Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 98670 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 98670 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling waterstofinnovaties
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van de wethouder Haven, Economie, Horeca en Bestuur (M2501-1375);
gelet op artikel 3, derde lid en de artikelen 4, 5, 6 en 7 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;
het college het wenselijk acht subsidie beschikbaar te stellen voor waterstofinnovaties gelet op de ontwikkeling van een breed waterstofcluster om de klimaatdoelen te behalen en op de inzet op het ontstaan van nieuwe bedrijvigheid op het gebied van waterstof.
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten op het gebied van waterstofinnovaties.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
De subsidie wordt digitaal aangevraagd onder gebruikmaking van de formulieren die op de website www.rotterdam.nl/subsidies beschikbaar zijn gesteld.
De subsidieaanvraag gaat vergezeld van:
In het geval van een aanvraag voor experimentele ontwikkeling volgens artikel 3, eerste lid, sub b: een ingevuld template ‘type aanvrager’, waarin de aanvrager of aanvragers met behulp van documenten uit dit artikel 10, lid 2c en 2d aantonen of zij behoren tot respectievelijk klein- en middenbedrijf en onderneming gevestigd in Groot Rijnmond;
Het college beslist binnen uiterlijk 12 weken na sluiting van de aanvraagtermijn op de aanvraag om subsidie. Deze termijn kan eenmalig met 8 weken worden verlengd.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 4 maart 2025.
De secretaris,
G.J.D. Wigmans
De burgemeester,
C.J. Schouten
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Bijlage. Puntenverdeling als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Subsidieregeling waterstof innovaties
Rangschikking en wijze van verdeling
Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria:
De criteria zijn terug te vinden in artikel 9 van deze regeling. Elk criterium krijgt een score van 0-5 punten.
Inhoudelijke beoordeling van de verschillende categorieën
Onderdeel a, subonderdeel 1: Bijdrage aan ontwikkeling breed waterstof cluster
Bijdrage aan de ontwikkeling van breed waterstof cluster wordt getoetst op de mate waarin de aanvraag en onderliggende doelstellingen, bijdragen aan de doelstellingen voor de ontwikkeling van een breed waterstofcluster. Doelen en ambities zijn onder andere vastgelegd in:
In het bij de aanvraag in te dienen projectplan kunnen aanvragers dit nader toelichten en duiden onder “bijdrage aan de doelstellingen” voor wat betreft:
Bij de beoordeling wordt voor dit criterium ook gekeken naar de mate waarin het project bijdraagt aan het slim koppelen van vraag en aanbod van waterstof. Indien de beoogde innovatie kan bijdragen aan het voorkomen van netcongestie is dit ook relevant omdat netcongestie ook de implementatie van duurzame maatregelen kan vertragen, zeker in het geval van maatregelen op het gebied van elektrificatie.
Onderdeel a, subonderdeel 2: Bijdrage aan investeringen en werkgelegenheid
Projectaanvragen moeten kunnen aantonen een duidelijke positieve impact te creëren op de Rotterdamse economie. Hier wordt getoetst op:
Onderdeel a, subonderdeel 3: Mate van innovatie van oplossing of aanpak
De mate van innovatie wordt beoordeeld aan de hand van de beschrijving in het projectplan. Aanvragers moeten in het projectplan:
Rotterdam heeft belang bij de toepassing en opschaling van innovaties met potentiële positieve impact voor de waterstof transitie. Daarom is de subsidieregeling gericht op:
innovaties die zich bevinden in de fase van ontwikkeling waarin aanvragers toewerken naar demonstratie in een operationele omgeving en verdere opschaling en marktintroductie van de innovatie, en het dus indicatief gaat om een verhoging van het technologyreadiness level (TRL) of commercial readiness level (CRL), waarvan de gebruikte technologie zich in het algemeen bevindt in TRL 5-8.
innovaties met niet-technische uitdagingen in de fase dat productie en marktintroductie van de innovatie wordt voorbereid, inclusief het ontwikkelen dan wel doorontwikkelen van de businesscase, het organiseren dan wel herorganiseren van ketens voor productie, transport, distributie, afname en gebruik van waterstof, en het aantrekken van financiering. Dat kan ook van toepassing zijn voor innovaties in TRL 8 of zelfs 9.
Voor de definitie van Technology Readiness Levels wordt verwezen naar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/trl).
Onderdeel b, subonderdeel 1: heldere aansluiting van innovatie bij marktbehoefte; helder en kansrijk verdienmodel
De aanvrager dient te onderbouwen in hoeverre de innovatie een oplossing biedt met potentie voor de waterstof economie. Wat is de potentie van de innovatie en waarom is hier behoefte aan? Wat is de visie van de aanvrager over het verdienmodel? En wat is de verwachting over de route richting een commercieel haalbare en repliceerbare innovatie, aanpak en verdienmodel?
Onderdeel b, subonderdeel 2: Kwaliteit van het projectplan
Het projectplan beschrijft helder de innovatie en de toegevoegde waarde en potentie van de innovatie, de stand van zaken van de innovatie ontwikkeling (TRL), wat er totnogtoe bereikt is, welke stappen nog gezet moeten worden om de innovatie commercieel toe te passen en/ of op te schalen, en welke resultaten de aanvrager met de gevraagde subsidie wil bereiken. Afhankelijk van de innovatie kan de ontwikkeling gericht zijn op de toepassing van de innovatie op schaal (investeringsproject) of de ontwikkeling van producten en diensten.
Het projectplan beschrijft de activiteiten en planning van activiteiten en de rol en taakverdeling tussen aanvrager(s). Verder gaat het projectplan in op de communicatie en kennisdeling rondom het project en het vergroten van draagvlak voor de innovatie en de vervolgstappen. Aanvragers geven in het projectplan aan hoe de gemeente Rotterdam het project verder kan faciliteren.
Het projectplan bevat een heldere beschrijving van:
Onderdeel b, subonderdeel 3: Kwaliteit van aanvrager(s) en betrokken stakeholders, en hun relatie met Rotterdam
Het is belangrijk dat de aanvrager kan aantonen dat de aanvragende partij de kennis en capaciteit bezit om het project tot een goed einde te kunnen brengen. Omdat het project erop gericht is om op basis van de resultaten een beslissing te maken voor de volgende stappen in de innovatie ontwikkeling, is het ook van belang dat aanvragers in het projectplan aantonen dat zij de juiste partners betrekken, die belang hebben bij toepassing en opschaling van de innovatie.
Het projectplan besteedt aandacht aan:
Aanvrager en betrokken partners: een sterk projectplan toont aan dat alle relevante stakeholders betrokken worden, en dat er duidelijke afspraken bestaan tussen deze stakeholders gericht op de doelstellingen en resultaten zoals beschreven in het projectplan. Letters of Commitments of samenwerkingsovereenkomsten met beoogde afnemers en gebruikers van de innovatie kunnen de aanvraag op dit punt versterken.
Aanvraag en projectplan onderbouwen de link heeft met de Rotterdamse regio, o.a. door aanwezigheid van stakeholders en partners die de innovatie in Rotterdam kunnen toepassen en/ of een rol kunnen spelen in de verdere ontwikkeling en opschaling van de innovatie en economische activiteiten in dat kader.
Onderdeel b, subonderdeel 4: Omvang, mate van schaalbaarheid en repliceerbaarheid
Aanvrager toont in het projectplan aan dat de innovatie potentie heeft om te worden opgeschaald en gerepliceerd. De gemeente Rotterdam is in het kader van deze subsidieregeling niet op zoek naar innovaties en projecten waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze herhaald danwel opgeschaald kunnen worden. In dat kader is de betrokkenheid van partners die belang hebben bij opschaling en replicatie een pre.
Onderdeel b, subonderdeel 5: Haalbaarheid voorziene kapitaalinvestering
Het aantonen van kans op uiteindelijke investering betreft naast technische en financiële aspecten nadrukkelijk ook draagvlak bij relevante partijen. Het aantonen van interesse uit de markt of gezamenlijke activiteiten van een partnerschap vóór indiening van aanvraag is een pré. Aanvragers beschrijven in het projectplan de ambities en toegevoegde waarde beoogd met de innovatie: maatschappelijke, economische, financiële haalbaarheid en potentie.
Onderdeel c, subonderdeel 1: waar voor het geld
‘Waar voor het geld’ vergelijkt de aangevraagde subsidie met de beoogde resultaten in de vorm van investeringen, werkgelegenheid, bijdrage aan de energietransitie en bijdrage aan ontwikkeling van het brede waterstof cluster. Hierbij speelt de potentie om de innovatie op te schalen of te repliceren een rol.
Onderdeel c, subonderdeel 2: Realistische en gedetailleerde kostenraming voor beoogde activiteiten
Een duidelijke uiteenzetting van het benodigde budget en geplande kosten. Dit is gelinkt aan de verwachte inspanning in het projectplan. Duidelijke tariefstructuur en de kosten horen tot de in artikel 5 genoemde typen.
De opgegeven kosten blijven binnen de marktconforme tarieven en prijzen.
Een kostenraming die door beoordelaars als overdreven hoog (of laag) wordt beoordeeld zal de beoordeling van de aanvraag op dit criterium negatief beïnvloeden, aangezien dit ook aantoont dat de aanvrager een onrealistisch beeld van de huidige marktcondities heeft.
Activiteiten en kosten zijn vastgelegd in een begroting voor het project met een onderbouwing van:
Voor de begroting is een template beschikbaar.
Onderdeel c, subonderdeel 3: Toegevoegde waarde van de subsidie op het project
De subsidie moet het verschil kunnen helpen maken. De aanvrager beschrijft in de aanvraag zo helder en concreet mogelijk:
Voor grote, kapitaalintensieve innovaties en projecten is dit een aandachtspunt om de toegevoegde waarde van de subsidie goed te onderbouwen. Wat is de toegevoegde waarde van de subsidie in een project dat waarvan de benodigde investeringen in de haalbaarheidsfase (tijd, geld, kennis) een veelvoud van de gevraagde subsidie zijn?
Toelichting bij de Subsidieregeling waterstof innovaties
Het college van B&W van de gemeente Rotterdam werkt aan de energietransitie om de klimaatdoelen te behalen en tegelijkertijd te bouwen aan de nieuwe economie.
Doelen en ambities zijn onder andere vastgelegd in:
De energietransitie in Rotterdam is niet één transitie, maar een transitie van haven en industrie, een transitie van mobiliteit, een transitie van de gebouwde omgeving én een transitie van de energieproductie.
Innovatie en private investeringen op het gebied van waterstof zijn belangrijk om deze doelen te behalen. Dit ook moet resulteren in nieuwe innovatieve werkgelegenheid in de Rotterdamse regio.
Het college stelt in dit kader een subsidie beschikbaar voor een haalbaarheidsstudie, een experimentele ontwikkeling, of voor een combinatie hiervan.
De subsidieregeling richt zich op innovatie op het gebied van de ontwikkeling van een breed waterstofcluster en diensten, producten, projecten en aanpakken op dit gebied.
Met de subsidie wil het college ondernemers stimuleren in hun ambities om innovaties op het gebied van waterstof te ontwikkelen. In de ontwikkelingsfase komen innovaties vaak moeilijk tot stand vanwege de hoge risico’s en het gebrek aan inkomsten in deze fase. Subsidie is dan een aanjager en kan de drempel verlagen om de innovaties toch te doen, omdat deze wel maatschappelijk wenselijk zijn.
Het kan hier bijvoorbeeld gaan om:
De subsidie speelt in op de vaak complexe vraagstukken voorafgaand aan investeringsbeslissingen en is gedefinieerd volgens de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (hierna: AGVV). De subsidie is erop gericht om drempels weg te nemen in de fase die erop gericht is dan wel de fasen die erop gericht zijn om te komen tot een finale investeringsbeslissing (Final Investment Decision), en moet dus resulteren in meer finale investeringsbeslissingen (hierna: FIDs) met positieve impact voor Rotterdam op het gebied van waterstof innovaties. Hiermee worden de gewenste energietransitie en economische transitie versneld.
Het doel van het college is met de subsidies maximale impact te bereiken en toegevoegde waarde te bieden voor de ontwikkeling van een breed waterstofcluster en de inzet van waterstof innovaties voor het behalen van klimaatdoelen.
Aanvragen worden onder andere beoordeeld op de potentiële impact van de innovatie en daarvoor speelt de mate van opschaalbaarheid of repliceerbaarheid een belangrijke rol.
De betrokkenheid van een ondernemer met een belang de innovatie te repliceren of op te schalen helpt in dit kader. Ondernemers worden uitgedaagd om in hun aanvraag helder te maken welke beslissing en investering zij op basis van het beoogde project kunnen nemen voor het vervolg.
Aanvragen en activiteiten moeten duidelijk gericht zijn op een investeringsbeslissing met een duidelijk tijdpad en commitment van partijen. De aanvraag kan gericht zijn op investeringsprojecten, maar ook op investeringen in de introductie en marktuitrol van nieuwe producten en diensten door start-ups en scale-ups, midden- en kleinbedrijf, bedrijven en industrie.
Subsidies worden bij voorkeur verstrekt aan het Midden en Klein Bedrijf. Tegelijkertijd is het wel wenselijk dat de regeling samenwerking tussen MKB en multinationals of grootbedrijven toestaat als dit wenselijk is voor het innovatieproject. Subsidie wordt daarom niet uitsluitend verstrekt aan het MKB. Ook bij grootbedrijf of zelfs multinationals kan een subsidie helpen de ontwikkeling van waterstof innovaties te versnellen en als katalysator fungeren voor de samenwerking met innovatief klein- of middenbedrijf.
Tegelijkertijd wordt bij de beoordeling van subsidieaanvragen bij de score op het criterium “toegevoegde waarde van de subsidie” ook gekeken wordt naar de onderbouwing van het verschil dat de subsidie maakt voor betrokken grootbedrijven of multinationals: waarom is de subsidie nodig? Waarom versnelt dit de ontwikkeling van de innovatie?
Ondernemers buiten Rotterdam kunnen ook voor subsidie in aanmerking komen zolang de subsidie erop gericht is impact te maken in Rotterdam. Ondernemers buiten Rotterdam die werken aan een innovatie met potentie voor de Rotterdamse doelen kunnen bijvoorbeeld de samenwerking zoeken met Rotterdamse partners of een duidelijke ambitie aantonen om zich te vestigen in Rotterdam danwel bedrijfsactiviteiten in Rotterdam te ontplooien.
Deze regeling is getoetst aan het staatssteunkader. De steun kan verenigbaar worden verklaard met de interne markt met toepassing van artikel 25 van de AGVV en de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Er dient voldaan te worden aan zowel de voorwaarden in voornoemde artikelen als de algemene voorwaarden uit hoofdstuk 1 van de AGVV.
Conform artikel 6 van de AGVV wordt enkel steun uitgekeerd indien deze een stimulerend effect heeft. Dit houdt in beginsel in dat de activiteit niet mag worden gestart alvorens de aanvraag is ingediend.
Conform artikel 9 van de AGVV worden de publicatieverplichtingen nageleefd. Bij individuele steunverleningen van € 100.000 of meer worden de benodigde gegevens binnen zes maanden vanaf de datum van de toekenning van de steun gepubliceerd via de State Aid Transparency Award Module (TAM). Vanaf de datum van steunverlening blijven de gegevens tien jaar beschikbaar (art. 9, vierde lid, AGVV).
De regeling wordt binnen 20 dagen na vaststelling ter kennisgeving aangeboden aan de Europese Commissie.
Artikel 7 Hoogte van de subsidie
Er wordt aan artikel 25 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening getoetst om de hoogte van de percentages te bepalen.
De steunintensiteit voor experimentele ontwikkeling is 25% en kan worden verhoogd:
Met 5 procentpunten voor ondernemingen gevestigd in Groot Rijnmond. Hiervoor wordt verwezen naar de staatssteunregels omtrent regionale steun: https://europadecentraal.nl/onderwerp/staatssteun/beleidsterreinen/regionale-steun/.
Tot de categorie kleine of middelgrote ondernemingen („kmo's”) behoren ondernemingen:
Binnen de categorie kmo's is een „kleine onderneming” een onderneming:
In het vierde lid wordt bepaald dat de publieke bijdrage aan een project is gemaximeerd. Met publieke bijdrage wordt bedoeld alle bijdragen van overheden.
Het uitwisselen van niet-concurrentiegevoelige inzichten opgedaan tijdens projecten maakt onderdeel uit van het programma. Kennisdeling draagt bij aan de doelstelling om te komen tot innovaties die breed toepasbaar zijn. De wijze waarop de informatie wordt gedeeld wordt afgestemd met subsidieontvangers.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-98670.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.