Instellingsbesluit en inrichtingsplan Haagse Markt

Dit besluit is eerder gepubliceerd op 26 augustus 2022 (Gemeenteblad 2022, 387257) waarbij de bijlagen niet juist zijn opgenomen in het besluit. Met de publicatie van dit besluit wordt deze omissie hersteld.

 

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

gelet op:

 

  • -

    artikel 160 lid 1, aanhef en onder g van de Gemeentewet;

  • -

    artikel 3 van de Marktverordening Den Haag 2016;

 

overwegende dat:

 

  • -

    de afdeling Markten recent aan de marktkamer van de Haagse markt aan de Herman Costerstraat en de Adviescommissie Haagse markten heeft voorgesteld de Haagse markt aan de Herman Costerstraat (opnieuw) in te richten teneinde formeel vast te leggen in een inrichtingsplan met bijbehorende inrichtingstekening wat de actuele inrichting van deze markt is;

  • -

    de in artikel 1:2 onder a. van het Marktreglement Den Haag 2016 vastgelegde marktdagen van de Haagse markt ook op grond van artikel 160 lid 1, aanhef en onder g van de Gemeentewet ingesteld dienen te worden;

  • -

    er reeds een participatietraject met de marktkamer van de Haagse markt aan de Herman Costerstraat heeft plaatsgevonden;

  • -

    uit dit participatietraject bijgevoegd inrichtingsplan met bijbehorende inrichtingstekening is voortgevloeid;

  • -

    de marktondernemers c.q. vergunninghouders van de Haagse markt vertegenwoordigd zijn in de marktkamer;

  • -

    de Adviescommissie Haagse markten positief heeft geadviseerd ten aanzien van genoemd inrichtingsplan;

  • -

    het (opnieuw) inrichten van de Haagse markt de basis vormt voor de nieuwe marktvergunningen met daarin opgenomen de vastgestelde afmetingen van de standplaatsen;

  • -

    er daardoor een duidelijke grondslag is voor het heffen van het marktgeld op grond van de vigerende Verordening Marktgelden Den Haag;

  • -

    het inrichtingsplan de kaders bevat waarbinnen de Haagse markt gehouden wordt en dat dit van belang is voor een eventuele toekomstige verzelfstandiging van deze markt;

  • -

    door het (opnieuw) inrichten van de Haagse markt meer uniformiteit en duidelijkheid voor de marktondernemers ontstaat en de markt meer aantrekkingskracht krijgt voor consumenten van de markt;

 

besluit:

  • I.

    op grond van artikel 160 lid 1, aanhef en onder g van de Gemeentewet de volgende marktdagen in Den Haag in te stellen:

    elke maandag, woensdag, vrijdag en zaterdag van 8:45 uur – 17:00 uur op het marktterrein aan de Herman Costerstraat;

 

  • II.

    op grond van artikel 3 van de Marktverordening het hierbij gevoegde inrichtingsplan met bijbehorende inrichtingstekening voor de Haagse markt aan de Herman Costerstraat in Den Haag vast te stellen;

 

  • III.

    de volgende besluiten in te trekken:

    alle besluiten tot het instellen van marktdagen en het inrichten van een markt aan de Herman Costerstraat in Den Haag, die door of namens het college van burgemeester en wethouders of door of namens de burgemeester zijn genomen op grond van artikel 160 lid 1, aanhef en onder g van de Gemeentewet en artikel 3 van de Marktverordening Den Haag 2016 of oudere en inmiddels ingetrokken wetgeving, af te schaffen en in te trekken;

 

  • IV.

    dat dit besluit in werking treedt op de dag na uitgifte in het Gemeenteblad.

 

 

Toelichting

 

De afdeling Markten (hierna: Markten) heeft -na afstemming met de marktkamer van de Haagse markt aan de Herman Costerstraat- recent de Haagse markt aan de Herman Costerstraat (opnieuw) ingericht. Aanleiding hiertoe is de wens om formeel vast te leggen in een inrichtingsplan wat de actuele inrichting van deze markt is. De marktdagen van de Haagse markt zijn vastgelegd in artikel 1:2 aanhef en onder a. van het Marktreglement Den Haag 2016. Deze marktdagen dienen echter ook op grond van artikel 160 lid 1, aanhef en onder g van de Gemeentewet ingesteld te worden. Daartoe dient onderhavig instellingsbesluit.

 

Het (opnieuw) inrichten van de Haagse markt vormt de basis voor de nieuwe marktvergunningen met daarin opgenomen de afmetingen van de vergunde standplaatsen. Daardoor is er een duidelijke grondslag voor het heffen van het marktgeld op grond van de vigerende Verordening Marktgelden Den Haag. Mocht in de toekomst besloten worden de Haagse markt te verzelfstandigen, dan is het noodzakelijk om de basis op orde te hebben. Het inrichtingsplan vormt namelijk de kaders waarbinnen deze markt gehouden wordt en dat is essentieel voor een eventuele toekomstige verzelfstandiging van de Haagse markt.

 

Verder wordt door het (opnieuw) inrichten van de Haagse markt deze markt aantrekkelijker gemaakt voor de marktondernemers omdat er meer gestreefd wordt naar uniformiteit en duidelijkheid voor de marktondernemers. Ook wordt door de herinrichting van de markt gestreefd naar het aantrekken van meer consumenten voor de Haagse markt. Dit leidt naar verwachting tot een toename van het aantal bezoekers op deze markt.

 

Het proces (opnieuw) inrichten van de Haagse markt is als volgt uitgevoerd. Allereerst is voor de Haagse markt bekeken wat de knelpunten zijn. De knelpunten zijn besproken met vertegenwoordigers van de marktondernemers in meerdere overleggen van de betreffende marktkamer. Daar is een wenselijke situatie voor de inrichting van de Haagse markt uit voortgekomen, die ook is besproken met vertegenwoordigers van de marktondernemers in de marktkamer. Het inrichtingsplan en de bijbehorende inrichtingstekening voor de Haagse markt, zoals die na het participatieproces met de marktondernemers tot stand zijn gekomen, zijn in de bijlagen bij onderhavig besluit opgenomen.

 

Bijlage: Inrichtingsplan marktterrein Herman Costerstraat

 

Artikel 1. Opstelling en indeling marktterrein

  • 1.

    De opstelling en de indeling van de markt is weergeven op de kaart, bijgevoegd in bijlage 1 van dit inrichtingsplan. Op deze kaart staan ook de grenzen en gebieden aangegeven die bestemd zijn voor de markt. De afmetingen en de oppervlakte per standplaats vloeien voort uit de marktvergunningen.

  • 2.

    De twee hoofdingangen bevinden zich aan de oost- en westkant van het marktterrein, de Hoefkade (oost; Poort K) en het Hobbemaplein (west; Poort A).

  • 3.

    Vanuit de Herman Costerstraat zijn er acht kleine doorgangen/poorten die uitkomen op het marktterrein. Deze bevinden zich bij de poorten/tussen de standplaatsen:

    Poort B – bij standplaats 6.01;

    Poort C – tussen standplaatsen 6.15 en 6.16;

    Poort D – tussen standplaatsen 6.24 en 6.25;

    Poort E – tussen standplaatsen 6.38 en 6.39;

    Poort F – tussen standplaatsen 6.47 en 6.48;

    Poort G – tussen standplaatsen 6.61 en 6.62;

    Poort H – tussen standplaatsen 6.76 en 6.77; en

    Poort J – bij standplaats 6.91.

  • 4.

    De markt bestaat uit zes rijen met verkoopruimtes met steeds tussen twee rijen in een looppad dat parallel ligt aan de verkoopruimtes. In totaal bevinden zich drie lange looppaden op het marktterrein, tussen de rijen 1 en 2, 3 en 4, 5 en 6.

  • 5.

    De dwarspaden op het marktterrein grenzen aan de doorgangen, zoals benoemd in lid 3.

  • 6.

    Er bevinden zich, langs de trambaan aan de Heemstraat, 3 nooduitgangen: tussen standplaats 1.15 en 1.17 (Poort N), naast standplaats 1.42 (Poort M) en tussen standplaats 1.70 en 1.72 (Poort L).

  • 7.

    Het is verboden de hoofdingangen dan wel de doorgangen/poorten zoals bedoeld in het tweede en derde lid van dit inrichtingsplan, op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren.

 

Artikel 2. Vaste standplaatsen

  • 1.

    Er zijn 531 vaste standplaatsen beschikbaar op het marktterrein.

  • 2.

    De vaste standplaatsen zijn ingedeeld in zes rijen.

    a. Rij 1 tot en met 5 en de standplaatsen 6.77 tot en met 6.91 betreffen de standplaatsen met opslagunit.

    b. In rij 6 bevinden zich de standplaatsen zonder opslagunits (open unit). Dit betreffen de standplaatsen 6.01 tot en met 6.76.

    c. In rij 6 zijn de standplaatsen 6.77 tot en met 6.91 toegewezen aan Branche 1 (Verse vis, schaal- en schelpdieren). In de standplaatsen 5.71 tot en met 5.84 is verkoop uit Branche 1 (Verse vis, schaal- en scheldieren) eveneens toegestaan als de hiervoor benodigde voorzieningen door de betreffende vergunninghouders zijn getroffen.

  • 3.

    De standplaatsen bestaan uit een voorruimte (en bij kopplaatsen ook een zijruimte aan een dwarspad) onder een luifel en daarachter een achterruimte of een opslagunit. Over de voorruimte en zijruimte onder de luifel wordt marktgeld geheven. Voor de opslagunits, zoals benoemd in artikel 2 lid 2, sub a, en de achterruimte van de open units, zoals benoemd in artikel 2 lid 2, sub b, wordt tevens een huurovereenkomst afgesloten.

  • 4.

    Bij standplaatsen in rij 1 waar ruimte is voor een zij-uitpak, zoals aangegeven op de bijgevoegde kaart, kan het college deze zij-uitpak vergunnen als uitbreiding van de reeds vergunde standplaats.

  • 5.

    Indien gebruik wordt gemaakt van verkooptafels, dan dienen deze gehuurd te worden bij de door burgemeester en wethouders aangewezen partij. Het gebruik van eigen tafels is mogelijk, mits deze buiten de markttijden niet op het marktterrein achter gelaten worden en daar een ontheffing voor is aangevraagd en verleend.

 

Artikel 3. Flexplaatsen

  • 1.

    Er zijn 15 flexplaatsen beschikbaar op het marktterrein. Deze flexplaatsen staan op de kaart aangegeven als FP-S, bijgevoegd in bijlage 1 van dit inrichtingsplan.

  • 2.

    Er is één flexplaats beschikbaar op het marktterrein voor algemene (markt)doeleinden. Deze flexplaats is op de kaart aangegeven als Flexplaats A, 1.40A, bijgevoegd in bijlage 1 van dit inrichtingsplan.

  • 3.

    Deze flexplaats bevindt zich in rij 1, naast standplaats 1.40.

  • 4.

    Onder algemene (markt) doeleinden wordt onder andere verstaan: goede doelen, activiteiten ten behoeve van feestdagen, promotie van de Haagse Markt.

  • 5.

    De flexplaats voor algemene (markt)doeleinden wordt op incidentele basis uitgegeven.

  • 6.

    De flexplaats dient met eigen materiaal ingenomen te worden, zulks ter beoordeling aan het college, waarbij -indien nodig- voorschriften en beperkingen gesteld kunnen worden in de marktvergunning voor de flexplaats conform artikel 9 van de Marktverordening.

 

 

Bijlage 1:

 

Den Haag, 23 augustus 2022

Het college van burgemeester en wethouders,

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

de burgemeester,

Jan van Zanen

Naar boven