Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen 2020

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN;

 

 

gelezen het voorstel van het Presidium van 19-11-2025 (griffie zaaknummer 369695-2025)

 

 

Gelet op artikel 81p e.v. Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat:

  • Op 1 januari 2020 de Wet normalisering Rechtspositie Ambtenaren in werking is getreden;

  • Het noodzakelijk is de Verordening gemeentelijke Ombudsman te actualiseren;

BESLUIT VAST TE STELLEN:

 

de Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen 2020

Artikel 1 Ombudsman

  • 1.

    Er is een gemeentelijke ombudsman.

  • 2.

    Er is een plaatsvervangend ombudsman.

  • 3.

    De ombudsman wiens benoemingstermijn eindigt, is terstond hernoembaar.

Artikel 2 Vervanging

  • 1.

    De plaatsvervanger als bedoeld in artikel 1 tweede lid treedt in functie op een door de gemeenteraad te bepalen datum, zodra mag worden aangenomen, dat de ombudsman voor langere duur zijn functie niet zal kunnen vervullen.

  • 2.

    De plaatsvervanger bedoeld in artikel 1 tweede lid blijft in functie tot dat de ombudsman zijn werkzaamheden heeft hervat, dan wel tot dat een nieuwe ombudsman in functie treedt.

  • 3.

    De bepalingen van deze verordening, alsmede van de in artikel 3 lid 1 bedoelde verordening, zijn op de plaatsvervanger bedoeld in artikel 1 tweede lid van overeenkomstige toepassing, tenzij de raad anders bepaalt.

  • 4.

    De klachten over gedragingen waarbij de ombudsman is betrokken vanuit een vorige functie worden behandeld door de plaatsvervanger bedoeld in artikel 1 tweede lid.

Artikel 3. Rechtspositie

  • 1.

    De gemeenteraad stelt een verordening vast waarin de rechtspositie van de ombudsman en de plaatsvervangend ombudsman wordt geregeld.

  • 2.

    In de verordening wordt het salaris, schorsing en ontslag van de ombudsman nader geregeld.

Artikel 4 Ontslag/einde benoeming

  • 1.

    De ombudsman is van rechtswege van zijn functie ontheven wanneer de benoemingstermijn is verstreken.

  • 2.

    De gemeenteraad ontslaat de ombudsman met ingang van de eerstvolgende maand na die waarin hij de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.

  • 3.

    De ombudsman kan naast de genoemde ontslaggronden in de Gemeentewet, artikel 81 q lid 3 door de gemeenteraad worden ontslagen:

    • a.

      bij de aanvaarding van een ambt of betrekking zonder voorafgaande toestemming van de raad;

    • b.

      bij het verlies van het Nederlanderschap.

    • c.

      indien de raad heeft besloten tot opheffing van de functie van de ombudsman, dan wordt de ombudsman ontslagen met inachtneming van toepassing van hoofdstuk 9 en 10 van de Cao Gemeenten.

Artikel 5 Bureau van de ombudsman

  • 1.

    Er is een bureau van de ombudsman.

  • 2.

    De begroting en de financiële verslaglegging van dit bureau maken deel uit van onderscheidenlijk de begroting en rekening van de gemeente.

  • 3.

    Het college verschaft de ombudsman na overleg met hem, de middelen nodig voor een goede uitoefening van de functie.

  • 4.

    Op het personeel van het bureau zijn de Cao Gemeenten en het Personeelshandboek van de gemeente Groningen van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    Voor de toepassing van de Cao Gemeenten en het Personeelshandboek treedt de ombudsman jegens dit personeel op als hoofd van het Bureau van de ombudsman.

  • 6.

    Van zijn bevoegdheid tot benoeming, bestraffing, schorsing en ontslag ten aanzien van het in het vierde lid bedoelde personeel maakt het college geen gebruik, dan na een daartoe strekkend voorstel van de ombudsman.

Artikel 6 Ontvangstbevestiging

De ombudsman bevestigt de ontvangst van het verzoekschrift schriftelijk aan de verzoeker.

Artikel 7 Bemiddeling

  • 1.

    De ombudsman kan gedurende een onderzoek de verzoeker en het bestuursorgaan voorstellen doen teneinde onderling tot een oplossing van de klacht te komen.

  • 2.

    De ombudsman brengt ook na een geslaagde bemiddeling een verslag uit.

Artikel 8 Afronding onderzoek

Een onderzoek naar een klacht wordt in beginsel binnen drie maanden afgesloten met een verslag, waarin de ombudsman zijn bevindingen en een conclusie heeft neergelegd.

Artikel 9 Werkinstructie

Voor zover de ombudsman dit nodig acht, maakt hij een werkinstructie voor zijn werkzaamheden.

Artikel 10 Werkzaamheden voor andere rechtspersonen

  • 1.

    De ombudsman kan werkzaamheden verrichten voor andere rechtspersonen, zulks onder verantwoordelijkheid van die betreffende rechtspersonen, zonder dat dit afbreuk doet aan de onafhankelijkheid van de ombudsman.

  • 2.

    De bepalingen van deze verordening zijn daarbij zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De werkzaamheden kunnen worden verricht indien met de gemeenteraad, in overleg met de ombudsman, een daartoe strekkende overeenkomst is vastgesteld.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op <datum> met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening gemeentelijke Ombudsman, vastgesteld bij raadsbesluit van 3 januari 2019.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen 2020.’

Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025.

voorzitter

Roelien Kamminga

griffier

Josine Spier

Dit besluit is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend

Artikelgewijze toelichting (bijlage 1)

Artikel 1 Ombudsman

Er is een ombudsman en een plaatsvervangend ombudsman. De ombudsman treedt tevens op als gemeentelijke jeugdombudsman.

 

Artikel 2 Vervanging

In dit artikel is geregeld wanneer de plaatsvervangend ombudsman optreedt. Deze vervanging kan geregeld worden zodra, eventueel bij langdurige afwezigheid, de noodzaak zich daartoe aandient.

 

Artikel 3 Rechtspositie

Hoewel de ombudsman een ambtenaar is in de zin van de Ambtenarenwet 2017 vloeit uit de bijzondere plaats van zijn functie in de gemeentelijke organisatie voor, dat er een bijzondere en op zijn functie toegesneden rechtspositieregeling wordt vastgesteld. Voor de rechtspositie van de gemeentelijke ombudsman wordt daarom verwezen naar de desbetreffende verordening.

 

Artikel 4 Ontslag/einde benoeming

Teneinde de onafhankelijke positie van de ombudsman zoveel mogelijk te benadrukken zijn in de regeling enkele aanvullingen ten opzichte van de wettelijke regelgeving opgenomen specifiek van toepassing voor de gemeentelijke ombudsman.

 

Artikel 5 Bureau van de ombudsman

In deze bepaling wordt geregeld dat er een bureau van de ombudsman is. De bezetting van het bureau hangt af van de werkbelasting van de ombudsman. In deze bepaling is verder geregeld dat, hoewel de algemene rechtspositieregelingen op de medewerkers van de ombudsman van toepassing zijn, voor wat betreft hun taakuitoefening ondergeschikt zijn aan de ombudsman. Elementaire bevoegdheden in de rechtspositiesfeer, zoals benoeming, bestraffing of ontslag worden niet uitgeoefend dan na een daartoe strekkend voorstel van de ombudsman. Door de op deze wijze geregelde rol van de ombudsman ten aanzien van de rechtspositie van zijn medewerkers wordt toch een min of meer onafhankelijke positie ten opzichte van de rest van het gemeentelijke apparaat bewerkstelligd.

 

Artikel 6 Ontvangstbevestiging

Voor het interne klachtrecht is in artikel 9:6 Awb bepaald dat het bestuursorgaan de ontvangst van een klacht bevestigt. Met dit artikel wordt dat voor de ombudsman bepaald.

 

Artikel 7 Bemiddeling

Eerste lid.

Tijdens het onderzoek kan de ombudsman een poging doen om via bemiddeling tot een bevredigende oplossing voor de verzoeker te komen. Deze bemiddeling kan een meer of minder zware vorm aannemen. De ombudsman kan tot interventie overgaan indien hij bevoegd is om de gedraging te onderzoeken.

Tweede lid.

In het geval van een geslaagde bemiddeling zal de ombudsman doorgaans reden hebben om het onderzoek niet voort te zetten en komt hij aan het uitbrengen van een rapport en het geven van een oordeel niet toe.

Het is echter wel gewenst dat de ombudsman ook in het geval van een geslaagde bemiddeling zijn bemoeienis afsluit met een schriftelijk stuk waarin hij verslag doet van het onderzoek en de bevindingen en van het resultaat van de bemiddeling.

 

Artikel 8 Afronding onderzoek

Om te voorkomen dat het onderzoek te lang duurt, is voor de afhandeling daarvan in beginsel een termijn van drie maanden opgenomen. Mocht dit niet lukken dan wordt de verzoeker hiervan op de hoogte gesteld.

 

Artikel 9 Werkinstructie

De ombudsman kan de wijze waarop hij zijn werkzaamheden vorm wenst te geven vastleggen in een werkinstructie.

 

Artikel 10 Werkzaamheden voor andere rechtspersonen

De Verordening gemeentelijke ombudsman Groningen is van toepassing op organen en ambtenaren van de gemeente Groningen.

 

In het verleden is uit een discussie in de raad naar voren gekomen dat het wenselijk is om de ombudsman ook taken te laten verrichten voor andere gemeenten/overheden en/of instellingen. Dit artikel maakt het formeel mogelijk om de taken voor andere overheden en/of instellingen te verrichten. (Dit is niet een onverenigbare betrekking als bedoeld in artikel 81r Gemeentewet.) De bepaling geeft een kader voor deze werkzaamheden, de concrete invulling hangt af van de afspraken die partijen hierover maken (lid 3). De ombudsman dient, als ‘derde partij’, vanzelfsprekend met deze afspraken in te stemmen. Om het de ombudsman mogelijk te maken om de nieuwe werkzaamheden op zijn huidige taken aan te laten sluiten, zullen de regelingen die dergelijke instellingen op zullen stellen, zoveel mogelijk aan moeten sluiten bij de verordening. De betreffende rechtspersoon kan dus een soortgelijke verordening in het leven roepen, of, maar dan weer in overleg met de ombudsman, een enigszins afwijkende regeling vaststellen.

Naar boven