Normbedragen voor 2026 beleidsregel bekostiging lokalen bewegingsonderwijs

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE GRONINGEN

 

Besluit

I de normvergoedingen als opgenomen in bijlage I van de Beleidsregel bekostiging lokalen bewegingsonderwijs voor 2026 vast te stellen

 

Bijlage. I Grondslag bekostiging voor materiële instandhouding lokalen lichamelijke oefening

 

ALGEMEEN

 

Het college is op grond van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra verantwoordelijk voor het vaststellen van het aantal klokuren waarop de school voor basisonderwijs, de speciale school voor basisonderwijs, de school voor speciaal onderwijs, de school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en de school voor voortgezet speciaal onderwijs aanspraak maakt. De uitgangspunten voor het berekenen van het aantal klokuren zijn onderstaand nader uitgewerkt.

 

BEPALING AANTAL GROEPEN

 

Basisschool

 

Het aantal gymgroepen, zoals bedoeld in Artikel 1, wordt vastgesteld op het aantal formatieplaatsen dat wordt berekend met de volgende formule:

 

G=A+B+C+D:

 

A = 0,05 x het aantal leerlingen in de leeftijd van 4 tot en met 7 jaar op de datum, bedoeld in artikel 14, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO

B = 0,0343 x het aantal leerlingen in de leeftijd van 8 jaar en ouder op de datum, bedoeld in artikel 14, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO

C = 1,5642 – (het aantal leerlingen op de datum, bedoeld in artikel 14, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO, x 0,0115) met dien verstande dat C niet kleiner is dan nul.

D = 0,0179 x het schoolgewicht, bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO, waarbij als teldatum wordt aangemerkt de datum bedoeld in artikel 14, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO.

 

Afronding: De factoren A, B, C en D worden onafgerond gebruikt in de berekening en de factor G wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.

 

De uitkomst van de berekening geeft het totaal aantal formatieplaatsen weer. Om het aantal gymgroepen 6-12-jarigen te bepalen moet Tabel 1 worden gehanteerd. In deze tabel is opgenomen de genormeerde splitsing van het aantal gymgroepen leerlingen in groepen 4- en 5-jarigen en groepen 6- tot en met 12-jarigen voor het bewegingsonderwijs.

 

Tabel 1, Splitsingstabel # groepen leerlingen

 

Aantal gymgroepen

per school (G)

4/ 5-jarigen

6/ 12-jarigen

2

1

1

3

1

2

4

2

2

5

2

3

6

2

4

7

3

4

8

3

5

9

3

6

10

3

7

11

4

7

12

4

8

13

4

9

14

5

9

15

5

10

16

5

11

17

6

11

18

6

12

19

6

13

20

6

14

21

7

14

22

7

15

23

7

16

24

8

16

25

8

17

26

8

18

 

Aantal gymgroepen

per school (G)

4/ 5-jarigen

6/ 12-jarigen

27

9

18

28

9

19

29

9

20

30

9

21

31

10

21

32

10

22

33

10

23

34

11

23

35

11

24

36

11

25

37

11

26

38

12

26

39

12

27

40

12

28

41

13

28

42

13

29

43

13

30

44

14

30

45

14

31

46

14

32

47

14

33

48

15

33

49

15

34

50

15

35

 

Speciale school voor basisonderwijs

 

In bijlage III, deel B, onder B.1.2, van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Groningen is vermeld op hoeveel klokuren bewegingsonderwijs een speciale school voor basisonderwijs maximaal aanspraak kan maken. Het aantal groepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen door de N-factor (bepalend voor de groepsgrootte) die voor een speciale school voor basisonderwijs is vastgesteld op 15. Het verkregen getal wordt alleen naar boven afgerond als het cijfer achter de komma groter is dan 5. In het andere geval wordt het getal naar beneden afgerond.

 

School voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs

 

In bijlage III, deel B, onder B.1.3, van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Groningen is vermeld op hoeveel klokuren bewegingsonderwijs een school voor speciaal onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs maximaal aanspraak kan maken. Het aantal groepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen door de N-factor, die afhankelijk is van de onderwijssoort, zie Tabel 2. Het verkregen getal wordt alleen naar boven afgerond als het cijfer achter de komma groter is dan 5. In het andere geval wordt het getal naar beneden afgerond.

 

Tabel 2, N-factor per onderwijssoort

 

Cluster

Onderwijssoort

N-factor SO

N-factor VSO

1

Visueel gehandicapte leerlingen (VISG)

12

7

Meervoudig gehandicapte kinderen (MG) die ook visueel gehandicapt zijn

7

7

2

Dove kinderen (DO) Meervoudig gehandicapte kinderen (MG) met een van deze handicaps

6

6

Slechthorende kinderen (SH)

12

7

Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden (ESM)

12

7

Meervoudig gehandicapte kinderen (MG) met een van deze handicaps

7 1

72

3

Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG) Meervoudig gehandicapte kinderen (MG) met een van deze handicaps

12

7

Langdurig zieke kinderen (LZ) met een lichamelijke handicap

13

7

Zeer Moeilijk Lerende Kinderen (ZMLK)

12

12

Meervoudig gehandicapte kinderen (MG) met een van deze handicaps

72

72

4

Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen (ZMOK)

12

7

Langdurig zieke kinderen (LZ) anders dan met een lichamelijke handicap

13

7

Kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten (PI)

10

7

 

BEKOSTIGING GEBRUIK LOKALEN BEWEGINGSONDERWIJS BEDRAGEN 2026

 

De bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, derde lid, en 136, eerste en tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en de artikelen 115, derde lid, en 130, eerste en tweede lid, van de Wet op de expertisecentra worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in Tabel 3.

Een bekostigingsbedrag bestaat uit: een vast bedrag en een variabel bedrag per vastgesteld klokuur.

 

De bedragen voor 2026 zijn vastgesteld door het College in zijn vergadering van 16 december 2025, onder zaaknummer 282579-2025.

 

De bedragen bevatten een vergoeding voor:

 

  • -

    Onderhoud van het gebouw, voor zover dit onderhoud niet valt onder het onderhoud als bedoeld in Artikel 3 van deze beleidsregel;

  • -

    De materiële instandhouding;

  • -

    En een vergoeding voor het vervangen en aanpassen van onderwijsleerpakket en meubilair.

De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het stichtingsjaar van het lokaal bewegingsonderwijs en de oppervlakte van de oefenzaal.

 

Tabel 3, Bekostigingsbedragen (per jaar) gebruik lokalen bewegingsonderwijs

 

Vergoeding 2026

Stichtingsjaar

Oppervlakte oefenzaal

Vast bedrag

Variabel bedrag

Tot 1987

< 90 m2

€ 3.793

€ 461

90 - 130 m2

€ 4.867

€ 583

130 - 170 m2

€ 5.321

€ 629

170 - 190 m2

€ 5.078

€ 689

190 - 230 m2

€ 4.864

€ 759

> 230 m2

€ 5.505

€ 849

Vanaf 1987

>= 252 m2

€ 4.371

€ 772

 

II deze in werking te laten treden op de dag na de bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking van bijlage I normbedragen 2025 van de genoemde Beleidsregel;

Gedaan te Groningen in de collegevergadering van 16 december 2025,

De burgemeester,

De secretaris,

Naar boven