Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026

De raad van de gemeente Texel

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025 ;

 

gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening Texel 2021.

 

Besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van Parkeerbelastingen Gemeente Texel 2026.

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

Begrip

Uitleg

Parkeren

Het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in-of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk lade of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.

Motorvoertuigen

Hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990.

Houder

Degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven.

Parkeerapparatuur

Parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.

Centrale computer

Computer van het bedrijf waarmee de gemeente Texel een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3. Belastingplicht

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat;

      • als een voor ten hoogste 3 maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

      • als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van de vergunninghouder.

Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5. Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werkingstellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van Burgemeester en wethouders gesteld voorschriften.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

  • 3.

    Bij voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.

  • 4.

    In het geval van een dag-, maand- of jaarvignet wordt onder voldoening op aangifte tevens verstaan het vooraf, op de door het college van burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze, aanschaffen en registreren van het vignet, waarbij het kenteken van het motorvoertuig wordt opgegeven.

Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7. Termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen 30 dagen na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 4.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd, gebeurt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 9. Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82,00

Artikel 10. Vrijstelling

  • 1.

    Van het betalen van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2 van deze verordening zijn vrijgesteld de gebruikers van voertuigen van hulpverleningsdiensten.

  • 2.

    De belasting wordt niet geheven over een voertuig dat rechtmatig geparkeerd staat op een gehandicaptenparkeerplaats.

Artikel 11. Overgangsrecht

De Verordening op de heffing en de invordering parkeerbelasting 2025 van 18 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13 het tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 13. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting gemeente Texel 2026.

 

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Texel,

17 december 2025.

Voorzitter, Griffier,

M. Pol M. de Porto

Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij de Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026

Nr.

Omschrijving

 

Tarief

1a

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur op een parkeerplaats waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van deze Verordening en Hoofdstuk 1 van het Aanwijzingsbesluit parkeren Texel 2024 bedraagt per 60 minuten

5,00

 

met een minimumbetaling van

1,00

1b

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur op een parkeerplaats waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van deze Verordening en Hoofdstuk 1 van het Aanwijzingsbesluit parkeren Texel 2024 bedraagt

 

 

 

voor een Texelvignet met een geldigheidsduur van een jaar voor het parkeren op alle gefiscaliseerde parkeerterreinen

40,00

 

voor een Texelvignet met een geldigheidsduur van een week voor het parkeren op alle gefiscaliseerde parkeerterreinen

30,00

 

voor een Texelvignet met een geldigheidsduur van een dag voor het parkeren op alle gefiscaliseerde parkeerterreinen

20,00

2

Het tarief als bedoeld in artikel 1, van het Aanwijzingsbesluit parkeren Texel 2024 bedraagt:

 

 

2a

voor een bewoner

12,50

2b

voor het parkeren op een gereserveerde parkeerplaats op kenteken:

329,00

 

Naar boven