Nadere regels en beleidsregels Jeugdhulp De Bilt 2026

Het college van burgemeester en wethouders van De Bilt;

 

Gelezen het voorstel d.d. 9 december 2025 met als onderwerp: Nadere regels en beleidsregels Jeugdhulp De Bilt 2026;

 

Gelet op de Jeugdwet 2015 en de Verordening Jeugdhulp De Bilt 2025;

 

Besluit:

Vast te stellen de nadere regels en beleidsregels Jeugdhulp De Bilt 2026.

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

  • 1.

    In deze nadere regels en beleidsregels wordt verstaan onder:

    • -

      CJG: het Centrum voor Jeugd en Gezin onderdeel van stichting MENS Dichtbij. Dit is het eerste aanspreekpunt voor jeugdhulp in de gemeente De Bilt.

    • -

      verordening: de Verordening Jeugdhulp De Bilt 2025;

    • -

      wet: de Jeugdwet.

  • 2.

    Alle begrippen die in deze nadere regels en beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Besluit Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) of de verordening.

Hoofdstuk 2 Vormen van jeugdhulp

Artikel 2. Overige voorzieningen

  • 1.

    Alle jeugdigen tot 18 jaar en hun ouder(s) kunnen zich, zonder voorafgaand onderzoek, rechtstreeks tot de organisaties wenden die ondersteuning bieden in de vorm van overige voorzieningen.

  • 2.

    De volgende voorzieningen behoren onder meer tot de overige voorzieningen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening:

    • a.

      Opvoedondersteuning in de vorm van voorlichting, cursussen en trainingen;

    • b.

      Jeugdgezondheidszorg;

    • c.

      Praktijkondersteuner Jeugd bij de huisarts (POH Jeugd);

    • d.

      Jongerencoach en jongerenwerk;

    • e.

      Informele (gezins)ondersteuning in de vorm van maatjes of groepsbijeenkomsten;

    • f.

      Inzet van het diagnostisch team en kortdurende ambulante ondersteuning vanuit het CJG.

Artikel 3. Individuele voorzieningen

Een toelichting op de individuele voorzieningen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de verordening is opgenomen in de productenwaaier beschikbaar via de bijlage bij deze nadere regels.

Artikel 4. In duur en frequentie gemaximaliseerde individuele voorzieningen

  • 1.

    Bij een verzoek tot verlenging van een individuele voorziening als bedoeld in artikel 2, derde lid, en artikel 13, lid 6 van de verordening kan het college, indien de noodzaak tot verlenging niet zonder meer vaststaat, een verlengingsverzoek ter beoordeling voorleggen aan het CJG. Het CJG zal vervolgens een onderzoek uitvoeren en hierover adviseren aan het college. Dit onderzoek betreft geen volledig onderzoek als bedoeld in artikel 8 en zoals wordt uitgevoerd bij een nieuwe melding, maar een verkort onderzoek om de noodzaak vast te stellen. Mocht het verkorte onderzoek daartoe aanleiding geven, kan alsnog een volledig onderzoek worden gedaan.

  • 2.

    De schriftelijke aanvraag voor het voortzetten van deze individuele voorziening wordt ingediend uiterlijk 8 weken voor het aflopen van de beschikking.

  • 3.

    De schriftelijke aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste:

    • a.

      de naam en het adres van de aanvrager;

    • b.

      de dagtekening;

    • c.

      een aanduiding van de duur en frequentie van de gewenste voortzetting van de individuele voorziening; en

    • d.

      de motivatie waarom een voortzetting van de individuele voorziening is gewenst.

  • 4.

    Het college neemt het besluit op de aanvraag uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

Hoofdstuk 3 Toegang tot jeugdhulpvoorzieningen

Artikel 5. Toegang jeugdhulp via huisarts, medisch specialist of jeugdarts

  • 1.

    Verwijzers en jeugdhulpaanbieders informeren de gemeente over het voorgenomen traject en onderbouwen dit gemotiveerd.

  • 2.

    Een goed gemotiveerde aanvraag voor bekostiging ontvangt in principe goedkeuring via een verleningsbeschikking, tenzij er gegronde twijfel bestaat over de verwijzing en zorgzwaarte.

  • 3.

    Bij een blijvend meningsverschil tussen de verwijzer en de gemeente, weigert de gemeente de voorziening. De jeugdige of zijn ouder(s) kan de weigering dan bestuursrechtelijk laten toetsen

Artikel 6. Toegang jeugdhulp via de gemeente

  • 1.

    Jeugdigen en ouders kunnen met vragen en zorgen over opvoeding, ontwikkeling, geestelijke gezondheid of veiligheid bij het CJG terecht. Het CJG behandelt aanvragen namens het college. Dat kan op de volgende manieren:

    • a.

      Telefonisch;

    • b.

      Per e-mail;

    • c.

      Via het inloopspreekuur; of

    • d.

      Via contacten met een praktijkondersteuner Jeugd bij de huisarts of een school-CJG-er.

  • 2.

    Het CJG streeft ernaar een vraag zo snel mogelijk te beantwoorden. Soms is een eenmalig advies of andere informatieverstrekking voldoende. In die gevallen is er geen nader onderzoek nodig en is geen sprake van een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3.

    Als het CJG de vraag niet direct kan beantwoorden is verdere hulpvraagverheldering of -verkenning nodig. Een CJG-medewerker verheldert dan samen met de jeugdige of zijn ouder(s) in één of meer gesprekken de hulpvraag. Daartoe kunnen diverse instrumenten worden ingezet, zoals vragenlijsten, stroomschema’s en handreikingen.

  • 4.

    Na verdere hulpvraagverheldering of -verkenning kan de vraag alsnog worden beantwoord als bedoeld in lid 2 van dit artikel of de hulpvraag geeft aanleiding tot een onderzoek als bedoeld in artikel 5 van de verordening.

Artikel 7. De aanvraag

Jeugdigen en ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening indienen middels een ondertekend verslag als bedoeld in artikel 8 van de verordening.

Artikel 8. Het onderzoek

  • 1.

    Het CJG wijst een CJG-medewerker aan het gezin toe die het onderzoek uitvoert vanuit het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één regisseur’.

  • 2.

    Als de jeugdige en zijn ouder(s) een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het CJG dat bij het onderzoek. Het familiegroepsplan is vormvrij.

  • 3.

    Het CJG bespreekt bij de aanvang van het onderzoek met de jeugdige of zijn ouder(s) in begrijpelijke bewoordingen:

    • a.

      De gang van zaken bij het onderzoek, de rechten en plichten en de vervolgprocedure;

    • b.

      De gegevens en bescheiden die nodig zijn voor het onderzoek aan te leveren door de jeugdige of ouder(s); en

    • c.

      Toestemming om persoonsgegevens te verwerken.

  • 4.

    Na het onderzoek worden de bevindingen opgenomen in het verslag en verstuurd naar de jeugdige en ouders. De doelen in het verslag worden, na consensus, verstuurd naar de overeengekomen zorgaanbieder wanneer er zorg in natura wordt ingezet. Wanneer er een hulpverleningsplan, evaluatie of ander plan aanwezig is, verwacht het college van jeugdige en zijn ouders dat dit verstrekt wordt voor of tijdens het onderzoek.

    Het CJG neemt onderstaande uitgangspunten mee in het onderzoek.

    • a.

      normaliseren: elk gezin en iedere jeugdige is uniek en groeit op met zijn/ haar eigen krachten en valkuilen. Het perspectief is voor elke jeugdige verschillend. Samen met andere jeugdigen mag de jeugdige leren van zijn fouten. De jeugdige wordt daarin gesteund door volwassenen om hem heen. De Jeugdwet is een vangnet. De oorzaak wordt aangepakt, niet de symptomen. Er wordt uitgegaan van de eigen mogelijkheden van het gezin en van het netwerk om de jeugdige heen;

    • b.

      demedicaliseren en niet problematiseren: opvallend gedrag wordt niet geproblematiseerd. De jeugdige wordt alleen doorgestuurd voor medicatie of diagnose wanneer dit essentieel is voor de ontwikkeling;

    • c.

      het eigenaarschap ligt te allen tijde bij de jeugdige en ouders.

Artikel 9. Vervoer

  • 1.

    Als een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 11 van de verordening aan de orde is, bepaalt het college in overleg met de ouders welke (combinatie van) vervoersvoorziening(en) het meest passend is.

  • 2.

    De volgende vormen worden onderscheiden op volgorde van afweging:

    • a.

      een vergoeding voor openbaar vervoer indien de jeugdige zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kan maken;

    • b.

      een vergoeding voor openbaar vervoer met begeleiding indien door de ouder(s) wordt aangetoond dat de jeugdige niet in staat is om zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken of indien de jeugdige zelf kan leren reizen met openbaar vervoer;

    • c.

      kilometervergoeding voor de beladen kilometers, dat wil zeggen het daadwerkelijke vervoer van de jeugdige indien de ouders of iemand uit het sociaal netwerk de jeugdige zelf vervoeren of laten vervoeren, op basis van een vastgesteld tarief conform de verordening bekostiging Leerlingenvervoer Gemeente De Bilt per kilometer voor de kortste route op basis van de ANWB-routeplanner en bij meer dan 10 kilometer enkele reis; of

    • d.

      aangepast vervoer (taxivervoer) indien voorgaande mogelijkheden niet tot de opties behoren.

Hoofdstuk 5. Aanvullende regels voor een individuele jeugdhulpvoorziening in de vorm van een pgb

Artikel 10. Pgb-vaardigheden

  • 1.

    Als de jeugdige of zijn ouder(s) een individuele voorziening in de vorm van een pgb wenst, wordt getoetst of de budgethouder voldoende in staat is om op eigen kracht, of met behulp van een budgetbeheerder (maximaal 1):

    • a.

      zijn eigen belangen te behartigen; en

    • b.

      de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.

  • 2.

    De toets volgens lid 1 wordt uitgevoerd aan de hand van het gesprek als bedoeld in artikel 5 van de verordening en/of het ingevulde pgb-plan.

  • 3.

    Toetsing van de vaardigheden vindt plaats volgens artikel 16 van de verordening.

  • 4.

    Als de jeugdige of zijn ouder(s) kiest voor een budgetbeheerder, dan wordt bij het pgb-plan indien van toepassing een schriftelijke machtiging overlegt en een verklaring dat het beheer van de pgb op een verantwoorde wijze wordt uitgevoerd waarbij geldt in aanvulling op het derde lid dat de budgetbeheerder:

    • a.

      regelmatig contact heeft met de jeugdige of zijn ouder(s);

    • b.

      goed kan communiceren met de budgethouder; spreekt dezelfde taal;

    • c.

      meegaat naar de gesprekken met het CJG;

    • d.

      geen familie is van de hulpverlener, of van diens leidinggevende(n) of een meerdere van de zorgverlener;

    • e.

      maximaal vier andere budgethouders vertegenwoordigt;

    • f.

      niet zelf een budgethouder is;

    • g.

      niet zelf de hulpverlener van de budgethouder zijn, tenzij het gaat om de ouder(s) of voogd die als wettelijk vertegenwoordiger(s) van de minderjarige budgethouder zijn; en

    • h.

      niet uit het pgb betaald wordt.

Artikel 11. Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor pgb bij inzet informele hulp

  • 1.

    1.Een individuele voorziening in de vorm van een pgb voor de inzet van informele hulp kan alleen worden toegekend, nadat is vastgesteld dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) zo nodig met inzet van het sociale netwerk, als bedoeld in artikel 10 van de verordening, ontoereikend zijn.

  • 2.

    Een pgb voor de inzet van informele hulp is alleen mogelijk voor de volgende individuele voorzieningen:

    • a.

      jeugdhulp begeleiding;

    • b.

      persoonlijke verzorging; en

    • c.

      respijtzorg.

Artikel 12. Hoogte van het pgb

  • 1.

    Als een individuele voorziening verstrekt wordt in de vorm van een pgb stelt het CJG het pgb vast aan de hand van het door de jeugdige of zijn ouder(s) opgestelde pgb-plan.

  • 2.

    Onverminderd artikel 19 van de verordening berekent het CJG de hoogte van het pgb op basis van een tarief of prijs:

    • a.

      waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, effectieve en kwalitatief goede jeugdhulp te betrekken;

    • b.

      Voor de inkoop van formele jeugdhulp wordt de omvang van zorg berekend per uur, per dagdeel of per etmaal (eenheden). Deze eenheden worden vermenigvuldigd met het basistarief waarvoor de betreffende zorg in natura door de gemeente is ingekocht;

    • c.

      Als geen passend zorg in natura tarief voor een bepaalde zorgvorm bekend is, geldt dat het CJG en de budgethouder overleggen over een toereikend budget voor de noodzakelijke ondersteuning door minimaal één jeugdhulpaanbieder. Daarna stelt het CJG het budget vast.

  • 3.

    De gemeente vergoedt een vastgesteld maximumtarief. Bij een hoger (bruto)tarief dient de budgethouder de meerprijs bij te storten via de Sociale Verzekeringsbank.

  • 4.

    Tarieven voor het pgb voor formele en informele hulp zijn inclusief kosten als gevolg van overige indirecte cliëntgebonden inzet. Het budget mag dus niet bestemd worden voor reiskosten, feestdagenuitkeringen, eenmalige uitkeringen, een vrij besteedbaar bedrag of begeleidings- of administratiekosten in verband met het pgb.

  • 5.

    De budgethouder betaalt voor de formele en informele hulp per daadwerkelijke inzet per uur. Een vast maandloon is niet toegestaan: zorgverleners dienen maandelijks (na de verrichte inzet) hun declaraties in bij de budgethouder, die dat moet controleren aan de hand van de urenregistratie.

  • 6.

    De hoogte van het informele PGB-uurtarief bedraagt per 1 januari 2026 €14,71 x 130% = €19,12.

Artikel 13. Inzet pgb in het buitenland

  • 1.

    De budgethouder kan het verstrekte pgb voor ten hoogste 13 weken per kalenderjaar besteden aan jeugdhulp te verlenen tijdens verblijf in het buitenland.

  • 2.

    Het is mogelijk – onder bepaalde voorwaarden - met een pgb zorg in te kopen in het buitenland.

  • 3.

    Bij een voorgenomen plaatsing van een jeugdige in het buitenland wordt het Afsprakenkader buitenlands zorgaanbod Jeugd van de VNG als toetsingskader gehanteerd.

Hoofdstuk 6. Herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik

Artikel 14. Resterend budget pgb

  • 1.

    Als de budgethouder binnen een kalenderjaar minder inkoopt dan het volledige jaarbedrag van het pgb, dan blijft het resterende budget staan op de rekening van de Sociale Verzekeringsbank.

  • 2.

    Aan het einde van elk kalenderjaar stort de Sociale Verzekeringsbank die resterende bedragen terug aan de gemeente.

  • 3.

    De gemeente heeft via de Portal van de Sociale Verzekeringsbank inzage in declaraties ten laste van het budget en de hoogte van het resterende budget.

Hoofdstuk 9. Klachten en medezeggenschap

Artikel 15. Klachtregeling

  • 1.

    De jeugdige of zijn ouders kunnen bijvoorbeeld een klacht indienen als

    • a.

      u niet goed behandeld bent door een medewerker of bestuurder van de gemeente;

    • b.

      u te weinig, onjuiste of misleidende informatie heeft gekregen;

    • c.

      de gemeente zich niet heeft gehouden aan gemaakte afspraken, of

    • d.

      de gemeente onvoldoende reageert op vragen.

  • 2.

    U kunt uw klacht op 2 manieren indienen:

    • a.

      Via het online klachtenformulier op www.debilt.nl. U kunt het formulier met en zonder DigiD invullen.

    • b.

      Via een brief naar het volgende adres: Gemeente De Bilt, t.a.v. de Klachtencoördinator, Postbus 300, 3720 AH Bilthoven.

Artikel 16. Betrekken van ingezetenen bij het beleid

Voor het betrekken van ingezetenen bij het beleid zijn afzonderlijke regels vastgesteld in de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein De Bilt 2018.

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Artikel 17. Privacy en vastlegging van gegevens in een dossier

  • 1.

    Het uitwisselen van persoonsgegevens van een jeugdige tussen gemeente, verwijzer en hulpverlener(s) is uitsluitend mogelijk, indien:

    • a.

      de jongere en/of ouder hiervoor toestemming geeft;

    • b.

      de wet het expliciet verplicht;

    • c.

      er sprake is van een crisissituatie;

    • d.

      het noodzakelijk is voor de uitvoering van een (behandel)overeenkomst waarbij de jongere en/of ouder partij is;

    • e.

      dit noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag (hier de Jeugdwet).

  • 2.

    Hulpvragen, de afhandeling daarvan en de relevante informatie om te komen tot een plan van aanpak en een aanvraag van een individuele voorziening worden voor zover nodig vastgelegd in het dossier van het CJG en van het college.

  • 3.

    De beoogde doelen, voortgang en resultaten van de individuele voorziening zoals teruggekoppeld door de jeugdhulpaanbieder worden verwerkt in het dossier van het CJG en van het college.

  • 4.

    Het college deelt de gegevens die vermeld staan in de beschikking met de jeugdhulpaanbieder ten behoeve van het declaratieproces.

Artikel 18. Intrekking oude nadere regels en beleidsregels en overgangsrecht

  • 1.

    De Nadere regels en beleidsregels Jeugdhulp 2021 worden ingetrokken per inwerkingtreding van de Nadere regels en beleidsregels Jeugdhulp De Bilt 2026.

  • 2.

    Deze nadere regels en beleidsregels volgen het overgangsrecht van de verordening.

Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze nadere regels en beleidsregels treden in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze nadere regels en beleidsregels worden aangehaald als: “Nadere regels en beleidsregels Jeugdhulp De Bilt 2026”.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 03-12-2025,

de secretaris,

drs. I.M. Schuurman

de burgemeester,

drs. M.C. Haverkamp

Naar boven