Wijziging Marktverordening gemeente ’s-Hertogenbosch 2021 (tweede wijziging)

De gemeenteraad, in zijn vergadering van 28 januari 2025,

Gezien het voorstel van het college van 3 december 2024 met reg.nr. 17116020,

Besluit

de Marktverordening gemeente ’s-Hertogenbosch 2021 te wijzigen (tweede wijziging): 

 

 

 

  • A.

    In artikel 1 wordt na sub i een nieuwe sub toegevoegd dat komt te luiden:

  • ‘j. organisatievergunning: vergunning voor het organiseren van een verzelfstandigde markt;’ 

  •  

  • B.

    In artikel 1 wordt na sub q (rekening houdend met de doornummering als gevolg van bovenstaande sub r) een nieuw sub toegevoegd dat komt te luiden: 

  • ‘s. verzelfstandigde markt: de warenmarkt, die op de daartoe door het college aangewezen dag en plaats wordt gehouden, waarbij de organisatie van de markt neergelegd is bij een rechtspersoon aan wie het college een vergunning hiertoe heeft verleend’ 

  • C.

    Na artikel 2 wordt een nieuw artikel toegevoegd dat komt te luiden: 

  • Artikel 2a. Verzelfstandigde markt 

  • 1.

    Het college kan op een daartoe strekkend verzoek van een rechtspersoon besluiten een vergunning te verlenen voor de organisatie van een verzelfstandigde markt; 

  • 2.

    De hoofdstukken 2 en 3 en de artikelen 3, 4, 14, 15, 16 en 20 van deze verordening zijn niet van toepassing op een markt waarvoor een vergunning is verleend als bedoeld in lid 1. 

  • 3.

    Op een markt als bedoeld in lid 1 zijn de bepalingen uit hoofdstuk 4a van toepassing. 

  • D.

    In artikel 13 wordt na het woord ‘marktkooplieden’ de volgende zinsnede toegevoegd: ‘, rechtspersonen die een verzelfstandigde markt organiseren’

  • E.

    Na hoofdstuk 4 wordt een nieuw hoofdstuk toegevoegd dat komt te luiden:  

  • ‘Hoofdstuk 4a Het organiseren van een verzelfstandigde markt 

  •  

  • Artikel 13a. Vergunningplicht voor het organiseren van een verzelfstandigde markt 

  • 1.

    Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van het college een verzelfstandigde markt te organiseren.  

  • 2.

    Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vergunning als bedoeld in lid 1. 

  • 3.

    De rechtspersoon aan wie de vergunning als bedoeld in lid 1 is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.  

Artikel 13b. Tijdsduur organisatievergunning 

Een vergunning als bedoeld in artikel 13a wordt verleend voor een periode van 10 jaar.  

Artikel 13c. Vereisten organisatievergunning 

  • 1.

    Een organisatievergunning wordt uitsluitend verleend aan een rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. 

  • 2.

    Een organisatievergunning wordt uitsluitend verleend voor het organiseren van een door het college in te stellen markt. 

  • 3.

    Een aanvraag voor een vergunning bevat een door het bestuur van een rechtspersoon vast te stellen plan dat waarborgt dat de markt op een veilige, ordelijke en eerlijke wijze wordt georganiseerd en hoe rekening wordt gehouden met de omgeving. 

  • 4.

    De organisatievergunning kan worden geweigerd: 

    • a.

      in het belang van de openbare orde; 

    • b.

      in het belang van de openbare veiligheid; 

    • c.

      in het belang van de bescherming van het milieu; 

    • d.

      indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; 

    • e.

      indien de parkeerdruk door de aanwezigheid van de markt onevenredig wordt aangetast; 

    • f.

      Indien bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt; 

    • g.

      Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke omstandigheden niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; 

    • h.

      De aanvrager niet in aanmerking komt voor een vergunning gelet op artikel 13d van de verordening; 

    • i.

      indien er reeds een vergunning is verleend aan een andere rechtspersoon dan de aanvrager en de duur van deze vergunning nog niet is verstreken; 

    • j.

      indien een vergunning van dezelfde rechtspersoon in de periode van een jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag is ingetrokken op grond van het bepaalde in artikel 13f, lid 2 van de verordening. 

  • 5.

    Het college beslist op een aanvraag om een organisatievergunning op grond van deze verordening of een wijziging daarvan, binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.  

  • 6.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 

Artikel 13d. Verdelen schaarse organisatievergunning 

  • 1.

    Het college stelt voorafgaand aan de start van de vergunningsprocedure een selectiedocument vast waarin de selectieprocedure en de wijze van beoordeling van de vergunningaanvragen is vastgelegd. De selectieprocedure die wordt toegepast is een vergelijkende toets. 

  • 2.

    Het college stelt in het selectiedocument regels op over hoe de vergelijkende toets zal plaatsvinden. De regels hebben tenminste betrekking op: 

    • a.

      de wijze van bekendmaken van de te vergunnen markt; 

    • b.

      de wijze waarop en het tijdvak waarbinnen gegadigden hun interesse kenbaar kunnen maken; 

    • c.

      de eisen die worden gesteld aan de gegadigden en het plan zoals bedoeld in artikel 13c, lid 3; 

    • d.

      de selectiecriteria en de wijze van beoordelen; 

    • e.

      hoe wordt omgegaan met gelijke scores; 

    • f.

      bekendmaking van de scores; 

    • g.

      hoe wordt omgegaan met aanvragen die worden gedaan nadat de bovengenoemde procedure is doorlopen en er binnen het tijdvak, als bedoeld onder b, geen interesse in de organisatievergunning was.  

  • 3.

    De selectiecriteria hebben tenminste betrekking op de volgende onderwerpen: 

    • a.

      veilig en ordelijk verloop van de markt; 

    • b.

      het schoonhouden van het terrein tijdens en na afloop van de markt; 

    • c.

      het betrekken van omliggende bewoners en bedrijven; 

    • d.

      onafhankelijke organisatie en transparante werkwijze; 

    • e.

      verbinding van de markt met de omliggende functies/bedrijvigheid en de wijze waarop de aanvrager aantoont eraan te werken dat de functies elkaar gaan versterken; 

    • f.

      duurzaamheid.  

  • Artikel 13e. Verzelfstandiging van bestaande markt 

  • 1.

    De procedure uit artikel 13d blijft achterwege wanneer sprake is van een verzelfstandiging van een bestaande markt, waarbij de verzelfstandigde markt georganiseerd gaat worden door een rechtspersoon die is opgericht door de vergunninghouders van die betreffende markt.  

  • 2.

    Tot een verzelfstandiging als bedoeld in lid 1 wordt slechts overgegaan als uit een draagvlakmeting onder de vergunninghouders blijkt dat minimaal de helft daarvan voorstander is.  

Artikel 13f. Intrekken of wijzigen organisatievergunning 

  • 1.

    Het college trekt een organisatievergunning in op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder.

  • 2.

    Het college kan een organisatievergunning intrekken of wijzigen: 

    • a.

      indien ter verkrijging of behoud daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; 

    • b.

      indien niet langer wordt voldaan aan de vereisten voor het verkrijgen van een organisatievergunning, als bedoeld in artikel 13c; 

    • c.

      als de voorschriften, verbonden aan de organisatievergunning, worden overschreden; 

    • d.

      indien niet langer wordt voldaan aan hetgeen waarvoor men op grond van artikel 13d is beoordeeld en deze wijziging zou hebben geleid tot een lagere score bij de beoordeling;  

    • e.

      wanneer de markt, anders dan door overmacht, minder dan 46 weken per jaar daadwerkelijk plaatsvindt;  

    • f.

      indien op grond van verandering van omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege een of meerdere belangen als bedoeld in artikel 13c, lid 4, sub a tot en met d; 

    • g.

      wanneer er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;  

    • h.

      indien de vergunninghouder of degene(n) die hij inzet voor het dagelijks beheer van de markt betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit de exploitatie van de markt, dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;  

    • i.

      redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 

 

  • F.

    De toelichting wordt als volgt gewijzigd: 

  • Na de toelichting op artikel 2 wordt de volgende toelichting toegevoegd:

  •  

  • Artikel 2a Verzelfstandigde markt

  • Met de wijziging van de verordening in 2025 is de mogelijkheid opgenomen om naast door de gemeente georganiseerde markten, verzelfstandigde markten te laten organiseren. Deze markten kennen vaak eigen regels (opgesteld door de organiserende rechtspersoon), waardoor een deel van de marktverordening niet van toepassing is. In dit artikel is geregeld welke artikelen wel en niet van toepassing zijn op verzelfstandigde markten.

  • Na de toelichting op artikel 13 wordt de volgende toelichting toegevoegd:

  • Artikel 13a. Vergunningplicht voor het organiseren van een verzelfstandigde markt

  • Dit artikel regelt dat het organiseren van een verzelfstandigde markt uitsluitend is toegestaan als daarvoor een vergunning is verleend. Tevens is in dit artikel de grondslag opgenomen voor het verbinden van voorschriften aan de vergunning. Het niet naleven van de voorschriften is een overtreding op grond van het derde lid en kan als gevolg hebben dat de vergunning wordt ingetrokken of andere bestuursrechtelijke sancties worden opgelegd.

  •  

  • Artikel 13b. Tijdsduur organisatievergunning

  • Artikel 11 van de Europese Dienstenrichtlijn regelt dat het niet is toegestaan om vergunningen voor onbepaalde tijd te verlenen, indien het aantal beschikbare vergunningen is beperkt. Omdat er slechts één organisatievergunning kan worden verleend voor het organiseren van een markt op een bepaalde locatie op een bepaalde dag (of dagdeel) , is hier sprake zogenaamde ‘schaarse vergunningen’ die niet voor onbepaalde tijd mogen worden verleend.

  • Voor het bepalen van een redelijke tijdsduur van de organisatievergunning heeft dezelfde belangenafweging plaatsgevonden als bij het bepalen van de vergunningsduur voor een marktstandplaatsvergunning (zie toelichting bij artikel 6).

  • De tijdsduur voor de organisatievergunningen wordt, overeenkomstig de tijdsduur voor een marktstandplaatsvergunning zoals bedoeld in artikel 6, bepaald op tien jaar.

  •  

  • Artikel 13c. Vereisten organisatievergunning

  • In het eerste lid is geregeld dat een vergunning uitsluitend wordt verleend aan een rechtspersoon. De organisatie van een verzelfstandigde markt door een natuurlijke persoon wordt daarmee uitgesloten. Dit is gedaan omdat het niet gewenst is dat een individuele (markt)ondernemer een markt organiseert en daarmee de regels bepaalt, daarop toeziet en standplaatsen vergeeft. Het college kan bij het instellen van een verzelfstandigde markt nadere voorwaarden verbinden aan de rechtspersoon. Daarbij valt te denken aan dat het uitsluitend kan gaan om een stichting of uitsluitend om een rechtspersoon met een bepaalde doelstelling (zoals opgenomen in de statuten).

  •  

  • Artikel 160, lid 1 onder g Gemeentewet regelt dat het college bevoegd is tot het instellen van marktdagen. Ook in het geval van een verzelfstandigde markt moet het college de marktdag instellen. Het tweede lid regelt daarom dat er uitsluitend vergunning kan worden verleend voor een door het college ingestelde marktdag.

  •  

  • Het algemeen belang is gediend bij een veilige markt die op een eerlijke wijze wordt georganiseerd. Tevens is het belangrijk dat rekening wordt gehouden met de omgeving. Daarbij gaat het om omwonenden en omliggende bedrijven. Om dit alles in goede banen te leiden moet de organiserende partij daartoe een plan indienen bij de vergunningaanvraag. Bij het publiceren van de beschikbare vergunning kan het college nadere eisen stellen aan het betreffende plan, rekening houdend met de omvang van de te vergunnen markt, de locatie en de dag waarop de markt gaat plaatsvinden.

  •  

  • Het vierde lid regelt de weigeringsgronden. Bij alle weigeringsgronden gaat het om een zogenaamde ‘kan-bepaling’. Het college kan in de genoemde gevallen de vergunning weigeren, maar kan hem evengoed verlenen. Het college zal daarvoor per aanvraag een belangenafweging moeten maken.

  •  

  • Uit het plan van de organiserende partij zal moeten blijken dat de openbare orde, veiligheid, het milieu, de leefbaarheid en de parkeerdruk in het gebied niet onevenredig nadelig worden beïnvloed door de wijze van exploitatie (sub a tot en met e). Hierbij moet worden opgemerkt dat een eerste beoordeling van deze criteria reeds plaatsvindt op het moment dat het college een markt op een bepaalde locatie aanwijst.

  •  

  • De weigeringsgrond uit sub f ziet op ‘schijnbeheer’.

  •  

  • In artikel 13d is geregeld hoe de schaarse vergunningen worden verdeeld. Wanneer er meerdere gegadigden voor een vergunning zijn en er dus gegadigden moeten worden afgewezen, is sub g van het vierde lid de juridische grondslag op basis waarvan dit zal plaatsvinden.

  •  

  • In een aantal gevallen is het niet gewenst als er na een ingetrokken vergunning een nieuwe vergunning wordt verleend aan dezelfde partij. Sub i voorziet erin dat de vergunning kan worden geweigerd.

  •  

  • De weigeringsgronden uit sub e en h spreken voor zich.

  •  

  • Het vijfde lid regelt de beslistermijn voor een vergunningaanvraag. In het zesde lid is geregeld dat de vergunning niet van rechtswege wordt verleend als de aanvraag niet binnen de beslistermijn is afgehandeld. Voor de motivering daarvan wordt verwezen naar de motivering bij artikel 7, lid 5.

  •  

  • Artikel 13d. Verdelen schaarse organisatievergunning

  • Op grond van hoofdstuk III van de Europese Dienstenrichtlijn moet de procedure, om voor een vergunning in aanmerking te komen, duidelijk zijn, vooraf openbaar zijn gemaakt, en aan aanvragers de garantie bieden dat hun aanvraag objectief en onpartijdig wordt behandeld. Net als voor de verdeling van marktstandplaatsvergunningen worden organisatievergunningen verdeeld volgens een vergelijkende toets.

  •  

  • Waarop wordt getoetst bij die vergelijkende toets kan per markt en locatie verschillen. Daarom worden er geen criteria vastgesteld voor het verdelen van alle organisatievergunningen op dezelfde manier, maar is in het eerste lid geregeld dat het college per te verdelen vergunning een selectiedocument opstelt.

  •  

  • Het tweede lid beschrijft waaraan het proces moet voldoen. Deze regels komen overeen met de regels voor verdeling van schaarse marktstandplaatsvergunningen, zoals bedoeld in artikel 8.

  •  

  • Het derde lid regelt waaraan de selectiecriteria inhoudelijk moeten voldoen. Daarbij wordt een aantal aspecten meegegeven waarop de selectiecriteria tenminste betrekking moeten hebben. De term “tenminste” geeft aan dat het college aanvullende criteria mag opstellen.

  •  

  • Artikel 13e. Verzelfstandiging van bestaande markt

  • De regels in dit hoofdstuk gaan in beginsel over het oprichten van een nieuwe markt en het verzelfstandigen van een bestaande markt. In dit artikel wordt ingegaan op een aantal regels dat specifiek geldt voor bestaande markten die op enig moment verzelfstandigen.

  •  

  • In het eerste lid is geregeld dat een open inschrijving voor eenieder niet geldt als het gaat om een verzelfstandiging van een bestaande markt. Deze regel is opgenomen om te waarborgen dat ondernemers op een markt kunnen kiezen voor verzelfstandiging en dan enige garantie hebben dat zij ook in de eerste plaats zelf die markt gaan organiseren. Zonder deze ‘garantie’ zou het niet aannemelijk zijn dat ondernemers van een bepaalde markt ervoor kiezen om te verzelfstandigen. De situatie kan zich dan immers voordoen dat zij kiezen voor verzelfstandiging en een andere partij de vergunning krijgt. Deze regeling is vergelijkbaar met de overgangsregeling voor standplaatsvergunninghouders, die gold bij inwerkingtreding van de verordening. Omdat de vergunning na het verstrijken van de periode van tien jaar voor eenieder beschikbaar is, is dit niet op voorhand in strijd met de Europese Dienstenrichtlijn.

  •  

  • Het tweede lid regelt dat er draagvlak moet zijn onder de vergunninghouders in geval van verzelfstandiging van een bestaande markt.

  •  

  • Artikel 13f. Intrekken of wijzigen organisatievergunning

  • De intrekkings- en wijzigingsgronden uit dit artikel komen voor een deel overeen met de intrekkings- en wijzigingsgronden uit artikel 11 voor een marktstandplaatsvergunning. Voor de toelichting op de intrekkings- en wijzigingsgronden uit lid 1 en lid 2, sub a, b, c en d wordt daarom ook verwezen naar de toelichting op artikel 11.

  •  

  • De overige intrekkings- en wijzigingsgronden worden hieronder nader toegelicht:

  • a.

    Omdat sprake is van een schaarse vergunning is het niet gewenst dat de vergunning wordt verleend en niet wordt gebruikt. Daarom is een regeling opgenomen dat een markt minimaal een bepaald aantal keer per kalenderjaar moet plaatsvinden. Voor dit aantal is aangesloten bij de aanwezigheidsregel voor marktstandplaatshouders.

  • b.

    Deze intrekking- en wijzigingsgrond ziet op veranderende omstandigheden zoals bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling of aanpassing van de openbare ruimte.

  • c.

    Spreekt voor zich.

  • d.

    Deze intrekkings- en wijzigingsgrond ligt in het verlengde van sub g. Echter gaat het er hierbij niet om dat de organisatie van de markt strafbare feiten heeft gepleegd, maar om de verwijtbaarheid bij strafbare feiten op de markt.

  • e.

    Deze grond dient om schijnbeheer tegen te gaan.

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch van 28 januari 2025,

De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch,

De griffier,

Drs. W.G. Amesz

De voorzitter,

Drs. J.M.L.N. Mikkers,

Naar boven