Gemeenteblad van Gouda
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2025, 88330 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2025, 88330 | gemeenschappelijke regeling |
Regeling Streekarchief Midden-Holland
De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Gouda, Krimpen aan den IJssel, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas, ieder voor zover zij voor de eigen gemeenten bevoegd zijn,
de “Regeling Streekarchief Midden-Holland”, zoals laatstelijk gewijzigd op 29 juli 2021, te wijzigen, waarvan de tekst als volgt komt te luiden:
HOOFDSTUK I: Begripsbepalingen
In de regeling worden bepaalde artikelen van de Gemeentewet en van enkele andere wetten van toepassing verklaard. Waar in die wetsartikelen wordt gesproken van gemeente, raad, college van burgemeester en wethouders respectievelijk burgemeester, dient daarvoor te worden gelezen: het streekarchief, algemeen bestuur, dagelijks bestuur, respectievelijk voorzitter.
HOOFDSTUK III: Doelstelling, taken en bevoegdheden
Voor zover de diensten vallen binnen het kader van de in dit artikel vermelde taken, is het streekarchief tot een maximum van 20% van haar omzet bevoegd tot het verrichten van diensten voor andere publiekrechtelijke of overheidsgedomineerde privaatrechtelijke rechtspersonen. Met deze rechtspersonen en organisaties moeten dienstverleningsovereenkomsten afgesloten worden. Het dagelijks bestuur dient in te stemmen met een dergelijke dienstverleningsovereenkomst.
HOOFDSTUK IV: Het algemeen bestuur
Door de raad van elke deelnemende gemeente worden twee leden uit het college van burgemeester en wethouders of de raad aangewezen.
Het algemeen bestuur kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen zoals bedoeld in artikel 4, vijfde lid van deze regeling, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelname daaraan, voor zover dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
Het aantal stemmen van een lid van het algemeen bestuur staat in relatie tot het aantal inwoners van de gemeente die hij vertegenwoordigt. Een lid uit een gemeenten tot en met 10.000 inwoners heeft twee stemmen. Op grond van iedere volgende 10.000 inwoners, of een gedeelte daarvan, beschikt het lid van een dergelijke gemeente steeds over één stem extra.
HOOFDSTUK V: Het dagelijks bestuur
Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt en het openvallen van de plaats gaat gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan stelt het algemeen bestuur het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uit, totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur zal zijn bezet, doch voor niet langer dan drie maanden.
HOOFDSTUK VI: Voorzitter en secretaris
Indien de voorzitter deel uitmaakt van het bestuur van een deelnemende gemeente die partij is in een geding of bij een buitengerechtelijke rechtshandeling, waarbij het streekarchief is betrokken, oefent één van de andere twee leden uit het dagelijks bestuur deze bevoegdheid uit, daartoe aangewezen door het dagelijks bestuur.
HOOFDSTUK VIII : Informatie en verantwoording
De leden van het dagelijks bestuur verstrekken - tezamen dan wel afzonderlijk - aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die door het algemeen bestuur dan wel één of meer leden daarvan, hetzij mondeling in een vergadering van het algemeen bestuur, hetzij schriftelijk worden verlangd en wel door:
HOOFDSTUK XI: Financiële bepalingen
Met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het kasbeheer van het streekarchief en met betrekking tot de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van het streekarchief zijn de artikelen 212 tot en met 215, met uitzondering van artikel 213a, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
In de begroting wordt aangegeven de naar raming door de deelnemende gemeenten voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage voor het basispakket, bedoeld in artikel 4 lid 3 van deze regeling, waarbij een verdeelsleutel wordt gehanteerd die zowel rekening houdt met het aantal inwoners als met het aantal in beheer gegeven strekkende meters archiefbescheiden en terabytes digitale informatie.
Af- en overschrijving op posten van de begroting zonder begrotingswijziging is mogelijk, wanneer hiertoe bij een - door Gedeputeerde Staten goedgekeurd- besluit van het algemeen bestuur machtiging is verleend, mits af- en overschrijvingen geen negatief effect hebben op de gemeentelijke algemene bijdrage.
Onder overlegging van de conceptjaarrekening met toelichting legt het dagelijks bestuur verantwoording af aan het algemeen bestuur over de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de inkomsten en uitgaven over het verstreken dienstjaar. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de op grond van artikel 29 van de regeling, subsidiair artikel 213 van de Gemeentewet, aangewezen accountant.
Het streekarchief kent een egalisatiefonds dat tot doel heeft te voorkomen dat de deelnemende gemeenten elk jaar worden geconfronteerd met een nabetaling of een terugbetaling, omdat de in de rekening vastgestelde bijdrage afwijkt van de raming in de begroting. De maximale vulling van dit fonds bedraagt 10 % van het begrotingstotaal.
Het algemeen bestuur zal na een verzoek als bedoeld in lid 1 van dit artikel overgaan tot evaluatie indien alle deelnemende gemeenten instemmen met een evaluatie. Het algemeen bestuur stelt vervolgens vast op welke wijze de behartiging van de belangen van de regeling zal worden geëvalueerd en stelt de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten hiervan in kennis.
Na ontvangst van het advies treden de in het derde lid bedoelde partijen nogmaals in overleg om te trachten tot een gezamenlijke oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen vrij om het geschil overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de Wgr, voor te leggen aan gedeputeerde staten.
Het dagelijks bestuur draagt naar aanleiding van het uittredingsverzoek van een deelnemer zorg voor het opstellen en vaststellen van een concept uittredingsplan en een concept voorlopige uittreedsom. Het algemeen bestuur maakt het concept uittredingsplan en de concept voorlopige uittreedsom aan de deelnemende gemeente die wenst uit te treden kenbaar.
Het dagelijks bestuur wijst een onafhankelijke (externe) deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht dan wijst het dagelijks bestuur deze aan op basis van een bindende opdracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden, onder voorzitterschap van de voorzitter van het streekarchief, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger namens de uittredende deelnemer. De kosten voor het inschakelen van een externe deskundige zijn voor rekening van de uittredende deelnemer.
Het dagelijks bestuur geeft, na oplevering van het concept uittredingsplan door de projectgroep, de accountant van het streekarchief opdracht om het door de projectgroep voorbereide concept uittredingsplan en het voorstel voor een concept voorlopige uittreedsom te toetsen. De kosten voor het toetsen zijn voor rekening van de uittredende deelnemer.
Het concept uittredingsplan met de concept voorlopige uittreedsom, wordt op voorstel van de projectgroep, vastgesteld en vrijgegeven voor het indienen van zienswijzen door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur zendt daartoe het concept uittredingsplan en de concept voorlopige uittreedsom aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur indienen.
Alvorens het dagelijks bestuur het concept uittredingsplan vast stelt en vrij geeft voor zienswijzen, stelt het een aanwezige ondernemingsraad van het streekarchief of een vertegenwoordiging van het personeel in de gelegenheid om advies uit te brengen over de personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het concept uittredingsplan.
Het uittredingsplan wordt, met in achtneming van het concept uittredingsplan en de ingediende zienswijzen, vastgesteld door het algemeen bestuur. In het uittredingsplan worden de systematiek en de specifieke condities, waaronder de financiële gevolgen van uittreding en de voorlopige uittreedsom geregeld, waarbij de belangen van de uittredende deelnemer en die van de achterblijvende deelnemers op evenwichtige wijze worden afgewogen.
Het algemeen bestuur regelt de financiële verplichtingen alsmede de overige gevolgen van de uittreding. Tot deze financiële voorwaarden behoort de bepaling, dat een uittredende deelnemer nog twee jaar, vanaf het jaar van uittreding van het streekarchief, een bijdrage in de jaarlijkse (vaste) exploitatielasten van het streekarchief betaalt. De bijdrage kan worden omgezet in een éénmalige uittredingssom.
Een uittredende deelnemer kan géén recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom of zakelijk recht van het streekarchief. Wel kan de uittreding tot gevolg hebben dat deelnemende partijen nader onderhandelen over de eigendomspositie, zakelijke rechten of gezamenlijk aangehouden reserveposities, indien aanwezig, van het streekarchief. De uitkomst van onderhandelingen zal als bijlage worden toegevoegd aan het uittredingsplan.
De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van directe kosten van uittreding (frictiekosten en desintegratiekosten), verminderd met het aandeel van de uittredende deelnemer in het eigen vermogen minus de bestemmingsreserves van het streekarchief op de datum van uittreding.
Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de gemeenschappelijke regeling die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. Onder desintegratiekosten wordt mede verstaan alle kosten uit overige verplichtingen, zoals de afbouw van risico’s alsmede de door deelnemende gemeenten aangegane langlopende contractuele betalingsverplichtingen.
Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door de gemeenschappelijke regeling die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding.
Het streekarchief brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van het eigen vermogen van de uittredende deelnemer minus de bestemmingsreserves van de gemeenschappelijke regeling zoals genoemd in lid 1, in rekening bij de uittredende deelnemende gemeente. De uittredende deelnemende gemeente is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, op de wijze zoals genoemd in artikel 44 van deze regeling.
De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de definitieve uittreedsom.
Feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het moment van daadwerkelijke uittreding kunnen niet leiden tot wijziging van de hoogte van de uittreedsom, tenzij de uitgetreden deelnemende gemeente dan wel het algemeen bestuur kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald indien:
De tussen de deelnemende gemeenten bestaande verhoudingen en afspraken met betrekking tot niet definitief afgehandelde of later alsnog ingediende schadeclaims op grond van schade ontstaan binnen de periode van deelneming, zullen gedurende een periode van 30 jaren ongewijzigd gecontinueerd worden, als waren zij nog gezamenlijk deelnemende gemeenten aan het streekarchief. Het vorenstaande geldt voor wat betreft besluitvorming ten aanzien van vraagstukken betreffende schadeclaims, als ook financiële inbreng van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de aan dit onderwerp verbonden kosten, voor zover die voor rekening en risico van het streekarchief komen en voor zover de bestemmings- en algemene reserves bezien vanuit de reservepositie van het streekarchief, niet toereikend zijn om die schade (geheel of gedeeltelijk) te dekken.
Na uittreding van de uittredende gemeente, zal de gemeenschappelijke regeling gewijzigd dienen te worden conform artikel 35 van deze regeling. Het dagelijks bestuur draagt hier zorg voor.
Het streekarchief en haar dagelijks en algemeen bestuur zijn gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het dagelijks bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemende gemeente.
De vertegenwoordiger van de uittredende gemeente in het algemeen bestuur, houdt gedurende de periode vanaf het besluit tot uittreding tot de daadwerkelijke uittreding, bij de beraadslaging en besluitvorming door het algemeen bestuur rekening met de belangen van het streekarchief zoals deze zich kunnen voordoen vanaf het moment van daadwerkelijke uittreding. Indien nodig onthoudt deze vertegenwoordiger zich van beraadslaging en besluitvorming.
Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan en de concept voorlopige uittreedsom biedt het dagelijks bestuur de uitredende gemeente de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in één keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende gemeente of de uittredende gemeente de uittreedsom in een aantal termijnen (het aantal termijnen zal naar redelijkheid door het bestuur bepaald worden) of in één keer dient te betalen. In geval van betaling in één termijn, dient die betaling binnen 6 maanden na uittreding plaats te vinden.
HOOFDSTUK XIX: Overgangs- en slotbepalingen
Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 3, lid 42 van de Algemene wet bestuursrecht. Overeenkomstig artikel 26, lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen maakt het college van de gemeente Gouda de wijziging van de regeling tijdig bekend in het gemeenteblad. De wijziging van de regeling treedt in werking na deze bekendmaking
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-88330.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.