Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 575293 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 575293 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2025
De regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen wordt geactualiseerd. Die actualisatie is nodig om planologische uitgangspunten uit bijvoorbeeld raadsbesluiten te borgen. Daarmee kunnen afspraken die bij de planvorming of gebiedsontwikkeling zijn gemaakt over bijvoorbeeld parkeervoorzieningen of vergunningen worden nagekomen, zo ook voor wat betreft de Binckhorst.
De Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2025 is nu tevens in lijn met beleid, zoals bijvoorbeeld de Parkeerstrategie 2021-2030, en klaar voor de invoering van het nieuwe parkeervergunningensysteem (PVS). Een vernieuwde regeling voor de VvE-vergunning, opgesteld in samenspraak met gebruikers, is eveneens opgenomen.
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de artikelen 2:1, 2:2, 5:8 en 5:9, tweede lid, van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022,
besluit vast te stellen de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2025.
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
Hoofdstuk 2 Aanwijzing parkeerbelastingen en toepassing wielklem
Artikel 2.1 Aanwijzing plaatsen
Als wegen, weggedeelten en terreinen waarop tegen betaling van parkeerbelastingen mag worden geparkeerd, worden aangewezen de in Bijlage 1 genoemde wegen, weggedeelten en terreinen.
Als tijden waarop tegen betaling van parkeerbelastingen mag worden geparkeerd, worden aangewezen de in Bijlage 1 genoemde tijden.
Artikel 2.3 Aanwijzing wielklem
Als wegen, weggedeelten en terreinen waar de wielklem wordt toegepast, worden aangewezen de in Bijlage 1 genoemde wegen, weggedeelten en terreinen.
Hoofdstuk 3 Bijzondere parkeerregelingen
Artikel 3.1 Winkelstraatregeling
Als plaatsen waar een winkelstraatregeling van kracht is, worden aangewezen de in Bijlage 1 genoemde wegen, weggedeelten en terreinen.
Als plaatsen waar een groengele zone van kracht is, worden aangewezen de in Bijlage 1 genoemde wegen, weggedeelten en terreinen.
Hoofdstuk 4 Gereserveerde parkeerplaatsen
Paragraaf 4.1 Algemene bepalingen
Artikel 4.1.1 Aanwijzing categorieën belanghebbenden
Het college kan parkeerplaatsen aanwijzen die uitsluitend bestemd zijn voor het parkeren van motorvoertuigen voor de volgende categorieën belanghebbenden:
Artikel 4.1.2 Algemene bepaling
Het college legt geen gereserveerde parkeerplaats aan in een gebied:
a. waar geen openbare parkeerplaatsen aanwezig zijn;
b. dat is afgesloten voor het doorgaand verkeer of waar een parkeerverbod geldt;
c. dat is aangewezen als autovrije zone; of
d. in een gebied waar een winkelstraatregeling of groengele zone geldt.
Paragraaf 4.2 Procedure aanwijzing gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen
Artikel 4.2.1 Algemene bepaling gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen
Het college legt geen gereserveerde parkeerplaats aan in een gebied:
a. waar geen openbare parkeerplaatsen aanwezig zijn;
b. dat is afgesloten voor het doorgaand verkeer of waar een parkeerverbod geldt;
c. dat is aangewezen als autovrije zone; of
d. in een gebied waar een winkelstraatregeling of groengele zone geldt.
Artikel 4.2.2 Individuele gehandicaptenparkeerplaatsen - algemeen
Het college kan op aanvraag bij verkeersbesluit een gereserveerde individuele gehandicaptenparkeerplaats bij een woonadres of een werkadres reserveren, als de aanvrager:
a. in het bezit is van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders of passagiers;
b. volgens de basisregistratie personen is ingeschreven in Den Haag op het adres waarop de aanvraag betrekking heeft, tenzij de aanvraag betrekking heeft op een gehandicaptenparkeerplaats bij het werkadres;
c. in het bezit is van een in Nederland geldig rijbewijs, tenzij de aanvraag betrekking heeft op een gehandicaptenparkeerplaats voor passagiers; en
d. houder, huurder of gebruiker is van het motorvoertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
Als een aanvrager in Den Haag is komen te wonen en een gehandicaptenparkeerplaats aanvraagt, overlegt de aanvrager de beoordelingsgegevens als deze zijn afgegeven door de keurende instantie in zijn voormalige woonplaats, teneinde deze gegevens mee te nemen in de beoordeling voor het wel of niet toekennen van de gehandicaptenparkeerplaats.
De individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt gereserveerd door plaatsing van bord E6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) met een onderbord waarop ten hoogste een kenteken staat vermeld en, als de parkeerplaats bij het werkadres is gelegen, een onderbord met werkingstijden van het bord E6.
Het college kan het verkeersbesluit, waarbij een individuele gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd, intrekken, als degene ten behoeve van wie de parkeerplaats is gereserveerd:
b. niet langer voldoet aan de gestelde voorwaarden; of
c. in strijd handelt met de aan het gebruik van de parkeerplaats gestelde voorschriften.
Artikel 4.2.3 Individuele gehandicaptenparkeerplaats - ten behoeve van bestuurders
In afwijking van het tweede lid kan het college een gehandicaptenparkeerplaats reserveren, als sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden of aantoonbare ernstige beperkingen, anders dan loopbeperkingen. De aanvrager overlegt bij de aanvraag een verklaring van een specialist of een advies van de Wmo- of zorgconsulent. De door het college aangewezen keuringsinstantie/ keuringsarts adviseert het college over de verklaring en de toepasselijkheid van de sociaal-medische gronden.
Het college wijst de aanvraag af als de aanvrager beschikt of kan beschikken over een parkeergelegenheid op eigen terrein, met dien verstande dat de parkeergelegenheid op eigen terrein zich niet verder van de voordeur van de woning van de aanvrager bevindt dan de ten hoogste in het geneeskundige onderzoek vastgestelde loopafstand van 50 meter
Artikel 4.2.4 Individuele gehandicaptenparkeerplaats - ten behoeve van passagiers
Het college besluit een gehandicaptenparkeerplaats te reserveren als uit het geneeskundig onderzoek, als bedoeld in artikel 4.2.5, blijkt dat de aanvrager:
a. met of zonder hulpmiddelen ten hoogste 50 meter kan afleggen;
b. een (tijdelijke) loopbeperking heeft die langer duurt dan 1 jaar;
c. niet beschikt of kan beschikken over een rolstoel of ander hulpmiddel waarmee de afstand tussen de woning en het voertuig kan worden overbrugd; of
d. de gezondheidstoestand van de verzorgende partner of huisgenoot van de aanvrager niet toelaat dat deze de aanvrager begeleidt bij het in- en uitstappen of duwen van een rolstoel.
Het college wijst de aanvraag af als de aanvrager beschikt of kan beschikken over een parkeergelegenheid op eigen terrein, met dien verstande dat de parkeergelegenheid op eigen terrein zich niet verder van de voordeur van de woning van de aanvrager bevindt dan de ten hoogste in het geneeskundige onderzoek vastgestelde loopafstand van 50 meter.
Het college besluit bij een aanvraag van een persoon tot 25 jaar een gehandicaptenparkeerplaats te reserveren als uit het medisch advies blijkt dat:
a. de aanvrager niet alleen bij de woning kan achterblijven als de ouder of verzorger het voertuig ophaalt of parkeert; of
b. er zwaarwegende sociaal-medische gronden aanwezig zijn waarvoor een individuele gehandicaptenparkeerplaats voor passagiers noodzakelijk is.
In afwijking van het achtste lid kan het college een gehandicaptenparkeerplaats reserveren, als sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden of aantoonbare ernstige beperkingen, anders dan loopbeperkingen. De aanvrager overlegt bij de aanvraag een verklaring van een specialist of een advies van de Wmo- of zorgconsulent. De door het college aangewezen keuringsinstantie/ keuringsarts adviseert het college over de verklaring en de toepasselijkheid van de sociaal-medische gronden.
Artikel 4.2.5 Geneeskundig onderzoek
De kosten voor het geneeskundig onderzoek met betrekking tot zowel de handicap van de aanvrager als de noodzaak voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats komen voor rekening van de aanvrager. Als de kosten niet of niet tijdig zijn betaald, kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen.
Artikel 4.2.6 Verkeerstechnisch onderzoek
Bij dit onderzoek wordt onderzocht:
a. of de aanvrager beschikt of kan beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein;
b. of de aanvrager beschikt of kan beschikken over parkeergelegenheid op het terrein op van het werkadres;
c. het aantal beschikbare parkeerplaatsen en de parkeerdruk in de straat of het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft; en
d. de beoogde locatie van de aan te leggen individuele gehandicaptenparkeerplaats, rekening houdend met de verkeersveiligheid.
De aanvrager komt in aanmerking voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats indien uit het onderzoek blijkt dat binnen de maximale loopafstand op ten minste twee van de drie meetmomenten geen parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Als norm voor het vaststellen van beschikbare parkeerplaatsen wordt uitgegaan van:
a. geen beschikbare parkeerplaatsen: van nul tot drie beschikbare parkeerplaatsen; of
b. als voldoende beschikbare parkeerplaatsen wordt gezien: drie of meer beschikbare parkeerplaatsen.
Artikel 4.2.7 Huisartsen en verloskundigen
Als de praktijk een verzamelpraktijk of voltijds praktiserende huisartsen onder één dak is, dan geldt het volgende:
a. bij 1 tot en met 3 voltijds huisartsen heeft de praktijk recht op maximaal 1 gereserveerde parkeerplaats;
b. bij 4 tot en met 6 voltijds huisartsen heeft de praktijk recht op maximaal 2 gereserveerde parkeerplaatsen;
c. bij 7 tot en met 10 voltijds huisartsen heeft de praktijk recht op maximaal 3 gereserveerde parkeerplaatsen;
d. bij 10 of meer voltijds huisartsen heeft de praktijk recht op maximaal 4 gereserveerde parkeerplaatsen.
Artikel 4.2.8 Ambassades en internationale organisaties
Het college kan besluiten tot het reserveren van een parkeerplaats voor een ambassade, een residentie van de ambassadeur of head of mission of een internationale organisatie, als uit het verkeerstechnisch onderzoek blijkt dat:
a. er onvoldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving is; en
b. er niet op een eigen parkeerplaats van de ambassade, residentie of organisatie kan worden geparkeerd.
In geval van reservering voor een ambassade of internationale organisatie wordt de parkeerplaats gereserveerd door plaatsing bij verkeersbesluit van bord E8 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord waaruit blijkt dat de parkeerplaats uitsluitend voor voertuigen van het Corps Diplomatique (CD) is bestemd.
Hoofdstuk 5 Algemene bepalingen parkeervergunningen
Artikel 5.1 Aanvragen en geldigheid
Artikel 5.2 Gelijkstelling met eigenaar/houder
Met de eigenaar of houder van een motorvoertuig als bedoeld in de Verordening wordt gelijkgesteld degene die op grond van een huurovereenkomst of een leasecontract kan aantonen dat hij het gebruik heeft van dat motorvoertuig, met dien verstande dat een dergelijke overeenkomst nog ten minste drie maanden geldig is.
Het college weigert een parkeervergunning als:
a. de aanvraag niet voldoet aan de gestelde voorwaarden;
b. bij een aanvraag na een eerdere intrekking van een parkeervergunning geen wijziging is in de omstandigheden die hebben geleid tot de intrekking van de parkeervergunning;
c. de aanvrager de verschuldigde parkeerbelasting van een eerder verleende parkeervergunning niet heeft betaald;
d. het maximumaantal parkeervergunningen op het betreffende woonadres, voor het betrokken bedrijf of de betrokken instelling is verleend; of
e. het vergunningenplafond voor het betreffende vergunninggebied is bereikt, tenzij de aanvraag een eerste bewonersvergunning betreft.
Artikel 5.4 Bouwontwikkelingen
Onverminderd het bepaalde in artikel 5.1.3 weigert het college een parkeervergunning aan bewoners en bedrijven, in geval van nieuwbouw, sloop- en nieuwbouw, en functiewijzigingen van gebouwen, waarvoor het college na 1 januari 2022 een omgevingsvergunning heeft verleend en waarbij parkeerplaatsen op eigen terrein zijn aangelegd.
Het college kan in afwijking van het eerste lid adressen aanwijzen waar bewoners en bedrijven in aanmerking komen voor een parkeervergunning, als de parkeerplaatsen die op grond van de geldende autoparkeernormen zijn vereist voor de bouwontwikkeling of functiewijziging geheel of gedeeltelijk in de openbare ruimte liggen of worden gerealiseerd.
Het college houdt een openbare overzichtslijst bij waarop de adressen die zijn uitgesloten van een of meer soorten parkeervergunningen overeenkomstig de voor die adressen van toepassing zijnde autoparkeernormen. Deze overzichtslijst wordt tevens digitaal beschikbaar gesteld en is voor het publiek via internet te raadplegen.
Artikel 5.5 Parkeerplaats op eigen terrein
Als een parkeerplaats op eigen terrein (POET) wordt aangemerkt:
a. een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats behorend bij het woonadres; of
b. een parkeergelegenheid die is bestemd voor één of meer motorvoertuigen, behorend bij of is toegewezen aan een gebouw of gebouwencomplex en, als het om een solitaire parkeergelegenheid gaat, ten minste 2,35 meter breed en 5 meter diep is en een doorgang heeft van ten minste 2 meter breed.
Als een parkeerplaats op eigen terrein (POET) wordt tevens aangemerkt:
a. de parkeerplaats die feitelijk niet als parkeerplaats wordt gebruikt;
b. de parkeerplaats die door verhuur of verkoop niet meer door de aanvrager te gebruiken is; of
c. de parkeerplaats krachtens een omgevingsvergunning die het college na 1 januari 2022 heeft verleend en die van bestemming of functie is gewijzigd.
Het college houdt een openbare overzichtslijst bij waarop de adressen die zijn uitgesloten van een of meer soorten parkeervergunningen overeenkomstig de voor die adressen van toepassing zijnde autoparkeernormen. Deze overzichtslijst wordt tevens digitaal beschikbaar gesteld en is voor het publiek via internet te raadplegen.
Artikel 5.6 Algemene regels gebruik parkeervergunning
Artikel 5.7 Intrekkingsgronden
Het college kan een parkeervergunning intrekken wanneer:
a. de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend;
b. er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
c. voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
d. de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;
e. de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
f. blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
g. er sprake is van redenen van openbaar belang; of
h. wanneer op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang van de verkeersveiligheid of het gemeentelijk beleid betreffende parkeerregulering.
Hoofdstuk 6 Parkeervergunningsoorten
Artikel 6.1 Bewonersvergunning
Het college kan een bewonersvergunning verlenen aan een bewoner die:
a. in een vergunninggebied woont;
b. houder of berijder van een motorvoertuig is;
c. niet over een parkeergelegenheid op eigen terrein kan beschikken;
d. niet woont in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een reductie van de autoparkeervraag is toegepast of een vrijstelling van de autoparkeereis is verleend; en
e. niet woont in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor geen bewonersvergunning wordt verleend, blijkende uit:
i. een vastgestelde norm of regel die van toepassing is op het vergunninggebied waarin dit gebouw of gebouwencomplex ligt;
ii. de bouw- of omgevingsvergunning(en) van dit gebouw of gebouwencomplex; of
iii. een (anterieure) overeenkomst betreffende dit gebouw of gebouwencomplex waarbij de gemeente partij is.
In afwijking van het eerste lid kan het college ten hoogste één bewonersvergunning verlenen aan een bewoner die berijder van een motorvoertuig is, dat niet door een autodeelorganisatie wordt aangeboden, op basis van de door de gemeente voorgeschreven schriftelijke ‘Berijdersverklaring/autodeelverklaring’ (particulieren), en het motorvoertuig deelt met een persoon die woont in een ander vergunninggebied of in een gemeente direct grenzend aan Den Haag.
Een tweede of derde bewonersvergunning kan worden verleend als:
a. op het adres van de aanvrager al een eerste, respectievelijk tweede, bewonersvergunning is verleend;
b. de aanvrager niet over een parkeergelegenheid op eigen terrein voor het tweede, respectievelijk derde, motorvoertuig kan beschikken; of
c. de aanvrager over een solitaire parkeergelegenheid op eigen terrein voor het eerste, respectievelijk tweede, motorvoertuig kan beschikken, voor zover het adres waarvoor de vergunning is aangevraagd binnen de wijken Vogelwijk, Westbroekpark en Duttendel of binnen de buurt Duinzigt is gelegen.
Artikel 6.2 Gehandicaptenvergunning
Het college kan een parkeervergunning verlenen aan een Vereniging van Eigenaren (VvE) die voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. het wooncomplex waarvan de leden van de VvE eigenaar zijn, is gevestigd binnen het vergunningsgebied;
b. het wooncomplex aantoonbaar meer woonadressen bevat dan er parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig zijn;
c. voor het wooncomplex geen reductie van de autoparkeervraag is toegepast en geen vrijstelling van de autoparkeereis is verleend;
d. er geen afspraken zijn gemaakt omtrent parkeren in de bouw- of omgevingsvergunningen, anterieure overeenkomsten of andere rechtsgeldige documenten; en
e. er geen norm of regel van toepassing is die het verlenen van een eerste bewonersvergunning voor het wooncomplex beperkt of uitsluit.
De VvE-vergunning kan uitsluitend worden verstrekt wanneer een parkeerterrein of parkeergarage, die in eigendom is van de leden van de VvE, voorziet in een substantieel deel van de parkeerbehoefte op eigen terrein. Indien het aandeel parkeren op eigen terrein niet eerder is vastgesteld, wordt dit bij het besluit op de aanvraag bepaald.
Artikel 6.4 Bedrijfsvergunning
Het college kan een parkeervergunning verlenen aan een bedrijf dat:
a. volgens het Handelsregister van de KvK in een vergunninggebied is gevestigd met uitzondering van het commerciële gebied rond de Palacepromenade, het Energiekwartier, de Resident en Centraal Station oost;
b. niet is gevestigd in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een reductie van de autoparkeervraag is toegepast of een vrijstelling van de autoparkeereis is verleend;
c. niet over een parkeerplaats op eigen terrein beschikt of kan beschikken; en
d. niet is gevestigd in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor geen bedrijfsvergunning wordt verleend, blijkende uit:
i. een vastgestelde norm of regel die van toepassing is op het vergunninggebied waarin dit gebouw of gebouwencomplex ligt;
ii. de omgevingsvergunning(en) van dit gebouw of gebouwencomplex; of
iii. een (anterieure) overeenkomst betreffende dit gebouw of gebouwencomplex waarbij de gemeente partij is.
Een bedrijfsvergunning kan worden verleend aan een onderneming die activiteiten verricht op of ten behoeve van het water (zoals watersport, passagiersvaart, verhuur van vaartuigen of overige nautische dienstverlening), mits aan de volgende vereisten wordt voldaan:
a. de onderneming is ingeschreven in het Handelsregister van het KvK met een hoofd- of nevenactiviteit die aantoonbaar verband houdt met watersport, nautische dienstverlening of andere watergebonden activiteiten;
b. de onderneming beschikt over een geldige huurovereenkomst of eigendomsbewijs van een ligplaats in de haven binnen het vergunninggebied, waarbij uit de overeenkomst blijkt dat de ligplaats daadwerkelijk wordt gebruikt voor het aanbieden van de geregistreerde activiteiten; en
c. de bedrijfsactiviteiten worden vanaf de betreffende locatie in de haven daadwerkelijk aangeboden of uitgevoerd blijkens de overgelegde stukken.
Het college verleent per vestiging van een bedrijf ten hoogste één vergunning per tweefte’s, als dat bedrijf is gevestigd in:
a. Benoordenhout (gebiedscode 10);
b. Bezuidenhout-Oost + West (gebiedscode 11);
c. Geuzen- en Statenkwartier/Duinoord (gebiedscode 14);
d. Haagse Markt en omgeving (gebiedscode 62);
Artikel 6.5 Parkeervergunning voor onderwijsinstellingen
Artikel 6.6 Functionele vergunning
Artikel 6.7 Functionele vergunning voor free-floating autodelen
Het college verleent een vergunning voor free-floating autodelen uitsluitend als de autodeelorganisatie:
a. een bewijs van inschrijving in het handelsregister van de KvK of een gelijkwaardig register van een andere lidstaat van de Europese Unie, niet ouder dan zes weken, overlegt; en
b. houder is van het motorvoertuig waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.
Artikel 6.7 Autodeelvergunning
Artikel 6.8 Onderhoudsvergunning
De aanvrager overlegt bij de aanvraag:
a. een uittreksel uit het Handelsregister van de KvK, niet ouder dan een jaar, van het onderhouds-, storings- of aannemingsbedrijf; en
b. de opdrachtbevestiging uit hoofde waarvan het bedrijf werkzaamheden verricht en waaruit blijkt dat de opdracht op een adres in gereguleerd gebied wordt uitgevoerd.
Artikel 6.9 Parkeervergunning voor marktkooplieden
Artikel 6.10 Bezoekersvergunning voor bewoners
Het college kan een bezoekersvergunning voor bewoners verlenen aan een bewoner die:
a. in een vergunninggebied woont, met uitzondering van het commerciële gebied rond de Palacepromenade, het Energiekwartier, de Resident en Centraal Station Oost;
b. niet woont in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een reductie van de autoparkeervraag is toegepast of een vrijstelling van de autoparkeereis is verleend; en
c. niet woont in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor geen bezoekersvergunning voor bewoners verleend mag worden, blijkende uit:
i. een vastgestelde norm of regel die van toepassing is op het vergunninggebied waarin dit gebouw of gebouwencomplex ligt;
ii. de bouw- of omgevingsvergunning(en) van dit gebouw of gebouwencomplex; of
iii. een (anterieure) overeenkomst betreffende dit gebouw of gebouwencomplex waarbij de gemeente partij is.
Met de vergunning kan het bezoek van de vergunninghouder in het vergunninggebied van de vergunninghouder parkeren voor ten hoogste:
a. 138 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt tot en met 50 uren per week;
b. 203 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt van 51 tot en met 75 uren per week;
c. 268 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt van 76 tot en met 100 uren per week;
d. 332 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt van 101 tot en met 125 uren per week; of
e. 366 uren per jaar in vergunninggebied Scheveningen (gebiedscode 43).
Artikel 6.11 Mantelzorgvergunning
Artikel 6.12 Bezoekersvergunning voor bedrijven
Het college kan een bezoekersvergunning voor bedrijven verlenen aan een bedrijf dat:
a. volgens het Handelsregister van de KvK in een vergunninggebied is gevestigd met uitzondering van het commerciële gebied rond de Palace Promenade, het Energiekwartier, de Resident en Centraal Station Oost;
b. niet is gevestigd in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een reductie van de autoparkeervraag is toegepast of een vrijstelling van de autoparkeereis is verleend;
c. niet over een parkeerplaats op eigen terrein beschikt of kan beschikken; of
d. niet is gevestigd in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor geen bezoekersvergunning voor bedrijven verlenen wordt verleend, blijkende uit:
i. een vastgestelde norm of regel die van toepassing is op het vergunninggebied waarin dit gebouw of gebouwencomplex ligt;
ii. de omgevingsvergunning(en) van dit gebouw of gebouwencomplex;
iii. een (anterieure) overeenkomst betreffende dit gebouw of gebouwencomplex waarbij de gemeente partij is.
Met de vergunning kan het bezoek van de vergunninghouder in het vergunninggebied van de vergunninghouder parkeren voor ten hoogste:
a. 276 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt tot en met 50 uren per week;
b. 406 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt van 51 tot en met 75 uren per week;
c. 536 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt van 76 tot en met 100 uren per week; of
d. 664 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt van 101 tot en met 125 uren per week.
Artikel 6.13 Parkeervergunning voor religieuze instellingen
Artikel 6.14 Parkeervergunning voor sportverenigingen
Artikel 6.15 Incidentele parkeervergunning
Artikel 6.16 Laadpaalvergunning
Het college kan een laadpaalvergunning verlenen aan een persoon die:
a. bewoner is van een vergunninggebied;
b. houder of berijder van een elektrisch motorvoertuig is; en
c. over een parkeerplaats in een collectieve, inpandige parkeergelegenheid kan beschikken waarvan de beheerder de aanleg en het gebruik van een oplaadvoorziening voor elektrische motorvoertuigen niet toestaat.
Artikel 7.1 Wijze van betalen en betaald parkeren met gebruik van een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel
In afwijking van het eerste lid kan de belastingplichtige de parkeerapparatuur tevens in werking stellen door via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel verbinding te maken met de centrale computer die is bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen. Hiervoor dient de belastingplichtige te zijn geregistreerd bij een aanbieder van betaald-parkeerdiensten die gebruikmaken van telefoon- of datacommunicatie. De belastingplichtige meldt de aanvang van het parkeren door het opgeven van het kenteken van het te parkeren motorvoertuig en de gebiedscode aan de centrale computer. Hij neemt de overige voorwaarden in acht van het bedrijf waarbij belastingplichtige geregistreerd is. Als niet aan voornoemde voorwaarden is voldaan, dan geldt het eerste lid.
Hoofdstuk 8 Evaluatie en wijziging parkeerregulering en hardheidsclausule
Artikel 8.1 Evaluatie en wijziging parkeerregulering
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 november 2025.
De Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 (RIS315991 en RIS322988) wordt ingetrokken.
De bepalingen van de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 blijven van toepassing op vergunningen die voor 1 november 2025 zijn verleend en nog niet zijn verstreken en op vergunningaanvragen die voor deze datum zijn gedaan.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2025.
Plaatsen waar en tijdstippen waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 5:1, onder a, van de verordening mag worden geparkeerd, alsmede terreinen en weggedeelten waar de wielklem wordt toegepast
De per keer mogelijk te betalen parkeertijd kan beperkt zijn, dit is aangegeven in de kolom 'Maximale aanmeldduur'. Als plaats waar en tijdstip waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 5:1, onder a, van de verordening, mag worden geparkeerd en als terreinen en weggedeelten waar de wielklem wordt toegepast, worden aangewezen:
Gebied 8 Archipelbuurt/Zorgvliet
Gebied 12 Bomenbuurt/Regentessekwartier
|
tussen Beeklaan en Thomsonlaan, en tussen Thomsonlaan en Ln van Meerdervoort |
|||||
Gebied 14 Geuzen- en Statenkwartier/Duinoord
|
tussen Hengelolaan en Genemuidenstraat, rijbaan oneven zijde |
|||||
|
tussen Hengelolaan en Genemuidenstraat, rijbaan oneven zijde |
|||||
Gebied 28 Rustenburg en Oostbroek
Gebied 31 Moerwijk (inclusief parkeerterrein Zuiderpark)
Gebied 37 Bloemen-, Vruchten-, Noten- en Heesterbuurt
Gebied 43/80 Scheveningen-Duindorp
Zomerregeling – geldig van 1 april tot 30 september
Winterregeling – geldig van 1 oktober tot 31 maart
Het college van burgemeester en wethouders,
Bent u het niet eens met dit besluit, voor zover daarin krachtens artikel 2:1 van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 plaatsen en tijdstippen voor het parkeren door vergunninghouders zijn aangewezen? En bent u belanghebbende? Dan kunt u een bezwaarschrift indienen. Stuur dit uiterlijk binnen zes weken na de bekendmaking van het besluit naar:
Burgemeester en wethouders van Den Haag
In het bezwaarschrift moet het volgende staan:
een duidelijke omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt (stuur een kopie mee of noem het kenmerk);
dient u namens iemand anders het bezwaar in? Stuur dan een volmacht mee.
Op www.denhaag.nl/bezwaar vindt u meer informatie. Via de site kunt u ook een digitaal bezwaarschrift indienen. Bij een spoedeisend belang kunt u een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de rechtbank Den Haag.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-575293.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.