Gemeenteblad van Gulpen-Wittem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gulpen-Wittem | Gemeenteblad 2025, 78587 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gulpen-Wittem | Gemeenteblad 2025, 78587 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Reglement van Orde van de raad van Gulpen-Wittem 2025
Artikel 3. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.
Artikel 13. Deelname aan de beraadslaging door anderen
Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
Artikel 18. Stemming over personen
Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
Paragraaf 2.5 Verslaglegging en ingekomen stukken
De voorzitter doet een voorstel aan de raad voor de wijze van afdoening van ingekomen stukken. De stukken worden onderverdeeld in de categorieën ‘voor kennisgeving aannemen’, ‘in handen stellen van het college ter afdoening’, ‘ter agendering in de commissie’ en ‘het college bereidt een voorstel voor ter bespreking in de commissie’.
Artikel 22. Afdoening moties en toezeggingen
Raadsleden kunnen binnen twee weken na publicatie eventuele opmerkingen en/of inhoudelijke vragen bij de griffier indienen. Het raadslid vermeldt daarbij het nummer van de motie of toezegging. De griffier deelt deze opmerkingen en/of vragen met het college. Binnen vier weken na publicatie van de rapportage geeft het college een reactie op de ingekomen opmerkingen en inhoudelijke vragen.
Raadsleden kunnen naar aanleiding van de reactie van het college gemotiveerd verzoeken de verantwoording bij een specifieke motie en/of toezegging ter vergadering te agenderen. Bij moties plaatst de raadsvoorzitter het onderwerp op de voorlopige agenda van de eerstvolgende raadsvergadering. Bij toezeggingen plaatst de desbetreffende voorzitter het onderwerp op de agenda van het gremium waar de toezegging aanvankelijk is gedaan.
De raad of de betreffende commissie beslist dan over de afdoening van die moties en toezeggingen. In die gevallen waarbij het college voorstelt een motie of toezegging als afgedaan te beschouwen maar de vergadering anders beslist, geeft de vergadering aan welke acties nog worden verwacht alvorens de betreffende motie of toezegging als afgedaan kan worden beschouwd.
Paragraaf 2.6 Besloten deel in openbare raadsvergaderingen en geheimhouding stukken
Artikel 23. Besloten deel in raadsvergaderingen
Op delen van raadsvergaderingen die in beslotenheid plaatsvinden is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Het college en de burgemeester zijn bevoegd om te besluiten om informatie, waarop geheimhouding is opgelegd en aan de raad is verstrekt, uitsluitend met een ander te delen indien dit noodzakelijk is in het kader van het dagelijks bestuur. Het college of de burgemeester informeert de raad zo spoedig mogelijk over hun besluit en welke informatie aan wie is verstrekt en de reden daarvan.
In de gevallen waarin de raad, het college of de burgemeester op grond van het voorgaande lid, besluit om informatie waarop geheimhouding rust aan anderen te verstrekken, dan gebeurt deze verstrekking onder de vermelding dat geheimhouding in acht wordt genomen door een ieder die kennis van de informatie draagt, totdat de raad deze opheft.
Het college en de burgemeester zijn bevoegd om te besluiten om informatie, waarop geheimhouding is opgelegd en aan de raad is verstrekt, uitsluitend met een ander te delen indien dit noodzakelijk is in het kader van het dagelijks bestuur. Het college of de burgemeester informeert het Presidium zo spoedig mogelijk over hun besluit en welke informatie aan wie is verstrekt en de reden daarvan.
Paragraaf 2.7 Bevoegdheden, instrumenten raadsleden
Artikel 27. Initiatiefvoorstel
Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.
In afwijking van het bepaalde in het derde lid, kan de indiener van het voorstel de raadsvoorzitter verzoeken het initiatiefvoorstel eerst in een raadscommissie te agenderen. Voor behandeling van het initiatiefvoorstel in de raadscommissie wordt het college in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen naar voren te brengen.
Indien de raad oordeelt dat een initiatiefvoorstel een spoedeisend karakter heeft of waarvan de actualiteit om spoedige agendering vraagt, dan kan een initiatiefvoorstel nog aan de agenda worden toegevoegd. Het college is tijdens de beraadslagingen in de gelegenheid om wensen of bedenkingen ter kennis van de raad te brengen.
Voor aanvang van een raadsvergadering is er een vragenhalfuur over politiek actuele onderwerpen, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. De voorzitter bepaalt, eventueel in overleg met het presidium, of er sprake is van een politiek actueel onderwerp. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt.
Artikel 32. Schriftelijke vragen
Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen één maand nadat de vragen zijn ingediend. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de raad gemotiveerd hiervan in kennis, waarbij tevens de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.
Artikel 36. Vergaderingen presidium
Voor de aanvang van het kalenderjaar stelt het presidium de vergadermomenten voor zijn overleg vast. Voorts vergadert het presidium indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste drie leden van het presidium schriftelijk, met opgave van reden, daarom verzoeken. Het presidium komt dan zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen veertien dagen bijeen.
Paragraaf 3.2 Commissies om de besluitvorming van de raad voor te bereiden
Artikel 37. Instelling commissies BSM en RED
De raad bepaalt hoeveel leden van elke fractie zitting hebben in de commissie. De raad houdt daarbij rekening met een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad aanwezige fracties en de verhouding tussen oppositie en coalitie. Indien de samenstelling van de raad of de samenstelling van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen of de verhouding tussen oppositie en coalitie wijzigt, heroverweegt de raad de samenstelling van de commissies.
Plaatsvervangend commissieleden zijn politieke ambtsdragers in de zin van het Rechtspositiebesluit politieke decentrale ambtsdragers en de verordening rechtspositie raads- en commissieleden Gulpen-Wittem. De gedragscode voor raadsleden is voor zover relevant van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangend commissieleden.
Artikel 41. Oproep en agenda commissies BSM en RED
In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering, zendt de commissievoorzitter de aanvullende voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken aan de raadsleden en plaatsvervangend commissieleden.
Stukken worden gepubliceerd in het raadsinformatiesysteem en kunnen worden geraadpleegd via een computer in het gemeentehuis. Als na het verzenden van de oproep stukken beschikbaar worden gesteld, wordt hiervan mededeling gedaan aan de raadsleden en plaatsvervangend commissieleden en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.
Artikel 42. Agendapunten commissies BSM en RED
Diegene die om een besluitvormend agendapunt heeft verzocht, overlegt aan de commissie ten minste een raadsvoorstel, of ingeval het een raadslid betreft een initiatiefvoorstel, met een ontwerpraadsbesluit. Besluitvormende agendapunten hebben de bedoeling de besluitvorming door de gemeenteraad voor te bereiden.
Artikel 43. Vergaderorde commissies BSM en RED
De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van de presentielijst van de commissievergadering. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen de voorzitter, de raadsleden of plaatsvervangend commissieleden, de collegeleden en de griffier de presentielijst, die aan het einde van de commissievergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld.
Op een vergadering als bedoeld in het derde lid, is het tweede lid niet van toepassing. De commissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het tweede lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Artikel 12 (Aantal spreektermijnen), met uitzondering van lid 3 (spreken vanaf spreekgestoelte) en lid 6 (indienen moties of amendement), artikel 13 (Deelname aan de beraadslaging door anderen), artikel 14 (Voorstellen van orde), artikel 23 (Besloten vergadering) en artikel 24 (Besluitenlijst besloten vergadering) zijn overeenkomstig van toepassing op vergaderingen van de (al dan niet gezamenlijke) commissies BSM en RED.
Artikel 44. Handhaving orde en schorsing
Hij kan de commissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.
De inspreker voert gedurende ten hoogste drie minuten het woord vanaf het spreekgestoelte, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
Paragraaf 3.3 De werkgeverscommissie
Artikel 48. Taken en bevoegdheden werkgeverscommissie
De werkgeverscommissie is bevoegd:
Artikel 49. Vergaderingen werkgeverscommissie
Voor aanvang van het kalenderjaar stelt de werkgeverscommissie de vergadermomenten voor haar overleg vast. Voorts vergadert de werkgeverscommissie indien de commissievoorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee leden van de commissie schriftelijk, met opgave van reden, daarom verzoeken. De werkgeverscommissie komt dan zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen veertien dagen bijeen.
Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
Artikel 50. Overige bijeenkomsten
Raadsleden, het college en de burgemeester kunnen bij het presidium een verzoek indienen tot het organiseren van een andere bijeenkomst waar raadsleden en plaatsvervangend commissieleden aanwezig kunnen zijn en waarin dit reglement niet voorziet. Het verzoek voldoet aan de volgende voorwaarden:
Artikel 51. Uitnodiging bijeenkomst
Het eerste lid is niet van toepassing als bijeenkomsten op initiatief van het college of de burgemeester zijn geïnitieerd. Het college, respectievelijk de burgemeester zendt ten minste zeven dagen voor de bijeenkomst de deelnemers een uitnodiging en eventuele agenda, zulks onder vermelding van dag, tijdstip, verwachte tijdsduur en locatie.
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad of de commissie op voorstel van de (commissie)voorzitter.
Bij inwerkingtreding van dit reglement worden in alle in functie zijnde burgerfractieleden geacht te zijn benoemd tot plaatsvervangend commissielid als bedoeld in artikel 37 (Instelling commissie BSM en RED), lid 5. De in dat lid genoemde maximum aantallen zijn daarop niet van toepassing. Bij nieuw te benoemen plaatsvervangend commissieleden is artikel 37, lid 5, onverminderd van toepassing.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-78587.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.