Gemeenteblad van Achtkarspelen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Achtkarspelen | Gemeenteblad 2025, 575081 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Achtkarspelen | Gemeenteblad 2025, 575081 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Jeugdhulp 2026 gemeente Achtkarspelen
De gemeenteraad van de gemeente Achtkarspelen;
gelet op artikel 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 derde lid van de Jeugdwet;
dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en andere voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening, over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen, de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld, voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet, en regels ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan;
besluit vast te stellen de: Verordening Jeugdhulp 2026 gemeente Achtkarspelen.
Alle begrippen die in deze Verordening Jeugdhulp worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet en in de Algemene wet bestuursrecht.
In deze Verordening Jeugdhulp en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Begeleiding: Het bieden van ondersteuning of begeleiding aan jeugdigen, ouders en/of hun omgeving. De begeleiding is gericht op het vergroten of behouden van de eigen regie over het leven/de opvoeding. Begeleiding is een ontwikkel- en leerproces met doelen en ondersteunende en activerende activiteiten gericht op de zelfredzaamheid van de Jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s). Tijdens de begeleiding worden nieuwe (in behandeling aangeleerde) vaardigheden en inzichten intensief geoefend, herhaald en verder eigen gemaakt. In meer complexe situaties waarbij specialistische begeleiding ingezet wordt is deze gericht op verbeteren, ontwikkelen verkrijgen van meer zelfregie en stabiliseren van het welbevinden en/of het zelfstandig functioneren van de Jeugdige, ouder(s) en/of hun omgeving. Het bieden van ondersteuning of Begeleiding aan de Jeugdige, ouder(s) en/of hun omgeving, gericht op het verbeteren, ontwikkelen, stabiliseren en/of compenseren van de zelfredzaamheid, het welbevinden en/of de kwaliteit van leven. Het kan kort of lang duren en kan wisselen in intensiteit. Er is geen diagnose vereist.
Behandeling: Behandeling kent een afgebakende periode, met een onderliggend behandelplan waarin beoogde resultaten zijn opgenomen. Ook kent het een duidelijk start- en eindpunt. Periodieke evaluatie van de gestelde resultaten is noodzakelijk. We kennen de volgende vormen van behandeling:
Behandeling is gericht op het herstel, genezing, ontwikkeling, stabiliseren en/of hanteerbaar maken van het probleem of de aandoening. De behandeling duurt een afgebakende periode, met een start en eindpunt, de behandeltermijn diagnostisch onderzoek (beeldvormend/handelingsgericht) of observatieonderzoek is onderdeel van de behandeling. Na deze periode van onderzoek worden de behandeldoelen opgesteld, met een daaraan gekoppelde behandeltermijn. GGZ-behandeling is primair gericht op het behandelen van psychiatrische stoornissen door het voorkomen of beperken van stagnatie in de ontwikkeling en daardoor de gevolgen ervan voor het dagelijks functioneren. Een (vermoeden van een) DSM 5-benoemde stoornis is een voorwaarde voor inzet van behandeling Jeugd GGZ.
Jeugdhulp-behandeling is primair gericht op het behandelen van problemen in het dagelijks functioneren. Deze kunnen van pedagogische, systemische en/of psychologische aard zijn (zoals gedragsproblemen, een ontwikkelingsachterstand en/of sociaal emotionele problemen).
Pgb-plan: Het plan dat de Jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) bij de aanvraag voor een persoonsgebonden budget indient, waarin de keuze voor een persoonsgebonden budget (in plaats van zorg in natura) gemotiveerd wordt en waarin aangegeven wordt aan welke vorm van ondersteuning het budget besteed gaat worden, door wie de ondersteuning geleverd gaat worden en welke activiteiten uit het budget betaald gaan worden.
Eigen kracht: De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen (capaciteit), tijd en middelen van de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) (Gebruikelijke hulp en Boven gebruikelijke hulp) om zelf of met personen uit het sociaal netwerk (mantelzorg) de opgroei en/of opvoedingsproblemen op te lossen.
Formele hulp: Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder:
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het PGB uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of;
personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het PGB uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of;
Team Jeugd: Een lokaal team (vanuit een gemeente) met professionals, die de Jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) kunnen ondersteunen bij hun vragen op het gebied van werk, financiën, opvoeding, wonen, vrije tijd en sport, wet- en regelgeving, vrienden en relaties, zorg, ondersteuning en hulpmiddelen. Dit wordt ook wel (sociaal) wijkteam, dorpenteam of scholenteam genoemd.
Jeugdhulp: Het geheel van ondersteuning, hulp, en zorg aan Jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van Jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s). Dit omvat algemene en individuele voorzieningen, inclusief preventieve ondersteuning, hulp bij opvoedingsproblemen, behandeling van psychische problemen, begeleiding bij een beperking, en jeugdbescherming of -reclassering indien nodig. Jeugdhulp op grond van deze Verordening Jeugdhulp omvat geen ondersteuning die valt onder de Wet langdurige zorg (Wlz), Zorgverzekeringswet (Zvw), of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
Ondersteuningsplan: Het Ondersteuningsplan, opgesteld door het Team Jeugd of Gecertificeerde Instelling, vormt de basis van het inschatten wat nodig is aan ondersteuning en hulp. Het Ondersteuningsplan beschrijft wat een Jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) nodig hebben om op een volwaardige manier deel uit te kunnen maken van de samenleving. Het Ondersteuningsplan is daarmee bedoeld om de ondersteuningsbehoefte en gewenste resultaten te beschrijven. De vervolgstap is om dit plan te vertalen naar de juiste (integrale) ondersteuning. Daarmee is het gebruik van het Ondersteuningsplan (a) een integrale analyse en (b) een toeleiding naar de juiste ondersteuning. Het Ondersteuningsplan beschrijft ook het functioneren op alle levensdomeinen die voor het gezin van belang zijn. Het Ondersteuningsplan wordt ook wel ‘Regionaal Ondersteuningsplan Jeugd’ genoemd.
Professional: Beroepskracht met aantoonbare specifieke kennis en vaardigheden ten aanzien van de opgroei-, opvoed- en ontwikkelingsproblematiek van de Jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) en/of de benodigde ondersteuning, die aantoonbaar voldoet aan de in de branche geldende (kwaliteits-)eisen én een gericht op de voorziening passende registratie heeft bij de KvK of in het beroepsregister of in loondienst is bij een formele jeugdhulpaanbieder.
Resultaat/Resultaten: De daadwerkelijk bereikte uitkomsten van een traject (voor de jeugdige). Wanneer er Specialistische Jeugdhulp wordt ingezet, worden hierbij te behalen resultaten geformuleerd vanuit de Verwijzer en de Jeugdige/het gezin. Het is aan de Jeugdhulpaanbieder om deze resultaten met de Jeugdige/het gezin te behalen door hier concreet doelen op te formuleren in het Hulpverleningsplan.
Sociaal netwerk: Alle personen uit de huiselijke kring van de jeugdige en/of ouder(s) (familielid, huisgenoot, echtgenoot, voormalig echtgenoot of mantelzorger) of iemand buiten de huiselijke kring waarmee de jeugdige en/of ouder(s) een sociale relatie heeft. Onder een sociale relatie verstaan we een relatie met een persoon waarmee de jeugdige en/of ouder(s) regelmatig contact onderhoudt.
Zelfredzaamheid: Het in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL) en het voeren van een gestructureerd huishouden. De noodzakelijke ADL in het kader van zelfredzaamheid betreffen: in en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten/drinken, medicijnen innemen, ontspanning en sociaal contact.
Artikel 2. Vormen van jeugdhulp
De toegang en toewijzing van jeugdhulp is geregeld conform artikel 2.10 van de Jeugdwet.
Artikel 3. Toegang jeugdhulp anders dan via het Team Jeugd
Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder als en voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. Dat geldt ook na een verwijzing door de Gecertificeerde Instelling, rechter, Raad voor de Kinderbescherming of Officier van Justitie.
In spoedeisende gevallen beslist het Team Jeugd na een melding onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke individuele voorziening of vraagt het Team Jeugd een voorlopige ondertoezichtstelling of spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet aan in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag van de Jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s).
Het Team Jeugd verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 4.3., van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem en/of zijn ouders een afspraak voor een gesprek. Hierbij brengt het Team Jeugd de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) niet afzien van het opstellen van een familiegroepsplan, ondersteunt het Team Jeugd indien nodig daarbij.
Artikel 4.3. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Het Team Jeugd vergaart voldoende kennis over de voor het nemen van een besluit over jeugdhulp van belang zijnde feiten en af te wegen belangen. Het Team Jeugd onderzoekt in samenspraak met de jeugdige, ouder(s) en/of dan wel diens wettelijk vertegenwoordiger:
Of en in hoeverre eigen kracht van de ouder(s) en van het sociale netwerk of andere instellingen die ondersteuning bieden toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Voor de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen wordt een afweging gemaakt tussen bijvoorbeeld de behoefte en de mogelijkheden van de jeugdige, de voor hem benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan, de mogelijkheden, de draagkracht en de draaglast van zijn ouders, de samenstelling van het gezin en de woonsituatie en het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen. Toepassing van dit lid kan ertoe leiden dat er wel (gebruikelijke of bovengebruikelijke) of geen hulp wordt verstrekt.
Voor zover het onderzoek naar de nodige hulp, dan wel jeugdhulp specifieke deskundigheid vereist zal een specifiek deskundig oordeel en advies niet mogen ontbreken. Van de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) wordt verwacht dat zij aan het onderzoek meewerken. Het college kan mogelijk geen passende voorziening vaststellen indien onvoldoende informatie beschikbaar is door het ontbreken van medewerking.
Het Team Jeugd maakt bij zijn beoordeling zoveel mogelijk gebruik van relevante beoordelingsinstrumenten. Die zijn helpend en richtinggevend. In ieder geval wordt het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) toegepast bij de beoordeling van hulpvragen, inclusief hulpvragen die voortkomen uit medische verwijzingen.
Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget (pgb). De jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) worden in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze.
Indien de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) bij herhaling hebben aangegeven geen medewerking te willen verlenen aan (een deel van) het onderzoek én zonder dit onderzoek de toegankelijkheid en passendheid van ondersteuning in de vorm van een individuele voorziening niet kan worden vastgesteld, dan kan (deels) negatief op de aanvraag worden besloten.
Artikel 4.4. Ondersteuningsplan
Het Team Jeugd zorgt voor verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in artikel 4.3. De jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) kan het Ondersteuningsplan te allen tijde desgevraagd ontvangen. Het Ondersteuningsplan wordt binnen 20 werkdagen na het onderzoek aan de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) beschikbaar gesteld. Indien de gestelde termijn niet haalbaar is wordt de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) geïnformeerd over de reden van vertraging. De jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) krijgen de mogelijkheid om het Ondersteuningsplan te lezen en een reactie hierop te geven. Naar aanleiding van de reactie van de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) worden feitelijke onjuistheden in het Ondersteuningsplan aangepast. Opmerkingen en aanvullingen van de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) worden aan het Ondersteuningsplan toegevoegd.
Wanneer het voornemen bestaat naar aanleiding van het onderzoek als bedoeld in artikel 4.3. een aanvraag in te dienen, verstrekt het Team Jeugd aan de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) het advies dat voortkomt uit het Ondersteuningsplan en de aanvraag voorziening Jeugdwet. Wanneer jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) daarom verzoeken, verstrekt het Team Jeugd eveneens het Ondersteuningsplan en/of andere onderdelen uit het dossier.
Wanneer niet het voornemen bestaat naar aanleiding van het onderzoek als Wanneer niet het voornemen bestaat naar aanleiding van het onderzoek als bedoeld in artikel 4.3. een aanvraag in te dienen, verstrekt het Team Jeugd indien de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) daarom verzoeken het Ondersteuningsplan en/of andere onderdelen uit het dossier.
Indien de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) weigeren het Ondersteuningsplan te ondertekenen, vormt dit op zichzelf geen belemmering voor het indienen van een aanvraag; het college biedt in dat geval de mogelijkheid om de aanvraag op andere wijze, bijvoorbeeld schriftelijk, in te dienen conform de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 5. Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) (eigen kracht) toereikend zijn om binnen de eigen mogelijkheden, zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere (hulpverlenende) instellingen, de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s).
Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in het eerste lid, neemt het college, gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. Uit het onderzoek kan evenwel blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) tekortschiet, omdat sprake is van:
Bij de beoordeling van het vierde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouder(s) maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met:
Artikel 6. (Boven)gebruikelijke hulp
Onder bovengebruikelijke hulp wordt verstaan: hulp die qua aard, frequentie, intensiteit of duur wezenlijk afwijkt van wat naar algemeen aanvaarde maatstaven van ouders mag worden verwacht, gelet op de leeftijd en ontwikkelingsfase van de jeugdige. Bij de beoordeling of sprake is van bovengebruikelijke hulp betrekt het college in ieder geval:
Het college kan een individuele voorziening verstrekken in de vorm van een PGB in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. Een PGB kan worden verstrekt indien:
Bij de beoordeling van de geschiktheid van een pgb-beheerder hanteert het college een aantal uitsluitingscriteria, waarbij altijd sprake is van een individuele beoordeling; indien sprake is van bijvoorbeeld schuldenproblematiek, beperkte taalvaardigheid of verslavingsproblematiek, wordt beoordeeld of met inzet van een bewindvoerder of mentor alsnog verantwoord beheer mogelijk is.
Ter waarborging van de kwaliteit van de met een pgb in te kopen formele voorziening beschikt de uitvoerder van jeugdhulp (met uitzondering op de ouders) over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden bij aanvang van de zorgovereenkomst en gedurende de hulpverlening niet ouder dan drie jaar, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van diens functie.
Bij de tariefbepaling voor een PGB wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van ondersteuning (formele en informele hulp) en voor zover van toepassing, de te bieden deskundigheid en/of de in de branche geldende kwaliteitseisen. De tarieven voor formele hulp PGB zijn niet gelijk aan de Zorg in Natura (ZIN) tarieven, omdat er door de betreffende zorgaanbieders minder overheadkosten gemaakt hoeven worden dan een door gemeente gecontracteerde aanbieders. Dit betreft o.a. kosten in relatie tot de aanbesteding en bijbehorende programma van eisen, verantwoordingsrapportages en (afstemmings)overleggen.
Een jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) die in aanmerking komen voor een individuele voorziening middels een PGB, kan informele hulp inkopen, onder de volgende voorwaarden dat:
de opgroei- en opvoedproblematiek niet op eigen kracht kan worden opgelost, het de gebruikelijke hulp overstijgt, bovengebruikelijke hulp of mantelzorg geen passende oplossing biedt, er geen mogelijkheden zijn voor andere voorzieningen of inzet van vrijwilligers en dit aantoonbaar tot een beter resultaat leidt en aantoonbaar doelmatiger is dan formele hulp of zorg in natura;
Onverminderd artikel 8.1.1, van de wet verstrekt het college geen PGB:
als de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) problematische schulden heeft/hebben, een schuldsaneringstraject doorloopt/doorlopen of onder de wet schuldsanering natuurlijke personen valt/vallen, tenzij de bewindvoerder het volledige beheer van het pgb op zich neemt. De kosten die hiermee gemoeid zijn, komen ten laste van de aanvrager.
als de geboden hulp, ondersteuning en begeleiding die door één en dezelfde persoon geleverd wordt meer bedraagt dan 40 uur per week. Bij het vaststellen of deze 40 uur per week overschreden wordt, kan betrokken worden de hoeveelheid hulp, ondersteuning en begeleiding die deze persoon – al dan niet via een pgb – levert aan andere personen of familieleden.
Artikel 9. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet
Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb.
Indien het college vaststelt dat een individuele voorziening of PGB ten onrechte is verstrekt op basis van onjuiste of onvolledige gegevens, kan het college de geldswaarde geheel of gedeeltelijk terugvorderen, conform artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij het beginsel van proportionaliteit en het recht op hoor en wederhoor in acht worden genomen zoals bedoeld in artikel 4:48 Awb.
Artikel 11. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:
Artikel 13. Inspraak en medezeggenschap
Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Artikel 14. Nadere regels en hardheidsclausule
Het college is bevoegd een (her)onderzoek te doen naar het voortbestaan van de aanspraak op een voorziening en eventueel de aanspraak te herzien, bijvoorbeeld indien er sprake is van een wijziging in de situatie van de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s), de vorm van de voorziening, de afwegings- en toetsingscriteria voor de toekenning van een voorziening of het tarief. Indien de herbeoordeling leidt tot een wijziging ten nadele van de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) wordt een gewenningstermijn gehanteerd van minimaal 3 maanden en maximaal 6 maanden, ingaande vanaf de datum van het nieuwe besluit.
Artikel 16. Overgangsbepalingen
Bij de behandeling van bezwaren tegen besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van deze Verordening Jeugdhulp, worden de begripsbepaling en het afwegingskader inzake gebruikelijke hulp uit deze Verordening Jeugdhulp mede in acht genomen, voor zover dit geen verslechtering van de rechtspositie van de jeugdige of diens ouder(s) tot gevolg heeft.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-575081.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.