Beleidsregels bijverdienregeling jongeren Participatiewet – vooruitlopend op wetswijziging Participatiewet in Balans

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon;

 

gelet op artikel 34a van de Participatiewet;

 

gelet op artikel 1:3 lid 4 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

besluit:

 

vast te stellen Beleidsregels bijverdienregeling jongeren Participatiewet – vooruitlopend op wetswijziging Participatiewet in Balans.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    jongere: belanghebbende die een beroep doet op algemene bijstand en de leeftijd van 27 jaar nog niet heeft bereikt.

  • b.

    bijverdienregeling: het buiten beschouwing laten van een deel van inkomsten uit arbeid bij de vaststelling van de bijstandsuitkering.

  • c.

    bijstandsgerechtigden: personen die een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAZ, IOAW of het Bbz ontvangen

Artikel 2. Doel van de regeling

Het doel van deze beleidsregels is om jongeren tot 27 jaar te stimuleren om (meer) te gaan werken door een deel van hun inkomsten uit arbeid te mogen behouden, vooruitlopend op de landelijke invoering van de bijverdienregeling per 1 januari 2027.

Artikel 3. Voorwaarden voor toepassing

  • 1.

    De jongere is een bijstandsgerechtigde.

  • 2.

    De inkomsten komen uit arbeid in loondienst of als zelfstandige.

  • 3.

    Het college beoordeelt of toepassing van de regeling bijdraagt aan arbeidsinschakeling.

  • 4.

    De regeling geldt alleen als het totale inkomen van de jongere niet hoger is dan de toepasselijke bijstandsnorm.

Artikel 4. Omvang van de vrijlating

  • 1.

    Van het netto-inkomen uit arbeid wordt 15% per maand niet verrekend met de bijstandsuitkering.

  • 2.

    De vrijlating geldt voor een periode van maximaal 12 maanden.

Artikel 5. Procedure

  • 1.

    De aanvraag voor toepassing van de bijverdienregeling wordt digitaal ingediend. In afwijking van deze digitale aanvraag is een schriftelijke aanvraag mogelijk indien naar het oordeel van het college bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiertoe aanleiding geven.

  • 2.

    Het college beoordeelt de aanvraag op basis van de verstrekte gegevens en kan aanvullende informatie opvragen.

  • 3.

    De toepassing van de regeling wordt schriftelijk bevestigd aan de aanvrager.

Artikel 6. Bijzondere omstandigheden

Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.

Artikel 7. Inwerkingtreding, duur en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2026 en gelden tot de landelijke invoering van de bijverdienregeling per 1 januari 2027.

  • 2.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels bijverdienregeling jongeren Participatiewet – vooruitlopend op wetswijziging Participatiewet in Balans’.

  • 3.

    Deze beleidsregels vervallen van rechtswege zodra de landelijke regeling in werking treedt.

Artikel 8. Overgangsbepaling

Indien een verzoek om toepassing van de bijverdienregeling vóór 1 januari 2027 is ingediend, wordt dit verzoek afgehandeld conform deze beleidsregels, ook indien de beslissing op het verzoek plaatsvindt na 1 januari 2027.

Artikel 9. Voortzetting van toegekende vrijlating

Indien een vrijlating op grond van deze beleidsregels is toegekend, blijft deze van toepassing tot het einde van de toegekende termijn, ook indien de landelijke regeling op 1 januari 2027 in werking treedt.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon van 16 december 2025.

Het college van burgemeester en wethouders,

secretaris,

H. van der Woude

burgemeester,

A. van Dam

Toelichting beleidsregels

Algemene toelichting

Deze beleidsregels zijn gebaseerd op artikel 34a Participatiewet (vrijlating van inkomsten) en de bevoegdheid van het college om beleidsregels vast te stellen op grond van artikel 1:3 lid 4 en 4:81 Awb.

 

Het college heeft besloten om vooruitlopend op de landelijke invoering van de bijverdienregeling per 1 januari 2027 de bijverdienregeling voor jongeren tot 27 jaar al per 1 januari 2026 in te voeren. Aan dit besluit liggen de volgende overwegingen ten grondslag:

  • 1.

    In de huidige Participatiewet mogen jongeren tot 27 jaar niets bijverdienen zonder dat hun uitkering wordt verlaagd. Dit belemmert hen om werkervaring op te doen en een stap naar zelfstandigheid te zetten.

  • 2.

    De bijverdienregeling laat 15% van het inkomen uit arbeid vrij voor maximaal 12 maanden (met verlenging mogelijk). Dit geeft jongeren een financiële prikkel om werk te accepteren, ook kleine banen. Een iets hoger en stabieler inkomen vermindert stress en helpt jongeren om schulden te voorkomen.

  • 3.

    Jongeren die kunnen bijverdienen, bouwen werkervaring op en vergroten hun kans op een vaste baan. Dit verkleint de kans op langdurige bijstand en armoede.

  • 4.

    Het past bij de doelen van de Participatiewet in Balans: vertrouwen, eenvoud en maatwerk. Gemeenten krijgen ruimte om jongeren in een kwetsbare positie beter te ondersteunen.

  • 5.

    De staatssecretaris heeft gemeenten expliciet toestemming gegeven om vooruit te lopen op deze maatregel. Dit voorkomt dat jongeren nog een jaar moeten wachten en helpt direct bij hun financiële en sociale stabiliteit.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

Dit artikel verduidelijkt de kernbegrippen:

Jongere: belanghebbende tot 27 jaar, conform de doelgroep van de landelijke regeling.

Bijverdienregeling: het buiten beschouwing laten van een deel van inkomsten uit arbeid bij de vaststelling van de bijstandsuitkering.

Bijstandsgerechtigden: opgenomen voor volledigheid, omdat jongeren onder de Participatiewet vallen, maar ook IOAW, IOAZ en Bbz worden genoemd voor consistentie.

 

Artikel 2. Doel van de regeling

Het doel is om jongeren te stimuleren om (meer) te gaan werken door een deel van hun inkomsten te mogen behouden. Dit bevordert arbeidsinschakeling en voorkomt dat werken financieel onaantrekkelijk is. De regeling sluit aan bij de landelijke beleidswijziging in Participatiewet in balans.

 

Artikel 3. Voorwaarden voor toepassing

De voorwaarden waarborgen dat de regeling doelgericht wordt toegepast. Alleen jongeren die bijstand ontvangen komen in aanmerking. De inkomsten moeten uit arbeid komen (loondienst of zelfstandig). Het college beoordeelt of de regeling bijdraagt aan arbeidsinschakeling, zodat het instrument niet willekeurig wordt toegepast. Het totale inkomen mag niet boven de bijstandsnorm uitkomen, om te voorkomen dat er sprake is van overschrijding van het bestaansminimum.

 

Artikel 4. Omvang van de vrijlating

De vrijlating bedraagt 15% van het netto-inkomen uit arbeid per maand, voor maximaal 12 maanden. Dit percentage is gekozen om een merkbare stimulans te bieden, maar niet zodanig dat het een structurele inkomensvoorziening wordt. De termijn van 12 maanden sluit aan bij de landelijke regeling.

 

Artikel 5. Procedure

De aanvraag verloopt in principe digitaal, maar er is ruimte voor een schriftelijke aanvraag bij bijzondere omstandigheden. Dit biedt flexibiliteit en sluit aan bij de menselijke maat. Het college kan aanvullende informatie opvragen om een zorgvuldige beoordeling te waarborgen.

 

Artikel 6. Bijzondere omstandigheden

Het college kan afwijken van de beleidsregels als toepassing ervan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Dit voorkomt dat de regeling in uitzonderlijke situaties onredelijk uitpakt.

 

Artikel 7. Inwerkingtreding, duur en citeertitel

De regeling geldt tot de landelijke invoering van de bijverdienregeling per 1 januari 2027. Daarna vervalt zij van rechtswege. Dit voorkomt dubbele regelgeving en biedt duidelijkheid over de tijdelijke aard van deze beleidsregels.

 

Artikel 8. Overgangsbepaling

Verzoeken die vóór 1 januari 2027 zijn ingediend, worden afgehandeld volgens deze beleidsregels, ook als de beslissing na die datum plaatsvindt. Dit waarborgt rechtszekerheid voor de aanvrager.

 

Artikel 9. Voortzetting van toegekende vrijlating

Als een vrijlating al is toegekend, blijft deze gelden tot het einde van de toegekende termijn, ook als de landelijke regeling in werking treedt. Dit voorkomt dat lopende rechten tussentijds worden beëindigd.

Naar boven