Gemeenteblad van Tiel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tiel | Gemeenteblad 2025, 64630 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tiel | Gemeenteblad 2025, 64630 | beleidsregel |
Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Tiel 2025
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Medewerkingsplicht: De jeugdige en/of zijn ouders alle medewerking moet verlenen aan de uitvoering van de Jeugdwet die het college noodzakelijk vindt. Zo is iemand verplicht om gehoor te geven aan een oproep van het college of om zich te onderwerpen aan onderzoek dat door (of namens) het college is ingesteld.
Hoofdstuk 2. Algemene voorzieningen
Artikel 2.1 Gebruik maken van een algemene voorziening
Van een algemene voorziening kunnen de jeugdige en zijn ouders gebruik van maken zonder dat zij daarvoor een besluit van de gemeente nodig hebben. De jeugdige en zijn ouders kunnen zich voor deze jeugdhulp rechtstreeks tot de algemene voorziening wenden.
Hoofdstuk 3. Individuele voorzieningen
Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren:
Als het gaat om de inzet van een individuele voorziening gelden de volgende uitgangspunten:
Artikel 3.4 (dreigende) overbelasting ouder(s)/verzorger(s)
Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende:
Is de (dreigende) overbelasting vastgesteld én kan van de ouder(s) niet worden verwacht deze op te heffen, dan zijn de eigen mogelijkheden ontoereikend. Indien uit het onderzoek naar de noodzaak van jeugdhulp blijkt dat inzet van jeugdhulp noodzakelijk wordt geacht, dan geldt hierbij het uitgangspunt dat:
De inzet van jeugdhulp bij (dreigende) overbelasting altijd tijdelijk is met het doel om de (dreigende)overbelasting duurzaam op te heffen. Van ouder(s) wordt verwacht dat zij een plan van aanpak opstellen om de (dreigende) overbelasting op te lossen en dat zij in de tijd dat jeugdhulp wordt gegeven werken aan dit plan van aanpak.
De inzet van jeugdhulp bij (dreigende) overbelasting gericht is op een duurzame oplossing, dat wil zeggen dat de hulp gericht is op het gezinssysteem in gezamenlijke verantwoordelijkheid tot het verkrijgen van voldoende probleemoplossend vermogen en eigen kracht. In beginsel wordt daarom de jeugdhulp ingezet in de thuissituatie.
Voor de inzet van jeugdhulp bij (dreigende) overbelasting een verband moet zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de zorg die geboden wordt en noodzakelijk wordt geacht in het kader van de Jeugdwet. Bij overbelasting met een andere oordzaak dan de zorg aan het kind dient de oorzaak van deze overbelasting opgelost te worden.
Wanneer de geldigheidsduur van de indicatie voor een individuele voorziening is verlopen en een herindicatie wordt aangevraagd, zal onderzocht worden of en welke inspanningen zijn verricht om de overbelasting terug te dringen. Hierbij geldt het uitgangspunt van de Jeugdwet dat van ouders een actieve rol verwacht wordt om in eerste instantie te trachten de op hun weg komende problemen (waaronder (dreigende) overbelasting) zelf of met behulp van hun eigen netwerk of andere mogelijkheden op te lossen.
Artikel 3.6 Eigen kracht bij vervoer
Ouder(s) van de jeugdige zijn zelf verantwoordelijk voor het vervoer van de jeugdige naar een zorgaanbieder. Op basis van de Jeugdwet kan een jeugdige in aanmerking komen voor vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden is vastgesteld dat het niet mogelijk is dat:
Hoofdstuk 4. Toegang jeugdhulp
Artikel 4.5 Wat wordt onderzocht
Tijdens het gesprek (of meerdere gesprekken) met de jeugdige, zijn ouders en indien gewenst met familie en deskundigen wordt het volgende onderzocht:
Artikel 4.7 Ondertekening van aanvraag
Een aanvraag voor jeugdhulp moet ondertekend worden, door:
Heeft de aanvraag betrekking op een jeugdige die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, dan is de instemming van de wettelijke vertegenwoordiger niet vereist. De wettelijk vertegenwoordiger wordt in deze situatie in principe alleen geïnformeerd over het inzetten van jeugdhulp als de jeugdige heeft aangegeven dit te willen. Hierop geldt de uitzondering op het moment dat de jeugdige op een ander adres gaat wonen als gevolg van het inzetten van de jeugdhulp. In dit geval dient de wettelijk vertegenwoordiger het aanvraagformulier mede te ondertekenen.
Weigert de wettelijk vertegenwoordiger in te stemmen met de aanvraag, dan wordt de aanvraag toch in behandeling genomen als de jeugdhulp voor de minderjarige nodig is teneinde ernstig nadeel voor de minderjarige te voorkomen, alsmede indien de minderjarige na de weigering van de toestemming de jeugdhulp weloverwogen blijft wensen.
Een minderjarige kan de aanvraag ondertekenen mits de minderjarige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen. Of een minderjarige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen, dient van geval tot geval te worden beoordeeld. Het is aan de casusregisseur om dit te beoordelen.
In spoedeisende situaties kan de reguliere procedure niet worden afgewacht:
Indien er een individuele voorziening voor spoedhulp wordt ingezet, wordt deze voorziening voor de duur van maximaal vier weken toegekend. Binnen deze vier weken wordt het onderzoek verricht en wordt na afronding hiervan een verslag opgesteld met de uitkomsten van dit onderzoek. Uit dit verslag dient duidelijk te worden welke vervolghulp ingezet dient te worden.
Hoofdstuk 5. Het persoonsgebonden budget (pgb)
Artikel 5.1 Voorwaarden pgb voor jeugdhulp door informele hulpverleners
De jeugdige of zijn ouders die een pgb ontvangen, kunnen de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een meerderjarig persoon uit het sociale netwerk:
Slechts in uitzonderlijke gevallen kan een pgb gebruikt worden door het sociale netwerk voor jeugdhulpverlening. Dit kan alleen in die gevallen waarin dit aantoonbaar tot een betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is dan jeugdhulp die wordt geleverd door een professionele aanbieder.
De persoon uit het sociale netwerk beschikt over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag, niet ouder dan 12 maanden, als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, voor personen die in hun opdracht beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met jeugdigen of ouders aan wie de jeugdhulpaanbieder jeugdhulp verleent of aan wie een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering is opgelegd, en dient deze desgevraagd te overhandigen aan het college, tenzij de persoon de ouder is van de jeugdige.
Artikel 5.2 (Dreigende) overbelasting van ouder(s)/verzorger(s)
een pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt beëindigd als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen.
Artikel 5.3 Voorwaarden pgb beheer
Het juist behartigen van de belangen van de cliënten en het uitvoeren van de aan een pgb verbonden taken kan alleen plaatsvinden indien de pgb-beheerder voldoende fysiek aanwezig is bij de cliënt en voldoende tijd heeft om de aan de pgb verbonden taken uit te voeren. Hieronder wordt verstaan dat de pgb-beheerder minstens 1 keer per week aanwezig is bij de cliënt. De pgb-beheerder moet wekelijks voldoende tijd besteden aan het signaleren van de hulpvraag, het controleren van de (kwaliteit van de) ondersteuning, het aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een juiste administratie.
De cliënt onderhoudt zelf het contact met de coach en andere medewerkers van het college. Indien de cliënt hier niet toe in staat is, dan kan de pgb-beheerder het woord namens de cliënt voeren. Het uitgangspunt is – gelet op de mogelijke belangenverstrengeling - dat de pgb-aanbieder niet namens de cliënt het woord kan voeren.
Artikel 5.4 Uitbetaling van Pgb
Het pgb wordt niet rechtstreeks aan de jeugdige en/of zijn ouder(s) overgemaakt. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) doet de betalingen rechtstreeks aan de zorgverlener. De overeenkomst die de jeugdige en/of zijn ouder(s) afsluit met de zorgverlener dient door de gemeente en de SVB goedgekeurd te zijn alvorens de desbetreffende zorgverlener kan declareren.
Het persoonsgebonden wordt uitbetaald na het indienen van facturen of declaraties. Door betaling op basis van maandtarieven niet langer toe te staan, kan worden voorkomen dat er betaald wordt voor niet geleverde ondersteuning. De declaratie of factuur dient te worden ingediend binnen zes weken na de maand waarin de zorg is geleverd. Het persoonsgebonden budget wordt niet meer betaalbaar gesteld als de declaratie of de factuur na deze termijn van zes weken wordt ingediend.
Artikel 5.5 Besteding en verantwoording van het Pgb
Hoofdstuk 6. Herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik
Artikel 6.1 Inlichtingenplicht
Wanneer een voorziening is toegekend geldt een inlichtingenplicht. Het niet of niet volledig nakomen van de inlichtingenplicht kan leiden tot intrekking of herziening van de individuele voorziening.
Het college moet actief geïnformeerd worden over:
Hoofdstuk 7. Afstemming met andere voorzieningen
Artikel 7.2 Gecertificeerde instellingen en Justitiedomein
Bij jeugdreclassering is het niet alleen de gecertificeerde instelling die deze bevoegdheid heeft, maar kunnen ook andere instanties besluiten dat jeugdhulp nodig is. Deze andere instanties zijn de rechter, de officier van justitie, de directeur van de justitiële jeugdinrichting (JJI) en de selectiefunctionaris van de JJI.
Artikel 7.3 Aanvullende verzekering
Als vaststaat dat de hulp noodzakelijk is en meer behandelingen nodig zijn of slechts een gedeelte wordt vergoed vanuit de aanvullende verzekering, dan treft het college hiervoor in het kader van de Jeugdwet aanvullend een voorziening indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht.
Onderstaand overzicht is niet uitputtend maar geeft voorbeelden van ontwikkelingstaken en opvoedingsopgaven die kenmerkend zijn voor de verschillende leeftijdsgroepen. Vaak begint de ontwikkeling al in een eerdere fase, maar staat het in het schema in de fase waarin dit het meeste speelt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-64630.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.