Beleidsregels Terugwerkende Kracht Bijstandsverlening Participatiewet 2026 Gemeente Hollands Kroon

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon,

 

gelet op artikel 1:3 lid 4 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,

 

gelet op artikel 44, vijfde lid, van de Participatiewet,

 

besluit:

 

vast te stellen de Beleidsregels Terugwerkende Kracht Bijstandsverlening Participatiewet 2026 Gemeente Hollands Kroon.

Artikel 1. Begrippen

  • 1.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;

    • b.

      besluit: besluit in het kader van de Participatiewet;

    • c.

      college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon.

  • 2.

    Begrippen die in deze beleidsregel voorkomen en niet nader worden toegelicht, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2. Doel en reikwijdte

Deze beleidsregels geven invulling aan artikel 44, vijfde lid, Participatiewet en beschrijven onder welke omstandigheden bijstand met terugwerkende kracht kan worden toegekend, hoe de belangenafweging plaatsvindt en hoe rechtsgelijkheid wordt geborgd.

Artikel 3. Omstandigheden die kwalificeren voor terugwerkende kracht

  • 1.

    Het college kan bijstand met terugwerkende kracht toekennen indien:

    • a.

      de belanghebbende door individuele omstandigheden niet in staat was tijdig een aanvraag in te dienen;

    • b.

      aannemelijk is dat de belanghebbende in de betreffende periode recht had op bijstand;

    • c.

      de aanvraag binnen drie maanden na de beoogde ingangsdatum wordt ingediend.

  • 2.

    Onder omstandigheden als bedoeld in lid 1, onderdeel a, wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      De belanghebbende was aantoonbaar niet in staat om tijdig een aanvraag voor bijstand in te dienen, dan wel bevond zich in een situatie waarin redelijkerwijs niet van hem kon worden verwacht dat hij op de hoogte was van het recht op bijstand.

    • b.

      Een voorliggende voorziening waarop de belanghebbende redelijkerwijs was aangewezen, is afgewezen, waardoor het recht op bijstand alsnog ontstaat.

    • c.

      Een eerdere aanvraag is buiten behandeling gesteld of afgewezen wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens, mits deze gegevens alsnog volledig en tijdig zijn verstrekt en de aanvraag opnieuw is ingediend.

    • d.

      De belanghebbende had als gevolg van bijzondere omstandigheden, zoals wisselende inkomsten uit flexibel werk, detentie, echtscheiding of het verkrijgen van een erfenis, onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie, waardoor een tijdige aanvraag niet mogelijk was.

    • e.

      De belanghebbende heeft met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning verkregen, waardoor het recht op bijstand met terugwerkende kracht ontstaat.

Artikel 4. Belangenafweging

  • 1.

    Het college maakt bij de beoordeling van de aanvraag om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen een belangenafweging op basis van:

    • a.

      de oorzaak van de late melding;

    • b.

      de gevolgen van het niet tijdig toekennen van bijstand (zoals schulden, huisuitzetting);

    • c.

      de mate van verwijtbaarheid;

    • d.

      de duur van de terugwerkende periode (maximaal drie maanden).

  • 2.

    Het college legt de afweging vast in een motiveringsdocument dat onderdeel is van het besluit.

Artikel 5. Procedure

  • 1.

    De aanvraag voor het met terugwerkende kracht toekennen van bijstand wordt ingediend via het reguliere aanvraagformulier, met een aparte toelichting op de omstandigheden.

  • 2.

    Het college is bevoegd aanvullende informatie op te vragen, zoals medische verklaringen of verklaringen van hulpverleners.

  • 3.

    Het college neemt binnen de wettelijke termijn een schriftelijk gemotiveerd besluit.

Artikel 6. Bijzondere omstandigheden

Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.

Artikel 7. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2026, gelijktijdig met de inwerkingtreding van de wetswijzigingen van de Participatiewet in Balans, zoals gepubliceerd in het Staatsblad.

  • 2.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels Terugwerkende Kracht Bijstandsverlening Participatiewet 2026 Gemeente Hollands Kroon’.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon van 16 december 2025.

Het college van burgemeester en wethouders,

secretaris,

H. van der Woude

burgemeester,

A. van Dam

Algemene toelichting  

Met deze beleidsregels geeft de gemeente Hollands Kroon uitvoering aan artikel 44, vijfde lid, van de Participatiewet, zoals gewijzigd per 1 januari 2026. De wet biedt gemeenten de mogelijkheid om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen, tot maximaal drie maanden vóór de aanvraagdatum, indien daar gegronde redenen voor zijn.

 

De beleidsregels zorgen voor duidelijkheid over:

  • -

    wanneer terugwerkende kracht mogelijk is;

  • -

    welke omstandigheden daarvoor in aanmerking komen;

  • -

    hoe de gemeente een belangenafweging maakt;

  • -

    welke procedure gevolgd wordt;

  • -

    hoe uitzonderingen worden behandeld.

Doel is om rechtsgelijkheid te bevorderen, maatwerk mogelijk te maken en transparantie te bieden aan burgers en uitvoerders.

 

Persoonlijke omstandigheden

Er wordt in de beleidsregels en de wet gesproken over persoonlijke omstandigheden. Dit zijn individuele kenmerken of situaties van een persoon die relevant zijn voor de toepassing van de Participatiewet.

Voorbeelden:

  • leeftijd

  • gezondheidstoestand

  • gezinssamenstelling

  • schuldenproblematiek

  • dakloosheid.

Persoonlijke omstandigheden worden meegewogen bij de beoordeling van bijvoorbeeld de terugwerkende kracht, de zoektermijn voor jongeren of het toepassen van de vermogenstoets. Ze geven ruimte voor maatwerk binnen de kaders van de wet.

 

Persoonlijke omstandigheden zijn niet het hetzelfde als bijzondere omstandigheden. Dit zijn omstandigheden die zo uitzonderlijk zijn dat ze een afwijking van de wet of beleidsregels rechtvaardigen. Bijzondere omstandigheden zijn vaak nodig om af te wijken van een beleidsregel op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Wordt toegepast als de standaardregel in een concreet geval tot een onredelijke of onevenredige uitkomst leidt.

Voorbeeld uit de praktijk: Een terugvordering van bijstand kan (deels) achterwege blijven als de gevolgen voor de betrokkene disproportioneel zijn, bijvoorbeeld bij ernstige ziekte of langdurige schuldenproblematiek.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1. Begrippen

Dit artikel definieert enkele kernbegrippen die in de beleidsregels worden gebruikt. Voor overige begrippen wordt aangesloten bij de definities in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zodat er geen doublures ontstaan en de interpretatie uniform blijft.

 

Artikel 2. Doel en reikwijdte

Hier wordt het doel van de beleidsregels omschreven: het bieden van een kader voor het toekennen van bijstand met terugwerkende kracht. De reikwijdte is beperkt tot situaties waarin artikel 44 lid 5 van de Participatiewet van toepassing is.

 

Artikel 3. Omstandigheden die kwalificeren voor terugwerkende kracht

Dit artikel beschrijft de voorwaarden waaronder het college bijstand met terugwerkende kracht kan toekennen.

 

Lid 1 bevat de algemene criteria: individuele omstandigheden, aannemelijk recht op bijstand, en een aanvraag binnen drie maanden.

 

Lid 2 geeft een niet-limitatieve opsomming van situaties die in ieder geval als relevante omstandigheden worden beschouwd. Deze opsomming is gebaseerd op praktijkervaring en jurisprudentie, en biedt houvast voor de uitvoering.

 

Artikel 4. Belangenafweging

Bij het toekennen van bijstand met terugwerkende kracht moet het college een zorgvuldige belangenafweging maken. Dit artikel benoemt de factoren die daarbij worden meegewogen, zoals de oorzaak van de late aanvraag en de gevolgen voor de belanghebbende. De motivering wordt schriftelijk vastgelegd en maakt deel uit van het besluit.

 

Artikel 5. Procedure

Dit artikel beschrijft de wijze waarop een aanvraag moet worden ingediend en welke aanvullende informatie het college mag opvragen. Het waarborgt een transparante en zorgvuldige behandeling van aanvragen.

 

Artikel 6. Bijzondere omstandigheden

Dit artikel biedt ruimte voor maatwerk. Als toepassing van de beleidsregels in een individueel geval leidt tot onevenredige gevolgen, kan het college hiervan afwijken. Dit is in lijn met artikel 4:84 Awb (beginselplicht tot afwijking van beleid).

 

Artikel 7. Inwerkingtreding en citeertitel

Hier wordt vastgelegd wanneer de beleidsregels in werking treden en onder welke naam ze worden aangehaald. Dit vergemakkelijkt verwijzing en publicatie.

Naar boven