Besluit verplaatsen bebouwde komgrens

 

De raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg,

 

gezien het voorstel van het college d.d. 27 augustus 2024 (3698)

 

Gelet op:

 

artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) waarin is bepaald dat de grenzen van de bebouwde kom worden vastgesteld door de gemeenteraad, en

 

artikel 24 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW), waarin is bepaald dat het besluit tot verplaatsen van de bebouwde kom wordt genomen na overleg met de korpschef van de politie.

 

Overwegende dat:

 

  • -

    de Veursestraatweg is gelegen in Leidschendam en is in eigendom en beheer bij de gemeente Leidschendam-Voorburg;

  • -

    de Veursestraatweg een gebiedsontsluitingsweg is die een verbinding vormt tussen Leidschendam en Voorschoten;

  • -

    vanwege onder andere de realisatie van een aantal woningbouwprojecten langs de Veursestraatweg het verkeer op deze weg zal toenemen;

  • -

    de nieuwe woongebieden, in totaal ongeveer 750 nieuwe woningen, worden ontsloten op de Veursestraatweg;

  • -

    daarnaast ook een nieuwe recreatieve fietsverbinding tussen Vlietvoorde en Noortheylaan wordt gerealiseerd;

  • -

    hierdoor meer uitwisseling plaatsvindt tussen gemotoriseerd en langzaam verkeer en het van belang is om grote snelheidsverschillen te voorkomen;

  • -

    het wenselijk is, met het oog op de verkeersveiligheid en de functie van de weg, de komgrens te verplaatsen naar de gemeentegrens met Voorschoten, omdat hiermee de maximale snelheid wordt teruggebracht naar 50 km/u;

  • -

    met de nieuwe komgrens ook de nieuwe woonwijken binnen de verkeerskundige bebouwde kom komen te vallen;

  • -

    in de uitvoeringsvoorschriften van het BABW voorwaarden worden gesteld aan de toepassing van borden H1 en H2: De grens van de bebouwde kom, aangegeven door bord H1 en H2, wordt gekenmerkt door het begin van een langs de weg gelegen aaneengesloten bebouwing van zodanige omvang en dichtheid, dat een voor de weggebruiker duidelijk herkenbaar verschil in het karakter van de wegomgeving aanwezig is met een buiten de bebouwde kom gelegen weg. Ter plaatse van de komgrens moet een zodanige wijziging van wegkenmerken voorkomen dat het verschil in karakter van de weg voor en na bord H1 of H2 aldaar zoveel mogelijk benadrukt wordt;

  • -

    de termen aaneengesloten bebouwing, omvang en dichtheid van de bebouwing en het verschil in karakter van de weg niet nader zijn gedefinieerd, maar dat het landelijk kenniscentrum CROW wel een aantal richtlijnen heeft opgesteld waarmee bepaald kan worden of sprake is van een bebouwde kom:

  • -

    een komgrens dient een duidelijke overgang te zijn van onbebouwd gebied naar bebouwd gebied;

  • -

    hiertoe dient bebouwing op minder dan 25 meter uit de as van de weg te staan, het bebouwde lint minimaal 400 meter lang te zijn en de bebouwingsdichtheid minimaal 30% te zijn (in geval van tweezijde bebouwing);

  • -

    de bebouwingsdichtheid minder dan 30% bedraagt en de bebouwing gedeeltelijk binnen 25 meter van de wegas staat, zodat niet geheel aan de landelijke richtlijnen wordt voldaan;

  • -

    de landelijke richtlijnen van belang zijn in verband met de beleving van de weggebruiker, dat duidelijk is dat in een bebouwde omgeving wordt gereden;

  • -

    de weggebruiker niet kijkt naar het exacte percentage maar naar andere aanduidingen van een bebouwde kom, zoals bebording, bebouwing in het algemeen, snelheidsremmende informatie en de inrichting van de weg;

  • -

    de nieuwe locatie van de komgrens past bij het wegbeeld vanwege de duidelijke stad-landovergang ter plaatse;

  • -

    aanvullende maatregelen worden genomen om de geloofwaardigheid van de nieuwe komgrens te versterken, waaronder het doortrekken van de middenberm met bomenrij en het aanbrengen van trottoirbanden en belijning wat een visuele versmalling met zich meebrengt;

  • -

    met de nieuwe locatie van de komgrens zoveel mogelijk wordt voldaan aan de wensen en eisen die gesteld worden aan zowel de bebouwingsdichtheid, logica en plaatsingsvoorwaarden;

  • -

    de verplaatsing van de komgrens zal bijdragen aan een verbetering van de veiligheid op de weg.

 

Overleg met politie:

Zoals genoemd in artikel 24 BABW is over dit besluit overleg gepleegd met de politie-Eenheid Den Haag, afdeling infrastructuur team Advies en Analyse. De politie-Eenheid Den Haag heeft op 12 augustus 2024 positief geadviseerd over dit besluit.

 

Besluit:

de huidige grens van de bebouwde kom op de Veursestraatweg, halverwege de aansluiting Schakenbosch en de Lijtweg, te verplaatsen naar de gemeentegrens met Voorschoten conform bijgevoegde situatietekening, door plaatsing van de borden H1 en H2 als bedoeld in bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeertekens.

 

Bekendmaking

Het besluit wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad (zoek.officielebekendmakingen.nl). op 28 februari 2025. Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden binnen 6 weken na bekendmaking in het Gemeenteblad een bezwaarschrift indienen, Postbus 1005, 2260 BA Leidschendam. U kunt het bezwaarschrift ook digitaal indienen met DigiD. Meer informatie hierover vindt u op www.lv.nl/bezwaar-en-beroep. Indien er sprake is van een spoedeisend belang kunt u, mits u een bezwaarschrift heeft ingediend, een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de Voorzieningenrechter, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Met het verzoek om voorlopige voorziening moet u een kopie van het bezwaarschrift meesturen. Voor de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening zijn griffierechten verschuldigd.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg van 12 november 2024,

de griffier, de voorzitter,

R.G.R. Jeene M. Vroom

Bijlage

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar boven