Gemeenteblad van Hollands Kroon
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hollands Kroon | Gemeenteblad 2025, 574396 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hollands Kroon | Gemeenteblad 2025, 574396 | beleidsregel |
Beleidsregels Commerciële huurprijs en inkomsten uit commerciële verhuur en kostgeld Hollands Kroon Participatiewet 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon;
overwegende dat het wenselijk is regels te stellen over het beleid ten aanzien van het verlagen van de uitkering bij commerciële huurprijs en bij inkomsten uit verhuur en kostgeld;
gelet op 19a, eerste lid, onderdeel b of c, artikel 20a en artikel 33, vierde lid, 4 van de Participatiewet;
gelet op artikel 1:3 lid 4 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
vast te stellen de Beleidsregels Commerciële huurprijs en inkomsten uit commerciële verhuur en kostgeld Hollands Kroon Participatiewet 2026
Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht.
De beleidsregels gelden alleen voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze beleidsregels alleen als beide echtgenoten 21 jaar of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd zijn.
Artikel 3. Zakelijke relatie tussen verhuurder en huurder
De belanghebbende moet de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel b of c, van de wet, bij het college inleveren. Het college beoordeelt of sprake is van een zakelijke relatie tussen verhuurder en huurder aan de hand van de volgende criteria:
Artikel 4a. De commerciële huurprijs voor een zelfstandige woning in de sociale woningbouw
Er is in principe sprake van een commerciële prijs bij (onder-) (ver-)huur als de huurprijs minimaal de basishuur bedraagt. Als de huurprijs inclusief de water- en energielasten is (all-in huur), wordt in principe onder de commerciële prijs verstaan een bedrag van ten minste 100/60 x de basishuur.
Artikel 4b. De commerciële huurprijs in alle overige huursituaties
Het college beoordeelt in de overige huursituaties (zoals kamerhuur) de vraag of sprake is van een zakelijke relatie tussen verhuurder en huurder aan de hand van de volgende uitgangspunten:
Artikel 5. De commerciële huurprijs bij kostgangers
Bij het bedrag voor de maaltijden dient uitgegaan te worden van de normbedragen voor voeding in het Vtlb rapport van de werkgroep Rekenmethode vtlb van Recofa , omgerekend naar een bedrag per maand. Het maandbedrag voor de maaltijden wordt jaarlijks opnieuw berekend op basis van het meest recente Vtlb rapport en naar boven afgerond op hele euro’s.
Bij levering van andere diensten door de kostgever dan enkel maaltijden, dient bij bepaling van de commerciële prijs uitgegaan te worden van de voor die diensten geldende Nibud prijzen. Bij bepaling van de commerciële prijs dient de verhouding tot zowel de geleverde prestaties als hetgeen in het commerciële verkeer gebruikelijk is, in de beoordeling meegenomen te worden.
Artikel 6. Verrekenen van inkomsten ingeval van commerciële verhuur en kostgangers
De inkomsten uit commerciële verhuur worden op grond van artikel 33 lid 4 van de wet op de uitkering van belanghebbende in mindering gebracht onder aftrek van een forfaitair bedrag per maand voor de kosten die de verhuurder in verband met de verhuur maakt (kosten voor energie, afschrijving van meubilair en dergelijke).
De inkomsten van een of meerdere kostganger(s), worden op grond van artikel 33 lid 4 van de wet op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van een forfaitair bedrag per maand voor de kosten die de kostgever in verband met het kostgeverschap maakt (kosten voor energie, afschrijving van meubilair en dergelijke alsmede kosten voor de maaltijden).
Voor de kosten (forfaitair bedrag) die de verhuurder maakt in verband met verhuur en kostgeverschap, zoals aangegeven in het eerste en tweede lid, dienen normbedragen uit het in het Vtlb rapport van de werkgroep Rekenmethode vtlb van Recofa met betrekking tot het verhuurde en de maaltijden als uitgangspunt te worden genomen, omgerekend naar een bedrag per maand.
Artikel 7. Bijzondere omstandigheden
Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon van 16 december 2025.
Het college van burgemeester en wethouders,
secretaris,
H. van der Woude
burgemeester,
A. van Dam
Toelichting op Beleidsregels commerciële huurprijs en inkomsten uit commerciële verhuur en kostgeld Hollands Kroon Participatiewet 2026
Het Vtlb-rapport (Vrij te laten bedrag) is een door de Werkgroep Rekenmethode Vtlb van Recofa (Rechters-commissarissen in faillissementen) vastgestelde richtlijn die de berekeningsmethode van het vrij te laten bedrag regelt bij toepassing van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp).
Het rapport vormt een landelijke standaard en is gebaseerd op:
De werking van het Vtlb-calculatieprogramma, dat verplicht wordt gebruikt door bewindvoerders.
Het rapport heeft juridische status als richtlijn binnen de Wsnp en wordt door de rechtspraak en bewindvoerders gehanteerd om rechtsgelijkheid en consistentie te waarborgen.
Deze beleidsregels gelden alleen voor personen van 21 jaar of ouder, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. Bij gehuwden geldt: beide partners moeten binnen deze leeftijdscategorie vallen. Dit sluit aan bij de leeftijdsgrenzen van de Participatiewet voor de algemene bijstand.
Artikel 3. Zakelijke relatie tussen verhuurder en huurder
Het college moet beoordelen of er sprake is van een zakelijke relatie. Dit is belangrijk om te voorkomen dat schijnconstructies (bijvoorbeeld familieverhuur tegen lage prijzen) leiden tot een hogere bijstandsuitkering.
De beoordeling gebeurt op basis van deze criteria:
Artikel 4a. De commerciële prijs voor een zelfstandige woning in de sociale woningbouw
Bij (onder)huur van een zelfstandige sociale huurwoning geldt een huurprijs als commercieel wanneer deze minimaal gelijk is aan de basishuur. Bij een all-in huur (inclusief water en energie) wordt een commerciële prijs berekend als 100/60 × basishuur. Dit voorkomt dat een te lage huur wordt opgegeven om het recht op bijstand te beïnvloeden.
De belastingdienst hanteert als bedrag voor commerciële huur een bedrag inclusief kosten van water en energie. 60% van dit bedrag komt overeen met de basishuur. 40% komt overeen met de som van de bedragen die de belastingdienst hanteert voor de waarde die waterverbruik en energieverbruik voor verschillende doeleinden in het economische verkeer vertegenwoordigen. Hieruit blijkt in de eerste plaats eveneens dat de basishuur als ondergrens voor de commerciële huur kan worden gehanteerd. In de tweede plaats blijkt dat een commerciële all-in huur is af te leiden op de wijze zoals in dit artikelonderdeel is aangegeven.
De 'basishuur' is een begrip uit de huurtoeslag. Het is de eigen bijdrage die een huurtoeslaggerechtigde hoe dan ook zelf moet bekostigen. De overheid stelt jaarlijks een 'minimum basishuur' vast. Die geldt als norm voor huurtoeslaggerechtigden met een minimuminkomen. In deze huur zijn begrepen de elementen die voor het bepalen van het recht op huurtoeslag meetellen.
Met andere woorden, de basishuur is het bedrag dat een huurder altijd zelf moet betalen als eigen bijdrage, ongeacht de hoogte van de huur of de huurtoeslag. Het is inkomensafhankelijk en wordt jaarlijks vastgesteld door de overheid.
In 2025 is de minimum basishuur:
Bij een hoger inkomen stijgt de basishuur geleidelijk.
De basishuur vormt de ondergrens van de huurtoeslagberekening.
We kennen ook nog het begrip ‘normhuur’. Normhuur is een vast referentiebedrag dat vanaf 2026 wordt gebruikt bij de berekening van huurtoeslag. De overheid kijkt niet meer naar de daadwerkelijke huurprijs, maar naar dit standaardbedrag. Dit zorgt voor een eenvoudiger systeem en maakt het recht op huurtoeslag minder afhankelijk van de hoogte van de huur. Het normbedrag wordt jaarlijks vastgesteld en sluit aan bij het minimum-inkomensijkpunt van artikel 17 van de Wet op de huurtoeslag.
Belangrijkste kenmerken van het nieuwe stelsel (vanaf 2026):
De normhuur wordt jaarlijks vastgesteld (bijvoorbeeld € 548 per maand). Of je nu een woning huurt van € 400 of € 700, de toeslag wordt berekend alsof je € 548 huur betaalt. Je betaalt altijd een eigen bijdrage (basishuur), afhankelijk van jouw inkomen.
Basishuur (eigen bijdrage) = € 250.
Jouw inkomen = bijstandsniveau.
Je huurt een woning van € 700 per maand.
De overheid kijkt niet naar € 700, maar naar € 548.
Je betaalt zelf € 250 (basishuur).
Huurtoeslag = € 548 – € 250 = € 298 per maand.
Als je een woning van € 400 huurt:
De toeslag wordt nog steeds berekend op € 548.
Huurtoeslag = € 298 (maar jouw totale woonlasten zijn lager, dus je houdt meer over).
Artikel 4b. Commerciële huurprijs overige huursituaties
Voor andere situaties, zoals kamerhuur, beoordeelt het college of sprake is van een zakelijke relatie. Daarbij kijkt men naar:
Een commerciële prijs voor kostgangers bestaat uit:
Bij extra diensten (bijvoorbeeld schoonmaak) worden Nibud-prijzen als uitgangspunt genomen.
Artikel 6. Verrekening van inkomsten
Inkomsten uit verhuur of kostgangers worden op grond van artikel 33 lid 4 Participatiewet verrekend met de uitkering. Er wordt een forfaitair bedrag afgetrokken voor kosten van verhuur of kostgangerschap (energie, meubilair, maaltijden). Deze normbedragen komen uit het Vtlb-rapport en worden jaarlijks aangepast.
Zijn er meerdere huurders of kostgangers, dan moet een schaalverdeling worden gemaakt. Voor de tweede inwoner wordt dan 80% van het forfaitaire bedrag genomen, voor de derde 70% en zo verder (deze percentages zijn berekend met behulp van de uitgaven aan voeding en budgetonderzoeken van het CBS).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-574396.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.