Gemeenteblad van Amersfoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 76354 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 76354 | beleidsregel |
Coffeeshopbeleid Amersfoort 2025
De burgemeester van de gemeente Amersfoort,
Gelet op hetgeen bepaald is in artikel 174 van de Gemeentewet, artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht, de Opiumwet, de Aanwijzing Opiumwet, hoofdstuk 1 en 2, afdeling 8, van de Algemene Plaatselijke Verordening van Amersfoort en de Algemene wet bestuursrecht;
Gehoord hebbende hetgeen besproken is in de lokale driehoek;
het College van procureurs-generaal de Aanwijzing Opiumwet heeft opgesteld, waarin onder meer is opgenomen onder welke voorwaarden niet tegen het verkopen van softdrugs wordt opgetreden, de AHOJGI1 -criteria;
het ingezetenencriterium, dat onderdeel uitmaakt van de AHOJGI-criteria, wordt vermeld in het sanctiebeleid van de Gemeente Amersfoort, waarbij is aangegeven dat handhaving ter hand zal worden genomen als objectief wordt vastgesteld dat het bezoek van niet-ingezetenen van Nederland aan de coffeeshops tot overlast leidt;
Europese en nationale regelgeving, en jurisprudentie naar aanleiding daarvan, bepaalt dat voor de verdeling van schaarse rechten specifieke verdelingsnormen gelden, waarbij - met het oog op een gelijk speelveld - voldoende mededingingsruimte gecreëerd wordt door alle potentiële gegadigden expliciet in de gelegenheid te stellen om hun belangstelling voor de beschikbare schaarse rechten kenbaar te maken.
Beleidsregels ten aanzien van het in behandeling nemen van aanvragen om een gedoogverklaring voor het exploiteren van een coffeeshop in Amersfoort
Doelstellingen coffeeshopbeleid
De doelstellingen van lokaal coffeeshopbeleid zijn primair:
Het lokale beleid sluit aan bij de landelijke kaders en ondersteunt de landelijke doelstellingen:
De vestigingscriteria in dit coffeeshopbeleid zijn een uitwerking van het overlastcriterium dat deel uitmaakt van de landelijke – door het College van procureurs-generaal opgestelde - AHOJGI-criteria. De criteria geven een antwoord op de vraag: Waaraan moet een locatie voor een coffeeshop voldoen om er op te kunnen vertrouwen dat er geen overlast ontstaat door de verkoop van softdrugs?
Daarnaast is het doel van deze beleidsregels om procedurele duidelijkheid te bieden aan de - bij inwerkingtreding van deze beleidsregel - bestaande gedoogverklaringhouders, zodat zij in de gelegenheid gesteld worden om te anticiperen op de gevolgen van de vereiste herziening van het gedoogverklaringstelsel.
Ook wordt met de beleidsregels beoogd andere gegadigden die in de toekomst in aanmerking willen komen voor een gedoogverklaring die nodig is voor de verkoop van softdrugs en daarmee het exploiteren van een coffeeshop in Amersfoort (procedurele) duidelijkheid te bieden.
HOOFDSTUK I Bepalingen ten aanzien van coffeeshops
Een gedoogverklaring kan alleen worden verleend indien het maximum van zeven coffeeshops nog niet bereikt is en er geen verdere gegadigden zijn, óf wanneer de aanvrager na het doorlopen van de aanvraag- en selectieprocedure uit hoofdstuk II in aanmerking komt voor het aanvragen van een gedoogverklaring en exploitatievergunning voor het exploiteren van een coffeeshop.
Artikel 5 Afwijkingsbevoegdheid
In het belang van de openbare orde, veiligheid en het woon- en leefklimaat kan de burgemeester te allen tijde gemotiveerd afwijken van deze beleidsregels.
Voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een gedoogverklaring en exploitatievergunning zijn leges verschuldigd krachtens de geldende Legesverordening van de gemeente Amersfoort.
De coffeeshopexploitant die, ten tijde van het van kracht worden van deze beleidsregels, in het bezit is van een lopende gedoogverklaring die verleend is op grond van het Coffeeshopbeleid Amersfoort 2016, wordt na afloop van de looptijd van deze gedoogverklaring eenmalig in de gelegenheid gesteld om een gedoogverklaring voor maximaal 7 jaar aan te vragen.
HOOFDSTUK II Bepalingen ten aanzien van de aanvraag- en selectieprocedure
Artikel 9 Kenbaar maken belangstelling
De inzending van het belangstellingsformulier is persoonsgebonden: de indiener van het formulier moet dezelfde zijn als de degene die na het winnen van de loting de aanvraag voor de gedoogverklaring gaat indienen en na verlening als eigenaar en exploitant zowel op de gedoogverklaring als de horeca-exploitatievergunning vermeld gaat worden.
De uitslag van de loting wordt als volgt in het proces-verbaal vermeld:
een lijst met daarop de unieke nummers in de rangorde van trekking gekoppeld aan de nummers één tot en met maximaal vijfentwintig indien er één gedoogverklaring beschikbaar is. Indien er meerdere gedoogverklaringen beschikbaar zijn, wordt de lijst per extra beschikbare gedoogverklaring met vijfentwintig nummers uitgebreid (hierna: plaatsingslijst).
Artikel 13 Uitnodiging indienen aanvraag
Afhankelijk van het aantal beschikbare gedoogverklaringen zal de eerste gegadigde op de plaatsingslijst, of in geval van meerdere beschikbare gedoogverklaringen meerder gegadigden, op de plaatsingslijst worden verzocht een aanvraag voor een gedoogverklaring en horeca-exploitatievergunning in te dienen.
Artikel 14 Indieningsvereisten gedoogverklaring en horeca-exploitatievergunning
Bij de aanvraag zoals bedoeld in artikel 13 worden in ieder geval de volgende documenten overgelegd:
Het aanvraagformulier en de daarbij behorende stukken worden uiterlijk acht weken na de datum waarop de uitnodiging om een aanvraag in te dienen is verzonden ingediend. Alleen wanneer de aanvraag tijdig is ontvangen en met inachtneming van deze procedure is ingediend, komt deze in aanmerking voor verdere behandeling.
Artikel 16 Volledigheid en aanvullen
Na ontvangst van de aanvraag zal deze op volledigheid worden beoordeeld. Indien geen volledige aanvraag is ontvangen wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om binnen een periode van vier weken de aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens. Op verzoek van de aanvrager kan eenmalig acht weken extra gelegenheid worden gegeven om de aanvraag aan te vullen met ontbrekende gegevens.
Overeenkomstig het Bibob-beleid van de gemeente Amersfoort, maakt een Bibob-toets onderdeel uit van de behandeling van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 13.
Artikel 19 Vervolgprocedure bij niet verlenen
Indien de volgende aanvraag, als bedoeld in het tweede lid, heeft geleid tot een onherroepelijke gedoogverklaring en horeca-exploitatievergunning, dan kan een beroepsprocedure van de voorgaande aanvraag tegen afwijzen van zijn aanvraag niet meer leiden tot een andere uitkomst. De gedoogverklaring en horeca-exploitatievergunning blijven dan van de volgende aanvrager en gaan niet alsnog naar de eerdere aanvrager.
Een coffeeshop is een (alcoholvrij) horecabedrijf waar gedoogd wordt dat er softdrugs verkocht worden, met in achtneming van de AHOJGI- criteria.
Omdat een coffeeshop een horecabedrijf is, is een coffeeshop alleen toegestaan in een pand met een functie horeca (voorheen: horecabestemming). Dit betekent dat als een pand/locatie nog geen functie horeca heeft, een planologische procedure gevolgd moeten worden om deze functie horeca te verkrijgen.
Het college heeft zich in beginsel bereid verklaard bereid om binnen de ruimtelijke toetsingskaders, mee te werken aan de vereiste planologische procedure. Vanzelfsprekend hangt medewerking mede af van de specifieke omstandigheden van de betreffende locatie. Het college behoudt zich altijd het recht voor om de wijziging van de bestemming van het (gebruik van het) pand in afwijking van de bestemming te weigeren. Het risico dat planologisch geen medewerking verleend zal worden, is daarbij voor de aanvrager.
Omdat een coffeeshop een openbaar toegankelijk horecabedrijf is, moet de exploitant net als elke regulier horecabedrijf over een horeca-exploitatievergunning op grond van artikel 2:28 van de APV (voor het verstrekken van alcoholvrije dranken en/of eetwaren) beschikken.
Daarnaast moet een coffeeshophouder in het bezit zijn van een door de burgemeester verleende gedoogverklaring, waarin expliciet opgenomen is onder welke voorwaarden het verkopen van softdrugs gedoogd wordt. Zo’n separate gedoogverklaring heeft als voordeel dat helderheid wordt verschaft met betrekking tot de vraag welke activiteiten vergund zijn en welke activiteiten worden gedoogd.
De aanvragen voor een horeca-exploitatievergunning en gedoogverklaring worden getoetst aan de Aanwijzing Opiumwet, aan de onderhavige beleidsregels en aan de geldende regelgeving.
Zoals bepaald in de Beleidsregel toepassing Wet Bibob Amersfoort 20212 wordt ook de Wet Bibob toegepast op vergunningaanvragen om een coffeeshop in Amersfoort te mogen exploiteren. Deze wet maakt het (onder meer) mogelijk vergunningen te weigeren of in te trekken als er sprake is van ernstig gevaar dat de vergunning wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of het witwassen van geld. Ook nadat de vergunning verleend is, kan er aanleiding zijn om (wederom) een Bibob-toets uit te voeren.
Vergunningen waaraan een gemeente een beleidsmatig maximum verbindt of waarvan vanuit ruimtelijk perspectief een maximaal aantal verleend kan worden, zijn schaars en kunnen op grond van Europese regelgeving, het nationale gelijkheidsbeginsel en jurisprudentie naar aanleiding daarvan3 slechts voor een bepaalde tijd verleend worden. Hierna moeten deze schaarse vergunningen (wederom) op een eerlijke en transparante manier verdeeld worden, opdat iedere geïnteresseerde (periodiek) in aanmerking kan komen voor de vergunning.
In Amersfoort worden sinds 2016 maximaal zeven coffeeshops toegestaan en de burgemeester verleent dan ook niet meer dan zeven gedoogverklaringen. De gedoogverklaring is dus schaars.
De reden dat – naast een horeca-exploitatievergunning - een gedoogverklaring verkregen moet worden voor het exploiteren van een coffeeshop, is dat de verkoop van softdrugs verboden is. Er kan geen vergunning verleend worden voor de verkoop. In een gedoogverklaring geeft de burgemeester aan dat hij met het Openbaar Ministerie en de politie heeft afgesproken dat er in het geval van de betreffende onderneming niet gehandhaafd wordt op de verkoop van de softdrugs, mits de exploitant zich houdt aan een aantal voorwaarden.
Omdat een gedoogverklaring geen vergunning is, heerste er onduidelijkheid of de gedoogverklaring wel of niet geschaard moet worden onder de regelgeving met betrekking tot schaarste. In september 2023 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een uitspraak4 gedaan over de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen het weigeren van een gedoogverklaring (en eventueel beroep in te stellen). Op basis van jurisprudentie was de lijn tot dat moment, dat dit niet mogelijk was, omdat een gedoogverklaring geen besluit is. De Afdeling heeft in de uitspraak van 2023 bepaald dat, met betrekking tot bezwaar en beroep, de gedoogverklaring gezien moet worden als ware het een besluit.
Op basis van dit uitgangspunt en het feit dat er een maximum gesteld wordt aan het aantal te verlenen gedoogverklaringen en er dus in de praktijk sprake is van schaarste, is de keuze gemaakt de uitgangspunten met betrekking tot schaarste ook toe te passen op de (verlening van) gedoogverklaringen.
Dat er in Amersfoort maximaal zeven gedoogverklaringen verleend worden, en er altijd andere exploitanten zijn die ook interesse hebben in het vestigen van een coffeeshop in Amersfoort, maakt deze gedoogverklaringen zowel beleidsmatig als feitelijk schaars. Dit - in combinatie met de uitspraak van de Afdeling - maakt dat in Amersfoort de lijn gekozen is dat de (Europese en nationale) regelgeving met betrekking tot schaarse vergunningen toegepast wordt op de gedoogverklaringen voor coffeeshops.
Consequentie schaarste-regelgeving
De huidige coffeeshophouders exploiteren hun bedrijven al diverse jaren in Amersfoort. De ene coffeeshop bestaat langer dan de andere. De coffeeshophouders hebben op dit moment al een gedoogverklaring voor bepaalde tijd. Tot dusver was de praktijk dat de gedoogverklaring na afloop van de looptijd opnieuw werd verleend aan de bestaande gedoogverklaringhouder, mits deze daartoe een aanvraag deed5. De regelgeving en rechtspraak over de verdeling van schaarse rechten maakt dat deze praktijk – zonder andere gegadigden na afloop van de looptijd van de gedoogverklaring in de gelegenheid te stellen om mee te dingen – niet langer kan blijven voortbestaan en heeft er toe geleid het volgende in het lokale coffeeshopbeleid vast te leggen:
Uit landelijke cijfers blijkt dat het percentage gebruikers van cannabis onder de bevolking zich in de afgelopen jaren heeft gestabiliseerd.
De volksgezondheid en de leefbaarheid zijn erbij gebaat dat het systeem in stand blijft, waarbij de verkoop van softdrugs plaats vindt via de bekende en daardoor te controleren verkooppunten. Waar aan dit systeem afbreuk wordt gedaan, neemt de kans op straathandel en overlast toe. Een redelijk evenwicht tussen vraag en aanbod draagt, in combinatie met niet te grote coffeeshops, bij aan het beheersbaar houden van de leefbaarheid in de omgeving van de coffeeshops.
Sinds 1996 is er in Amersfoort voor gekozen om op basis van artikel 13b van de Opiumwet coffeeshopbeleid te voeren ter bescherming van de volksgezondheid, het woon- en leefklimaat en de openbare orde in de gemeente. Het maximeren van het aantal coffeeshops is een onderdeel van dit beleid.
Er is destijds voor gekozen maximaal negen coffeeshops toegestaan, omdat er op dat moment negen coffeeshops in Amersfoort waren. Door consequente handhaving en goede afspraken was de drukte en de daarmee gepaard gaande overlast beperkt en beheersbaar. In de loop der jaren is er een aantal coffeeshops gesloten. In 2016 is besloten maximaal zeven coffeeshops in Amersfoort toe te staan.
De ervaring heeft geleerd dat dit een goed handhaafbaar aantal is en dat verdere daling van het aantal coffeeshops onwenselijk is. De druk op de coffeeshops is dan (te) groot, hetgeen vanzelfsprekend is aangezien het aantal personen dat softdrugs koopt/gebruikt niet is afgenomen. Een te gering aanbod ten opzichte van de vraag kan leiden tot niet gedoogde verkooppunten, te grote (verkeers)druk op bestaande coffeeshops en coffeeshops met een hele grote omzet die de achterdeurproblematiek heviger maakt. Dit alles leidt in veel gevallen tot (meer) overlast voor omwonenden.
De overtuiging is dat een aantal van zeven goed gecontroleerde coffeeshops op zorgvuldig gekozen locaties voldoende is om de druk evenwichtig te verdelen en het laten bestaan van een beheersbare en controleerbare situatie.
De vestigingscriteria in dit coffeeshopbeleid zijn een uitwerking van het overlastcriterium dat deel uitmaakt van de landelijke – door het College van procureurs-generaal opgestelde - AHOJGI-criteria6. De criteria geven een antwoord op de vraag: Waaraan moet een locatie voor een coffeeshop voldoen om er op te kunnen vertrouwen dat er geen overlast ontstaat door de verkoop van softdrugs?
Primair gelden deze beleidsregels voor de vestiging van nieuwe coffeeshops.
Juist bij het toestaan van nieuwe coffeeshops is het van belang een objectief kader te hebben waaraan getoetst wordt of een locatie (in combinatie met de exploitant) voldoet.
Deze vorm van toetsing maakt het ook mogelijk om op een objectieve en transparante wijze om te gaan met situaties waarin een reeds gevestigde coffeeshop in strijd raakt met de gestelde criteria. Bijvoorbeeld door de vestiging van een school of verandering van de directe omgeving van de coffeeshop. Indien hiervan sprake is, worden voor zover mogelijk eerst afspraken gemaakt met de exploitant over bijvoorbeeld extra (beheers)maatregelen.
Het is algemeen bekend dat overlast door coffeeshops in grote mate ontstaat door het komen en gaan van bezoekers en de daarmee gepaard gaande verkeers- en parkeerbewegingen.
Het is dan ook wenselijk om de vestiging van coffeeshops op goed bereikbare plaatsen te faciliteren, waar de kans op overlast minimaal is.
Dergelijke plaatsen zijn door de bank genomen gelegen buiten de binnenstad van Amersfoort. In de oude Amersfoortse binnenstad ontstaat namelijk al snel overlast door (te) veel verkeersbewegingen. Voor een groot deel van de binnenstad gelden daarom al restricties met betrekking tot verkeer.
Bovenstaande is een reden om coffeeshops in de binnenstad van Amersfoort te ontmoedigen. Een en ander neemt niet weg dat in het kader van bijvoorbeeld de spreiding, het wenselijk is dat er ook coffeeshops in de binnenstad zijn.
Een maximum van twee zorgvuldig beoordeelde locaties in de binnenstad, zijnde het gebied binnen de singels, is beheers- en controleerbaar en doet recht aan verdeling over de stad en de historie van Amersfoort waarin er altijd coffeeshops in de binnenstad geweest zijn.
Afstand tussen coffeeshops en scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs
Onder voortgezet onderwijs en middelbaar onderwijs wordt verstaan: onderwijs voor scholieren tussen de 12 en 18 jaar zoals praktijkonderwijs, HAVO, VWO en (V)MBO.
Bij toetsing van het afstandscriterium van 250 meter wordt de kortste loopafstand over de openbare weg tussen coffeeshop en school gemeten van hoofdingang tot hoofdingang. In het geval van aanwezigheid van een schoolplein geldt de kortste loopafstand van hoofdingang van de coffeeshop tot aan het begin van het (toegangshek van) het schoolplein.
Afstand tussen coffeeshops en basisscholen
In zijn algemeenheid is te stellen dat er geen bewijs is voor een relatie tussen omvang en frequentie van gebruik van cannabis door scholieren en de afstand van een coffeeshop tot hun school.
Voor basisscholen geldt daar boven op nog dat de leerlingen van deze scholen hoogst zelden belangstelling hebben voor softdrugs.
Vanuit het rijk zijn er dan ook geen adviezen/richtlijnen met betrekking tot de afstand tussen een coffeeshop en een basisschool en er zijn dan ook vrijwel geen gemeenten die een afstandscriterium in hun beleid hebben opgenomen met betrekking tot de basisscholen.
Dat in Amersfoort het afstandscriterium wel geldt voor basisscholen, stamt uit de tijd dat er twee coffeeshops recht tegen over de ingang van een basisschool gevestigd waren. Velen achtten dit onwenselijk, hetgeen begrijpelijk is. Door een (loop)afstand te eisen van 100 meter tussen coffeeshop en basisschool, wordt in de toekomst voorkomen dat een coffeeshop zich recht tegenover of direct naast een basisschool vestigt.
Bij toetsing van het afstandscriterium van 100 meter wordt de kortste loopafstand over de openbare weg tussen coffeeshop en school gemeten van hoofdingang tot hoofdingang. In het geval van aanwezigheid van een schoolplein geldt de kortste loopafstand van hoofdingang van de coffeeshop tot aan het begin van het (toegangshek van) het schoolplein.
Tegengaan concentratie coffeeshops
Waar coffeeshops hinder veroorzaken voor omwonenden, komt dit doorgaans door het komen en gaan van klanten. Dit leidt tot meer geluid van auto’s en personen, meer verkeersbewegingen en kortdurend parkeren. Als er meerdere coffeeshops bij elkaar zitten, leidt dit vanzelfsprekend tot nog meer klanten, parkeerbewegingen et cetera.
Door – binnen de bebouwde kom - een afstand te eisen tussen coffeeshops, wordt concentratie tegengegaan. Daarmee worden onder meer de verkeersbewegingen gespreid en wordt concentratie van mogelijke hinder voor direct omwonenden voorkomen.
Bij toetsing van het afstandscriterium van 250 meter wordt de kortste loopafstand over de openbare weg tussen coffeeshops gemeten van hoofdingang tot hoofdingang.
Geen coffeeshops in een woonstraat
Hinder van coffeeshops wordt met name door omwonenden ervaren. Zo kunnen zij hun auto niet parkeren omdat er auto’s van bezoekers van de coffeeshop staan. Horen zij de bezoekers komen, gaan en praten als zij (’s avonds) thuis zijn of in hun tuin zitten en worden zij geconfronteerd met het verkeer terwijl zij willen oversteken of hun kinderen op straat spelen. Bewoners die er voor gekozen hebben in een straat te gaan wonen waar uitsluitend gewoond wordt en geen horeca- of winkelactiviteiten plaatsvinden, mogen er op vertrouwen dat daar geen coffeeshop gevestigd wordt.
Op grond van de artikelen 2:28b en 1:8 van de APV wordt bij elke aanvraag om een (horeca-exploitatie)vergunning beoordeeld of een horecabedrijf op de aangedragen locatie de openbare orde en veiligheid (mogelijk) verstoort dan wel de leefbaarheid of ruimtelijke aspecten zoals de verkeer(sveiligheid) in de omgeving onaanvaardbaar negatief beïnvloedt worden.
Van verstoring van de openbare orde en veiligheid kan bijvoorbeeld sprake zijn als de aanvraag ziet op een locatie die dusdanig afgelegen is, zodat er geen enkele sociale controle plaats kan vinden of een locatie die in de directe nabijheid gelegen is van een specifieke instelling/omgeving of waarvan op voorhand duidelijk is dat de aanwezigheid van een coffeeshop veel overlast zal opleveren.
Met andere woorden: ook al voldoet een locatie primair aan de gestelde vestigingscriteria, toetsing aan artikel 2:28b en 1:8 van de APV kan er altijd toe leiden dat een locatie niet geschikt geacht wordt om een coffeeshop te mogen vestigen.
Om een coffeeshop te kunnen exploiteren moet de coffeeshophouder in het bezit zijn van een door de burgemeester verleende gedoogverklaring, waarin expliciet is opgenomen onder welke voorwaarden het verkopen en gebruiken van softdrugs wordt gedoogd, omdat op basis van deze bepalingen er geen horeca-exploitatievergunning voor een coffeeshop wordt verleend.
Zoals in de algemene toelichting aangegeven, is er sprake van schaarste omdat er een maximum gesteld is aan het aantal te verlenen gedoogverklaringen en daarmee aan het aantal coffeeshops in Amersfoort.
Dit maakt dat de looptijd van de gedoogverklaring niet buitensporig lang mag zijn, niet automatisch mag worden verlengd en dat geen voordeel toegekend mag worden aan de exploitant wiens gedoogverklaring net is komen te vervallen.
In het bijzonder moet de geldigheidsduur van de gedoogverklaring zodanig worden vastgesteld dat de vrije mededinging niet in grotere mate wordt belemmerd of beperkt dan nodig is met het oog op de afschrijving van de investeringen en een billijke vergoeding van het geïnvesteerde kapitaal.
Bij een looptijd van zeven jaar is het aannemelijk dat een exploitant:
Daarnaast wordt met deze looptijd de kans voor andere gegadigden om (op termijn) in aanmerking te komen voor het exploiteren van een coffeeshop in Amersfoort niet onredelijk belemmerd.
Een gedoogverklaring is op naam gesteld en niet overdraagbaar.
Gedurende de looptijd van de gedoogverklaring kunnen er wijzigingen optreden in de ondernemingsvorm en/of ondernemers. Dit is toegestaan mits:
Er dient in beide gevallen, voorafgaand aan het ingaan van de wijziging of maximaal twee weken na ingang, een aanvraag te worden ingediend voor wijziging van de tenaamstelling van de gedoogverklaring en horeca-exploitatievergunning. De aanvraag zal worden getoetst aan de reguliere toetsingsgronden (waaronder levensgedrag en de Bibob-toets). De nieuwe gedoogverklaring zal maximaal gelden voor het restant van de looptijd van de eerder verleende gedoogverklaring.
Aan de gedoogverklaring worden voorschriften gesteld. Deze voorwaarden kunnen per coffeeshop verschillen. Te denken valt aan voorschriften om overlast voor de omgeving te voorkomen, zoals de inzet van een portier, toezicht op verkeer- en parkeergedrag en maatregelen tegen geluidsoverlast. Ook kunnen de voorwaarden betrekking hebben op het verplicht stellen van het verstrekken van informatie aan klanten over het risico van het gebruik van drugs.
Voorwaarden die in ieder geval worden opgenomen:
Met betrekking tot edibles zal in de gedoogverklaring opgenomen worden dat deze verkocht mogen worden, mits:
de te verkopen (en dus in de coffeeshop aanwezige) edibles onderdeel uitmaakt van de maximale handelshoeveelheid die in de coffeeshop aanwezig mag zijn. Met andere woorden: de edibles worden meegeteld bij het bepalen van de handelsvoorraad van 500 gram. Als op de verpakking niet vermeld is wat de ingrediënten en de hoeveelheid hennep, wordt bij handhaving uitgegaan van 0,5 gram per te verkopen eetbaar product.
Artikel 4 De exploitatievergunning
Een coffeeshop is een horecabedrijf. Om een coffeeshop te kunnen exploiteren moet een exploitant naast een gedoogverklaring dan ook - net als elke regulier horecabedrijf – over een horeca-exploitatievergunning op grond van artikel 2:28 van de APV beschikken. De verkoop van softdrugs vanuit een coffeeshop kan niet gedoogd worden indien de exploitant niet beschikt over een geldige horeca-exploitatievergunning.
In het geval er een procedure noodzakelijk is om horeca toe te staan op een bepaalde locatie, dan worden de aanvraag voor de horeca-exploitatievergunning en gedoogverklaring aangehouden totdat een beslissing is gevallen in de ruimtelijke procedure.
Zoals bepaald in artikel 3 wordt een nieuw te verlenen gedoogverklaring verleend voor een maximale periode van zeven jaar en zijn de horeca-exploitatievergunning en de gedoogverklaring aan elkaar gekoppeld. Artikel 1:7 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Amersfoort, maakt het mogelijk om een horeca-exploitatievergunning voor bepaalde tijd te verlenen. Omdat er in het geval van een coffeeshop een horeca-exploitatievergunning en een gedoogverklaring verkregen moeten worden om de coffeeshop te exploiteren en de gedoogverklaring in deze beleidsregels beperkt is in tijd (maximaal zeven jaar) en aantal (maximaal zeven), wordt de horeca-exploitatievergunning voor dezelfde termijn verleend als de gedoogverklaring.
Dit volgt ook uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State7, waarin aangegeven is dat – aangezien de gedoogverklaring en horeca-exploitatievergunning onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn – de looptijd van de horeca-exploitatievergunning beperkt mag worden onder meer in het belang van openbare orde en het woon- en leefklimaat.
Als de exploitant na het aflopen van de gedoogverklaring en de daaraan gekoppelde horeca-exploitatievergunning een ander horecabedrijf, niet zijnde een coffeeshop, wil starten in het betreffende pand, dan staat het de exploitant vanzelfsprekend vrij een nieuwe of gewijzigde horeca-exploitatievergunning aan te vragen voor het horecaconcept dat de exploitant dan voor ogen heeft.
In de situatie dat een gedoogverklaring lopende de looptijd komt te vervallen, bijvoorbeeld door vrijwillige beëindiging of intrekking, wordt de aan de gedoogverklaring gekoppelde horeca-exploitatievergunning ingetrokken op grond van artikel 1:6 van de APV.
Aan de horeca-exploitatievergunning worden voorschriften gesteld. Deze voorwaarden kunnen per coffeeshop verschillen. Voorwaarden die in ieder geval worden opgenomen:
Eventuele overtreding van de horeca-exploitatievergunning(svoorwaarden) en Algemene plaatselijke verordening Amersfoort wordt bestuursrechtelijk gehandhaafd. Overtreding van de gedoogregels /gedoogverklaring wordt gehandhaafd op grond van de Opiumwet en het sanctiebeleid van de gemeente Amersfoort.
Artikel 5 Afwijkingsbevoegdheid
In dit artikel is de afwijkingsbevoegdheid van de burgemeester opgenomen waardoor de burgemeester – in bijvoorbeeld het belang van de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid - altijd kan besluiten om een gedoogverklaring niet te verlenen ondanks dat de aanvraag voldoet aan de vestigingscriteria uit artikel 2. Dit moet de burgemeester uiteraard goed motiveren.
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Op grond van deze beleidsregels komen de coffeeshophouders die een coffeeshop in Amersfoort exploiteren op het moment van het van kracht worden van de onderhavige regels – na afloop van de termijn van hun bestaande gedoogverklaring – éénmalig in aanmerking voor een overgangstermijn. Met andere woorden: voordat hun lopende gedoogverklaring afloopt, mogen zij eenmalig een aanvraag doen voor een nieuwe gedoogverklaring met een looptijd van maximaal zeven jaar. Deze aanvraag moeten zij 16 weken voor het aflopen van de bestaande gedoogverklaring indienen.
Bij het verlenen van de overgangs-gedoogverklaring voor maximaal zeven jaar, wordt de aan deze gedoogverklaring gekoppelde horeca-exploitatievergunning van de betreffende exploitant ambtshalve gewijzigd, zodat deze dezelfde looptijd heeft als de eenmalig opnieuw te verlenen gedoogverklaring. Zie hiervoor ook de toelichting op artikel 4 van deze beleidsregels.
Na afloop van deze zogeheten overgangs-gedoogverklaring wordt overgegaan naar een nieuw systeem waarin de gedoogverklaringen via een openbare en transparante procedure worden verdeeld, zodat iedereen - ook de bestaande exploitant – onder in deze beleidsregels beschreven voorwaarden in aanmerking kan komen voor de vrijgekomen gedoogverklaring.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-76354.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.