Wijziging Verordening jeugdhulp gemeente Steenwijkerland 2017

De raad van de gemeente Steenwijkerland;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17-12-2024, nummer 2024_B&W_00854;

 

besluit vast te stellen de volgende:

 

Wijziging Verordening jeugdhulp gemeente Steenwijkerland 2017

 

De Verordening jeugdhulp gemeente Steenwijkerland 2017 wordt gewijzigd als volgt:

 

Wijzigingen met betrekking tot uitspraak van de Centrale Raad van Beroep

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

 

Artikel 1 - begripsbepalingen

 

Eigen kracht: De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en de ouder(s) zelf of met behulp van het sociale netwerk om te voorzien in of bij te dragen aan het oplossen van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.

Huiselijke kring: een familielid, een huisgenoot, de echtgenoot of voormalig echtgenoot of een mantelzorger.

Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de jeugdige en/of de ouders een sociale relatie onderhouden.

 

Artikel 6a - Afwegingskader eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen

  • 1.

    Een individuele voorziening voor jeugdhulp wordt niet verstrekt als uit het onderzoek blijkt dat de jeugdige en de ouders op eigen kracht kunnen voorzien in of bijdragen aan het oplossen van de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.

  • 2.

    Bij het beoordelen van de eigen kracht heeft het college als uitgangspunt dat de ouders en andere verzorgers en opvoeders in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor het verzorgen en opvoeden van de jeugdige en het houden van toezicht. Zij doen alles wat binnen hun mogelijkheden past om ervoor te zorgen dat de jeugdige gezond en veilig kan opgroeien. Deze verantwoordelijkheid geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening of beperking heeft.

  • 3.

    Om te bepalen wat de jeugdige en de ouders op eigen kracht kunnen oplossen, beoordeelt het college in ieder geval:

    • a.

      De behoeften en mogelijkheden van de jeugdige;

    • b.

      De voor de jeugdige benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan;

    • c.

      De mogelijkheden, de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders;

    • d.

      De samenstelling van het gezin en de woonsituatie;

    • e.

      Het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen, waarbij geen financiële draagkrachtmeting wordt gedaan;

    • f.

      De mogelijkheden van het sociale netwerk om de jeugdige en de ouders te ondersteunen;

    • g.

      De mogelijkheid om gebruik te maken van voorliggende (wettelijke) voorzieningen;

    • h.

      Overige relevante omstandigheden van de jeugdige en de ouders die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de benodigde hulp zelf te bieden.

Artikel 6 – Onderzoek

 

  • 1.

    Het college onderzoekt door middel van in ieder geval één of meerdere gesprekken tussen deskundigen en de jeugdige en/of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:

     

    • c.

      Het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden;

Artikel 6 – Onderzoek

 

  • 1.

    Het college onderzoekt door middel van in ieder geval één of meerdere gesprekken tussen deskundigen en de jeugdige en/of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:

     

    • c.

      het vermogen van de jeugdige en of zijn ouders (aldus vastgesteld aan de hand van het in artikel 6a omschreven afwegingskader eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen) om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden.

Toevoeging deskundigheid aan artikel 6, lid 5, 6 en 7

  • 5.

    Het college zet voor het onderzoek als bedoeld in het eerste lid de daarvoor benodigde specifieke deskundigheid in en informeert de jeugdige of ouder desgewenst over die deskundigheid.

  • 6.

    Het onderzoek als bedoeld in het eerste lid vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde professional als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit Jeugdwet.

  • 7.

    Het gestelde in lid 5 en 6 van dit artikel is ook van toepassing op heronderzoek als bedoeld in artikel 8.1.3 Jeugdwet.

 

Wijzigingen met betrekking tot tariefdifferentiatie

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 13. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en

jeugdreclassering

 

Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren

kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:

  • a. de aard en omvang van de te verrichten taken;

  • b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie;

  • c. een redelijke toeslag voor overheadkosten;

  • d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg;

  • e. kosten voor bijscholing van het personeel.

Artikel 13. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en

jeugdreclassering

 

  • 1.

    In het belang van een goede prijskwaliteitverhouding baseert het college de tarieven die hij hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering ten minste op de volgende kostprijselementen:

    • a.

      kosten van beroepskrachten (cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden);

    • b.

      cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten;

    • c.

      overheadkosten, en

    • d.

      kosten voor indexering.

  • 2.

    Bij het vaststellen van de tarieven bedoeld in het eerste lid wordt tariefdifferentiatie toegepast door rekening te houden met de omvang en mate van specialisatie van de betreffende aanbieder en het belang van de aanbieder in het zorglandschap. Het college bedingt bij door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden indien zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    Het eerste tot en met het derde lid gelden voor een subsidie slechts voor zover zij wordt verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouders en met de subsidie wordt beoogd de te subsidiëren diensten volledig te bekostigen.

 

Wijzigingen om verordening in lijn te brengen met huidige werkwijze gemeente Steenwijkerland

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2. Vormen van jeugdhulp

 

Lid 2a. De volgende vormen van reguliere individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar op basis van één van de profielen uit het ‘’IJssellandse model resultaatgerichte inkoop jeugdhulp’’:

 

Lid 2b. De volgende vormen van specifieke individuele voorzieningen zijn daarnaast in ieder geval beschikbaar:

Artikel 2. Vormen van jeugdhulp

 

Lid 2. De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar op basis van het vigerende inkoopmodel specialistische jeugdhulp:

  • -

    begeleiding individueel

  • -

    begeleiding groep

  • -

    persoonlijke verzorging

  • -

    specialistische diagnostiek en behandeling

  • -

    vervoer van de jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden

  • -

    verblijf

  • -

    crisisfuncties IJsselland

  • -

    pleegzorg

  • -

    forensische zorg

  • -

    gesloten jeugdzorg

Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de gemeente, melding hulpvraag

 

Lid 2. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk.

Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de gemeente, melding hulpvraag

 

lid 2. De ontvangst van een melding door het college is vormvrij.

Artikel 9. Inhoud beschikking

 

  • 2.

    Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:

     

    • a.

      binnen welk profiel en intensiteit uit het ‘’IJssellandse modelresultaatgerichte inkoop jeugdhulp’’ de te verstrekken voorziening wordt toegewezen en wat het beoogde resultaat daarvan is;

       

    • b.

      wat de ingangsdatum en indien van toepassing de duur van de verstrekking is;

       

    • c.

      hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing,

       

    • d.

      welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.

Artikel 9. Inhoud beschikking

 

  • 2.

    Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:

     

    • a.

      het beoogde resultaat van de verstrekte voorziening

       

    • b.

      ongewijzigd

       

    • c.

      hoe de voorziening wordt verstrekt

      - einde artikel 9 lid 2 -

       

    • d.

      vervalt

Steenwijk, 11 februari 2025

De raad voornoemd,

de griffier,

A. ten Hoff

de voorzitter,

J.H. Bats

Naar boven