Gemeenteblad van Amersfoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 61216 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 61216 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om in aanmerking te komen voor een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal en indieningsvereisten en voorwaarden die gesteld worden aan een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal of gamecentrum
De burgemeester van Amersfoort;
Gelet op artikel 2:40, vijfde lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort (hierna: APV) waarin bepaald is dat de burgemeester nadere regels stelt ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning voor een speelautomatenhal in aanmerking te komen;
Gelet op artikel 2:40, vijfde lid van de APV, waarin bepaald is dat de burgemeester nadere regels stelt ten behoeve van de indieningsvereisten en de voorwaarden die gesteld worden aan een vergunning voor een speelautomatenhal of gamecentrum;
het navolgende vast te stellen:
‘Nadere regels ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om in aanmerking te komen voor een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal en indieningsvereisten en voorwaarden die gesteld worden aan een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal of gamecentrum’
Artikel 2 Indieningstermijn aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal
Artikel 3 Indieningsvereisten aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal
Bij een aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal worden de volgende documenten overlegd:
een beschrijving of en in welke mate en omvang de speelautomatenhal onderdeel uitmaakt van een breder leisureconcept, waarbij in elk geval de diversiteit in aanbod van vermaak en vrijetijdsbesteding wordt beschreven als ook de onderlinge afspraken en samenwerking in relatie tot een adequate exploitatie van het (gehele) leisureconcept en de zorg voor- en veiligheid van de bezoekers in de inrichting en de directe omgeving daarvan;
Artikel 5: De vergelijkende inhoudelijke toetsing (fase 2)
Artikel 7 Indieningsvereisten aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een gamecentrum
Bij een aanvraag om een vergunning voor een gamecentrum worden de volgende documenten overlegd:
een beschrijving of en in welke mate en omvang het gamecenter onderdeel uitmaakt van een breder leisureconcept, waarbij in elk geval de diversiteit in aanbod van vermaak en vrijetijdsbesteding wordt beschreven als ook de onderlinge afspraken en samenwerking in relatie tot een adequate exploitatie van het (gehele) leisureconcept en de zorg voor- en veiligheid van de bezoekers in de inrichting en de directe omgeving daarvan;
Artikelsgewijze toelichting op ‘Nadere regels ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om in aanmerking te komen voor een exploitatievergunning voor een speelautomatenhal en indieningsvereisten en voorwaarden die gesteld worden aan een exploitatievergunning voor een speelautomatenhal of gamecentrum’
In de Algemene Plaatselijke Verordening van Amersfoort (hierna: APV) is bepaald dat de burgemeester maximaal één vergunning kan verlenen voor het exploiteren van een speelautomatenhal. Er is daarmee sprake van een zogenoemde schaarse vergunning, waarbij sprake is van een schaars aanbod voor een (mogelijk) grotere vraag. Ten aanzien van de verdeling van schaarse vergunningen is in de rechtspraak de afgelopen jaren een juridisch kader ontwikkeld. De kern daarvan is dat uit het gelijkheidsbeginsel voortvloeit dat het gemeentebestuur bij de verdeling van schaarse vergunningen aan (potentiële) gegadigden gelijke kansen moet bieden om in aanmerking te komen voor deze vergunningen. Dit leidt tot drie verplichtingen.
Om te beginnen moet ruimte worden geboden om mee te dingen naar een beschikbare vergunning. Daarnaast moet voor een passende mate van openbaarheid, vooraf kenbaar worden gemaakt dat de schaarse vergunning beschikbaar is, in welk tijdvak aanvragen ingediend kunnen worden, hoe de verdeling over de gegadigden plaatsvindt en welke criteria daarbij gehanteerd worden.
Tot slot mag de vergunning niet voor onbepaalde tijd verleend worden.
In deze Nadere Regels stelt de burgemeester onder meer vast op welke wijze de beschikbare (schaarse) vergunning voor een speelautomatenhal (periodiek) wordt verdeeld in Amersfoort.
In de APV is naast een vergunningplicht voor het exploiteren van een speelautomatenhal ook een vergunningplicht opgenomen voor het exploiteren van gamecentra. Dit zijn inrichtingen bestemd om het publiek gelegenheid te geven te spelen op behendigheidsautomaten en waar geen kansspelautomaten en/of kermisautomaten aanwezig zijn. Aan het aantal te verlenen vergunningen voor gamecentra is geen maximum verbonden en deze vergunning is dan ook niet schaars. De procedure voor het aanvragen en verlenen van zo’n vergunning volgt de reguliere weg voor vergunningverlening, zoals deze voor vele – niet schaarse – vergunningen geldt.
In artikel 7 van deze Nadere Regels zijn de indieningsvereisten opgenomen die gehanteerd worden voor het in behandeling nemen van aanvragen voor een vergunning om een gamecentrum te exploiteren.
Artikel 1: Bekendmaking te vergeven schaarse vergunning voor een speelautomatenhal
Artikel 2: Indieningstermijn aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal
Artikel 3: Indieningsvereisten aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal
In dit artikel is opgenomen welke stukken en informatie aangeleverd moet worden bij een aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal.
In de Beleidsregel toepassing Wet Bibob Amersfoort 2021, (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) is opgenomen dat in het geval er een aanvraag gedaan wordt voor een vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal, de burgemeester in beginsel een Bibob-onderzoek zal starten indien:
Artikel 4: Procedure vergunningverlening speelautomatenhal
Voor de verdeling van schaarse vergunningen, moet het bestuursorgaan eerlijke en transparante verdelingscriteria vast te stellen, die gehanteerd worden om de beschikbare vergunning te verdelen. In het geval van de vergunning voor het exploiteren van de speelautomatenhal heeft de burgemeester gekozen voor:
Gelet op het feit dat de vergunning een grote economische waarde heeft en een exploitant gedurende lange tijd een bevoordeelde positie verkrijgt, is er voor gekozen de aanvragen inhoudelijk met elkaar te vergelijken. Met deze vergelijking worden exploitanten aangespoord hun bedrijfsvoering goed te organiseren, kwaliteit te leveren, bewustzijn te tonen voor de omgeving waarin zij zich wensen te vestigen als ook aandacht hebben voor de risico’s op o.a. verslaving. In artikel 5 is bepaald op welke onderdelen de vergelijkende toetst ziet.
Als het zo mocht zijn dat er slechts één aanvraag is ingediend, is er vanzelfsprekend geen noodzaak de vergelijkende inhoudelijke toets (fase 2) te hanteren. Er vindt in dit geval uitsluitend een reguliere inhoudelijke toets plaats en een toetsing aan de weigeringsgronden uit de APV.
In beginsel worden aanvragen die niet binnen de formele indieningstermijn zijn ingediend, niet in behandeling genomen. In het geval er in de formele indieningstermijn echter geen aanvraag wordt ingediend, kan een aanvraag die na deze termijn ingediend worden alsnog in behandeling genomen worden.
Is er sprake van meerdere aanvragen die ingediend worden na de formele indieningstermijn, dan worden deze behandeld op volgorde van binnenkomst. Hiervoor kan worden gekozen, omdat andere gegadigden hun kans al hadden kunnen benutten tijdens de verdelingsprocedure die door de burgemeester bekend gemaakt en aangekondigd is. Zij hadden in een eerder stadium al kunnen meedingen naar de vergunning en worden dan ook niet onevenredig benadeeld. Na de formele indieningstermijn wordt het aan de markt gelaten om interesse te tonen in de nog ‘vrije’ vergunning. Hierbij geldt dat dan de gegadigde die als eerste een aanvraag indient, als eerste wordt behandeld.
De vergelijkende inhoudelijke toets blijft in deze situatie achterwege. Ook hier geldt dat er dan uitsluitend een reguliere inhoudelijke toets plaats vindt en een toetsing aan de weigeringsgronden uit de APV.
Artikel 5: De vergelijkende inhoudelijke toetsing (fase 2)
In artikel 5 zijn de elementen opgenomen waar een aanvraag aan getoetst en op beoordeeld wordt. Alvorens een aanvraag inhoudelijk wordt vergeleken, wordt eerst beoordeeld of een van de weigeringsgronden van toepassing is. Is daar geen sprake van, dan neemt de aanvraag deel aan de vergelijkende toets.
Omdat de vergunning o.a. een openbare orde en veiligheid en een volksgezondheidsbelang dient, zijn de criteria niet verder geconcretiseerd. Vanwege deze belangen wordt het noodzakelijk geacht om het bewustzijn en het verantwoordelijkheidsgevoel van elke afzonderlijke aanvrager te beoordelen, zowel ten aanzien van de effecten op de omgeving, de risico’s in de inrichting als ook ten aanzien van de zorg voor verslavingspreventie. De aanvragers krijgen hierbij ruimte om naar eigen inzicht, eigen onderzoek, eigen ervaring en eigen ideeën hun bedrijfsvoering vorm te geven en het bestuur te overtuigen van hun (goed en verantwoord) ondernemerschap. Verdere concretisering zou een dergelijke vergelijkende toetsing in de weg staan.
De toetsing en beoordeling vraagt om een zorgvuldige en duidelijke motivering. Helder moet worden waar het onderscheid in de aanvragen zit en hoe die verschillen zijn gewogen. Om die zorgvuldigheid te vergroten kan de burgemeester zich laten adviseren door externe en interne specialisten, zoals bijvoorbeeld de politie, instellingen gespecialiseerd in (gok)verslavingsproblematiek en interne afdelingen zoals Vergunningen, Toezicht en Handhaving, Economische Zaken en Verkeer.
Het eerste lid specificeert de criteria die van belang zijn voor de vergelijkende inhoudelijke toets. Van belang zijn de kwaliteit van het ondernemingsplan, het veiligheidsplan, het preventieplan ter voorkoming van verslaving en de mate en omvang waarin de speelautomatenhal onderdeel uitmaakt van een breder leisureconcept.
Het ondernemingsplan geeft inzicht in het concept van de speelautomatenhal, de wijze van exploitatie als ook de financiële haalbaarheid van de onderneming. Het dient te laten zien dat er bestaansrecht wordt verwacht en de onderneming gedegen geëxploiteerd wordt.
Het veiligheidsplan dient ertoe te inventariseren met welke risico’s de exploitant rekening houdt bij de exploitatie van een speelautomatenhal. De komst van een speelautomatenhal kan effect hebben op de openbare orde, de veiligheid en het woon- en leefklimaat. Van een exploitant wordt verwacht dat deze zich daar bewust van is en verantwoordelijkheid neemt om die belangen te beschermen. Een exploitant dient dan ook maatregelen te beschrijven die hij neemt ter bescherming van deze belangen. De burgemeester beoordeelt de volledigheid van de risico-inventarisatie, de voorgestelde maatregelen als ook de impact op de omgeving. De burgemeester houdt bij de beoordeling rekening met de omgeving van de speelautomatenhal, het karakter van de straat en de wijk en de reeds bestaande spanning op de openbare orde en/of het woon- en leefklimaat.
Het preventieplan ziet op het verminderen van het risico op verslaving. De exploitant dient te beschrijven dat hij zich bewust is van het risico, als ook de maatregelen die hij neemt om signalen van verslaving te herkennen, de wijze hoe daarbij gehandeld wordt, als ook zijn bijdrage aan de behandeling van de verslaving. In het laatste geval kan gedacht worden aan het verwijzen naar verslavingszorg, het aanbieden van informatie of een, al dan niet vrijwillig, toegangsverbod. Op grond van artikel 4a van de Wet op de kansspelen bezit een exploitant van een speelautomatenhal een zorgplicht en het preventieplan dient duidelijkheid te geven hoe hij daaraan invulling geeft.
De mate en omvang waarin de speelautomatenhal onderdeel uitmaakt van een breder leisureconcept ziet op de verwachting dat bij een dergelijk concept de doelgroep vooral ouder publiek betreft. Op die manier staat niet het gokken of spelen op zichzelf, maar maakt het onderdeel uit van het totale aanbod van vermaak en vrijetijdsbesteding van bezoekers. Bezoekers hebben daarmee keuze in het soort vermaak als ook in de afwisseling van het soort vermaak. Hierdoor hoeven bezoekers niet constant aanwezig te zijn in een speelautomatenhal en kunnen daardoor korter blootgesteld worden aan het risico op gok- en speelverslaving. Een op zichzelf staande speelautomatenhal zal uitsluitend een aantrekkende werking hebben op het gokken of spelen. Vooral in het kader van de verslavingsproblematiek is een dergelijke werking ongewenst.
Daarnaast wordt aangenomen dat bij een breder leisureconcept een grotere mate van sociale controle ontstaat, wat ten goede komt van de openbare orde en veiligheid en het omliggende woon- en leefklimaat. Ook wordt waarde gehecht aan dat de deelnemende ondernemers van het leisureconcept via onderlinge samenwerking de inzet op onder andere toezicht, bewaking, verkeersstromen en schoonmaak kunnen organiseren.
Bij de beoordeling van dit criterium wordt dan ook stil gestaan bij de diversiteit in aanbod van vermaak en vrijetijdsbesteding als ook bij onderlinge afspraken en samenwerking in relatie tot een adequate exploitatie van het (gehele) leisureconcept en de zorg voor- en veiligheid van de bezoekers in de inrichting en zorg voor de directe omgeving van de inrichting.
In het derde lid wordt beschreven hoe de burgemeester per criterium uit de vergelijkende inhoudelijke toets zijn punten verdeelt. Het aantal te vergeven punten hangt af van het aantal deelnemende aanvragen. De gekozen puntenverdeling dwingt de burgemeester om per criterium de plannen te rangschikken van ‘beste’ naar ‘minst goede’, waarbij het beste plan de meeste punten krijgt en het ‘minst goede’ plan de minste.
Artikel 6: Verlening vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal
Dit artikel beschrijft de wijze van de feitelijke verlening van de vergunning. De vergunning wordt verleend aan die aanvrager die de meeste punten toebedeeld heeft gekregen uit de vergelijkende inhoudelijke toetsing.
Als er meerdere aanvragers zijn met hetzelfde totaal aantal punten uit de vergelijkende inhoudelijke toetsing, wordt er doorslaggevende betekenis gegeven aan de puntentoekenning van het veiligheidsplan.
Vanzelfsprekend zijn de eerste twee leden uitsluitend van toepassing indien er daadwerkelijk een vergelijkende inhoudelijke toets plaatsvindt. In het geval de inhoudelijke toets niet noodzakelijk blijkt, bepaalt het derde lid dat de vergunning dan wordt verleend aan de partij die voldoet aan de toetsing van de weigeringsgronden (fase 1–toets).
Artikel 7: Indieningsvereisten aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal
In dit artikel is opgenomen welke stukken en informatie aangeleverd moet worden bij een aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een gamecentrum.
In lid 1 onder j is opgenomen dat de aanvrager een Bibob-vragenformulier moet invullen.
Als er vervolgens een aanleiding is, bij voorbeeld op basis van signalen van partners uit het RIEC-samenwerkingsverband of uit eigen informatie, kan besloten worden een nader Bibob-onderzoek te starten. Dit – in tegenstelling tot bij een speelautomatenhal - zogeheten signaalgestuurd onderzoek doen, past bij de aard van een gamecentrum, zoals voorgestaan wordt in Amersfoort: een inrichting met alleen maar behendigheidsautomaten en waar uitsluitend gespeeld kan worden om extra tijd of extra spelen en niet om prijzen, bonnetjes of geld.
Artikel 9: Inwerkingtreding nieuwe regels en intrekking oude regels
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-61216.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.