Protocol behandeling meldingen van vermoede integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers gemeente Schagen 2024

 

Hoofdstuk 1: Inleiding

1.1: Centrale rol burgemeester

In dit protocol worden de door de burgemeester te volgen processtappen beschreven bij een vermoeden van een integriteitschending door een raadslid, steunfractielid of wethouder. Met de term “politieke ambtsdrager” worden zij steeds in dit protocol bedoeld.

 

Op grond van artikel 170, tweede lid van de Gemeentewet heeft de burgemeester de taak om de integriteit te bewaken en bevorderen. Dit geeft de burgemeester een centrale rol bij de behandeling van integriteitsmeldingen in de gemeente. Dit betekent niet dat alleen de burgemeester zorgdraagt voor de afhandeling van integriteitsmeldingen. Eenieder die op enig moment in het proces in kennis wordt gesteld over de melding heeft de verantwoordelijkheid om hier prudent mee om te gaan.

 

1.2: Uitgangspunten

Dit protocol is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

 

Onpartijdigheid

Alle betrokken partijen moeten bij de beoordeling van integriteitskwesties de discipline opbrengen om boven de (politieke) partijen te gaan staan. Het verschil tussen oppositie en coalitie mag hierbij geen rol spelen. Dit protocol wordt niet ingezet voor partijpolitiek. De kern van dit protocol is dat de zuiverheid van de beoordeling van integriteitskwesties, gewaarborgd is.

 

Terughoudend met publiciteit

In het belang van een eventueel onderzoek en de betrokkenen, wordt er terughoudend gecommuniceerd bij de uitvoering van dit protocol. De geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de betrokkenen mag niet onnodig geschonden worden. Het is van belang om (ongegronde) negatieve aandacht of vooroordelen te voorkomen. Het aantal mensen dat kennis heeft van de kwestie wordt daarom zo klein mogelijk gehouden. De interne- en externe communicatie verloopt via de burgemeester.

 

De burgemeester beoordeelt in elke fase van uitvoering van dit protocol met wie, op welke wijze en wat er wordt gecommuniceerd. Hierbij worden de verschillende belangen, voornamelijk het belang van het onderzoek, het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de politieke ambtsdrager en het belang van transparantie, nauwkeurig afgewogen.

 

Zorgvuldigheid

Eenieder die mogelijk een integriteitsschending heeft begaan heeft recht op een uiterst zorgvuldig onderzoek. Komt iemand onder de verdenking te staan dat hij of zij een integriteitsschending begaan heeft, dan dient er via een vooronderzoek vastgesteld te worden of de verdenking zodanig concreet en ernstig is, dat er een extern feitenonderzoek dient plaats te vinden. Als er een sanctie moet volgen, moet die sanctie passend zijn en in verhouding.

 

Ook wanneer iemand weet dat een ander iets van plan is (bewust of onbewust) om iets te doen waar een integriteitsschending uit voortkomt, dan wordt hij/zij geacht hem of haar daarvoor te waarschuwen en de weg te wijzen naar advies. Iedere politicus die twijfelt – uit zichzelf of op geleide van een ander – of een voorgenomen handeling een schending is, heeft recht op vertrouwelijk advies.

Hoofdstuk 2: Algemene bepalingen

2.1: Melding maken

  • 1.

    Een melding van een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager kan door eenieder schriftelijk worden ingediend bij de burgemeester.

  • 2.

    Anonieme meldingen worden niet in behandeling genomen.

  • 3.

    De burgemeester kan naar aanleiding van informatie die hem/haar bereikt ook op eigen initiatief bij een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager, dit onderzoeken overeenkomstig de processtappen in dit protocol.

2.2: Bijstand

Bij de uitvoering van dit protocol wordt de burgemeester bijgestaan door de griffier voor zover het betreft een vermoeden van een integriteitsschending door een raadslid of steunfractielid, en door de gemeentesecretaris voor zover het betreft een vermoeden van een integriteitsschending betreft door een wethouder.

 

2.3: Openbaar

Het protocol is openbaar en via het internet beschikbaar. Het is daarmee door derden te raadplegen.

 

2.4: Externe onderzoeker

Onder externe onderzoeker wordt verstaan de onderzoeker die of het onderzoeksbureau dat in opdracht van de burgemeester, het feitenonderzoek uitvoert.

 

2.5: Aangifte

Als er op enig moment bij de uitvoering van dit protocol een vermoeden is van:

  • a.

    Een handelen door de politieke ambtsdrager dat mogelijk tevens een strafbaar feit kan zijn,

  • b.

    Een valse beschuldiging door een melder van een politieke ambtsdrager,

dan kan de burgemeester aangifte doen bij de politie. Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie.

 

In de situatie genoemd bij artikel 2.6, onder b kan de melder ook aansprakelijk worden gesteld voor eventuele door de gemeente geleden schade. Zie ook artikel 3.5, derde lid.

 

2.6: Melding integriteitsschending door de burgemeester

Bij een vermoeden van een integriteitsschending door de burgemeester is dit protocol van overeenkomstige toepassing. Waar in dit protocol de burgemeester (als uitvoerder van het protocol) vermeld staat moet in dat geval gelezen worden: de vicevoorzitter van de raad. Met de term “politieke ambtsdrager” wordt in dat geval dan steeds de burgemeester bedoeld. De vicevoorzitter van de raad wordt bij de uitvoering van dit protocol ondersteund door de griffier. Bij een vermoeden van een integriteitsschending door de burgemeester informeert de vicevoorzitter van de raad, de commissaris van de Koning en het presidium bij elk van de processtappen. Dit protocol is niet van toepassing als de commissaris van de Koning besluit zelf onderzoek te doen, tenzij wordt besloten het alsnog van toepassing te verklaren.

 

2.7: Onvoorziene situaties

In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, wordt de te volgen handelwijze bepaald door de burgemeester.

Hoofdstuk 3: Handelswijze

 

In dit hoofdstuk staan de procedurele stappen voor een onderzoek naar aanleiding van een melding van een vermoedelijke integriteitsschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente Schagen.

 

3.1: Vermoeden of twijfel bespreken

Het is niet altijd glashelder wat integer is en wat niet integer is. Het kan zich voordoen dat een raadslid of steunfractielid twijfelt over de integriteit van het eigen (voorgenomen) handelen of dat van iemand anders.

 

Een eerst stap is om over dergelijke situatie het gesprek aan te gaan. Dit kan bijvoorbeeld met de fractie gevoerd worden, maar ook 1-op-1 met een ander raads- of steunfractielid. Gezamenlijk kan er dan naar een integere oplossing gezocht worden. Dit gesprek aangaan is een verantwoordelijk van de raads- en steunfractieleden zelf.

 

Als dit gesprek niet de gewenste resultaten oplevert of iemand voelt zich om verschillende redenen niet veilig om de twijfel met de betrokkene te bespreken, kan dit ook in vertrouwen besproken worden met de burgemeester of de griffier. In overleg met de burgemeester of griffier, kan vervolgens worden bepaald of een integriteitsmelding moet worden gedaan of dat dit niet nodig is.

 

Het in vertrouwen bespreken van een dilemma geeft duidelijkheid of er reden is voor een eventuele melding of dat hier geen sprake van is.

 

3.2: Proces bij een melding

  • 1.

    Nadat de burgemeester is geïnformeerd over het vermoeden van een integriteitsschending begaan door een politieke ambtsdrager bevestigt hij/zij de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder.

  • 2.

    Binnen twee weken nadat de ontvangstbevestiging van de melding is verzonden, wordt er contact opgenomen met de melder om een afspraak te plannen, voor een gesprek over de melding.

  • 3.

    Nadat het gesprek met de melder heeft plaatsgevonden, toetst de burgemeester ambtshalve de melding tegen de achtergrond van de vraag of zij zodanig concreet is en van een zodanige ernst dat er een extern feitenonderzoek dient plaats te vinden. Dit onderzoek betreft het vooronderzoek.

  • 4.

    Uiterlijk vier weken nadat het gesprek met de melder heeft plaatsgevonden, wordt aan de melder schriftelijk melding gedaan over het vervolgproces.

 

3.3: Het vooronderzoek

  • 1.

    Het vooronderzoek vindt plaats op een door de burgemeester te bepalen wijze.

  • 2.

    Van het vooronderzoek wordt een rapport van bevindingen opgemaakt.

  • 3.

    In het vooronderzoek wordt de integriteitsmelding getoetst op de volgende criteria:

    • a.

      de aard van het feit;

    • b.

      de ontvankelijkheid van de melding;

    • c.

      de ernst van de zaak;

    • d.

      de valideerbaarheid van feiten en omstandigheden;

    • e.

      de positie of persoon van de bron en de persoon van de politieke ambtsdrager

  • 4.

    Het vooronderzoek leidt tot één van de volgende uitkomsten:

    • a.

      Indien de burgemeester na toetsing vaststelt dat de melding onvoldoende concreet is en/of een onvoldoende ernstig karakter heeft, besluit hij/zij het onderzoek niet verder voort te zetten. Hierbij zijn lid 1 én 2 van artikel 3.5, niet meer van toepassing.

    • b.

      Indien de burgemeester na toetsing vaststelt dat de melding voldoende concreet en een voldoende ernstig karakter heeft, besluit hij/zij tot het instellen van een extern feitenonderzoek als bedoeld onder artikel 3.4.

  • 5.

    Over de uitkomst van het vooronderzoek informeert de burgemeester schriftelijk de melder, de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan, het presidium als het om een raadslid of lijstopvolger gaat, en het college als het om een wethouder gaat. Dit gebeurt zo spoedig mogelijk.

 

3.4: Het feitenonderzoek

  • 1.

    In de kennisgeving aan de politieke ambtsdrager dat een feitenonderzoek zal worden ingesteld, wordt in ieder geval opgenomen:

    • a.

      Een omschrijving van de vermoede integriteitsschending die aanleiding is tot het instellen van onderzoek;

    • b.

      de mededeling dat betrokkene en getuigen kunnen worden gehoord;

    • c.

      de mededeling dat betrokkene zich kan laten bijstaan door een raadsman/-vrouw;

    • d.

      de mededeling dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsschending, het onderzoek zich ook kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden;

  • Dit protocol en de vigerende gedragscode worden meegestuurd.

  • 2.

    Het feitenonderzoek wordt uitgevoerd door een onafhankelijke externe onderzoeker op basis van een opdracht van de burgemeester.

  • 3.

    In de opdracht voor het feitenonderzoek is in ieder geval opgenomen:

    • a.

      de aanleiding van het feitenonderzoek;

    • b.

      de onderzoeksopdracht met duidelijk omschreven onderzoeksvragen en - methoden;

    • c.

      de verwachte duur van het feitenonderzoek;

    • d.

      de overeengekomen kosten van het feitenonderzoek;

    • e.

      van welke bevoegdheden de externe partij gebruik mag maken;

    • f.

      dat de externe partij werkt met inachtneming van dit Protocol.

  • 4.

    De bevindingen uit het feitenonderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksrapportage en bevat alle informatie die de raad nodig heeft om zich een oordeel te kunnen vormen over de vermoede integriteitsschending.

  • 5.

    De onderzoeksrapportage wordt door de burgemeester aangeboden aan de raad. Als het feitenonderzoek een wethouder betreft wordt de rapportage ook aan het college aangeboden.

  • 6.

    Op basis van de onderzoeksrapportage oordeelt de raad over het handelen van de politieke ambtsdrager dat aanleiding was voor het vermoeden van een integriteitsschending.

     

    Op het onderzoeksrapport wordt geheimhouding opgelegd door de burgemeester en het wordt gedeeld met de raad. De behandeling van het onderzoeksrapport vindt plaats in een besloten raadsvergadering.

  • 7.

    Over de inhoud van het onderzoeksrapport wordt niet extern gecommuniceerd.

 

3.5: Afronding

  • 1:

    Slotgesprek met de melder

    De burgemeester plant een afrondend gesprek in met de melder. De burgemeester overlegt met de melder of de melder hulp nodig heeft met de verwerking van het doorlopen proces.

  • 2:

    Slotgesprek met het raadslid of steunfractielid

    De burgemeester plant een afrondend gesprek in met de politieke ambtsdrager waarnaar onderzoek is verricht. De burgemeester overlegt of betrokkene hulp nodig heeft met de verwerking van het doorlopen proces.

  • 3:

    Opzettelijke valse melding

    Bij het vermoeden van een opzettelijk valse melding kan de burgemeester een onderzoek instellen naar de melder.

  • 4:

    Rapportage

    Jaarlijks brengt de burgemeester verslag uit aan de raad over het aantal meldingen en onderzoeken naar aanleiding van deze meldingen. De vorm staat vrij.

Naar boven