Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe 2026

De raad van de gemeente Neder-Betuwe;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2025;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Hoofdstuk 4, Titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

 

besluit vast te stellen de ”Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe 2026”

 

Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    Awb: de Algemene wet bestuursrecht

  • 2.

    subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten

  • 3.

    subsidieregeling: een algemene regel die door burgemeester en wethouders bij besluit is vastgesteld en op basis waarvan subsidies worden toegekend;

  • 4.

    aanvrager: een (rechts-)persoon met volledige rechtsbevoegdheid, die een aanvraag heeft ingediend om subsidie te verkrijgen;

  • 5.

    incidentele subsidie: subsidie op grond van artikel 4:23, lid 3, onder d, van de wet waarbij in een incidenteel geval voor de activiteit maximaal één keer voor een periode van maximaal 4 jaar subsidie kan worden verstrekt;

  • 6.

    jaarlijkse subsidie: subsidie voor activiteiten die van jaar tot jaar plaatsvinden of zich uitstrekken over meerdere jaren met een structureel karakter; gebaseerd op een wettelijk voorschrift.

  • 7.

    meerjarige subsidie: een subsidie bedoeld voor twee, drie of vier opeenvolgende jaren en als zodanig voor meerdere jaren verleend met twee-, drie of vierjarig subsidiebesluit; gebaseerd op een wettelijk voorschrift.

  • 8.

    subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op basis van deze verordening;

  • 9.

    college: het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe;

  • 10.

    activiteit: een met gebruikmaking van de subsidie te leveren product, prestatie of resultaat die openbaar toegankelijk is;

  • 11.

    verordening: Algemene subsidieverordening Gemeente Neder-Betuwe 2026.

Artikel 2. Reikwijdte

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).

  • 2.

    Bij subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kunnen burgemeester en wethouders deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing verklaren.

Artikel 3. Subsidieregelingen

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

  • 2.

    Het college kan beslissen, dat de bepalingen in deze verordening ook van toepassing zijn op natuurlijke personen, groepen van natuurlijke personen en organisaties zonder rechtspersoonlijkheid.

  • 3.

    Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen en - indien de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  • 4.

    Het college besluit over voorschriften en voorwaarden die aan de verstrekking verbonden kunnen worden en ook over het aangaan en ontbinden van een uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 4. Staatssteunregels

  • 1.

    Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

  • 2.

    Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.

  • 3.

    Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

  • 4.

    Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader.

  • 5.

    Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

Artikel 5. Wijze van subsidiëren, subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen een incidentele subsidie verstrekken voor activiteiten met een incidenteel karakter.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen een jaarlijkse subsidie verstrekken voor activiteiten met een in beginsel structureel karakter.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen een meerjarige subsidie verstrekken aan organisaties die beschikken over een meerjarig werkplan of activiteitenprogramma dat naar oordeel van het college voldoende aansluit op de meerjarige gemeentelijke beleidsdoelstellingen.

  • 4.

    Een meerjarige subsidie kan, met inachtneming van het begrotingsvoorbehoud, voor een periode van maximaal vier jaar verstrekt worden.

  • 6.

    Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

  • 7.

    Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als:

    • a)

      het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en

    • b)

      de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

  • 8.

    Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

  • 9.

    Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Hoofdstuk 2 – Subsidieverlening

Artikel 6. De aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie wordt via een digitaal aanvraagformulier op de website van de gemeente ingediend bij burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;

    • c.

      een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • d.

      als de aanvrager een onderneming is:

      • I.

        een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

      • II.

        een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring);

    • e.

      als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

  • 3.

    Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, moet een KVK-nummer opgeven. Het college kan vragen om een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorwaarden stellen in de subsidieregels.

    Een meerjarige subsidie

  • 5.

    Een aanvraag voor een meerjarige subsidie kan alleen worden aangevraagd door een rechtspersoon.

  • 6.

    Bij een meerjarige subsidie rapporteert aanvrager jaarlijks over de voortgang van de prestatieafspraken.

Artikel 7. Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Een aanvraag om een meerjarige subsidie (maximaal vier jaar), wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders nemen aanvragen die na 1 juni worden ingediend niet in behandeling of wijzen deze af. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten aanvragen die na 1 juni worden ingediend in behandeling te nemen als er budget over is, nadat toekenning van het budget op basis van subsidieaanvragen die voor 1 juni zijn ingediend heeft plaatsgevonden.

  • 4.

    Andere aanvragen om (incidentele) subsidie worden ingediend uiterlijk zes weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 5.

    Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 8. Beslistermijn

  • 1.

    Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, derde, binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

  • 4.

    Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

  • 5.

    Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

  • 1.

    Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval:

    • a.

      als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of

    • b.

      als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

  • 2.

    Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:

    • a.

      subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of

    • b.

      de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

  • 3.

    Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren:

    • a.

      als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar inwoners of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar inwoners;

    • b.

      de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet gericht zijn op / aansluiten bij het gemeentelijk beleid, zoals opgenomen in de diverse beleidsnota’s.

    • c.

      als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

    • d.

      als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • e.

      als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;

    • f.

      voor zover activiteiten gericht zijn op het uitdragen van levensbeschouwelijke of politieke overtuigingen;

    • g.

      als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;

    • h.

      in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

    • i.

      in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.

Artikel 10. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger

  • 1.

    Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt in de subsidiebeschikking aangegeven wat de verplichtingen zijn nadat de subsidie is verleend en op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

  • 2.

    Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over:

    • a.

      beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;

    • b.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen;

    • d.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 11. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

  • 1.

    Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

  • 2.

    Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.

  • 3.

    Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.

  • 4.

    Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

Artikel 12. Egalisatiereserve

  • 1.

    Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie die meer dan € 50.000 bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt.

  • 2.

    De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De gevormde egalisatiereserve mag alleen besteed worden aan activiteiten waar subsidie voor verstrekt is.

Hoofdstuk 3 – Vaststelling van subsidie

Artikel 13. Subsidies tot en met € 5.000,-

  • 1.

    Subsidies tot en met € 5.000, - worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.

  • 2.

    Als bij verleningsbeschikking de subsidieontvanger wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

  • 3.

    In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.

Artikel 14. Subsidies tussen € 5.000,- en € 50.000,-

  • 1.

    Bij subsidies van meer dan € 5.000 en ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a)

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

    • b)

      een financieel verslag over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders stellen een subsidie van meer dan € 5.000 vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.

  • 4.

    Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd.

  • 5.

    Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.

  • 6.

    Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 14, eerste lid is ingediend, kunnen burgemeester en wet- houders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

  • 7.

    Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

Artikel 15. Subsidies van meer dan € 50.000,-

  • 1.

    Bij subsidies van meer dan € 50.000,- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

    • a.

      in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;

    • b.

      in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    • c.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en

  • 3.

    Bij subsidies hoger dan € 50.000 dient subsidieontvanger het financieel verslag te voorzien van een controleverklaring door een onafhankelijke accountant volgens het daartoe geldende ‘controleprotocol subsidies Neder-Betuwe’;

  • 4.

    Burgemeester en wethouders stellen een subsidie van meer dan € 50.000 vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.

  • 5.

    Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd.

  • 6.

    Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 15, eerste lid is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

  • 7.

    Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Hoofdstuk 4 – Overige bepalingen

Artikel 16. Indexering en berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen

  • 1.

    Het college kan bij subsidieverlening voor subsidies beslissen dat jaarlijks indexering van een subsidiebedrag plaatsvindt. Het indexatiepercentage wordt door het college vastgesteld.

  • 2.

    Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze.

  • 3.

    Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities.

  • 4.

    Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

Artikel 17. Hardheidsclausule

  • 1.

    Als een bij of krachtens verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kunnen burgemeester en wethouders een andere termijn vaststellen.

  • 2.

    In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

  • 3.

    Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de gemeenteraad.

Artikel 18. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe 2019 wordt ingetrokken op de dag waarop deze verordening in werking treedt.

  • 2.

    De subsidieregelingen die nu gelden, berusten op de Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe 2026.

Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Neder-Betuwe 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 december 2025.

De griffier,

De voorzitter,

Naar boven