Gemeenteblad van Coevorden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Coevorden | Gemeenteblad 2025, 74097 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Coevorden | Gemeenteblad 2025, 74097 | beleidsregel |
Beleidsregels Wet Inburgering gemeente Coevorden 2025
Het college start met de brede intake, zodra de inburgeringsplichtige bekend is bij de gemeente. Voor statushouders is dit het moment waarop een inburgeringsplichtige door het COA wordt toegewezen aan het college, de zogenaamde koppeling. Voor gezinsmigranten en overige migranten vindt de brede intake plaats binnen 2 weken na de inschrijving in de BRP.
De MAP bestaat uit de thema ’s beroepenoriëntatie, werknemerscompetenties, realistisch beroepsbeeld, beroepskansen, verwerven beroepscompetenties, netwerk opbouwen werk vinden en werkcultuur. Hiertoe biedt het college aan de inburgeringsplichtige een passend programma aan. Dit programma omvat in ieder geval tenminste 40 uren stage en/of participatie-activiteiten.
Het college stelt na afronding van de brede intake het PIP op binnen 10 weken nadat de inburgeringsplichtige de DUO-kennisgeving over de inburgeringsplicht heeft ontvangen. Als de inburgeringsplichtige op de datum van die DUO-kennisgeving nog niet is ingeschreven in de gemeente waar hij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 wordt gehuisvest, dan ligt de deadline 10 weken na de dag van inschrijving in de BRP van het college.
Het PIP geeft een compleet beeld van de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige gedurende het inburgeringstraject afgestemd op de persoonlijke situatie, ontwikkelbehoeften en capaciteiten van de inburgeringsplichtige.
Het PIP heeft de vorm van een beschikking. Hierin staan vermeld:
Bij het PIP worden gevoegd een begeleidende brief over de duur van het inburgeringstraject, naam en bereikbaarheid van de begeleider bij het college, mogelijke aanpassing van het PIP, rechtsmiddelen en beschikking(en) over arbeidsinschakeling, tegenprestatie en ontzorgen op grond van de Participatiewet.
Gelijktijdig met het versturen van het voornemen om een boete op te leggen vraagt het college de inburgeringsplichtige om informatie te verstrekken over de draagkracht. Als de inburgeringsplichtige niet aan dit verzoek voldoet, wordt geen rekening gehouden met de draagkracht, tenzij deze gegevens bij het college bekend zijn.
Op grond van artikel 27 van de wet legt het college geen boete op als de statushouder een uitkering op grond van de Participatiewet ontvangt en deze is verlaagd op grond van artikel 18 of artikel 18b van de Participatiewet en de Afstemmingsverordening van het college en het gaat om de volgende verplichtingen:
Wanneer de inburgeringsplichtige een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet en zich niet houdt aan de arbeids- en /of re-integratieverplichtingen op grond van de Participatiewet, verlaagt het college het recht op bijstand overeenkomstig artikel 18, artikel 18b van de Participatiewet en de afstemmingsverordening van het college.
Artikel 15. Overige regelgeving
De Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Coevorden 2023, de nadere regels jobcoaching Participatiewet gemeente Coevorden 2023 en de nadere regels duurzaamheidssubsidie gemeente Coevorden 2023 zijn naast de beleidsregels Wet Inburgering gemeente Coevorden 2025 van toepassing voor de personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a van de Participatiewet.
Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van belanghebbende persoon afwijken van het bepaalde in deze beleidsregels
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van Burgemeester en Wethouders van 11 februari 2025.
De gemeentesecretaris
K. Brinks- de Vries
De burgemeester
R. Bergsma
Toelichting “ Beleidsregels Wet Inburgering gemeente Coevorden 2025”
De Wet inburgering 2021 is op 1 januari 2022 in werking getreden. De Wet inburgering 2021 regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van derde landen (landen die geen lid zijn van de Europese Unie) van 16 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd, die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven.
Het doel van de wet is dat alle inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk en volwaardig kunnen meedoen aan de Nederlandse samenleving, het liefst via betaald werk. Om dit te bereiken, wordt van hen verwacht:
Inburgeringsplichtigen zijn zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht.
Voor inburgeringsplichtigen, die vóór 1 januari 2022 met de inburgering gestart zijn, blijft het inburgeringstraject via DUO lopen. Voor het (arbeids-)participatiedeel worden zij, zoveel als mogelijk, door de gemeenten begeleid en ondersteund.
In de Wet inburgering 2021 zijn twee groepen te onderscheiden:
Gezins- en overige migranten. Gezinsmigranten zijn migranten die naar Nederland komen vanwege een (Nederlandse) partner. Dat kan alleen wanneer men over voldoende inkomen beschikt. De inburgering start al in het land van herkomst, waar het basisexamen inburgering buitenland moet worden afgelegd. Dat betekent dat zij al een basisniveau aan taal (A1) hebben behaald wanneer zij hier komen. Eenmaal in Nederland moeten zij hier het inburgeringsexamen halen. Overige migranten zijn geestelijk bedienaren en mensen met een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk humanitair verblijfsdoel.
Er is een verschil in de opdracht die de gemeente heeft bij de ondersteuning van deze twee groepen. Dat verschil komt vooral voort uit het feit dat de eerste groep, zeker in het begin, is aangewezen op een uitkering en ondersteuning vanuit de Participatiewet en de tweede groep (financieel) zelfstandig is.
Taakstelling huisvesting statushouders geeft indicatie van hoeveelheid
Het is moeilijk te voorspellen hoeveel mensen naar Nederland komen om een asielaanvraag te doen en hoeveel daarvan uiteindelijk recht hebben om zich in Nederland te vestigen. Het is daarom niet eenvoudig om de grootte van de doelgroep exact te duiden. Zoals we de afgelopen jaren hebben gezien, is het afhankelijk van de situatie in verschillende delen van de wereld en de afspraken die tussen landen en continenten worden gemaakt, hoeveel mensen per jaar precies te verwachten zijn. Voor de gemeente geeft de huisvestingstaakstelling, die we vanuit het Rijk krijgen, een goede indicatie van het aantal potentiële inburgeringsplichtigen.
Vanaf het moment dat iemand een verblijfsvergunning heeft verkregen en door het COA is gekoppeld aan de gemeente, start de inburgering. De gemeente heeft de opdracht om zo vroeg mogelijk te starten met de begeleiding en ondersteuning.
De overdracht vanuit het AZC (asielmigranten)
Wanneer duidelijk is aan welke gemeente een statushouder wordt gekoppeld, dan is er een kennismakingsgesprek met de inburgeringsplichtige en de zgn. “warme overdracht” vanuit het COA naar de gemeente. Het doel van deze kennismaking is om ervoor te zorgen dat de inburgeringsplichtige de gemeente en de mogelijkheden leert kennen en op basis daarvan het traject van inburgering kan starten.
In de Wet Inburgering 2021 staat de regierol van de gemeente centraal. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor de begeleiding en ondersteuning van inburgeringsplichtigen gedurende de inburgering. Om invulling te geven aan deze rol dragen gemeenten in ieder geval verantwoordelijkheid voor:
Gemeentelijke taken die uit de wet voortvloeien zijn grotendeels -vanuit het oogpunt van rechtszekerheid en uniformiteit- ingekaderd in deze wet en de daarop gebaseerde lagere regelgeving. Er blijft echter ruimte voor maatwerk om de gemeentelijke uitvoeringstaken naar eigen inzicht en met het oog op de lokale omstandigheden in te vullen. Met de “ Beleidsregels Wet Inburgering gemeente Coevorden 2025 ” wordt invulling gegeven aan de wijze waarop de gemeente Coevorden uitvoering geeft aan de Wet inburgering 2021.
Het Team Actief voor Werk cluster Inburgering voert de Wet Inburgering uit. Het team werkt daarbij zoveel mogelijk samen met het cluster Participatie, (keten)partners en stemmen processen, werkwijzen en expertise op elkaar af om tot een gezamenlijk plan voor de inburgeringsplichtige te komen. Tijdens het inburgeringstraject zorgt het team voor een goede begeleiding en ondersteuning, waarbij ook wordt gestreefd naar zelfredzaamheid. Bij de onderwijs- en arbeidsmogelijkheden van de inburgeringsplichtige is maatwerk leidend. De voortgang in het inburgeringstraject wordt door het team bewaakt.
Het cluster Inburgering vindt het belangrijk dat de mensen die zich in Coevorden vestigen, zich hier thuis voelen en volwaardig mee kunnen doen in de lokale maatschappij. Inburgeren is daarbij veel meer dan het behalen van een inburgeringsexamen.
Brede intake en persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP)
De brede intake vormt samen met de landelijk ontwikkelde leerbaarheidstoets de basis voor het PIP.
Het doel van de leerbaarheidstoets is inzicht verkrijgen in het Nederlandse taalniveau dat een inburgeringsplichtige kan bereiken.
Aan de inburgeringsplichtige wordt door de gemeente ontheffing van het afleggen van de leerbaarheidstoets verleend als de inburgeringsplichtige:
Op andere gronden kan geen ontheffing van de leerbaarheidstoets worden gegeven.
DUO beslist op aanvragen voor ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking.
Divosa heeft in samenwerking met Argonaut een infographic gemaakt en dit afgestemd met DUO:
https://www.divosa.nl/publicaties/infographic-ontheffing-inburgeringsverplichtingen-bij-ziekte-beperking .
De beslisboom kan helpen bij wat te doen in geval van ziekte.
In de brede intake worden de startpositie en de ontwikkelmogelijkheden van de inburgeringsplichtige in beeld gebracht.
Cluster Inburgering streeft ernaar om al tijdens het verblijf in het AZC de brede intake te doen en de PIP te maken.
In het PIP wordt vastgelegd wat de inburgeringsplichtige gaat doen en welke ondersteuning daarvoor nodig is. Daarbij wordt in ieder geval vastgelegd welke van de drie leerroutes de inburgeringsplichtige gaat volgen. Ook worden er rechten en verplichtingen in het kader van de Participatiewet opgenomen en (als van toepassing) afspraken over de financiële ontzorging vastgelegd. Zowel de inburgeringsplichtige als de gemeente zijn verplicht zich aan deze afspraken te houden. Cluster Inburgering zal de voortgang monitoren, de verplichtingen handhaven en -waar nodig- een maatregel of boete opleggen.
Het belangrijkste onderdeel van de Wet inburgering zijn de drie leerroutes, die leiden tot het inburgeringsexamen:
Alle inburgeringsplichtigen volgen (op basis van de uitkomsten van de brede intake) één van de drie leerroutes. Hieronder laten we per leerroute zien wat deze inhoudt, voor wie die is bedoeld en aan welke eisen de route moet voldoen.
Voor gezinsmigranten/overige migranten geldt dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor het regelen en betalen van hun inburgeringstraject. Omdat zij wel een brede intake krijgen, kan cluster Inburgering hen wel adviseren over de te volgen scholing en activiteiten.
In de Participatiewet is bepaald dat de inburgeringsplichtige die een bijstandsuitkering ontvangt, verplicht is gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering. Dit is financieel ontzorgen.
Het doel van het financieel ontzorgen van inburgeringsplichtige bijstandsgerechtigde statushouders is tweeledig:
Gemeenten zijn hiervoor verantwoordelijk. Sinds april 2023 kan er tijdelijk een ruimere uitleg aan het wetsartikel over financieel ontzorgen worden gegeven. Dit vooruitlopend op het wetsvoorstel Participatiewet in Balans.
Zodra de statushouder is ingeschreven in de gemeente, biedt het cluster Inburgering maatschappelijke begeleiding.
De maatschappelijke begeleiding omvat een budgettraining.
De MAP is een onderdeel van het inburgeringstraject. Voor veel statushouders is de stap naar stage of werk te groot omdat zij onvoldoende besef hebben wat er van hen verwacht wordt en wat zij kunnen verwachten als zij aan het werk gaan.
Tijdens de module MAP leert de inburgeringsplichtige over (betaald) werken in Nederland.
Cluster Inburgering biedt trajecten aan die statushouders ondersteunen in het zetten van stappen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Tijdens de trajecten worden zij intensief begeleid. Dit door een aanbod van verschillende onderwerpen, activiteiten en ondersteuning die van belang is om de stap naar werk, werkstage of vervolgtraject te maken.
Het Participatieverklaringstraject (PVT)
Het PVT bestaat uit een inleiding in de Nederlandse kernwaarden en de ondertekening van de participatieverklaring. Hiermee verklaart de inburgeraar dat hij kennis heeft genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat hij deze respecteert. Dit traject moet minimaal 12 uren bedragen.
Waarschuwen, boeten en maatregelen
In de Wet Inburgering staat wanneer een waarschuwing of een boete wordt opgelegd en in de Participatiewet en Afstemmingsverordening wanneer een maatregel. Een maatregel kan alleen als er recht op een uitkering is.
Het kan voorkomen dat er een overlap is tussen verplichtingen opgelegd op grond van de Participatiewet en de Wet Inburgering. Tweemaal sanctioneren voor een zelfde gedraging is niet evenredig. Om die reden wordt geen boete opgelegd als er een maatregel is opgelegd op grond van de Participatiewet en de Afstemmingsverordening.
De zwaarte van een maatregel wordt bepaald door de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of het nalaten van de inburgeringsplichtige, persoonlijke en financiële omstandigheden en de gevolgen van de maatregel, zogenaamde dringende redenen. Voor de hoogte van een boete geldt hetzelfde, behalve daar waar de Wet Inburgering een gefixeerd bedrag (€ 250) noemt.
Een gefixeerde boete is van toepassing als verplichtingen in verband met het opstellen van de PIP niet worden nagekomen. Het gaat om het niet verschijnen of meewerken aan de leerbaarheidstoets en brede intake, nadat de inburgeringsplichtige een waarschuwing heeft gehad. Verwijtbaarheid, persoonlijke en financiële omstandigheden en dringende redenen zijn niet van invloed op de boete.
Een boete of maatregel staat niet in de weg aan het beëindigen van de voorziening.
De handhaving ziet er als volgt uit:
Statushouders hebben drie jaar (bij verlenging vijf of meer jaar) de tijd om voor hun inburgering te slagen. Ze riskeren een boete als zij hun inburgering niet op tijd behalen of afronden. Ze moeten daarnaast de lening van maximaal €10.000 aan DUO terugbetalen.
Cluster Inburgering helpt statushouders die niet zonder hulp kunnen voldoen aan hun inburgeringsplicht met het zogenoemde Einde Lening nog Inburgeringsplicht (ELIP) project. ELIP is bedoeld voor statushouders die 75% of meer van hun DUO-lening hebben verbruikt en bij wie de inburgeringstermijn (ook na verlenging) bijna verstreken is.
Afhankelijk van de individuele situatie wordt een persoonlijk en op maat ELIP-traject samengesteld.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-74097.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.