaanpassingen
1. De startdatum vanaf wanneer de bijdrage verschuldigd is, wordt bepaald door
de datum waarop de ondersteuning daadwerkelijk is geboden (te bepalen aan
de hand van de factuur van de leverancier) en hoofdstuk 3 van het
2. De bijdrage is verschuldigd zolang de voorziening nog gebruikt wordt en/of in
het bezit is van de cliënt en de hoogte van het verleende PGB nog niet
Artikel 15 Kostprijs maatwerkvoorzieningen
1. Het kostprijs van Huishoudelijke ondersteuning in natura bedraagt € 42,17
2. De kostprijs van Dagbesteding bedraagt
a. voor de maatwerkvoorziening Dagbesteding Basis in natura € 51,81 per dagdeel,
b. voor de maatwerkvoorziening Dagbesteding Plus natura € 72,31 per dagdeel.
3. Het tarief voor het vervoer in verband met Dagbesteding bedraagt voor vervoer door de niet-gecontracteerde aanbieder van de Dagbesteding € 15,57 per retourrit,
4. De kostprijs voor Begeleiding individueel bedraagt
a. voor de maatwerkvoorziening Begeleiding individueel basis in natura € 81,79 per uur,
b. voor de maatwerkvoorziening Begeleiding individueel Plus in natura € 99,65 per uur.
Artikel 16 Afschrijvingsperiode
Als afschrijvingstermijn voor hulpmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.2. van de Wmo-verordening gelden de volgende termijnen:
b. eenvoudige rolstoelen: 7 jaar
c. complexe rolstoelen en elektrische rolstoelen: 5 jaar
g. plafond- en tillift: 10 jaar
j. hulpmiddelen voor kinderen: 5 jaar
k. eenvoudige woonvoorzieningen, waaronder toilet- en douchehulpmiddelen: 1 jaar
Artikel 17 Citeertitel en inwerkingtreding
1. Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hof van Twente 2026.
2. Dit besluit is vastgesteld door het college in de vergadering van 24 februari 2026 en treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026.
3. Bij de inwerkingtreding van dit besluit vervalt het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hof van Twente 2025 met kenmerk 823237.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-102246.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.