Wijzigingsbesluit Subsidieregeling Buurtbanen Amsterdam 2021 (Invoeren banen als Buurtmedewerker)

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

 

gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 (ASA 2023),

 

overwegende dat het wenselijk is om vanaf 2025 in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost ruimte te bieden voor circa 110 banen als Buurtmedewerker, gericht op praktische werkzaamheden waaraan in deze stadsdelen grote behoefte bestaat en het ontwikkelen van de competenties van de werknemers voor doorstroom naar regulier werk;

 

besluit:

Artikel I – Wijziging Subsidieregeling Buurtbanen Amsterdam 2021

De Subsidieregeling Buurtbanen Amsterdam 2021 wordt als volgt gewijzigd:

 

a. Voor het opschrift van artikel 1 – Begripsbepalingen wordt een opschrift ingevoegd dat luidt:

  • Hoofdstuk 1

    Algemene bepalingen

b. Artikel 1 – Begripsomschrijvingen wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    De onderdelen f (sociale basis), h (werknemer) en j (URL) komen te vervallen.

  • 2.

    De onderdelen c (stedelijke Buurtbaan), g (VOG) en i (minimumloon) worden herletterd tot g, h en f en in alfabetische volgorde geplaatst, onder wijziging van de puntkomma in het nieuwe onderdeel h in een punt.

  • 3.

    Na onderdeel b wordt een nieuw onderdeel ingevoegd dat luidt:

    • c.

      baan als Buurtmedewerker: tijdelijk gesubsidieerd dienstverband met als tweeledig doel het uitvoeren van praktische werkzaamheden waaraan in het stadsdeel Nieuw-West, Noord, dan wel Zuidoost een grote behoefte bestaat, en het ontwikkelen van de competenties van de werknemer voor doorstroom naar regulier werk;

  • 4.

    Onderdeel e (gebiedsgerichte uitwerking in het kader van de sociale basis) komt te luiden als volgt:

    • e.

      gebiedsgerichte opgaven sociaal: beschrijving van de opgaven ten aanzien van de diverse thema’s en doelgroepen in het stadsdeel of stadsgebied, op basis waarvan door het stadsdeelbestuur wordt aangegeven waar prioriteiten liggen en op welke wijze invulling wordt gegeven aan het Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030;

  • 5.

    In het nieuwe onderdeel f (stedelijke Buurtbaan) wordt ‘tijdelijk’ gewijzigd in ‘tijdelijk gesubsidieerd’ en wordt ‘de gebiedsgerichte uitwerking in het kader van de sociale basis’ gewijzigd in: de gebiedsgerichte opgaven sociaal.

c. Voor het opschrift van artikel 3 – Doel subsidieregeling wordt een opschrift ingevoegd dat luidt:

  • Hoofdstuk 2

    Stedelijke Buurtbanen

d. In artikel 3 – Doel subsidieregeling wordt in het opschrift ‘Doel subsidieregeling’ gewijzigd in ‘Doel van de subsidie voor stedelijke Buurtbanen’ en vervalt de eerste volzin.

 

e. Artikel 5 – Hoogte subsidie stedelijke Buurtbaan wordt gewijzigd als volgt:

  • 1.

    In het eerste lid wordt ‘€ 72.000’ en ‘€ 240’ respectievelijk gewijzigd in ‘€ 76.200’ en ‘€ 120’;

  • 2.

    In het derde lid vervalt de tweede volzin;

  • 3.

    Na het derde lid wordt een lid toegevoegd dat luidt:

    • 4.

      In het bedrag genoemd in het eerste lid is geen rekening gehouden met toekomstige indexering van de subsidie.

f. In artikel 6 - Aantal stedelijke Buurtbanen vervalt in het derde lid de tweede volzin en vervalt het vierde lid.

 

g. Artikel 7 – De aanvrager vervalt.

 

h. In artikel 8 – Bij de aanvraag in te dienen gegevens wordt in het opschrift ‘de aanvraag’ gewijzigd in ‘de aanvraag subsidie stedelijke Buurtbaan’ en wordt in onderdeel c ‘de gebiedsgerichte uitwerking in het kader van de sociale basis’ gewijzigd in: de gebiedsgerichte opgaven sociaal.

 

i. In artikel 10 – Weigeringsgronden stedelijke buurtbaan wordt in het opschrift na ‘Weigeringsgronden’ toe gevoegd ‘subsidie stedelijke Buurtbaan’ en wordt in onderdeel b ‘de gebiedsgerichte uitwerking in het kader van de sociale basis’ gewijzigd in: de gebiedsgerichte opgaven sociaal.

 

j. In het opschrift van artikel 11 - Verplichtingen die aan de subsidie kunnen worden verbonden wordt ‘de subsidie’ gewijzigd in: de subsidie stedelijke Buurtbaan.

 

k. Onder plaatsing van een 1. voor de tekst van 12 – Vaststelling van de subsidie stedelijke Buurtbaan wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2.

    De subsidie wordt vastgesteld naar rato van de looptijd en arbeidsduur van de gerealiseerde stedelijke Buurtbaan; voor zover dit dienstverband liep in een kalenderjaar na dat van de verlening, wordt de subsidie vastgesteld met inachtneming van de verhoging, als bedoeld in artikel 5, tweede en derde lid.

l. Na artikel 12 wordt in de plaats van het vervallen artikel 13 een hoofdstuk ingevoegd dat luidt:

  • Hoofdstuk 3

    Banen als Buurtmedewerker

Artikel 13 – Doel van de subsidie voor banen als Buurtmedewerker

Doel van de subsidie voor het realiseren van banen als Buurtmedewerker in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost is om, aansluitend bij de integrale aanpakken in deze stadsdelen, te voorzien in de uitvoering van praktische werkzaamheden waaraan in een buurt een grote behoefte bestaat en het bieden van een dienstverband waarin deelnemende bewoners die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet, als bedoeld in artikel 1.2 van de Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam, zich kunnen ontwikkelen en vervolgens door kunnen stromen naar regulier werk.

 

Artikel 14 – Subsidiabele activiteit

Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het realiseren en gedurende 24 maanden in stand houden van een of meerdere banen als Buurtmedewerker in de stadsdelen Nieuw-West, Noord of Zuidoost. De subsidiabele activiteit omvat de uitoefening van het werkgeverschap in het kader van de banen als Buurtmedewerker, waaronder het aannemen, organiseren en doen uitvoeren van de werkzaamheden waarop de genoemde banen zijn gericht en het ondersteunen, aansturen en begeleiden van de deelnemende werknemers, zowel gericht op de uit te voeren werkzaamheden als op de ontwikkeling van hun competenties.

 

Artikel 15 – Hoogte subsidie voor banen als Buurtmedewerker

  • 1.

    De subsidie, bedoeld in artikel 14 bedraagt per te realiseren en gedurende 24 maanden in stand te houden baan als Buurtmedewerker € 49.200.

  • 2.

    Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt met ingang van elk kalenderjaar verhoogd met het percentage waarmee het minimumloon bij aanvang van dit jaar is gestegen ten opzichte van het minimumloon dat gold met ingang van het voorafgaande jaar, en afgerond op een veelvoud van € 120.

  • 3.

    Het gewijzigde bedrag en de dag waarop de wijziging ingaat, worden door of namens het college medegedeeld in het Gemeenteblad.

  • 4.

    In het bedrag genoemd in het eerste lid is geen rekening gehouden met toekomstige indexering van de subsidie.

Artikel 16 - Aantal banen als Buurtmedewerker per stadsdeel

Per stadsdeel kunnen vanaf 1 maart 2025 cumulatief de volgende aantallen banen als Buurtmedewerker met een subsidie gerealiseerd en gedurende 24 maanden in stand gehouden worden:

  • a.

    54 banen als Buurtmedewerker in Nieuw-West;

  • b.

    36 banen als Buurtmedewerker in Noord;

  • c.

    30 banen als Buurtmedewerker in Zuidoost.

Artikel 17 – Bij de aanvraag om subsidie voor banen als Buurtmedewerker in te dienen gegevens

  • 1.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 6, tweede lid, onder a, van de ASA 2023 wordt bij de aanvraag om subsidie voor banen als Buurtmedewerker overgelegd een beschrijving van:

    • a.

      de werkzaamheden die binnen de baan als Buurtmedewerker zullen worden verricht en in welk stadsdeel zij worden verricht;

    • b.

      op welke wijze deze werkzaamheden voorzien in een grote behoefte in het stadsdeel en in mogelijkheden voor deelnemende bewoners om zich te ontwikkelen en door te stromen naar regulier werk;

    • c.

      hoe de werknemers begeleid gaan worden bij hun werkzaamheden en in hun ontwikkeling richting regulier werk;

    • d.

      de wijze waarop de aanvrager al actief is binnen het stadsdeel en met betrekking tot de te verrichten werkzaamheden, en hoe dit kan bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de subsidie;

    • e.

      de wijze waarop de resultaten worden aangetoond.

  • 2.

    Het bepaalde in artikel 6, tweede lid, onder c, van de ASA 2023 is niet van toepassing.

Artikel 18 - Aanvraag subsidie voor banen als Buurtmedewerker

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie voor een aantal banen als Buurtmedewerker kan worden ingediend vanaf 1 maart 2025 en uiterlijk tot en met 31 december 2027.

  • 2.

    Aanvragen worden per stadsdeel in behandeling genomen in de volgorde van ontvangst daarvan.

  • 3.

    Als tijdstip van ontvangst geldt het moment waarop de aanvraag compleet is.

Artikel 19 – Weigeringsgronden subsidie voor banen als Buurtmedewerker

In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als naar het oordeel van het college:

  • a.

    in het betreffende stadsdeel geen of onvoldoende ruimte bestaat om met subsidie banen als Buurtmedewerker te realiseren;

  • b.

    de werkzaamheden als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder a, onvoldoende bijdragen aan het doel van deze regeling;

  • c.

    de begeleiding van de werknemers en/of de wijze waarop de aanvrager al actief is binnen het stadsdeel of met betrekking tot de te verrichten werkzaamheden onvoldoende bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de subsidie.

Artikel 20 – Verplichtingen die aan de subsidie voor banen als Buurtmedewerker zijn verbonden

Naast de verplichtingen op grond van de artikelen 9 en 10 van de ASA 2023 worden aan de subsidieverlening de volgende verplichtingen verbonden:

  • a.

    de aanvrager sluit, zolang de subsidieverlening hiervoor ruimte biedt, elke drie maanden ten minste één arbeidsovereenkomst voor een baan als Buurtmedewerker;

  • b.

    de aanvrager gedraagt zich als een goed werkgever, ondersteunt de werknemers naar vermogen bij de vervulling van de werkzaamheden en stelt hen in staat deel te nemen aan activiteiten gericht op de ondersteuning en ontwikkeling van werknemers in het kader van de banen als Buurtmedewerker;

  • c.

    de aanvrager verleent medewerking aan de activiteiten genoemd onder b en andere gemeentelijke activiteiten om de effectiviteit van de banen als Buurtmedewerker te versterken en te evalueren;

  • d.

    voordat werkzaamheden plaatsvinden waarvoor een VOG is vereist, dient de werknemer hierover te beschikken;

  • e.

    wijzigingen in een arbeidsovereenkomst, als bedoeld in onderdeel a, worden direct doorgegeven.

Artikel 21 – Monitoringsmoment

Vanaf de subsidieverlening wordt ten minste halfjaarlijks de voortgang van de subsidiabele activiteit beoordeeld. Wanneer de voortgang hiertoe aanleiding geeft kan het college na overleg met de aanvrager de subsidie herzien.

 

Artikel 22 – Vaststelling van de subsidie voor banen als Buurtmedewerker

  • 1.

    In aanvulling op artikel 16, eerste lid, van de ASA 2023 worden bij de aanvraag tot vaststelling door de subsidieontvanger stukken ingediend waaruit de duur en de omvang van de dienstverbanden met werknemers in het kader van een baan als Buurtmedewerker blijken, en de periode waarin deze dienstverbanden liepen.

  • 2.

    De subsidie wordt vastgesteld naar rato van de looptijd van de gerealiseerde banen als Buurtmedewerker; voor zover deze dienstverbanden liepen in een kalenderjaar na dat van de verlening, wordt de subsidie vastgesteld met inachtneming van de verhoging, als bedoeld in artikel 15, tweede en derde lid.

  • 3.

    In het bedrag genoemd in het eerste lid is geen rekening gehouden met toekomstige indexering van de subsidie.

  • 4.

    De subsidie wordt ten hoogste vastgesteld op het bedrag van de door de aanvrager aantoonbaar gemaakte kosten in verband met de gerealiseerde baan of banen als Buurtmedewerker.

m. Onder vernummering van artikel 14 – Citeertitel tot artikel 25 worden hiervoor een opschrift en twee bepalingen ingevoegd, luidende:

  • Hoofdstuk 4

    Slotbepalingen

Artikel 23 – Evaluatie

Deze regeling wordt door het college ten minste elke vijf jaar geëvalueerd, voor het eerst in 2026.

 

Artikel 24 – Looptijd hoofdstuk 3 – Banen als Buurtmedewerker

Hoofdstuk 3 - Banen als Buurtmedewerker vervalt van rechtswege nadat de laatste subsidie die op basis van dit hoofdstuk is verleend, is vastgesteld, maar in ieder geval op 1 januari 2031.

Artikel II - Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag volgend op die van de bekendmaking, waarbij het bepaalde in artikel I, onderdeel e, terugwerkt tot en met 1 januari 2025.

Artikel III - Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit Subsidieregeling Buurtbanen Amsterdam 2021 (Invoeren banen als Buurtmedewerker).

Aldus vastgesteld in de vergadering van 4 februari 2025.

De voorzitter

Femke Halsema

De gemeentesecretaris

Peter Teesink

Toelichting  

Algemeen deel

De Subsidieregeling Buurtbanen Amsterdam 2021 wordt aangevuld met een subsidiemogelijkheid voor in totaal 120 banen als Buurtmedewerker, die gestart kunnen worden in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost. Daarnaast wordt een aantal bepalingen geactualiseerd. Hieronder worden de wijzigingen toegelicht.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel I – Wijziging Subsidieregeling Buurtbanen Amsterdam 2021

 

Onderdeel a. Invoegen opschrift i.v.m. hoofdstukindeling

Met het oog op de invoering van de subsidie voor banen als Buurtmedewerker wordt een hoofdstukindeling ingevoerd. Hoofdstukken 1 en 4 betreffen algemene bepalingen. Hoofdstuk 3 ziet op de al langer bestaande subsidie voor stedelijke Buurtbanen en hoofdstuk 3 op de nieuwe subsidie voor banen als Buurtmedewerker, die gestart kunnen worden in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost.

 

Onderdeel b. Wijziging artikel 1 – Begripsomschrijvingen

Onderdeel 1: De omschrijving van een aantal begrippen komt te vervallen, omdat deze niet meer gebruikt worden in de regeling (URL) of omdat hiervoor geen omschrijving nodig is (sociale basis, werknemer).

In de omschrijving voor ‘stedelijke Buurtbaan’ wordt verduidelijkt dat het hierbij niet hoeft te gaan om een tijdelijk dienstverband maar om een dienstverband waarvoor tijdelijk een subsidie wordt verleend.

 

Onderdeel 2: De begripsomschrijvingen worden in alfabetische volgorde geplaats.

 

Onderdelen 3 en 4: Nieuwe begrippen waarvoor een omschrijving wordt gegeven zijn ‘baan als Buurtmedewerker’ en ‘gebiedsgerichte opgaven sociaal’.

 

Een baan als Buurtmedewerker in het stadsdeel Nieuw-West, Noord, dan wel Zuidoost is gericht op het uitvoeren van praktische werkzaamheden waaraan een grote behoefte bestaat in het stadsdeel. Bijvoorbeeld op het vlak van schoon, heel en veilig, in het groen, in de zorg of op een ander gebied. De werkzaamheden worden door deelnemers verricht als werknemer in een tijdelijk gesubsidieerd dienstverband, een arbeidsrelatie op basis van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De banen als Buurtmedewerker zijn er daarnaast op gericht dat de deelnemende werknemers zich hierin kunnen ontwikkelen richting regulier werk, dat wil zeggen: werk op de arbeidsmarkt zonder een gemeentelijke subsidie.

 

In verband met de inwerkingtreding van de Subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025 wordt nu in plaats van het eerder gebruikte begrip ‘gebiedsgerichte uitwerking in het kader van de sociale basis’ het begrip ‘gebiedsgerichte opgaven sociaal’ gebruikt. Hierop dienen de werkzaamheden in het kader van een stedelijke Buurtbaan in een stadsdeel aan te sluiten – zie ook onderdelen h en i (wijziging artikelen 8 en 10).

 

Onderdeel 5: In de omschrijving voor ‘stedelijke Buurtbaan’ wordt verduidelijkt dat het niet hoeft te gaan om een tijdelijk dienstverband, maar om een nieuw dienstverband - dat wil zeggen: een arbeidsrelatie op basis van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek -, waarvoor tijdelijk subsidie kan worden verleend.

 

Onderdeel c. Invoegen opschrift i.v.m. hoofdstukindeling

De bepalingen voor de subsidie voor stedelijke Buurtbanen gaan onderdeel uitmaken van hoofdstuk 2. Zie ook de toelichting bij onderdeel a.

 

Onderdeel d. Wijziging artikel 3 - Doel subsidieregeling

Het doel van de subsidie voor stedelijke Buurtbanen blijft gelijk, namelijk om door het realiseren van deze Buurtbanen verspreid over de stad de sociale basis van buurten te versterken met de inzet van actieve bewoners en hun kennis en ervaringen van de buurt, waarbij zij zich als werknemer kunnen ontwikkelen en door kunnen stromen naar regulier betaald werk. Het betreft een uitwerking van het raadsbesluit, d.d. 20 januari 2021, met betrekking tot het (gewijzigde) initiatiefvoorstel Van buurtwerk naar betaald werk en het herstelplan Samen duurzaam uit de crisis, d.d. 2 september 2021, en de Raadsinformatiebrief Doorontwikkeling gesubsidieerd werk in Amsterdam; opvolgen motie 272 d.d. 19 juli 2023 van raadslid Bentoumya c.s., d.d. 28 november 2023. De verwijzing naar deze documenten maakt geen onderdeel meer uit van de bepaling.

 

Onderdeel e. Wijziging artikel 5 – Hoogte subsidie stedelijke Buurtbaan

Het subsidiebedrag voor een stedelijke Buurtbaan met een looptijd van 24 maanden wordt verhoogd van € 72.000 naar € 76.200. Deze indexering houdt verband met de stijging van het wettelijk minimumloon (WML) met ingang van 2025 met 5,91% ten opzichte van het WML-niveau begin 2024.

De afrondingsfactor wordt gewijzigd van € 240 naar € 120. Daarmee blijft het subsidiebedrag dichter bij de feitelijke ontwikkeling van het WML en is nog steeds sprake van ronde subsidiebedragen en maandelijks voorschotbedragen.

 

Bij de verlening van de subsidie wordt uitgegaan van het geldende subsidiebedrag in het lopende jaar. In dit bedrag is nog geen rekening gehouden met de toekomstige indexering van de subsidie. Dit wordt aangegeven in het nieuwe derde lid. Bij de vaststelling kan rekening worden gehouden met een hoger subsidiebedrag dan het verleende subsidiebedrag, namelijk voor het deel van de subsidiabele activiteiten dat plaatsvindt in een latere periode waarvoor een hoger subsidiebedrag geldt. Zie ook de toelichting bij onderdeel k (wijziging van artikel 12 – Vaststelling van de subsidie stedelijke Buurtbaan).

 

Onderdeel f. Wijziging artikel 6 - Aantal stedelijke Buurtbanen

Waar actueel ruimte bestaat en op welke termijn ruimte voor een nieuwe Buurtbaan wordt verwacht wordt online inzichtelijk gemaakt voor potentiële kandidaten, werkgevers en andere potentiële belanghebbenden. Dit gebeurt op de subsidiepagina van de gemeente Amsterdam (Subsidie Buurtbaan - Gemeente Amsterdam). Het exacte web-adres waar dit gebeurd is geen onderdeel meer van de regeling.

 

Onderdeel g. Vervallen artikel 7 – De aanvrager

De tekst is geactualiseerd met inachtneming van de ASA 2023. Volgens artikel 5 van de ASA 2023 kan subsidie worden aangevraagd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid. In deze regeling wordt hiervan niet afgeweken; daarom kan de bestaande bepaling komen te vervallen.

 

Onderdeel h. Wijziging artikel 8 - Bij de aanvraag in te dienen gegevens

In het opschrift wordt verduidelijkt dat het hier gaat om een subsidieaanvraag met betrekking tot een stedelijke Buurtbaan. De werkzaamheden dienen aan te sluiten bij de gebiedsgerichte opgaven sociaal binnen de betreffende buurt of buurten – zie ook de toelichting bij onderdeel b (onderdelen 3 en 4).

 

Onderdeel i. Wijziging artikel 10 – Weigeringsgronden

Dit betreft een tekstuele wijziging in verband met het nieuwe subsidiekader voor de sociale basis. Wanneer de werkzaamheden in een beoogde Buurtbaan onvoldoende aansluiten bij de gebiedsgerichte opgaven sociaal, kan de aangevraagde subsidie worden geweigerd.

 

Onderdeel j. Wijziging artikel 11 – Verplichtingen die aan de subsidie kunnen worden verbonden

In het opschrift wordt verduidelijkt dat het hier gaat om een subsidieaanvraag met betrekking tot een stedelijke Buurtbaan.

 

Onderdeel k. Wijziging artikel 12

De verlening van de subsidie stedelijke Buurtbaan is gebaseerd op het subsidiebedrag, genoemd in artikel 5, eerste lid, zoals dit luidt ten tijde van de verlening. In dit bedrag is geen rekening gehouden met indexering van het subsidiebedrag in latere jaren. Voor zover een stedelijke Buurtbaan zal lopen in een volgend kalenderjaar, zal de subsidie worden vastgesteld met inachtneming van het hogere (geïndexeerde) subsidiebedrag dat van toepassing is in dat kalenderjaar.

 

Onderdeel l. Invoegen nieuw hoofdstuk 3 – Banen als Buurtmedewerker

In het nieuwe hoofdstuk 3 wordt de nieuwe subsidie voor banen als Buurtmedewerker in Nieuw-West, Noord en Zuidoost uitgewerkt.

 

- Artikel 13 – Doel van de subsidie voor banen als Buurtmedewerker

De gemeente werkt in Zuidoost, Nieuw-West en Noord in een langjarige aanpak aan verbetering van de kwaliteit van het bestaan van de inwoners. Dit gebeurt met extra investeringen én door bestaande middelen daar beter in te zetten. Als onderdeel van deze aanpak kunnen vanaf 2025 120 bewoners in een tijdelijk gesubsidieerde baan aan het werk gaan als Buurtmedewerker. Deze banen worden gericht op werkzaamheden waaraan in deze stadsdelen een grote behoefte bestaat. Bewoners kunnen zich in deze banen ontwikkelen met als doel om door te stromen naar regulier betaald werk.

 

De banen zijn gericht op mensen in de buurt die willen en kunnen werken (in een dienstverband) maar die op de reguliere arbeidsmarkt niet hun weg kunnen vinden. In principe gaat het om mensen in de gemeentelijke doelgroep Participatiewet. Het gaat dan met name om bijstandsgerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden. Daarmee is het ook mogelijk om loonkostensubsidie (LKS) in te zetten, gedurende een halfjaar in de vorm van forfaitaire LKS en daarna op basis van de loonwaarde die voor de betrokkene is vastgesteld. Daarnaast wordt jobcoaching ingezet.

 

Het is de bedoeling dat bewoners laagdrempelig kunnen instromen in deze banen en zich hierin ontwikkelen met als doel om door te stromen naar regulier betaald werk. Hierbij kan het voor hen een groot voordeel zijn, naast het verkrijgen van een eigen inkomen, dat het gaat om werk in de buurt en voor de buurt.

 

- Artikel 14 – Subsidiabele activiteit

Met het oog op het realiseren van één of meer banen als Buurtmedewerker kan aan een (beoogde) werkgever subsidie worden verleend, waarmee de werkgever de zaken die hieromheen nodig zijn kan organiseren, met name ook het aannemen en organiseren van de werkzaamheden en de ondersteuning en begeleiding van werknemers, zowel gericht op het uitvoeren van de werkzaamheden, als op de ontwikkeling van hun competenties.

Over de omvang van een Buurtbaan worden per deelnemer afspraken gemaakt; uitgangspunt is dat iemand laagdrempelig kan starten met een voor hem of haar haalbaar aantal uren. Het streven is dat werknemers er in inkomen op vooruit gaan en economische zelfstandigheid bereiken. De baanomvang per persoon wordt gemonitord. De subsidie wordt vastgesteld naar rato van het aantal gerealiseerde banen en de looptijd hiervan maximaal 2 jaar (zie ook de toelichting bij artikel 22 - Vaststelling van de subsidie voor banen als Buurtmedewerker).

 

- Artikel 15 – Hoogte subsidie voor banen als Buurtmedewerker

Per baan als Buurtmedeweker bedraagt de subsidie € 49.200 bij een looptijd van 24 maanden; dit subsidiebedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Gezien de hoogte van de subsidie blijft het in principe nodig dat de werkgever een deel van de kosten draagt. De omvang hangt af van de opstartkosten die de werkgever maakt, de begeleidingsinzet en verder van de omvang van het dienstverband en de loonkostensubsidie. Bij voorkeur wordt een werkgever in staat gesteld om meerdere banen als Buurtmedewerker te realiseren. Dat maakt het beter mogelijk om de aansturing en begeleiding te organiseren en vergroot ook de impact voor de buurt, zowel van de werkzaamheden als voor het aan het werk helpen van bewoners.

 

Bij de verlening van de subsidie wordt uitgegaan van het geldende subsidiebedrag in het lopende jaar. In dit bedrag is nog geen rekening gehouden met de toekomstige indexering van de subsidie. Dit wordt aangegeven in het derde lid. Bij de vaststelling kan rekening worden gehouden met een hoger subsidiebedrag dan het verleende subsidiebedrag, namelijk voor het deel van de subsidiabele activiteiten dat plaatsvindt in een latere periode waarvoor een hoger subsidiebedrag geldt. Zie ook de toelichting bij artikel 22 – Vaststelling van de subsidie banen als Buurtmedewerker).

 

- Artikel 16 – Aantal banen als Buurtmedewerker per stadsdeel

Met de beschikbare middelen kunnen naar verwachting vanaf 2025 in totaal 120 banen als Buurtmedewerker worden gerealiseerd. De bevolkingsomvang van de drie betrokken stadsdelen in 2024 wordt als verdeelsleutel gehanteerd (in Nieuw-West ca. 164.000 , in Noord ca. 108.800 en in Zuidoost ca. 92.300). Deze verdeling wordt in de subsidieregeling vertaald in een maximaal aantal te realiseren banen als Buurtmedewerker voor elk stadsdeel, in de verhouding 54 : 36 : 30 .

 

- Artikel 17 – Bij de aanvraag om subsidie voor banen als Buurtmedewerker in te dienen gegevens

Bij een subsidieaanvraag voor een of meer banen als Buurtmedewerker wordt op de volgende aspecten een beschrijving gevraagd:

 

  • a.

    welke werkzaamheden zullen binnen de baan of banen als Buurtmedewerker worden verricht en in welk stadsdeel worden zij verricht

    Banen als Buurtmedewerker zijn altijd gekoppeld aan een bepaald stadsdeel: Nieuw-West, Noord of Zuidoost. Per stadsdeel geldt een maximum aantal van deze banen waarvoor subsidie kan worden verleend. Het gaat bij deze banen om praktische werkzaamheden waaraan in het stadsdeel een grote behoefte bestaan. Daarbij is de bedoeling dat werkzoekenden die op de reguliere arbeidsmarkt niet hun weg kunnen vinden, hierin laagdrempelig kunnen instromen en zich kunnen ontwikkelen met als doel om door te stromen naar regulier werk.

  • b.

    op welke wijze voorzien deze werkzaamheden in een grote behoefte in het stadsdeel en in mogelijkheden voor deelnemende bewoners om zich te ontwikkelen en door te stromen naar regulier werk

    Het is van belang dat de werkzaamheden van de Buurtmedewerker voorzien in een grote behoefte of problematiek in het betreffende stadsdeel. Ook is van belang op welke manier en met welke betrokkenen deze behoefte is bepaald, en op welke manier een of meer Buurtmedewerkers hierin gaan voorzien en met welk verwachte resultaat.

    Daarnaast is van belang dat deelnemers zich als Buurtmedewerker in hun werk kunnen ontwikkelen: welke mogelijkheden ziet de aanvrager hiervoor en in welke beroepsrichting kan voor deelnemers na twee jaar uitzicht bestaan op een vervolgbaan.

  • c.

    hoe gaan de werknemers begeleid worden bij hun werkzaamheden en in hun ontwikkeling richting regulier werk

    Voor de deelnemer is zowel ondersteuning nodig voor de uitvoering van diens werkzaamheden als voor zijn of haar persoonlijke ontwikkeling. Dit vraagt een inzet vanuit de organisatie waar de deelnemer werkt. Het is belangrijk dat de betrokken organisatie die de aanvraag doet zich hiervan bewust is en zich hierop voorbereidt. Hoe en door wie vindt de dagelijkse begeleiding plaats van de Buurtmedewerkers, waarbij ook aandacht is voor de ontwikkeling van hun werknemers- en beroepsvaardigheden? Hierbij kan het ook gaan om de inzet van bepaalde trainingen en/of mogelijkheden voor het behalen van een of meer certificaten.

  • d.

    op welke wijze is de aanvrager al actief binnen het stadsdeel en met betrekking tot de te verrichten werkzaamheden, en hoe kan dit bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de subsidie

    De ervaring van de organisatie die de subsidie aanvraagt kan sterk bijdragen aan het welslagen van de banen als Buurtmedewerker. Het kan gaan om ervaring met de te verrichten werkzaamheden, al dan niet binnen het betreffende stadsdeel, maar bijvoorbeeld ook om ervaringen met bewoners die mogelijk in dienst kunnen komen als Buurtmedewerker of voor wie zij zich in hun werk zullen inzetten.

  • e.

    op welke wijze worden de resultaten aangetoond

    Naast inzicht in de gerealiseerde banen als Buurtmedewerker is van belang dat er inzicht ontstaat in de maatschappelijke baten: welke meerwaarde bieden de banen als Buurtmedewerker voor de deelnemers en de leefomgeving in de betrokken stadsdelen, en op welke manier zal dit worden gevolgd en hierover worden gerapporteerd.

- Artikel 18 – Aanvraag subsidie voor banen als Buurtmedewerker

Aanvragen voor een subsidie kunnen worden ingediend vanaf 1 maart 2025 tot uiterlijk 31 december 2027. Wanneer voor het maximale aantal banen als Buurtwerknemer in een stadsdeel subsidie is verleend, kan de aanvraagmogelijkheid al eerder eindigen.

Aanvragen worden per stadsdeel in behandeling genomen in de volgorde dat zij compleet zijn ingediend.

 

- Artikel 19 – Weigeringsgronden subsidie voor banen als Buurtmedewerker

In aanvulling op de in artikel 8 van de ASA 2023 genoemde imperatieve en facultatieve weigeringsgronden, kent deze regeling een aantal bijzondere gronden om een subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren. In de eerste plaats is van belang voor hoeveel banen als Buurtwerknemer nog ruimte bestaat in het betreffende stadsdeel. Geheel of gedeeltelijk weigeren van de subsidie is ook mogelijk als de beoogde werkzaamheden van de Buurtmedewerkers binnen het stadsdeel onvoldoende voorzien in een grote behoefte en/of mogelijkheden voor de deelnemer om in deze banen laagdrempelig in te stromen en zich hierin te ontwikkelen richting regulier werk. Ten slotte kan ook de beoogde begeleiding of de ervaring van de aanvrager met de werkzaamheden of met de doelgroep naar verwachting onvoldoende is om het beoogde doel van de banen als Buurtmedewerker te realiseren.

 

- Artikel 20 – Verplichtingen die aan de subsidie voor banen als Buurtmedewerker zijn verbonden

Naast de verplichtingen die in het algemeen gelden volgens de ASA 2023 is na de subsidieverlening voor één of meerdere banen als Buurtmedewerker van belang deze banen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Daarom geldt dat zolang de subsidieverlening hiervoor ruimte biedt, elke drie maanden minimaal één Buurtmedewerker in dienst wordt genomen. Wanneer de subsidieontvanger hieraan niet voldoet, kan de subsidieverlening worden herzien (zie ook artikel 21 – Monitoringsmoment). Daarmee ontstaat er ruimte voor andere partijen om subsidie aan te vragen voor een of meer banen als Buurtmedewerker.

 

Een centrale verplichting bij deze subsidie is verder dat de aanvragende organisatie zich als goed werkgever gedraagt en de werknemers in hun werk als Buurtmedewerker en in hun persoonlijke ontwikkeling begeleiden ondersteunen. Vanuit de gemeente is jobcoaching beschikbaar en kunnen ook instrumenten worden ingezet gericht op het werk en/of op doorstroom. Van de werkgever wordt verwacht dat deze hier ruimte voor biedt en aan meewerkt. Ook wordt diens medewerking verwacht aan activiteiten vanuit de gemeente om de effectiviteit van de banen als Buurtmedewerker te versterken en te evalueren.

Wanneer de werkzaamheden van de betrokkene daar aanleiding voor geven dient deze te beschikken over een Verklaring omtrent gedrag (VOG). De website van Justis biedt hiervoor een handreiking.

 

Ten slotte geldt de verplichting dat wijziging in de arbeidsovereenkomst van Buurtmedewerkers direct worden doorgegeven. Hiermee houdt de gemeente op het aantal banen en hun actuele omvang/arbeidsduur.

 

- Artikel 21 – Monitoringsmoment

Ten minste elke zes maanden wordt de voortgang van de subsidiabele activiteit beoordeeld. Naast het aantal en de omvang van de banen als Buurtmedewerker gaat ook om kwalitatieve aspecten met betrekking tot de uitgevoerde werkzaamheden en de persoonlijke ontwikkeling van de betrokken werknemers. Wanneer de voortgang hiertoe aanleiding geeft kan de subsidie na overleg met de betrokken werkgever worden herzien. Het kan zowel gaan om een verhoging van de verleende subsidie, als het organiseren van extra banen kansrijk lijkt te zijn, als om een verlaging. Bij een verlaging ontstaat er meer ruimte voor andere organisaties om voor een of meerdere banen als Buurtmedewerker subsidie aan te vragen.

 

- Artikel 22 – Vaststelling van de subsidie voor banen als Buurtmedewerker

De verlening van de subsidie voor banen als Buurtmedewerker is gebaseerd op het subsidiebedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, zoals dit luidt ten tijde van de verlening. In dit bedrag is geen rekening gehouden met indexering van het subsidiebedrag in latere jaren. Voor zover banen als Buurtmedewerker zullen lopen in een volgend kalenderjaar, zal de subsidie worden vastgesteld met inachtneming van het hogere (geïndexeerde) subsidiebedrag dat van toepassing is in dat kalenderjaar. Voor deze vaststelling dient de aanvrager gegevens over te leggen over de periode waarin de banen als Buurtmedewerker gelopen hebben. Daarnaast dient deze de kosten aan te tonen die zijn gemaakt in verband met de banen als Buurtmedewerker. De subsidie wordt namelijk niet hoger vastgesteld dan het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten. Gezien de hoogte van de gemeentelijke subsidie blijft het in principe nodig dat de werkgever een deel van de kosten draagt. De omvang hangt af van de opstartkosten die de werkgever maakt, de begeleidingsinzet en verder van de omvang van het dienstverband en de loonkostensubsidie.

 

Onderdeel m. Invoegen opschrift in verband met hoofdstukindeling en twee slotbepalingen

In het nieuwe hoofdstuk 4 – Slotbepalingen worden naast de citeertitel van de subsidieregeling (hernummerd tot artikel 25) twee bepalingen opgenomen.

 

- Artikel 23 – Evaluatie

Voor de regeling in haar geheel is een eerste evaluatie voorzien in 2026. Naast inzicht in de gerealiseerde aantallen willen we hierbij zicht krijgen op de maatschappelijke baten: welke meerwaarde bieden de stedelijke Buurtbanen en de banen als Buurtmedewerker voor de deelnemers en de leefomgeving in de betrokken stadsdelen.

 

- Artikel 24 – Looptijd hoofdstuk 3 – Banen als Buurtmedewerker

Voor banen als Buurtwerknemer kan uiterlijk tot en met 21 december 2027 subsidie worden aangevraagd. De betreffende regelgeving vervalt uiterlijk op 1 januari 2031.

 

Artikel II – Inwerkingtreding

Het wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van de dag volgend op de bekendmaking. De indexering van de subsidie voor een stedelijke Buurtbaan werkt terug tot en met 1 januari 2025 (artikel (I, onderdeel e van dit besluit; artikel 5 van de subsidieregeling). Het indienen van een subsidieaanvraag voor een of meer banen als Buurtmedewerker is mogelijk vanaf 1 maart 2025 (zie artikel 18).

Naar boven