Verordening Rechtspositie Gemeentelijke ombudsman Groningen

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN;

 

Gelet op artikel 81p e.v. Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat:

  • Op 1 januari 2020 de Wet normalisering Rechtspositie Ambtenaren in werking is getreden;

  • Het noodzakelijk is de Verordening gemeentelijke ombudsman te actualiseren.

BESLUIT VAST TE STELLEN:

De Verordening Rechtspositie Gemeentelijke ombudsman Groningen

Artikel 1 Begripsbepaling

  • 1.

    Deze verordening verstaat onder:

  • Ombudsman: degene, die is benoemd in de functie als bedoeld in artikel 1, eerste of tweede lid van de Verordening gemeentelijke ombudsman 2020.

  • Personeelshandboek: Personeelshandboek gemeente Groningen.

  • 2.

    Toekomstige wijzigingen van artikelen uit de Cao Gemeenten en het Personeelshandboek waarnaar in de onderhavige verordening en/ of de Verordening gemeentelijke ombudsman Groningen 2020 wordt verwezen, zijn van overeenkomstige toepassing op de ombudsman.

  • 3.

    Waar in de artikelen genoemd in het tweede lid wordt gesproken van ‘werkgever’ dient de ‘raad’ hierin te worden gelezen.

Artikel 2 Benoeming ombudsman

De ombudsman ontvangt een benoemingsbrief, welke naast de wettelijke vereiste gegevens, tenminste vermeldt:

  • a.

    de naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum van de ombudsman;

  • b.

    de datum, met ingang waarvan hij tot ombudsman is benoemd;

  • c.

    de duur waarvoor de benoeming geldt;

  • d.

    het salaris (en eventuele salaristoelagen) welke de ombudsman wordt toegekend.

Artikel 3 Salaris en salaristoelagen

  • 1.

    De ombudsman heeft aanspraak op salaris en salaristoelagen met ingang van de datum waarop zijn benoeming ingaat.

  • 2.

    Het salaris en de salaristoelagen worden in maandelijkse termijnen betaalbaar gesteld.

  • 3.

    De aanspraak op het salaris en salaristoelagen eindigt met ingang van de dag:

    • a.

      van ontslag;

    • b.

      volgend op die dag waarop de termijn van benoeming is verstreken;

    • c.

      volgend op die waarop de ombudsman is overleden.

  • 4.

    De ombudsman wordt ingeschaald in salarisschaal 15 van artikel 3.3 lid 3 van de Cao Gemeenten, tenzij de Raad anders besluit. De inschaling binnen de salarisschaal wordt door de Raad nader vastgesteld. De ombudsman heeft met ingang van de dag waarop zijn benoeming ingaat, recht op de vergoedingen, salaristoelagen, en uitkeringen overeenkomstig de in de Cao Gemeenten en het Personeelshandboek vastgestelde regels.

  • 5.

    De plaatsvervangend ombudsman als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Verordening gemeentelijke ombudsman Groningen 2020 wordt ingeschaald overeenkomstig de juridisch (onderzoeks)medewerker bij het bureau van de ombudsman, waarbij artikel 3.3 lid 2 Cao Gemeenten van overeenkomstige toepassing is.

  • 6.

    De plaatsvervangend ombudsman als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Verordening gemeentelijke ombudsman Groningen 2020 vervangt de ombudsman daadwerkelijk op een door de gemeenteraad te bepalen datum zodra mag worden aangenomen, dat de ombudsman voor langere duur zijn functie niet zal kunnen vervullen. De plaatsvervangend ombudsman ontvangt ingaande het moment van plaatsvervanging van de ombudsman een waarnemingstoelage zoals bedoeld in artikel 3.10 Cao Gemeenten.

Artikel 4 Vakantie en verlof

  • 1.

    Ten aanzien van de vakantie van de ombudsman is het bepaalde in titel 10, afdeling 3, van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    De bepalingen van hoofdstuk 6 van de Cao Gemeenten, uitgezonderd artikel 6.3, en de bijlage feitelijke arbeidsduur en arbeidsduurverkorting van het Personeelshandboek zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Werken op zaterdag, zondag en feestdagen

  • 1.

    Ten aanzien van het werken op zaterdag, zondag en feestdagen is art.5.3 Cao Gemeenten van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6 Aanspraken bij arbeidsongeschiktheid

  • 1.

    Ingeval van arbeidsongeschiktheid van de ombudsman is het bepaalde in de artikelen 7:658a en 7:660a Burgerlijk Wetboek en hoofdstuk 7 Cao Gemeenten van overeenkomstige toepassing. Bij ziekte en herstel doet de functionaris daarvan mededeling aan de raad.

  • 2.

    Het Verzuimprotocol van het Personeelshandboek is van overeenkomstige toepassing, waarbij voor direct leidinggevende wordt gelezen: de raad.

  • 3.

    De geneeskundige begeleiding van de ombudsman geschiedt door de Arbo-dienst.

Artikel 7 Afscheid en jubilea

De Regeling Afscheid en jubilea van het Personeelsboek is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8 Reis- en verblijfskosten

De Reisregeling van het Personeelsboek is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9 Ontslag

  • 1.

    Naast de wettelijke ontslaggronden zijn de ontslaggronden opgenomen in artikel 4 van de Verordening gemeentelijke ombudsman Groningen.

  • 2.

    Hoofdstuk 10 van de Cao Gemeenten is van toepassing indien:

    • a.

      De ombudsman wordt ontslagen wegens opheffing van de functie van gemeentelijke ombudsman, dan wel op grond van artikel 81q lid 3f van de Gemeentewet of indien hij na afloop van de termijn waarvoor zijn benoeming geldt niet wordt herbenoemd, anders dan op eigen verzoek.

    • b.

      De ombudsman wordt ontslagen op een grond als bedoeld in artikel 81q lid 3c Gemeentewet.

  • 3.

    Behoudens bijzondere omstandigheden wordt ongevraagd ontslag niet verleend of blijft herbenoeming niet achterwege dan nadat de ombudsman in de gelegenheid is gesteld, desgewenst bijgestaan door een raadsman, door of vanwege de gemeenteraad te worden gehoord.

Artikel 10 Schorsing als ordemaatregel

  • 1.

    De ombudsman kan door de gemeenteraad worden geschorst indien het voornemen bestaat hem ontslag te verlenen op een grond genoemd in artikel 4, lid 3van de Verordening gemeentelijke ombudsman Groningen.

  • 2.

    Artikel 11.4 Cao Gemeenten is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De ombudsman kan voorts door de gemeenteraad worden geschorst indien:

    • a.

      tegen hem een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis ten uitvoer wordt gelegd;

    • b.

      tegen hem een strafrechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld.

Artikel 11 Straffen

Disciplinaire straffen worden de ombudsman niet opgelegd.

Artikel 12 Overlijdensuitkering

Artikel 10.20 en 10.21 Cao Gemeenten zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13 Onvoorziene situaties

Voor zover deze verordening of wetgeving waarop deze is gebaseerd niet of niet genoegzaam voorziet, beslist de raad. Hierbij wordt dan zoveel mogelijk aangesloten bij de Cao Gemeenten en het Personeelshandboek.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht op 1 januari 2020, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Gemeentelijke ombudsman.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening rechtspositie gemeentelijke ombudsman Groningen 2020’.

Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025.

voorzitter

Roelien Kamminga

griffier

Josine Spier

Dit besluit is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend

Naar boven