Gemeenteblad van Zutphen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zutphen | Gemeenteblad 2025, 68715 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zutphen | Gemeenteblad 2025, 68715 | beleidsregel |
Beleidsregel exploitatievergunning horeca gemeente Zutphen 2025
De burgemeester van de gemeente Zutphen,
gelet op artikel(en) 2:27 tot en met 2:34 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 en 11:1 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen;
gelet op titel 4:3 van de Algemene wet bestuursrecht;
Beleidsregel exploitatievergunning horeca gemeente Zutphen 2025
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze beleidsregel verstaat onder:
avondzaak: horecabedrijf waarvan de hoofdfunctie bestaat uit het snel serveren of bereiden van al dan niet in de openbare inrichting bereide kleine maaltijden of kleine etenswaren en waar in hoofdzaak alcoholvrije drank wordt verstrekt, zoals snackbars, cafetaria’s, fritures, broodjeszaken, automatieken, shoarmazaken en daarmee gelijk te stellen inrichtingen, die zich qua exploitatie richten op de reguliere horeca;
dagzaak: horecabedrijf waarvan de hoofdfunctie bestaat uit het snel serveren en/ of verstrekken van al dan niet in de openbare inrichting bereide kleine maaltijden of kleine etenswaren en waar uitsluitend of in hoofdzaak alcoholvrije drank wordt verstrekt, zoals snackbars, lunchrooms, tearooms, croissanterieën, koffiehuizen, theehuizen, espressobars, ijssalons en andere daarmee gelijk te stellen inrichtingen, die zich qua exploitatie richten op winkelactiviteiten;
Artikel 2 Categorieën horecabedrijven, openbare inrichtingen
Bij een aanvraag exploitatievergunning voor een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b., c. en e., vraagt de burgemeester advies aan de politie.
Artikel 8 Persoonsgebonden vergunning
Een exploitatievergunning horeca is persoonsgebonden en daarom niet overdraagbaar.
Artikel 14 Verruimde openingstijden en voorwaarden
Artikel 17 Zomertijd/ wintertijd
In de nacht van zaterdag op zondag waarin de zomer- respectievelijk de wintertijd wordt ingevoerd, wordt voor de toepassing van deze regeling de tijd aangehouden al zou de zomer- respectievelijk wintertijd niet zijn ingegaan.
Artikel 19 In aanmerking komende horecabedrijven
Voor de exploitatie van een terras komen in aanmerking de horecabedrijven in de categorieën, zoals vermeld in artikel 2, eerste lid, met uitzondering van coffeeshops.
Voor horecabedrijven die een terras willen exploiteren geldt dat zij over een toiletvoorziening moeten beschikken voor bezoekers van het terras.
Voor de uitbreiding van het terras (een overterras of een terras voor een naast gelegen (aangrenzend) gebouw) geldt:
de exploitant moet voor de uitbreiding van zijn terras schriftelijke toestemming hebben van de eigenaar/ gebruiker van het gebouw waar voor hij een terras wil realiseren. Hierbij kunnen beide partijen eventueel specifieke afspraken maken (bijvoorbeeld alleen terras op bepaalde dagen en/ of tijden, voor de gehele of een deel van de gevel het gebouw), die in de vergunning worden opgenomen;
Artikel 24 Openingstijden terrassen
Terrassen in de Binnenstad Zutphen mogen in de periode van 1 april tot en met 31 oktober van enig kalenderjaar in de nacht van vrijdag op zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag geopend blijven tot 01.00 uur.
Artikel 25 Inrichting terras en terrasmeubilair
De criteria voor terrasmeubilair zijn beschreven in de Regeling ter beoordeling van aanvragen op grond van artikel 2 van de Verordening Stads- en Landschapsschoon, aanvragen op grond van artikel 2.10 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen en aanvragen op grond van de Bouwverordening Zutphen.
Artikel 29 Afwijkingsbevoegdheid
Bij bijzondere omstandigheden, waaronder onder meer die gevallen die niet zijn voorzien ten tijde van het vaststellen van deze beleidsregel, kan de burgemeester van deze beleidsregel afwijken.
Artikel 30 Intrekking oude regeling
De Beleidsregel Notitie Exploitatievergunning Algemene plaatselijke verordening gemeente Zutphen Herziening 2010, wordt ingetrokken.
Bijlage 1 Handhavingsarrangement exploitatievergunningen horeca
Op grond van artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening Zutphen 2011 (hierna te noemen: APV) heeft de burgemeester de bevoegdheid een vergunning te verlenen voor het exploiteren van een horecabedrijf in de gemeente Zutphen.
Het doel van deze beleidsregel is het geven van invulling bij de uitoefening van deze bevoegdheid. Omdat de burgemeester bij het uitoefenen van zijn bevoegdheid enige beleidsvrijheid en beoordelingsvrijheid heeft, is het van belang zoveel mogelijk vast te leggen hoe de burgemeester omgaat met de aan hem toegekende bevoegdheid.
Deze beleidsregel is een actualisatie van de Notitie Exploitatievergunning Algemene plaatselijke verordening gemeente Zutphen Herziening 2010. De notitie is na het vaststellen een aantal keren aangepast. Onder andere voor wat betreft de regels voor terrassen (in 2020) en de regels voor sluitingstijden (in 2023).
De aanleiding om destijds de exploitatievergunning in de APV op te nemen is vooral gelegen in de gedachte dat er daarmee mogelijkheden zijn om overlast van horecabedrijven zoveel als mogelijk te beperken. Bij de verlening van een exploitatievergunning wordt onder andere gekeken naar de aard van de inrichting, de mogelijk te verwachten overlast, het karakter van de omgeving, de (justitiële) achtergrond van de exploitant en eventueel eerdere (tijdelijke) sluitingen.
De invloed op de omgeving kan worden uitgeoefend door het opnemen van voorschriften en/ of beperkingen. Hierdoor heeft de burgemeester, als niet wordt voldaan aan de vergunningvoorschriften en/ of -beperkingen, eerder de mogelijkheid een horecabedrijf tijdelijk of definitief te sluiten. Daarnaast biedt het systeem van de exploitatievergunning de mogelijkheid voor de burgemeester om de vergunning tijdelijk of definitief in te trekken (en dus de exploitatie tijdelijk of definitief te doen staken) wanneer er sprake is van aan de inrichting te relateren aantasting van het woon- en leefklimaat, de openbare orde, de veiligheid en de zedelijkheid. De wens om invloed uit te kunnen oefenen op de omgeving en bij geconstateerde overlast te kunnen handhaven is nog steeds actueel gelet op de (terugkerende) klachten van omwonenden over overlast van horecabedrijven en uitgaanspubliek.
Wijzigingen in de beleidsregel
Deze beleidsregel is een actualisatie van de Notitie Exploitatievergunning gemeente Zutphen Herziening 2010. Behalve enkele tekstuele aanpassingen zijn de recente beleidswijzigingen over terrassen (2020) en sluitingstijden (2023) onveranderd in deze beleidsregel opgenomen. In deze actualisatie zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:
Met deze beleidsregel is tevens aansluiting gezocht bij de bepalingen van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (wet Bibob) die per 1 juni 2003 in werking is getreden. Deze wet maakt het mogelijk de integriteit van de aanvrager van een exploitatievergunning te toetsen als er een risico bestaat dat de vergunning gebruikt zal worden om strafbare feiten te plegen. In de Beleidsregel Bibob gemeente Zutphen 2021 is vastgesteld dat voor horeca-, sexinrichtingen, escortbedrijven, coffeeshops (alcoholvrije bedrijven) de Wet Bibob toegepast kan worden.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit artikel worden de in deze beleidsregel gehanteerde begrippen omschreven.
Paragraaf 2 Categorieën horecabedrijven
Artikel 2 Categorieën horecabedrijven
In artikel 2:28, eerste lid van de APV is geregeld dat het verboden is om een openbare inrichting, als bedoeld in één van de door de burgemeester aangewezen categorieën, te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. In dit artikel worden de categorieën openbare inrichtingen aangewezen waarvoor de vergunningplicht geldt.
Omdat de exploitatievergunning primair een ‘overlastvergunning’ is, wordt in hetzelfde artikel ook aan aantal horecabedrijven uitgezonderd van de vergunningplicht. Van de in het tweede lid genoemde horecabedrijven is geen overlast te verwachten.
Voor ondersteunende horeca bij detailhandel komt de vergunningplicht te vervallen. Een uitzondering hierop vormt ondersteunende horeca bij snackbars, cafetaria’s, broodjeszaken en vergelijkbare zaken die zich vooral richten op afhalen en bezorgen en zijn gevestigd in een pand met een detailhandelsbestemming.
Paragraaf 3 Algemene bepalingen
In dit artikel zijn enkele procedurele regels over de aanvraag opgenomen. Een aanvraag moet digitaal worden ingediend. Er zijn afzonderlijke aanvraagformulieren voor alcohol schenkende en alcoholvrije horecabedrijven. De aanvraagformulieren zijn zo ingericht dat (bij alcohol schenkende horecabedrijven) niet wordt gevraagd om gegevens die ook bij de aanvraag voor een Alcoholwetvergunning worden gevraagd. Ook hoeven deze horecabedrijven geen Verklaring omtrent gedrag aan te leveren omdat het op grond van de Alcoholwet mogelijk is om de gegevens op te vragen bij het Justitieel Documentatie Centrum.
Onderdeel van de aanvraagprocedure is een Bibob beoordeling. Het Bibob vragenformulier wordt daarvoor apart verstrekt. Vanwege de gevoeligheid van de aan te leveren informatie en gegevens, gebeurt verstrekking via een apart emailadres en worden de documenten en stukken niet in het gemeentelijke zaaksysteem opgeslagen.
Artikel 4 Publicatie, indienen zienswijze
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 7 Geldigheidsduur vergunning
Op grond van de eerdere beleidsregel werd bij een aanvraag van een nieuwe horecaexploitant eerst een exploitatievergunning voor één jaar verleend. Aan het eind van de looptijd werd beoordeeld of de vergunning kon worden verlengd en of er andere voorschriften moesten worden gesteld.
In de praktijk werd de vergunning altijd verlengd. Dat heeft er ook mee te maken dat een ondernemer investeringen doet en het verlenen van een vergunning voor één jaar onzekerheid met zich meebrengt. Daarom is er nu voor gekozen om een vergunning voor onbepaalde tijd te verlenen. Bij geconstateerde overlast is de burgemeester altijd bevoegd om te handhaven en het stellen van andere (aanvullende) voorschriften is niet beperkt tot de evaluatie na het eerste jaar.
Het tweede lid geeft de mogelijkheid om – als er dringende redenen zijn voor de openbare orde of het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf – een vergunning met beperkte looptijd te verlenen. Dit moet de burgemeester motiveren.
Artikel 8 Persoonsgebonden vergunning
De vergunning is persoonsgebonden en daarom niet overdraagbaar. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat de persoon van de exploitant (ondernemer) een belangrijke rol speelt in de wijze van exploitatie en dus ook in de wijze waarop deze exploitatie het woon- en leefklimaat en de openbare orde beïnvloedt.
De weigeringsgronden voor een aanvraag worden genoemd in artikel 2:28 van de APV.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 van de APV weigert de burgemeester de vergunning als de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan (artikel 2:28, tweede lid APV).
De burgemeester kan de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting (artikel 2:28, derde lid APV). De burgemeester houdt daarbij rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting (artikel 2:28, vierde lid APV).
Een toestemming voor een bij de openbare inrichting horend terras kan worden geweigerd als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of het doelmatig en veilig gebruik daarvan of als dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg (artikel 2:28, vijfde lid APV).
Onder b. en c. is de Wet Bibob als weigeringsgrond toegevoegd. Een vergunning wordt geweigerd als ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of strafbare feiten te plegen (artikel 3 Wet Bibob).
Het gaat hierbij aldus om gevaar dat de desbetreffende vergunning zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen geld, op geld waardeerbare voordelen te benutten. In de tweede plaats gaat het om het gevaar dat de vergunning wordt misbruikt om strafbare feiten te plegen. Dit houdt in dat er een duidelijk verband moet bestaan tussen enerzijds de te verlenen of reeds verleende vergunning en anderzijds de strafbare feiten. Ten derde kan de vergunning geweigerd worden als het vermoeden bestaat dat ter verkrijging van de vergunning een strafbaar feit is gepleegd. De weigering vindt plaats als deze evenredig is met de mate van het gevaar en – voor zover de vergunning wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten – de ernst van de strafbare feiten. De weigering van de vergunning moet derhalve mede voldoen aan het proportionaliteitsvereiste.
Artikel 10 Voorschriften en/ of beperkingen in de vergunning
Op grond van artikel 1.4 van de APV kunnen aan een vergunning die op grond van de APV is verleend voorschriften of beperkingen worden verbonden. Deze mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist.
In dit artikel zijn de voorschriften en beperkingen vermeld die in beginsel aan een vergunning worden verbonden. Het tweede lid geeft de burgemeester de mogelijkheid om, als daartoe aanleiding bestaat, nog andere voorschriften of beperkingen aan de vergunning te verbinden. Ook daarvoor geldt dat deze slechts mogen strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist.
Artikel 11 Wijziging of intrekking vergunning
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Na een periode met vrije sluitingstijden in het weekend zijn in 2023 weer vaste sluitingstijden ingevoerd.
Als gevolg van de vrije sluitingstijden bleef uitgaanspubliek langer in de stad. Er was geen vast moment meer waarop de horeca dicht ging met als gevolg dat publiek bleef hangen in de hoop nog ergens naar binnen te kunnen. Ook nadat de laatste ‘natte’ horeca was gesloten bleef publiek in de stad. Veelal rond de Schupsstoel waarbij ze werden gefaciliteerd door de broodjeszaak die – als enige in de stad – op dat moment nog was geopend. Tot in de vroege ochtend zorgde dit voor overlast voor omwonenden. Met het invoeren van sluitingstijden, inclusief een afbouwregeling en afspraken over het verwijderen van uitgaanspubliek van de Schupstoel is het na 04.00 uur weer rustig in de stad.
De nieuwe sluitingstijdenregeling is tot stand gekomen na overleg met de nachthoreca. Ook bleek uit een enquête onder de nachthoreca dat de meeste horecabedrijven niet of slechts incidenteel gebruik maakten van de vrije sluitingstijden. De meesten zijn op hetzelfde tijdstip of eerder gesloten dan voorheen. Het weer invoeren van sluitingstijden belemmert hen niet in de bedrijfsvoering. Er is geen onderscheid meer in sluitingstijden voor cafés, discotheken en cafés met dansgelegenheden en avondzaken. Met de vrije sluitingstijden en de verruimde regels voor terrassen ontstonden voor cafés meer exploitatiemogelijkheden terwijl discotheken/ cafés met dansgelegenheid en avondzaken pas om 16.00 uur de deuren mochten openen. Met deze nieuwe sluitingstijdenregeling gelden dezelfde openings- en sluitingstijden voor cafés en discotheken met dansgelegenheid. Voor avondzaken geldt een iets latere sluitingstijd vanwege de functie die zij vervullen in het uitgaansleven.
De reguliere sluitingstijd van 01.00 uur tot 07.00 uur is geregeld in de APV. De burgemeester heeft daarbij de bevoegdheid gekregen om door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vast te stellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend terras (artikel 2:29, tweede lid APV).
Artikel 13 In aanmerking komende horecabedrijven
In dit artikel is geregeld welk type horecabedrijf wel of juist niet in aanmerking komt voor verruimde openingstijden.
Artikel 14 Verruimde openingstijden en voorwaarden
In dit artikel is per categorie in aanmerking komende horecabedrijven geregeld welke sluitingstijd en welke voorwaarden er gelden. Doel van deze regeling is een geleidelijke uitstroom van publiek en om ervoor te zorgen dat het om uiterlijk 04.00 uur rustig is in de stad.
Artikel 15 Voorwaarden verruimde openingstijden
Langer open zijn dan de reguliere openingstijden vraagt een bijzondere verantwoordelijkheid van de deelnemende horecabedrijven. Er gelden daarom voorwaarden om langer/ ruimer op te mogen zijn.
Een horecabedrijf komt alleen in aanmerking voor een vergunning voor verruimde openingstijden als het huis- en gedragsregels hanteert, deelneemt aan het systeem van Collectieve Horecaontzeggingen en gebruik maakt van gekwalificeerde portiers aan de deur. Voor horecabedrijven met een capaciteit kleiner dan 100 bezoekers of een vloeroppervlakte kleiner dan 50 m² kan de burgemeester een uitzondering maken op de verplichting om gebruik te maken van gekwalificeerde portiers aan de deur.
Voor het systeem van Collectieve Horecaontzeggingen wordt samengewerkt in het project Veilig Uitgaan. Elk horecabedrijf dat gebruik maakt van de vrije sluitingstijden doet verplicht mee in deze samenwerking.
Artikel 16 Voorschriften en/ of beperkingen vergunning verruimde openingstijden
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 17 Zomertijd/ wintertijd
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 18 Incidentele vergunning latere sluitingstijd
Onder bijzondere dagen vallen in ieder geval Nieuwjaarsdag, Koningsdag (Koningsnacht) en de nacht volgend op Tweede Kerstdag. Voor die dagen wordt een apart besluit genomen waarvoor ondernemers die gebruik willen maken van de latere sluitingstijd een melding kunnen doen. Incidenteel kan een ondernemer ook een vergunning aanvraag voor een latere sluitingstijd. Bijvoorbeeld voor een avond in het teken van de verkiezingsuitslag (waar de verwachting is dat de uitslag pas na middernacht bekend wordt gemaakt). Dit wordt per aanvraag beoordeeld.
Een stad als Zutphen met een monumentaal centrum heeft een bepaalde aantrekkingskracht. Mensen moeten het gezellig vinden om er naartoe te komen en het straatbeeld moet sfeervol, levendig maar ook leefbaar zijn. Dit geldt vooral in de binnenstad, maar ook in de omliggende wijken en in Warnsveld. De gezelligheid die door de aanwezigheid van terrassen wordt gecreëerd, is van groot belang voor die uitstraling. Voorop staat dat het exploiteren van een terras mogelijk moet zijn.
Daarnaast moet de verkeersveiligheid, de openbare orde en een harmonieus straatbeeld niet in gevaar worden gebracht. Dat betekent dat terrassen in aantal, vorm en omvang gereguleerd moeten worden. In deze beleidsregel is daarom een afweging gemaakt tussen de economische belangen van horecaondernemers en de andere belangen:
Artikel 19 In aanmerking komende horecabedrijven
Met uitzondering van coffeeshops komen alle horecabedrijven in aanmerking voor een terras. Volgens artikel 2:27 APV behoort het terras tot het horecabedrijf en daarmee is de exploitatievergunning ook van toepassing op de bij het bedrijf behorende terrassen.
Dat bij coffeeshops geen terrassen worden toegestaan volgt uit het Coffeeshopbeleid Zutphen 2014. Door bij coffeeshops geen terrassen toe te staan wordt ongecontroleerde handel tegengegaan en wordt voorkomen dat een coffeeshop een te laagdrempelig karakter krijgt. Terrassen zouden het risico verhogen dat, met name jong publiek ongewild in aanraking komt met softdrugs.
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 21 Situering en omvang terras
In dit artikel staan de uitgangspunten voor wat betreft situering en omvang van terrassen. Uitgangspunt is dat een terras mogelijk is, als dit direct grenst aan het pand van het horecabedrijf, en het terras niet breder is dan het horecapand waar het bij hoort. Op deze wijze bestaat er een duidelijke binding met het horecabedrijf en kan de exploitant voldoende toezicht houden op het terras.
Naast een terras voor het pand kan het mogelijk zijn ook een overterras te realiseren of een terras voor een naast gelegen (aangrenzend) pand. Voor uitbreiding van het terras gelden de voorwaarden zoals vermeld in dit artikel.
Terrassen op een binnenplaats en/ of achtererf zijn niet toegestaan. Vooral in de binnenstad zijn dergelijke plaatsen vaak omsloten door woningen waardoor de ruimte als een klankkast kan fungeren. Een terras zorgt dan voor teveel overlast.
Een uitbreiding van een terras kan enkel en alleen tijdens het terrasseizoen van 1 april tot en met 31 oktober van enig kalenderjaar. Op deze wijze wordt voorkomen dat langdurig gebruik wordt gemaakt van de openbare ruimte terwijl feitelijk geen terras wordt geëxploiteerd. De precario voor de uitbreiding van het terras wordt in dat geval naar rato van het aantal maanden in rekening gebracht.
De uitbreiding van het terras voor een aangrenzend gebouw is mede afhankelijk van de privaatrechtelijke instemming van de eigenaar/ gebruiker van dat aangrenzende gebouw. Dit betekent dat de situatie kan wijzigen als er een andere eigenaar/ gebruiker komt. Om de nieuwe eigenaar/ gebruiker niet te confronteren met een situatie waar hij geen zeggenschap meer over heeft, wordt uitbreiding van het terras afhankelijk gesteld van de toestemming van de eigenaar/ gebruiker van het aangrenzende gebouw. Dit betekent dat de exploitant met een eventuele nieuwe eigenaar/ gebruiker van het aangrenzende gebouw opnieuw tot overeenstemming moet komen.
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 24 Openingstijden terrassen
Terrassen in het centrumgebied mogen in de periode van 1 april tot en met 31 oktober in de nacht van vrijdag op zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag geopend blijven tot 1.00 uur.
Artikel 25 Inrichting terras en terrasmeubilair
In de ‘Regeling ter beoordeling van aanvragen op grond van artikel 2 van de Verordening Stads- en Landschapsschoon, aanvragen op grond van artikel 2.10 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen en aanvragen op grond van de Bouwverordening Zutphen’ staan aanvullende regels waar terrassen en het aanwezige terrasmeubilair aan moet voldoen. Uitgangspunt is dat het terrasmeubilair wat betreft materiaal en kleur een eenheid vormen en een kwalitatief hoogwaardige uitstraling hebben. Het op het terras aanwezige meubilair moet gemaakt zijn van kwalitatief hoogwaardig materiaal en passen in het straat- en gevelbeeld. Het materiaal moet bestaan uit hout, riet en/ of kunststof, eventueel in combinatie met metaal. Goedkoop uitziende en niet duurzame (kunststof) materialen zijn niet toegestaan.
Er gelden ook regels voor terrasschotten, bloembakken/ plantenbakken, parasols en verlichting. Afhankelijk van de wijze van bevestiging is er mogelijk een omgevingsvergunning nodig voor de plaatsen van deze objecten.
Artikel 26 Bijzondere situaties
Als de locatie waarop het terras geëxploiteerd wordt, is aangewezen als of is gelegen binnen het evenemententerrein op grond van een evenementenvergunning, wordt de inrichting van de terraslocatie gedurende dat evenement bepaald door de evenementenvergunning. Dit betekent dat de inrichting van het terras tijdelijk gewijzigd kan worden of niet mogelijk is.
Artikel 27 Terrassen bij ondersteunende horeca
Door terrassen bij ondersteunende horeca bij detailhandel in omvang te beperken tot maximaal 3 tafels en 6 stoelen, blijft het ondersteunende (en daarmee ondergeschikte) karakter van de horeca activiteit geborgd.
Paragraaf 6 Overige bepalingen
De exploitatievergunning horeca maakt het mogelijk bij ernstige verstoring van de openbare orde adequaat op te treden. Het begrip ‘openbare orde’ wordt in de wetgeving veelvuldig gebruikt zonder dat er een definitie is gegeven. Een veel gebruikte omschrijving is: ‘het ordelijk verloop van het gemeenschapsleven’.
Op grond van artikel 174, eerste lid, Gemeentewet wordt de burgemeester belast met het toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden, alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Op basis van artikel 175 Gemeentewet is de burgemeester bevoegd alle bevelen te geven die hij of zij ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar noodzakelijk acht.
Het bestuursrecht is er op gericht instrumenten aan overheden en dus ook aan bestuursorganen van gemeenten te bieden om hun bestuursrechtelijke taak uit te oefenen. Sancties in het bestuursrecht hebben tot doel om een bepaalde door de overheid gewenste toestand te handhaven. Sancties waar aan gedacht kan worden zijn het opleggen van een last onder dwangsom. In dit artikel is de bestuursrechtelijke handhaving uitgewerkt in een handhavingsarrangement.
Het strafrecht ziet toe op het beschermen van de openbare orde en het garanderen van de veiligheid in de samenleving door opsporing en vervolging van strafbare feiten.
Strafvervolging en een bestuursrechtelijke sanctie kunnen los van elkaar, gelijktijdig, en achter elkaar worden toegepast. Handhavend optreden door een bestuurlijk orgaan is er op gericht een einde te maken aan een verboden toestand en te leiden tot herstel van de gewenste toestand. Strafrechtelijk optreden daarentegen maakt de gevolgen van een overtreding meestal niet ongedaan, maar is primair gericht op vergelding van het aan de samenleving aangedane onrecht en het voorkomen van herhaling.
De strafrechtelijke handhaving is niet uitgewerkt in een handhavingsarrangement omdat dit een bevoegdheid van de politie is.
Artikel 29 Afwijkingsbevoegdheid
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 30 Intrekking oude regeling
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-68715.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.