Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 98473 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 98473 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling circulaire innovaties
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van de wethouder Haven, Economie, Horeca en Bestuur;
gelet op artikel 3, derde lid en de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;
Het college het wenselijk acht subsidie beschikbaar te stellen voor circulaire innovaties gelet op het behalen van klimaatdoelen, het vergroten van onze strategische autonomie en het ontwikkelen van nieuwe bedrijvigheid op het gebied van circulaire waardeketens.
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten op het gebied van circulaire innovaties.
De subsidie wordt digitaal aangevraagd onder gebruikmaking van de formulieren die op de website www.rotterdam.nl/subsidies beschikbaar zijn gesteld.
De subsidieaanvraag gaat vergezeld van:
een ingevuld template ‘type aanvrager’, waarin de aanvrager of aanvragers met behulp van documenten uit dit artikel 10, lid 2c en 2d aantonen dat zij tot de doelgroep behoren en in het geval van een aanvraag voor experimentele ontwikkeling tot het respectievelijk klein en middenbedrijf gevestigd in Groot Rijnmond;
Het college beslist uiterlijk binnen 12 weken na sluiting van de aanvraagtermijn op de aanvraag om subsidie. Deze termijn kan eenmalig met 8 weken worden verlengd.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 4 maart 2025.
De secretaris,
G.J.D. Wigmans
De burgemeester,
C.J. Schouten
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Bijlage bij de Subsidieregeling circulaire innovaties Beoordelingsmethodiek, als bedoeld in artikel 9, derde lid
Rangschikking en wijze van verdeling
Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria:
Elk subcriterium krijgt een score van 0-5 punten.
Inhoudelijke beoordeling van de verschillende categorieën
Onderdeel a, subonderdeel 1: Bijdrage aan transitie naar een circulaire economie en doelstellingen op dit onderwerp: kton CO 2 besparing per jaar; reductie primair grondstofgebruik; inclusief adaptiviteit en betaalbaarheid over de gehele levenscyclus van een oplossing.
Bijdrage op dit onderdeel wordt getoetst op de mate waarin het voor de innovatie beoogde project kan bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie. Innovatie is voorwaardelijk voor een succesvolle transitie naar een circulaire economie en hiermee het behalen van doelstellingen op het gebied van CO2 besparing.
Aanvragers lichten dit toe in het projectplan onder “bijdrage aan de doelstellingen” voor wat betreft:
Onderdeel a, subonderdeel 2: Bijdrage aan investeringen en werkgelegenheid
Aanvragers moeten een duidelijke potentie aantonen van het door hen beoogde resultaat om positieve impact te creëren op de Rotterdamse circulaire economie. Hier wordt getoetst op:
Onderdeel a, subonderdeel 3: Mate van innovatie van oplossing of
De mate van innovatie wordt beoordeeld aan de hand van de beschrijving in het projectplan. Aanvragers moeten in het projectplan:
Rotterdam heeft belang bij de toepassing en opschaling van innovaties met potentiële positieve impact op het gebied van circulair ondernemen en de transitie naar een circulaire economie. Daarom is de subsidieregeling gericht op innovaties in de fase van ontwikkeling waarin aanvragers toewerken naar demonstratie op schaal en verdere opschaling en uitrol – marktintroductie – van de innovatie. Indicatief gaat het dan om een verhoging van de technology readiness level (TRL) of commercial readiness level (CRL), waarvan de gebruikte technologie zich in het algemeen bevindt in TRL 5-7. Daarnaast richt de regeling zich ook op niet-technische uitdagingen in de fase(n) dat productie en marktintroductie van de innovatie wordt voorbereid, inclusief het verder ontwikkelen van de businesscase, het reorganiseren van ketens en het aantrekken van financiering. Dat kan ook van toepassing zijn voor innovaties in TRL 8 of zelfs 9.
Tegelijkertijd is de circulaire economie nog in ontwikkeling. Dat maakt dat Rotterdam via deze subsidieregeling ook een rol wil kunnen spelen bij innovaties die zich in een vroegere fase van ontwikkeling bevinden, zoals de ontwikkeling van een prototype (TRL 4-5).
Niet gewenst is zijn voorstellen in de onderzoeksfase van innovatie ontwikkeling (TRL 1-3).
Voor de definitie van Technology Readiness Levels wordt verwezen naar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/trl).
Onderdeel b, subonderdeel 1: heldere aansluiting van innovatie bij marktbehoefte; helder en kansrijk verdienmodel
De aanvrager dient te onderbouwen in hoeverre de innovatie een oplossing biedt met potentie voor de circulaire economie. Wat is de potentie van de innovatie en waarom is hier behoefte aan? Wat is de visie van de aanvrager over het verdienmodel?
Onderdeel b, subonderdeel 2: Kwaliteit van het projectplan
Het projectplan beschrijft helder de innovatie en de toegevoegde waarde en potentie van de innovatie, de stand van zaken van de innovatie ontwikkeling (TRL), wat er totnogtoe bereikt is, welke stappen nog gezet moeten worden om de innovatie commercieel toe te passen en/ of op te schalen, en welke resultaten de aanvrager met de gevraagde subsidie wil bereiken. Afhankelijk van de innovatie kan de ontwikkeling gericht zijn op de toepassing van de innovatie op schaal (investeringsproject) of de ontwikkeling van circulaire producten en diensten.
Het projectplan beschrijft de activiteiten en planning van activiteiten en de rol en taakverdeling tussen aanvrager(s). Verder gaat het projectplan in op de communicatie en kennisdeling rondom het project en het vergroten van draagvlak voor de innovatie en de vervolgstappen. Aanvragers geven in het projectplan aan hoe de gemeente Rotterdam het project verder kan faciliteren.
Het projectplan bevat een heldere beschrijving van:
Onderdeel b, subonderdeel 3: Mate van kennis, ervaring en belang bij toepassing en opschaling van aanvrager en betrokken stakeholders en hun relatie met Rotterdam
De aanvrager toont aan dat de aanvrager de kennis, vaardigheden en ervaring bezit om het project tot een goed einde te kunnen brengen. Omdat het project erop gericht is om op basis van de resultaten een beslissing te maken voor de volgende stappen in de innovatie ontwikkeling, is het ook van belang dat aanvragers in het projectplan aantonen dat zij de juiste partners betrekken, die belang hebben bij toepassing en opschaling van de innovatie.
Het projectplan besteedt aandacht aan:
Aanvrager en betrokken partners: een sterk projectplan toont aan dat alle relevante stakeholders betrokken worden, en dat er duidelijke afspraken bestaan tussen deze stakeholders gericht op de doelstellingen en resultaten zoals beschreven in het projectplan. Letters of Commitments of samenwerkingsovereenkomsten met beoogde afnemers en gebruikers van de innovatie kunnen de aanvraag op dit punt versterken.
Aanvraag en projectplan onderbouwen de link heeft met de Rotterdamse regio, o.a. door aanwezigheid van stakeholders en partners die de innovatie in Rotterdam kunnen toepassen en/ of een rol kunnen spelen in de verdere ontwikkeling en opschaling van de innovatie en economische activiteiten in dat kader.
Onderdeel b, subonderdeel 4: Omvang, mate van schaalbaarheid en repliceerbaarheid
Aanvrager toont in het projectplan aan dat de innovatie potentie heeft om te worden opgeschaald en gerepliceerd. De gemeente Rotterdam is in het kader van deze subsidieregeling niet op zoek naar innovaties en projecten waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze herhaald danwel opgeschaald kunnen worden. In dat kader is de betrokkenheid van partners die belang hebben bij opschaling en replicatie een pre.
Onderdeel b, subonderdeel 5: Haalbaarheid voorziene kapitaalinvestering
Het aantonen van kans op uiteindelijke investering betreft naast technische en financiële aspecten nadrukkelijk ook draagvlak bij relevante partijen. Het aantonen van interesse uit de markt of gezamenlijke activiteiten van een partnerschap vóór indiening van aanvraag is een pré. Aanvragers beschrijven in het projectplan de ambities en toegevoegde waarde beoogd met de innovatie: maatschappelijke, economische, financiële haalbaarheid en potentie.
Onderdeel c, subonderdeel 1: waar voor het geld
Het criterium “Waar voor het geld” vergelijkt het aangevraagde budget met de beoogde doelen/ resultaten in de vorm van investeringen, werkgelegenheid, bijdrage aan de transitie naar een circulaire economie en circulair ondernemerschap. Hierbij speelt de potentie om de innovatie op te schalen en/ of te repliceren een belangrijke rol.
Onderdeel c, subonderdeel 2: Realistische en gedetailleerde kostenraming voor beoogde activiteiten
Een duidelijke breakdown van het benodigde budget en geplande kosten. Dit is gelinkt aan de verwachte inspanning in het projectplan. Duidelijke tariefstructuur en de kosten horen tot de in artikel 6 genoemde typen.
De opgegeven kosten moeten binnen marktconforme tarieven en prijzen blijven.
Een kostenraming die door beoordelaars als overdreven hoog (of laag) wordt beoordeeld zal de beoordeling van de aanvraag op dit criterium negatief beïnvloeden, aangezien dit ook aantoont dat de aanvrager een onrealistisch beeld van de huidige marktcondities heeft.
Activiteiten en kosten zijn vastgelegd in een begroting voor het project met een onderbouwing van:
Voor de begroting is een template beschikbaar.
Onderdeel c, subonderdeel 3: Toegevoegde waarde van de subsidie op het project
De subsidie moet het verschil kunnen helpen maken. De aanvrager beschrijft in de aanvraag zo helder en concreet mogelijk:
Voor grote, kapitaalintensieve innovaties en projecten is dit een aandachtspunt om de toegevoegde waarde van de subsidie goed te onderbouwen. Wat is de toegevoegde waarde van de subsidie in een project dat waarvan de benodigde investeringen in de haalbaarheidsfase (tijd, geld, kennis) een veelvoud van de gevraagde subsidie zijn?
Toelichting bij de Subsidieregeling circulaire innovaties
Het college zet in op stimuleren van een circulaire economie in Rotterdam vanwege het belang voor klimaat, strategische autonomie, nieuwe waardeketens en het toekomstige verdienvermogen van de stad. De ambities hiervoor onder andere zijn vastgelegd in:
Onderdeel van deze aanpak is het versnellen van innovaties op het gebied van circulair ondernemerschap. Rotterdam is erbij gebaat dat innovaties op het gebied van circulaire economie kunnen worden toegepast en opgeschaald. Zo versnelt de transitie naar een circulaire economie en het ontstaan van innovatieve economische clusters en werkgelegenheid op dit thema. De gemeente wil via deze innovatieprojecten waar mogelijk ook bijdragen aan de sociale acceptatie en participatie in de circulaire economie.
Met de subsidieregeling speelt de gemeente in op de uitdagingen van ondernemers bij het ontwikkelen van innovaties. De gemeente wil met de subsidie risico’s verlagen in de ontwikkelingsfase. Subsidie is een wenselijk instrument als de innovaties wel maatschappelijk wenselijk zijn en ondernemers in de fase van ontwikkeling met onzekerheid en risico’s te maken krijgen. Het college beoogt met de subsidieregeling toegevoegde waarde te bieden voor circulaire thema’s en doelgroepen, die aansluiten bij de Rotterdamse ambities en potenties. Via de subsidieregeling beoogt de gemeente de kans van toepassing en opschaling van innovaties te vergroten en de ontwikkeling te versnellen. Dit moet resulteren in positieve effecten voor Rotterdam op het gebied van klimaatdoelen (CO2 besparing, luchtkwaliteit) en economische doelen (investeringen, innovatieve banen, onafhankelijkheid van internationale grondstoffen stromen en -tekorten).
De gemeente Rotterdam stelt in dit kader een subsidie voor haalbaarheidsstudies en experimentele ontwikkeling open op het gebied van innovatieve oplossingen voor circulair ondernemen. Subsidie kan worden aangevraagd voor haalbaarheidsstudies, experimentele ontwikkeling of een combinatie van haalbaarheidsstudies en experimentele ontwikkeling.
De subsidie speelt in op de vaak complexe vraagstukken voorafgaand aan investeringsbeslissingen en is gedefinieerd volgens de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. De subsidie is erop gericht om drempels weg te nemen in de fase(n), die erop gericht is/zijn om te komen tot een investeringsbeslissing (Final Investment Decision), en moet dus resulteren in meer investeringsbeslissingen (FIDs) in de regio Groot Rijnmond op het thema.
Het doel van het college is met de subsidies maximaal impact te bereiken en toegevoegde waarde te bieden voor circulaire thema’s en doelgroepen, die aansluiten bij de Rotterdamse ambities. Aanvragen worden onder andere beoordeeld op de potentiële impact van de innovatie en daarvoor speelt de mate van opschaalbaarheid of repliceerbaarheid een belangrijke rol.
In de praktijk betekent dit dat projecten, gericht op het circulair maken van een bedrijfs- of productieproces beter scoren als er in de aanpak aandacht is voor de opschaalbaarheid danwel repliceerbaarheid van het project (in de keten, bij andere bedrijven). De betrokkenheid van een ondernemer met een belang de innovatie te repliceren helpt in dit kader. Ondernemers worden uitgedaagd om in hun aanvraag helder te maken welke beslissing en investering zij op basis van het beoogde project kunnen nemen.
Deze aanpak reflecteert de ambitie om de transitie te versnellen en behoefte aan meer aanwas van circulaire innovatieprojecten met potentie voor Rotterdam.
Artikelsgewijze toelichting Subsidieregeling circulaire innovaties
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Circulaire innovaties kunnen verschillende sectoren en productieketens b.v. textiel, chemie, consumentenproducten en bouwmaterialen. Hierbij kan het gaan om technische oplossingen en innovatie alsook over innovatie met een organisatorisch-financiële component. Voor circulaire innovaties geldt in sterke mate dat innovaties een plek moeten krijgen binnen ketens (zoals: grondstof > product > hergebruik > grondstof) en dat betekent vaak nieuwe organisatorische constructen en daaraan verbonden nieuwe vormen van financiering. Daarbij speelt ook dat de (financiële) baten van innovaties niet automatisch ook terecht komen bij de partij die investeert in de innovatie.
In algehele zin kiest het college ervoor de definitie van circulaire innovaties in het kader van deze regeling niet in te kaderen. Op deze manier gebruikt de gemeente de regeling ook om de markt uit te dagen en de gemeente te benaderen over de innovaties waar aanvragers aan werken en de match met de regeling en de doelen van de gemeente te verkennen
Artikel 3 Activiteiten, eerste lid
Aanvragen en projecten moeten duidelijk gericht zijn op een investeringsbeslissing met een duidelijk tijdpad en commitment van partijen. De aanvraag kan gericht zijn op investeringsprojecten (voor ketentransformatie naar circulair), maar ook op investeringen in de introductie en marktuitrol van nieuwe producten en diensten door start-ups en scale-ups, midden- en kleinbedrijf. De aanvraag kan ook gericht zijn op een investeringsbeslissing voor de volgende fase van ontwikkeling van de innovatie.
Deze regeling is getoetst aan het staatssteunkader. De steun kan verenigbaar worden verklaard met de interne markt met toepassing van artikel 25 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening en de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden in het artikel zowel als de algemene voorwaarden uit hoofdstuk 1 van de verordening.
Ondernemingen in moeilijkheden
De Nederlandse autoriteiten bevestigen dat er conform artikel 1 lid 4 sub (c) van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (EU nr. 651/2014) geen steun zal worden toegekend aan ondernemingen in moeilijkheden.
Conform artikel 1 lid 4 sub (b) Algemene Groepsvrijstellingsverordening (EU nr. 651/2014) wordt betaling uitgesloten van steun aan een onderneming ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering is gegeven op grond van een eerdere beschikking van de Europese Commissie.
Conform artikel 6 van de AGVV wordt enkel steun uitgekeerd indien deze een stimulerend effect heeft. Dit houdt in beginsel in dat de activiteit niet mag worden gestart alvorens de aanvraag is ingediend.
Bij subsidieverstrekking worden de cumulatiebepalingen uit artikel 8 van Verordening (EU) nr. 651/2014 in acht genomen. Dit houdt in dat alle voor een bepaald project verleende staatssteun bij elkaar opgeteld dient te worden opgeteld om zo het totale steunbedrag te bepalen (cumulatie). Hierdoor kan nagegaan worden of voldaan is aan de maximale steunintensiteiten en –bedragen uit artikel 25.
Conform artikel 9 van de AGVV worden de publicatieverplichtingen nageleefd. Bij individuele steunverleningen van € 100.000 of meer worden de benodigde gegevens binnen zes maanden vanaf de datum van de toekenning van de steun gepubliceerd via de State Aid Transparency Award Module (TAM). Vanaf de datum van steunverlening blijven de gegevens tien jaar beschikbaar (art. 9, vierde lid, AGVV).
De regeling wordt binnen 20 dagen na vaststelling ter kennisgeving aangeboden aan de Europese Commissie.
Artikel 7 Hoogte van de subsidie
Er wordt aan artikel 25 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening getoetst om de hoogte van de percentages te bepalen.
De steunintensiteit voor experimentele ontwikkeling kan worden verhoogd:
met 5 procentpunten voor ondernemingen gevestigd in Groot Rijnmond. Hiervoor wordt verwezen naar de staatssteunregels omtrent regionale steun: https://europadecentraal.nl/onderwerp/staatssteun/beleidsterreinen/regionale-steun/.
Tot de categorie kleine of middelgrote ondernemingen („kmo's”) behoren ondernemingen:
Binnen de categorie kmo's is een „kleine onderneming” een onderneming:
In het vierde lid wordt bepaald dat de publieke bijdrage aan een project is gemaximeerd. Met publieke bijdrage wordt bedoeld alle bijdragen van overheden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-98473.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.