Gemeenteblad van Blaricum
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Blaricum | Gemeenteblad 2025, 99873 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Blaricum | Gemeenteblad 2025, 99873 | beleidsregel |
Het belang bij een optimale benutting van de openbare ruimte, waaronder het kunnen uitwijken en parkeren op wegbermen, weegt zwaarder dan het belang van degene die obstakels plaatst in de berm om daarmee te voorkomen dat daar geparkeerd of gereden wordt op grond van de volgende overwegingen:
Bij relatief smalle wegen in de bebouwde kom is sprake van een relatief grote behoefte aan ruimte om uit te kunnen wijken voor tegemoetkomend verkeer. Daarnaast zijn de bermen In Blaricum er nadrukkelijk ook voor bedoeld om te dienen als parkeerruimte. Als die ruimte er onvoldoende is, levert dat hinder voor het verkeer op. Ook kunnen daardoor gevaarlijke situaties ontstaan. Als geparkeerd kan worden op de berm tegenover of naast iemand zijn woning, leidt dat parkeren tot een veiliger verkeerssituatie. Het belang bij het voorkomen van de hinder die ervaren wordt als geparkeerd wordt op de berm ter hoogte van iemands woning weegt daarom minder zwaar dan het belang bij op die berm kunnen parkeren.
Dit geldt des te meer omdat het plaatsen van een obstakel ter hoogte van de ene woning, ertoe leidt dat geparkeerd wordt ter hoogte van een andere woning. De ervaren overlast wordt in dat geval niet beëindigd, maar afgewenteld op een ander. Dat dit niet de gewenste uitkomst kan zijn, blijkt uit de weigeringsgrond die staat in artikel 3.36, tweede lid onder c. van de VFL:
“Naast de weigeringsgronden in artikel 3.10 kan een vergunning bedoeld in het eerste lid in ieder geval ook worden geweigerd: (…) c. om overlast voor gebruikers van een nabij gelegen onroerende zaak te voorkomen of te beperken.”
Een gevolg van dit afwentelen van ervaren overlast is dat ook elders voorwerpen op een openbare plaats worden aangebracht om daar ook te voorkomen dat er wordt gereden of geparkeerd op de berm. Het college heeft een zwaarwegend belang bij het voorkomen van een toename van dit onrechtmatige gedrag.
Ook kent het college een groot gewicht toe aan het belang bij het doelmatig kunnen beheren en onderhouden van de openbare plaatsen. Op openbare plaatsen (zoals bermen) geplaatste objecten bemoeilijken het onderhoud van die openbare plaatsen. Dit gaat ten koste van de voor dat onderhoud beschikbare capaciteit in geld en mensuren. Samen maakt deze afweging dat het belang bij verwijdering van de geplaatste objecten doorslaggevend is. Datzelfde geldt voor het belang bij weigering van een vergunning voor het hebben en/of plaatsen van objecten op een openbare plaats.
Voor de bepaling of zaken meer dan geringe waarde hebben, wordt uitgegaan van de inschatting van de werkzame toezichthouder. Alle voorwerpen waarop in de week voorafgaand aan de week waarin de opruimactie en/of het bermenonderhoud is gepland, geen kennisgeving is bevestigd, zijn aangemerkt als voorwerpen van geringe waarde. De kennisgeving kan bijvoorbeeld geschieden in de vorm van een sticker of een geplastificeerde brief.
Per aan te pakken gebied wordt huis-aan-huis schriftelijk informatie verstrekt, waarin staat dat de gemeente op een te bepalen datum de bermen in dat gebied zal opschonen. Dit opschonen bestaat uit het verwijderen van alle zwerfvuil, losliggende voorwerpen, paaltjes etc., zodat de berm weer gebruikt kan worden om uit te wijken voor tegemoetkomend verkeer en om te parkeren. Bewoners worden daarbij opgeroepen om eventuele privé bezittingen uit de berm te verwijderen, om te voorkomen dat de gemeente die zaken gaat meenemen en afvoeren. Ook wordt gewezen op de (gewijzigde) inhoud van de VFL en dit beleid. De informatie wordt gegeven twee tot vier weken voordat overgegaan wordt tot het feitelijk optreden zoals hierna beschreven.
Voorwerpen met een meer dan geringe waarde worden verwijderd met toepassing van bestuursdwang. Op de zaken met meer dan geringe waarde (dus niet bijvoorbeeld boomstammen, paaltjes of keien) wordt dan een kennisgeving aangebracht, bijvoorbeeld in de vorm van een sticker of een geplastificeerde brief, met de mededeling dat bestuursdwang zal worden toegepast als het voorwerp niet uiterlijk 1 week na aanbrengen van de kennisgeving is verwijderd. Na het verstrijken van die termijn wordt bestuursdwang toegepast. Met bestuursdwang verwijderde zaken worden nog drie weken bewaard door de gemeente, waarna ze worden aangeboden aan een afvalverwerker. Objecten zonder waarde worden direct aan de afvalverwerker aangeboden.
Als het gaat om voorwerpen met meer dan geringe waarde direct naast een inrit, wordt de gebruiker van het door die inrit ontsloten gebouw in de gelegenheid gesteld om het voorwerp/de voorwerpen te verwijderen en daarna verwijderd te houden. Als van die gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, wordt bestuursdwang gebruikt om het voorwerp/de voorwerpen te verwijderen, waarna de kosten van bestuursdwang worden verhaald op de gebruiker van dat gebouw, die dan wordt aangemerkt als overtreder. Naast het aanbrengen van een kennisgeving/sticker op het bewuste voorwerp, krijgt de gebruiker van het gebouw ook een brief met daarin het voornemen tot toepassing van bestuursdwang.
In de overige situaties (voorwerpen op meer dan 2 meter afstand tot de uitrit) wordt uitgegaan van een onbekende overtreder. Als de tot dan onbekende eigenaar van het verwijderde voorwerp zich meldt met een verzoek om teruggave, wordt de bestuursdwangbeschikking alsnog op schrift gesteld, waarna de kosten van bestuursdwang worden verhaald op de overtreder. Tegen een last onder bestuursdwang kan een bezwaarschrift worden ingediend door de belanghebbende.
Voorwerpen op gemeentegrond worden behandeld alsof sprake is van zwerfvuil, tenzij sprake is van voorwerpen met een meer dan geringe waarde. Zwerfvuil wordt door ons opgeruimd. Het opruimen is een feitelijke handeling, waarvoor geen mandaat vereist is en waartegen geen bezwaar mogelijk is.
Voorwerpen in gemeentegrond met een geringe waarde worden behandeld als gemeentelijk eigendom op grond van natrekking. Als een voorwerp hinderlijk aanwezig is (beperking gebruiksmogelijkheden van de berm voor parkeren en of uitwijken, beperking efficiënt onderhoud en beheer) worden de voorwerpen zoals bijvoorbeeld boomstammen, paaltjes en keien weggehaald. Het weghalen is een feitelijke handeling, waarvoor geen mandaat vereist is en waartegen geen bezwaar mogelijk is. Voor de onbekende eigenaar is duidelijk dat het voorwerp als van geringe waarde is aangemerkt, door het ontbreken van een kennisgeving/sticker.
Aanvragen om vergunning voor de plaatsing van objecten op een berm met het kennelijke oogmerk om parkeren te verhinderen, worden geweigerd op grond van de hierboven opgenomen belangenafweging. Dit geldt zowel voor aanvragen die strekken tot legalisering van een bestaande onrechtmatige situatie als voor aanvragen voor nieuw te plaatsen voorwerpen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-99873.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.