Besluit hoogte vergoedingen leden Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht,

 

gelet op:

Artikel 15 van de Verordening op de Gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2024;

 

b e s l u i t :

 

  • 1.

    Het Besluit hoogte vergoedingen leden Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2026 vast te stellen;

Besluit hoogte vergoedingen leden Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2026

 

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1: Definities

  • 1.

    Verordening: Verordening op de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2026;

  • 2.

    GAVO: Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht;

  • 3.

    Voor het overige worden in dit besluit de definities gehanteerd uit de Verordening.

     

Paragraaf 2: Hoogte van de vergoedingen

 

Artikel 2: Vergoeding per casus

  • 1.

    Leden ontvangen een vergoeding van €175,- per behandelde casus voor het bijwonen van een hoorzitting/vergadering;

  • 2.

    Voor een zeer uitgebreide casus wordt het dubbele bedrag vergoed, dat wil zeggen €350,- per behandelde casus;

  • 3.

    Wanneer een lid tijdens de behandeling van één casus op één vergadering over twee of meer disciplines advies geeft, geldt voor elke aanvullende discipline een tarief van € 75,-;

  • 4.

    Wanneer een lid niet aanwezig kan zijn bij een hoorzitting/vergadering en er geen plaatsvervanger beschikbaar is, mag schriftelijk advies worden gegeven. De hoogte van de vergoeding bedraagt dan € 100,-. Als een lid tijdens de behandeling van één casus over twee of meer disciplines advies geeft, geldt voor elke aanvullende discipline een tarief van € 75,-;

  • 5.

    Buiten de tweewekelijkse vergaderingen om, kunnen leden ook om een louter schriftelijk advies worden gevraagd (subcommissie enkelvoudig, subcommissie schriftelijk meervoudig). De hoogte van de vergoeding bedraagt dan € 100,-. Als een lid tijdens de behandeling van één casus over twee of meer disciplines advies geeft, geldt voor elke aanvullende discipline een tarief van € 75,-;

  • 6.

    Leden kunnen niet zakelijk uitbetaald worden en de GAVO kan dan ook geen BTW uitbetalen aan leden. Dit geldt ook voor artikelen 3, 4, 5 en 8.

Artikel 3: Vergoeding onverplicht advies

  • 1.

    Wanneer leden werkzaamheden verrichten voor de GAVO op grond van de bevoegdheid van de GAVO tot onverplichte advisering (dat wil zeggen: anders dan het bepaalde in artikel 3 van de verordening), ontvangen leden dezelfde vergoeding als genoemd in artikel 2. Het secretariaat kan hier van afwijken in uitzonderlijke gevallen;

  • 2.

    Wanneer GAVO leden deelnemen in een Kwaliteitsteam (of een ander bijzonder project), zal er per geval een aparte afspraak voor de vergoedingen worden gemaakt.

Artikel 4: Vergoeding van de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter

  • 1.

    De voorzitter ontvangt voor elke hoorzitting/vergadering die zij voorzit een vergoeding van € 175,- per voorgezeten casus. Deze vergoeding komt in plaats van de vergoeding uit artikel 2 lid 1;

  • 2.

    De plaatsvervangend voorzitter ontvangt voor elke hoorzitting/vergadering die zij voorzit een vergoeding van € 175,- per voorgezeten casus. Deze vergoeding komt in plaats van de vergoeding uit artikel 2 lid 1.

Artikel 5: Reiskostenvergoeding

  • 1.

    Leden ontvangen een reiskostenvergoeding voor het bijwonen van hoorzittingen/vergaderingen;

  • 2.

    Voor de hoogte van de reiskostenvergoeding geldt de hoogte van de reiskostenvergoeding zoals bepaald in de ‘Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer’ uit het Personeelshandhoek Stichtse Vecht met in achtneming van de volgende bepalingen:

    • a.

      De standplaats van de GAVO is Boom en Bosch, Markt 13 te Breukelen.

    • b.

      Er geldt geen maximale retourafstand woon-werkverkeer per reisdag.

Artikel 6: Vergoeding van de subcommissie welstand en monumenten

  • 1.

    De artikelen 2, 3, 4, 5 en 8 gelden niet voor het bijwonen van hoorzittingen/vergaderingen van de subcommissie welstand en monumenten. Uitzondering zijn de burgerleden, die bij aanwezigheid bij een vergadering van de subcommissie aanspraak maken op een vergoeding zoals genoemd in artikelen 2, 3, 4 en 5;

  • 2.

    De hoogte van de vergoeding voor het bijwonen van hoorzittingen/vergaderingen van de subcommissie welstand en monumenten wordt jaarlijks door Stichting MooiSticht (hierna: MooiSticht) vastgesteld. Uitzondering is de vergoeding van burgerleden;

  • 3.

    Overeenkomstig de ‘Dienstverleningsovereenkomst tussen MooiSticht en de gemeente Stichtse Vecht’ draagt MooiSticht zorg voor de afhandeling van de vergoedingen van de subcommissie welstand en monumenten.

Artikel 7: Vergoeding van leden die in dienst zijn van MooiSticht

  • 1.

    Leden die als medewerker in dienst zijn van MooiSticht voeren hun werkzaamheden voor de GAVO uit onder hun werktijd bij MooiSticht. Derhalve ontvangen zij geen vergoedingen zoals bedoeld in artikelen 2, 3, 4, 5 en 8;

  • 2.

    MooiSticht ontvangt een vergoeding voor de inzet van hun medewerkers op basis van een uurtarief dat jaarlijks door MooiSticht wordt vastgesteld;

  • 3.

    Overeenkomstig de ‘Dienstverleningsovereenkomst tussen MooiSticht en de gemeente Stichtse Vecht’ draagt MooiSticht zorg voor de afhandeling van de vergoedingen van hun medewerkers.

Artikel 8: Vergoeding van vergaderingen zonder het oogmerk van advisering

  • 1.

    Op vergaderingen waarbij het oogmerk van advisering aan de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders ontbreekt, zijn artikelen 2, 3, 4 en 6 niet van toepassing;

  • 2.

    Leden ontvangen een standaardvergoeding van €100,- voor het bijwonen van een vergadering waarbij het oogmerk van advisering aan de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders ontbreekt;

  • 3.

    Onder vergaderingen waarbij het oogmerk van advisering aan de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders ontbreekt, wordt in elk geval verstaan:

    • a.

      Vergaderingen ten behoeve organisatorische aangelegenheden van de GAVO;

    • b.

      Vergaderingen ten behoeve van de werving en selectie van nieuwe leden.

Paragraaf 3: Overige bepalingen

 

Artikel 9 : Indexering

  • 1.

    De hoogte van de vergoedingen uit artikelen 2, 3, 4 en 8 worden éénmaal per jaar, op 1 juli, bijgesteld op basis van de CBS index Cao-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen, reeks 2020=100, van januari ten opzichte van januari van het voorgaande jaar, waarbij de bijstelling opnieuw berekend wordt ten opzichte van januari 2026 (als peildatum=100);

  • 2.

    De indexering uit het vorige lid vindt niet plaats in 2026;

  • 3.

    Bij de bijstelling wordt gebruikgemaakt van de definitieve waarde van het indexcijfer.

Artikel 10: Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit hoogte vergoedingen GAVO Stichtse Vecht 2026.

Artikel 11: Inwerkingtreding

Het Besluit hoogte vergoedingen Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2026 treedt in werking op 1 januari 2026. Het Besluit hoogte vergoedingen gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2024 wordt ingetrokken op 1 januari 2026.

23 december 2025

Secretaris

drs. R.C.L. Heijdra

Burgemeester

drs. A.J.H.T.H. Reinders

Toelichting  

Artikel 1: Definities

Dit artikel definieert de in dit besluit gehanteerde definities. Daarin staat dit besluit niet op zichzelf. Voor de meeste definities is er aansluiting gezocht bij de Verordening op de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2024 (hierna: Verordening). Er worden ook enkele nieuwe definities geïntroduceerd die niet in de Verordening staan. De Stichting Agrarische Beoordelingscommissie (hierna: Abc) is weliswaar een subcommissie van de GAVO, maar de Abc valt buiten het bereik van dit vergoedingenbesluit. De leden van de Abc worden namelijk niet op persoonlijke titel benoemd.

 

Artikel 2: Vergoeding per casus

Leden ontvangen een vergoeding van €175,- per behandelde casus voor het bijwonen van een hoorzitting/vergadering. Dit geldt voor alle type leden van de GAVO: de voorzitter, ondervoorzitters, deskundige leden, burgerleden en plaatsvervangende leden. Er is gekozen voor een vergoeding per casus en niet voor aanwezigheid bij een vergadering. Hiermee wordt beoogd recht te doen aan de kennis en inzet van leden. De vergoeding van €175,- is gebaseerd op een gemiddelde voorbereidingstijd van één uur en gemiddelde aanwezigheid van 45 minuten, waarbij een uurtarief van € 100,- als redelijk wordt gezien. Dit uurtarief is gebaseerd op de hoogte van vergoedingen van vergelijkbare commissies (tussen de €80 en € 120).

Met een zeer uitgebreide casus kan gedacht worden aan een casus met een verwachte voorbereidingstijd van meer dan twee uur. Uitgangspunt blijft dat ook uitgebreide casussen vergoed worden op basis van artikel 2 lid 1 aangezien dit lid het gemiddelde is van kortere en uitgebreidere casussen. Het secretariaat bepaald wanneer een casus zeer uitgebreid is.

Het feit dat een lid een kleinere vergoeding krijgt wanneer het lid tijdens de behandeling van één casus op één vergadering over twee of meer disciplines advies geeft, heeft ermee te maken dat het lid niet langer aanwezig is en de voorbereidingstijd voor extra disciplines minder zal zijn. Het tarief van € 100,- voor schriftelijke adviezen en aanvullende disciplines is gebaseerd op een verwachte voorbereidingstijd van één uur.

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen burgerleden en overige leden aangezien het belang van het werk van burgerleden en de tijdsinvestering vergelijkbaar zijn met overige leden.

De werkzaamheden als lid van een adviescommissie met wettelijk taak worden niet als ‘zelfstandige’ in de zin van de Wet op de Omzetbelasting uitgevoerd. Voor deze activiteiten wordt een lid niet als ondernemer gezien, dus hoeft er over de opbrengsten geen BTW gefactureerd te worden. Ook mag de BTW over kosten niet verrekend worden. De gemeente kan dan ook geen BTW uitbetalen.

Dit artikel is niet van toepassing op hoorzittingen/vergaderingen van de subcommissie welstand en monumenten omdat deze subcommissie een eigen vergoedingenstructuur kent via Stichting MooiSticht.

 

Artikel 3: Vergoeding onverplicht advies

Het onverplichte advies kan erg divers van aard zijn waardoor de tijdsinvestering van leden ook erg kan verschillen. Het uitgangspunt is dezelfde vergoeding als bij verplichte advisering, alleen het secretariaat krijgt de mogelijkheid om hier van af te wijken als dat nodig is bij een bepaalde casus.

In sommige gevallen zullen betalingen niet uit het GAVO budget worden voldaan, zoals bij een Kwaliteitsteam. In dat geval behoort dit niet tot de normale advieswerkzaamheden van de leden en zullen aparte afspraken voor deze inzet via het GAVO secretariaat lopen.

 

Artikel 4: Vergoeding van de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter

De (plaatsvervangend) voorzitter van een hoorzitting/vergadering ontvangt voor elke hoorzitting/vergadering die zij voorzit een vergoeding van €175,- per voorgezeten casus. De reden hiervoor is dat de voorzitter alle onderwerpen op de agenda goed moet voorbereiden. Na afloop van de hoorzitting/vergadering stemt het secretariaat van de GAVO de uit te brengen adviezen en de notulen af met de voorzitter.

 

Artikel 5: Reiskostenvergoeding

Voor de hoogte van de reiskostenvergoeding geldt de hoogte van de reiskostenvergoeding zoals bepaald in de ‘Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer’ uit het Personeelshandhoek Stichtse Vecht met in achtneming van enkele bepalingen. Deze bepalingen zijn opgenomen, omdat de leden van de GAVO geen medewerkers van de gemeente Stichtse Vecht zijn.

De ‘Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Stichtse Vecht 2022’ is niet van toepassing op de leden van de GAVO. De GAVO is, voor zover de Omgevingswet daar duidelijkheid over verschaft, geen commissie zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.

 

Artikel 6: Vergoeding van de subcommissie welstand en monumenten

De subcommissie welstand en monumenten kent een eigen vergoedingenstructuur. Deze structuur is geërfd van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit die MooiSticht uitvoerde in opdracht van de gemeente Stichtse Vecht. De hoogte van de vergoeding voor het bijwonen van hoorzittingen/vergaderingen deze commissie werd jaarlijks door MooiSticht vastgesteld.

In de ‘Dienstverleningsovereenkomst tussen MooiSticht en de gemeente Stichtse Vecht’ zijn afspraken over het registreren en het uitbetalen van de vergoedingen en wie daar wanneer voor verantwoordelijk is. MooiSticht oefent deze taken uit bij de hoorzittingen/vergadering subcommissie welstand en monumenten. Het secretariaat van de GAVO is verantwoordelijk voor het registreren en het uitbetalen van de vergoedingen voor alle overige hoorzittingen/vergaderingen, waaronder:

  • -

    de hoorzittingen/vergaderingen waarbij alle leden van de GAVO kunnen deelnemen;

  • -

    de hoorzittingen/vergaderingen van andere subcommissies;

  • -

    de vergaderingen zonder het oogmerk van advisering.

De subcommissie welstand en monumenten kan alleen adviseren wanneer de adviesvraag slechts betrekking heeft op een van de disciplines die vertegenwoordigd zijn in de subcommissie welstand en monumenten. Dit worden ook wel ‘enkelvoudige adviesvragen’ genoemd.

De subcommissie welstand en monumenten kan geen advies uitbrengen wanneer de adviesvraag ook gaat over andere disciplines dan de disciplines die vertegenwoordigd zijn in de subcommissie welstand en monumenten. Dit worden ook wel ‘meervoudige adviesvragen’ genoemd. In zulke gevallen wordt de adviesvraag behandeld in een hoorzitting/vergadering waaraan alle leden van de GAVO, inclusief de leden van de subcommissie welstand en monumenten, kunnen deelnemen. Op hoorzittingen/vergaderingen waarbij alle leden van de GAVO kunnen deelnemen, zijn artikel 2, 3, 4,5 en 8 van toepassing. MooiSticht en het secretariaat van de GAVO maken werkafspraken over de honorering van MooiSticht leden die aanwezig zijn bij een hoorzitting/vergadering van de GAVO. Burgerleden worden betaald door de GAVO op basis van de vergoedingen uit artikel 2, 3, 4 en 5.

 

Artikel 7: Vergoeding van leden die in dienst zijn van MooiSticht

Enkele leden van de GAVO zijn als medewerker in dienst van MooiSticht. Zij voeren hun werkzaamheden voor de GAVO uit onder hun werktijd bij MooiSticht. Derhalve ontvangen zij geen vergoedingen zoals bedoeld in artikel 2, 3, 4, 5 en 8. MooiSticht ontvangt een vergoeding voor de inzet van hun medewerkers op basis van een uurtarief dat jaarlijks door MooiSticht wordt vastgesteld. MooiSticht draagt vervolgens zorg voor de afhandeling van de vergoedingen van hun medewerkers. Hierover zijn afspraken gemaakt in de ‘Dienstverleningsovereenkomst tussen MooiSticht en de gemeente Stichtse Vecht’.

 

Artikel 8: Vergoeding van vergaderingen zonder het oogmerk van advisering

In principe behandeld de GAVO haar organisatorische aangelegenheden tijdens reguliere hoorzittingen/vergaderingen waarin ook de adviesvragen besproken worden. In sommige gevallen kan het wenselijk of zelfs noodzakelijk zijn om een aparte vergadering te beleggen. Denk hierbij aan vergaderingen ten behoeve organisatorische aangelegenheden van de GAVO (al dan niet in de vorm van een permanente subcommissie) of vergaderingen ten behoeve van de werving en selectie van nieuwe leden (al dan niet in de vorm van een tijdelijke subcommissie voor de selectie van kandidaten). Ook bijeenkomsten om de sociale cohesie te verbeteren kunnen hieronder vallen.

Voor deze vergaderingen is een lagere standaardvergoeding van €100 ,- vastgesteld. De overige vergoedingen, met uitzondering van de reiskostenvergoeding zoals bedoeld in artikel 5, zijn dan niet van toepassing.

 

Artikel 9: Indexering

Dit artikel maakt de hoogte van de vergoedingen dynamischer door de hoogte van de vergoedingen jaarlijks te laten indexeren op basis van de CBS-index CAO-lonen. Hierdoor is het besluit op langere termijn houdbaar en hoeft het besluit, bijvoorbeeld in een tijd van hoge inflatie, minder snel te worden aangepast door het college van burgemeester en wethouders. De indexering uit het vorige lid vindt niet plaats in 2026, omdat dit besluit in 2026 is vastgesteld.

Bij de bijstelling wordt gebruikgemaakt van de definitieve waarde van het indexcijfer. Deze definitieve waarde komt na enkele maanden beschikbaar. Daarom vindt de indexatie plaats op 1 juli (voorbeeld: 2026) op basis van het definitieve indexcijfer van januari (voorbeeld: 2026) ten opzichte van januari van het voorgaande jaar (voorbeeld: 2025).

Naar boven