Artikel I
De Subsidieregeling cultuur Zwolle 2023 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 6.7, onderdeel a komt te luiden:
- a.
aan aanvrager in de voorgaande drie opeenvolgende jaren subsidie volgens deze paragraaf is verstrekt voor dezelfde type activiteit;
B
Onder vernummering van Paragraaf 8 tot Paragraaf 10 en artikel 8.1 tot artikel 10.1, worden na paragraaf 7 de volgende paragrafen ingevoegd:
Paragraaf 8: Cultuureducatie in het primair onderwijs en speciaal onderwijs
Artikel 8.1 Definities
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a.
cultuurbeleidsplan: meerjarig plan voor kunst- en cultuuronderwijs, waarin de visie, missie en interne organisatie van een school zijn opgenomen;
- b.
cultuureducatie: doelbewust leren over en met kunst, erfgoed en media;
- c.
kunstbezoek: bezoek aan een kunstlocatie zoals museum, theater, beeldentuin of erfgoedlocatie;
- d.
leerlingaantal: aantal leerlingen op de in Zwolle gevestigde locatie van een school voor primair onderwijs of speciaal onderwijs zoals het laatst doorgegeven aan Dienst Uitvoering Onderwijs;
- e.
school voor primair onderwijs: school voor primair onderwijs zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
- f.
school voor speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
- g.
Stadkamer: Stadkamer, onderdeel van Stichting OverO.
Artikel 8.2 Doel
Deze paragraaf heeft als doel leerlingen van het primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs kennis te laten maken met kunst, cultuur en erfgoed.
Artikel 8.3 Subsidievorm
Subsidie wordt per schooljaar verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.
Artikel 8.4 Aanvrager
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een school voor primair onderwijs en een school voor speciaal onderwijs voor de vestiging(en) in de gemeente Zwolle.
Artikel 8.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor cultuureducatie.
Artikel 8.6 Subsidievereisten
Om voor subsidie voor cultuureducatie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
de aanvrager organiseert de activiteit;
- b.
de activiteit richt zich op de leerlingen van de in Zwolle gevestigde locatie van aanvrager;
- c.
de activiteit sluit aan bij de fase waarin aanvrager op basis van artikel 8.9, lid 1 is ingedeeld;
- d.
als aanvrager een actueel cultuurbeleidsplan heeft, sluit de activiteit daarbij aan.
Artikel 8.7 Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van cultuureducatie, hieronder vallen in ieder geval:
- a.
kosten voor begeleiding van cultuureducatie en de daarmee verbonden materiaalkosten;
- b.
kosten voor toegang bij een kunstbezoek;
- c.
kosten van vervoer van leerlingen en begeleiders verbonden aan een kunstbezoek.
Artikel 8.8 Niet subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 6 van de ASV 2022 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten van de inzet van eigen personeel, met uitzondering van de kosten van een voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten specifiek aangestelde kunstvakdocent;
- b.
kosten van de opleiding en training van eigen personeel;
- c.
kosten van eten en drinken;
- d.
kosten van vervoer anders dan genoemd in artikel 8.7, onder b.
Artikel 8.9 Subsidiehoogte
- 1.
De subsidiehoogte wordt bepaald op basis van de fase waarin de school wordt ingedeeld op grond van de bijlage 1 Toetsingskader fases cultuureducatie.
- 2.
Stadkamer adviseert het college eens per twee jaar of op verzoek van aanvrager over de fase waarin de school moet worden ingedeeld.
- 3.
Een subsidie bedraagt voor een school ingedeeld in:
- a.
fase 1: 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10,40 vermenigvuldigd met het leerlingaantal van de school waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- b.
fase 2: 60% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 20,80 vermenigvuldigd met het leerlingaantal van de school waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- c.
fase 3: 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 41,60 vermenigvuldigd met het leerlingaantal van de school waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 8.10 Subsidieplafond
Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.
Artikel 8.11 Wijze van verdeling
Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die in dezelfde aanvraagperiode, genoemd in artikel 8.13, zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het subsidiebedrag per aanvrager naar rato verdeeld.
Artikel 8.12 Indieningsvereisten
- 1.
In aanvulling op artikel 9, van de ASV 2022, zijn het in artikel 9, lid 2, van de ASV 2022, genoemde activiteitenplan en begroting voorzien van een advies van de Stadkamer over de subsidievereisten als opgenomen in artikel 8.6.
- 2.
Indien aanvrager een cultuurbeleidsplan heeft, wordt in het activiteitenplan aangegeven hoe de activiteiten hierop aansluiten.
Artikel 8.13 Aanvraagtermijn
- 1.
In afwijking van artikel 10, derde lid, van de ASV 2022 wordt een aanvraag om subsidie ingediend in de periode 1 februari tot en met 31 maart voorafgaand aan het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
- 2.
In afwijking van het voorgaande lid wordt een aanvraag om subsidie voor activiteiten voor het schooljaar 2025 – 2026 ingediend in de periode 1 maart tot en met 15 april 2025.
Artikel 8.14 Beslistermijn
Burgemeester en wethouders beslissen, in afwijking van artikel 11, eerste lid, van de ASV 2022 binnen 13 weken nadat de termijn voor het indienen van een aanvraag, bedoeld in artikel 8.13, is verstreken.
Artikel 8.15 Verantwoording en vaststelling
Overeenkomstig artikel 20, derde lid, van de ASV 2022 wordt een op grond van deze paragraaf verstrekte subsidie van meer dan € 10.000 ook direct vastgesteld.
Paragraaf 9: Cultuureducatie in het voortgezet onderwijs
Artikel 9.1 Definities
- a.
cultuureducatie: doelbewust leren over en met kunst, erfgoed en media;
- b.
kunstbezoek: bezoek aan een kunstlocatie zoals museum, theater, beeldentuin of erfgoedlocatie;
- c.
leerlingaantal: aantal leerlingen op de in Zwolle gevestigde locatie van een school zoals het laatst doorgegeven aan Dienst Uitvoering Onderwijs;
- d.
school voor praktijkonderwijs: school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- e.
school voor voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 9.2 Doel
Deze paragraaf heeft als doel leerlingen van het voortgezet onderwijs en praktijkonderwijs kennis te laten maken met kunst, cultuur en erfgoed.
Artikel 9.3 Subsidievorm
Subsidie wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.
Artikel 9.4 Aanvrager
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een school voor voortgezet onderwijs en een school voor praktijkonderwijs voor de vestiging(en) in de gemeente Zwolle.
Artikel 9.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor:
- a.
cultuureducatie: ‘basissubsidie’;
- b.
experimenten gericht op de ontwikkeling van nieuwe cultuureducatieve activiteit: ‘proeftuinsubsidie‘.
Artikel 9.6 Subsidievereisten
- 1.
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
de activiteit wordt georganiseerd vanuit aanvrager;
- b.
de activiteit richt zich op de leerlingen van de in Zwolle gevestigde locatie van aanvrager;
- 2.
In aanvulling op lid 1, geldt voor een subsidie als bedoeld in artikel 9.5, onder a, dat de activiteit een aanvulling vormt op of een verdieping is van het reguliere lesprogramma met betrekking tot de kerndoelen van het leergebied kunst en cultuur.
- 3.
In aanvulling op lid 1, geldt voor een subsidie als bedoeld in artikel 9.5, onder b, dat de activiteit door leerlingen en docenten samen met ten minste één externe partij wordt uitgevoerd.
Artikel 9.7 Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 9.5. Hieronder vallen in ieder geval:
- a.
kosten voor begeleiding van cultuureducatie en de daarmee verbonden materiaalkosten;
- b.
kosten voor toegang bij een kunstbezoek;
- c.
kosten van vervoer van leerlingen en begeleiders verbonden aan een kunstbezoek.
Artikel 9.8 Niet subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 6 van de ASV 2022 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten van de inzet van eigen personeel, met uitzondering van de kosten van een voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten specifiek aangestelde kunstvakdocent;
- b.
kosten van de opleiding en training van eigen personeel;
- c.
kosten van eten en drinken;
- d.
kosten voor vervoer, anders dan genoemd in artikel 9.7, onder b.
Artikel 9.9 Subsidiehoogte
Een subsidie bedraagt:
- a.
voor een activiteit als bedoeld in artikel 9.5, onder a:
- i.
voor een school voor voortgezet onderwijs is: maximaal 65% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5 per leerling vermenigvuldigd met het leerlingaantal van de school waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- ii.
voor een school voor praktijkonderwijs is: maximaal 85% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 15 per leerling vermenigvuldigd met het leerlingaantal van de school waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
- b.
voor een activiteit als bedoeld in artikel 9.5, onder b: maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 3.000.
Artikel 9.10 Subsidieplafond
Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.
Artikel 9.11. Wijze van verdeling
- 1.
Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen als bedoeld in artikel 9.5, onder a, die in dezelfde aanvraagperiode, genoemd in artikel 9.13, zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het subsidiebedrag per aanvrager naar rato verdeeld.
- 2.
Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 9.5, onder b, wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als datum van binnenkomst.
- 3.
In aanvulling op het tweede lid geldt, dat voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen en bij verlening het subsidieplafond wordt overschreden, de onderlinge rangschikking van die aanvragen wordt vastgesteld door middel van loting.
Artikel 9.13 Aanvraagtermijn
- 1.
In afwijking van artikel 10, derde lid, van de ASV 2022 wordt een aanvraag om subsidie, bedoeld in artikel 9.5, onder a, ingediend in de periode 1 februari tot en met 31 maart voorafgaand aan het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
- 2.
In afwijking van het voorgaande lid wordt een aanvraag om subsidie voor activiteiten voor het schooljaar 2025 – 2026 ingediend in de periode 1 maart tot en met 15 april 2025.
Artikel 9.14 Beslistermijn
Burgemeester en wethouders beslissen, in afwijking van artikel 11, eerste lid, van de ASV 2022 binnen 13 weken nadat de termijn voor het indienen van een aanvraag, bedoeld in artikel 9.13, is verstreken.
Artikel 9.15 Verantwoording en vaststelling
Overeenkomstig artikel 20, derde lid, van de ASV 2022 wordt een op grond van deze paragraaf verstrekte subsidie van meer dan € 10.000 ook direct vastgesteld.
Artikel 9.16 Bijzondere verplichtingen
In aanvulling op de artikelen 15 en 16 van de ASV 2022, geldt de verplichting dat de activiteit, bedoeld in artikel 9.5, onder b, binnen het schooljaar waarvoor de subsidie is bedoeld is afgerond.
C
Aan de Subsidieregeling cultuur Zwolle 2023 wordt de volgende bijlage toegevoegd:
Bijlage 1. Toetsingskader fases cultuureducatie
|
Fase 1
De onderwijsinstelling volgt de
kerndoelen kunst en cultuur van SLO
|
Fase 2
De onderwijsinstelling heeft een beredeneerde ambitie en plan van aanpak voor cultuureducatie
|
Fase 3
De onderwijsinstelling stelt beredeneerde en specifieke eisen aan cultuureducatie
|
Curriculum
- -
- -
- -
- -
- -
maken, meemaken, reflecteren
|
De kerndoelen van SLO van het leergebied Kunst en cultuur vormen de minimale eisen aan het curriculum voor cultuureducatie.
|
Het curriculum van de onderwijsinstelling bevat, naast het voldoen aan de kerndoelen van SLO, een beredeneerde opbouw in cultuureducatie, waarin bewuste keuzes zijn gemaakt over programma, kunstbezoek en leerlijnen.
Dit is vastgelegd in een actueel en overdraagbaar cultuurbeleidsplan
(meerjarig plan voor kunst- en cultuuronderwijs, waarin de visie, missie en interne organisatie van een school zijn opgenomen).
|
In aanvulling op de indicatoren voor fase 2 benut de onderwijsinstelling kansen om vanuit het de kerndoelen van SLO verbinding te leggen met leerdoelen van andere leergebieden.
Binnen haar curriculum voor cultuureducatie is een evenwichtige verdeling in maken, meemaken en reflecteren.
|
Ambitie
- -
- -
- -
kwaliteit cultuureducatie
- -
- -
- -
- -
|
Vanuit haar visie en ambitie op onderwijs stelt de onderwijsinstelling jaarlijks een overzicht van culturele activiteiten voor één schooljaar (cultuurprogramma) samen.
|
In aanvulling op de indicatoren voor fase 1 heeft de onderwijsinstelling een eigen visie op cultuureducatie.
De onderwijsinstelling werkt aantoonbaar vanuit deze visie ambitieus en planmatig aan de kwaliteit van cultuureducatie.
|
In aanvulling op de indicatoren voor fase 2 heeft de onderwijsinstelling specifieke doelen opgesteld om de gewenste kwaliteit van cultuureducatie te borgen. Deze worden periodiek geëvalueerd. Waar nodig worden concrete verbeteracties afgesproken en uitgevoerd.
De visie en aanpak worden zichtbaar uitgedragen door de onderwijsinstelling.
|
Leerlingen
- -
- -
waardering culturele
ontwikkeling
|
De onderwijsinstelling heeft geen specifieke didactische uitgangspunten voor cultuureducatie.
|
De didactiek van de cultuureducatie sluit aan bij de visie van de onderwijsinstelling op cultuureducatie.
|
In aanvulling op de indicatoren voor fase 2 kent de onderwijsinstelling waarde toe aan de culturele ontwikkeling van haar leerlingen en legt deze vast. De waardering sluit aan bij de visie op cultuureducatie en het curriculum.
|
Team
|
Het team van de onderwijsinstelling is op de hoogte van het jaarlijks opgestelde cultuurprogramma.
|
In aanvulling op de indicatoren voor fase 1 is er binnen het team van de onderwijsinstelling minimaal één gecertificeerde interne cultuurcoördinator (hierna: ICC’er). Deze werkt als initiator en coördinator.
De ICC’er heeft ruimte om deze taak uit te voeren en op de hoogte te blijven van actuele en lokale ontwikkelingen.
De directeur heeft een bevorderende voorbeeldrol voor cultuureducatie.
De onderwijsinstelling werkt aantoonbaar aan deskundigheid binnen het team op het gebied van cultuureducatie, aansluitend bij haar visie en ambitie.
|
In aanvulling op de indicatoren voor fase 2 draagt de ICC’er zorg voor de kwaliteit van cultuureducatie op de onderwijsinstelling.
De ICC’er krijgt voor diens taak een reëel aantal uren per jaar op basis van een heldere taakverdeling binnen het team.
De visie van de onderwijsinstelling wordt gedragen door het team. Dit is zichtbaar bij elk teamlid in kennis, houding en/of gedrag.
|
Culturele omgeving
|
De onderwijsinstelling werkt samen met één of meerdere aanbieder(s) van cultuureducatieve activiteiten voor de uitvoering van het cultuurprogramma.
|
De onderwijsinstelling werkt samen met meerdere aanbieder(s) van cultuureducatieve activiteiten op basis van de vraag van de onderwijsinstelling.
De onderwijsinstelling heeft kunstbezoek opgenomen in het jaarlijkse cultuurprogramma.
|
In aanvulling op de indicatoren voor fase 2 maken de leerlingen van de onderwijsinstelling kennis met de het cultuuraanbod in de regio van de onderwijsinstelling.
De onderwijsinstelling heeft criteria geformuleerd, die aansluiten bij haar visie op cultuureducatie, waaraan activiteiten en aanbieder(s) van cultuureducatieve activiteiten moeten voldoen.
De onderwijsinstelling streeft naar intensieve samenwerking met één of meer aanbieder(s) van cultuureducatieve activiteiten.
De onderwijsinstelling stimuleert actieve deelname aan kunst en cultuur buiten onderwijsinstellingtijd.
|
Financiën
|
De onderwijsinstelling stelt jaarlijks een begroting op voor cultuureducatie.
De onderwijsinstelling besteedt het de subsidie vanuit de subsidieregeling cultuur - cultuureducatie volledig aan cultuureducatie.
|
In aanvulling op de indicatoren voor fase 1 sluit de besteding van de subsidie aan bij haar visie en ambitie.
|
In aanvulling op de indicatoren voor fase 2 benut de onderwijsinstelling-waar mogelijk- kansen voor aanvullende financiering, naar de subsidie voor cultuureducatie.
|
Nadere toelichting op de begrippen in de hierboven opgenomen tabel:
- a.
kerndoelen leergebied kunst en cultuur (SLO): kerndoel 54: de leerlingen leren beelden, muziek, taal, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren, kerndoel 55: de leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren en kerndoel 56: de leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.
- b.
kunstbezoek: bezoek aan een kunstlocatie zoals museum, theater, beeldentuin of erfgoedlocatie.
- c.
maken, meemaken en reflecteren:
- -
maken: het artistiek-creatief proces van experimenteren, vormgeven en (re)produceren waarin leerlingen samen of individueel uiting leren geven aan ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën, d.m.v. (combinaties van) (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging;meemaken: kennismaking met professionele uitingsvormen van kunst en cultuur in (combinaties van) (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging. Leerlingen ervaren professionele kunst in een levensechte context, binnen en buiten school;
- -
reflecteren: onderzoeken, (filosofisch) bevragen en/of analyseren van het (werk)proces en het product, van zowel eigen werk als dat van anderen en professionele kunstenaars.