Gemeenteblad van Doesburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Doesburg | Gemeenteblad 2025, 574090 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Doesburg | Gemeenteblad 2025, 574090 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening jeugdhulp gemeente Doesburg 2025
De raad van de gemeente Doesburg gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer];
gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.11 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet;
gezien het advies van adviesraad sociaal domein dd 02-11-2025;
besluit vast te stellen de Verordening jeugdhulp gemeente Doesburg 2025.
HOOFDSTUK 3. TOEGANG TOT INDIVIDUELE VOORZIENINGEN/VOORZIENINGEN WAARVOOR EEN INDICATIE NODIG IS
Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Het college zorgt, overeenkomstig artikel 2.6, eerste lid, aanhef en onder e, van de wet, voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.
Jeugdhulp die na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts aan een jeugdige of zijn ouder(s) is verleend door een aanbieder van jeugdhulp die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft, komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente wel een contract- of subsidierelatie heeft.
HOOFDSTUK 4. BEHANDELING VAN EEN AANVRAAG VOOR EEN INDIVIDUELE VOORZIENING; ONDERZOEK EN BESLUITVORMING VIA DE GEMEENTE
Artikel 5. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Als bij het college een aanvraag voor een individuele voorziening wordt ingediend, voert het college in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouder(s) zo spoedig mogelijk een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met zevende lid en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. In overleg met het college kunnen de jeugdige en/of zijn ouder(s) de aanvraag lopende het onderzoek wijzigen.
Voordat het onderzoek van start gaat, kunnen de jeugdige en/of zijn ouder(s) het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hen gedurende twee weken na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige en/of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan.
Het college stelt het burgerservicenummer van een jeugdige vast wanneer het voor de eerste maal contact met de jeugdige hebben in het kader van de uitvoering van deze wet en de daarop berustende bepalingen.
Als uit het verslag blijkt dat een individuele voorziening is aangewezen of gewenst is, wordt het verslag ondertekend door de jeugdige en/of zijn ouder(s) en door deze teruggestuurd. De manier waarop het resultaat wordt bereikt, wordt opgenomen in het ondersteuningsplan, dat onderdeel is van het onderzoeksverslag.
Als uit het verslag blijkt dat gezamenlijke conclusie is dat de hulpvraag kan worden opgelost met eigen mogelijkheden en het eigen probleemoplossend vermogen, dan wel door gebruik van een andere voorziening op basis van andere wet- of regelgeving, dan wordt het verslag ondertekend door de jeugdige en/of zijn ouder(s) en door deze teruggestuurd. In dat geval geldt het ondertekende verslag voor zover er een aanvraag was ingediend als intrekking van die aanvraag voor een individuele voorziening. Als er geen gezamenlijke conclusie is, kan de jeugdige en/of zijn ouder(s) de aanvraag intrekken of neemt het college een besluit op de aanvraag.
Artikel 9. Criteria voor toekenning van een individuele voorziening
Onverminderd dat jeugdhulp toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, komt een jeugdige en/of zijn ouder(s) in aanmerking voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een andere of overige voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
Overeenkomstig de definitie van jeugdhulp uit artikel 1.1, van de wet wordt geen individuele voorziening verstrekt voor hulp of ondersteuning aan een jeugdige en/of zijn ouders, dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger, die niet noodzakelijk is op grond van een psychisch probleem of stoornis, psychosociaal probleem, gedragsprobleem of beperking, maar die voortkomt uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van de jeugdige van een bepaalde leeftijd. Bij de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg zoals uitgewerkt in de meest recent zijnde Beleidsregels indicatiestelling Wlz.
Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en waar beschikbaar er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie.
In situaties waarbij ouder(s) begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een ouder(s) niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele voorziening als bedoeld in deze verordening.
Artikel 10. Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
Gebruikelijke hulp is de hulp waarvan naar algemeen aanvaarde maatstaven in redelijkheid mag worden verwacht dat ouder(s) die aan de jeugdige verlenen. Als gebruikelijke zorg van een ouder(s) aan een jeugdige moet worden aangemerkt al die hulp of ondersteuning die voortkomt uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van een jeugdige met een bepaalde leeftijd. Het omvat mede het versterken van de weerbaarheid en de emotionele en sociale vaardigheden van de jeugdige. Bij de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg zoals uitgewerkt in de meest recent zijnde Beleidsregels indicatiestelling Wlz. Het college houdt bij het bepalen van wat gebruikelijke hulp is daarnaast rekening met de volgende factoren:
Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouder(s) door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Van (dreigende) overbelasting is uitsluitend sprake als er geobjectiveerde redenen bestaan die maken dat een ouder(s) (tijdelijk) niet in staat is om de ondersteuning te verlenen, zoals gezondheidsproblemen of een combinatie met werkverplichtingen. Bij werkverplichtingen geldt dat eerst moet worden bezien of de (dreigende) overbelasting door het herinrichten of verminderen van het werk kan worden voorkomen of weggenomen.
Als er sprake is van de ondersteuning door ouder(s) aan de jeugdige die, wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze ondersteuning, zwaarder is dan past bij de normale ontwikkeling van een jeugdige met een bepaalde leeftijd, wordt door het college de balans tussen de draaglast en de draagkracht van de ouder(s) vastgesteld.
Bij de draagkracht geldt, gelet op het bepaalde in artikel 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, als uitgangspunt dat ouder(s) primair zelf verantwoordelijk zijn voor het begeleiden, verzorgen, opvoeden van en het houden van toezicht op een minderjarig kind. Dit geldt ook als er sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen. Dat betekent dat (ook) bovengebruikelijke hulp, in de vorm van in ieder geval begeleiding bij het dagelijks leven en persoonlijke verzorging, in beginsel door de ouder(s) zelf geleverd moet worden.
Als de ondersteuning gedurende een eenmalige periode van maximaal drie maanden moet worden geleverd, neemt het college aan dat de draaglast van de ouder(s) niet aan het leveren van die ondersteuning in de weg staat. De ondersteuning moet in dat geval door de ouder(s) zelf geleverd worden, tenzij dit gezien de aard en omvang van de benodigde ondersteuning niet van de ouder(s) mag worden verwacht.
Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouder(s) (beschikbaarheid van ouder(s), de belasting van ouder(s) en de financiële situatie van de ouder(s)) dan wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Het college verstrekt hiervoor dan geen individuele voorziening.
Als ouder(s) een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat zij hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Tot het sociale netwerk behoren andere personen binnen de kring van familie, vrienden, kennissen en bekenden die van betekenis zijn voor en bijdragen aan het welzijn en welbevinden van de jeugdige en/of zijn ouder(s).
Artikel 11. Algemene weigeringsgronden
Een jeugdige en/of zijn ouder(s) komen niet in aanmerking voor een individuele voorziening als:
De jeugdige en/of zijn ouder(s) aanspraak maken op een andere- of overige voorziening die voorziet in de ondersteuningsbehoefte, of de mogelijkheid bestaat dat zij aanspraak kunnen maken op een voorliggende voorziening die voorziet in de ondersteuningsbehoefte, maar zij hiervoor geen aanvraag wensen in te dienen. Voorziet de voorliggende voorziening gedeeltelijk in de ondersteuningsbehoefte dan kan aanvullend alsnog een individuele voorziening worden afgegeven;
De zorg voor kinderen vanaf 7 jaar ingeschreven op de basisschool met ernstige dyslexie (ED), dyslexiezorg, valt onder de wet.
HOOFDSTUK 5. AANVULLENDE REGELS VOOR EEN INDIVIDUELE JEUGDHULPVOORZIENING IN DE VORM VAN EEN PGB
Artikel 15. Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb
Als een jeugdige en zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, dient de jeugdige en/of zijn ouder(s) daartoe een pgb-plan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. In het pgb-plan is opgenomen:
Het college verstrekt een pgb als:
naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 17 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige en zijn ouder(s) van het budget wil betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.
Artikel 17. Onderscheid formeel en informeel pgb
Van formeel pgb is sprake als de jeugdhulp verleend wordt door onderstaande personen:
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister, conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007, en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007 en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
Artikel 18. Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een pgb
Voor personen die een pgb aanvragen wordt het tarief van een pgb voor professionele ondersteuning gebaseerd op een door de jeugdige en/of zijn ouder(s), opgesteld plan over hoe het pgb besteed gaat worden, waarbij de hoogte van het toegekende pgb maximaal de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate zorgvoorziening in natura bedraagt. De ingekochte producten voor Zorg in Natura zijn opgenomen in de raamcontracten van het Open House systeem van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Centraal Gelderland. De hoogte van het pgb wordt afgeleid van de tarieven die in de regio zijn afgesproken en zijn vastgelegd in de regionale productendienstencatalogus van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR).
Het college kan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vragen om een geheel of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken. Dit kan alleen gemotiveerd als er bij een jeugdige en zijn ouder(s), een gegrond vermoeden is dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid onder a, d of e van de wet.
Het college kan de SVB gemotiveerd vragen om te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een opname in een Wet langdurige zorg (Wlz)- of Zorgverzekeringswet (Zvw)-instelling zoals in artikel 26 lid 1.a in deze verordening.
Artikel 22: Weigeringsgronden pgb naast de algemene wijzigingsgronden in artikel 11
Artikel 24. Onkostenvergoeding en/of tegemoetkoming
Indien er geen sprake is van een zorgovereenkomst zoals bedoeld; zorgovereenkomst met partner of familielid, met een zorginstelling, arbeidsovereenkomst of zorgovereenkomst van opdracht bij de SVB, dan kan men mogelijk in aanmerking komen voor een tegemoetkoming en/of onkostenvergoeding.
Deze tegemoetkoming bedraagt maximaal € 141,- per kalendermaand, eventueel aangevuld met een tegemoetkoming voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten ten behoeve van de hulp.
De maximale bedragen die de budgethouder per maand aan de ondersteuning uit het eigen sociale netwerk mag vergoeden zijn:
HOOFDSTUK 6. HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING EN BESTRIJDING MISBRUIK
Mede overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.1.2, eerste lid, van de wet doen de jeugdige en/of zijn ouder(s) aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb.
Artikel 26. Niet meewerken ouder(s) en/of jeugdige
Als de jeugdige en/of zijn ouder(s) naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerkt (meewerken), kan de omvang van de benodigde jeugdhulp niet worden vastgesteld of is de jeugdhulp niet effectief en kan door het college worden besloten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken. Indien de jeugdige en/of zijn ouders niet of onvoldoende meewerkt (meewerken) wordt er schriftelijk of en mondeling op de consequenties van het niet meewerken aan de medewerkingsplicht gewezen.
Artikel 28. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s
Artikel 29. Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet gebruik
Het college maakt met de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties.
HOOFDSTUK 7. AFSTEMMING MET ANDERE VOORZIENINGEN
Artikel 30. Voorliggende voorzieningen
Als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van de wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van de wet te treffen.
Artikel 31. Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning
Bij een jeugdige van 16 jaar of ouder die hulp op grond van de wet ontvangt wordt een toekomstperspectiefplan opgesteld voordat zij de jeugdhulp op 18-jarige leeftijd verlaten. Dit is een persoonlijk ontwikkel- of perspectiefplan met niet-vrijblijvende afspraken waarin de Big Five (support, wonen, school en werk, inkomen en welzijn) leidend zijn. Als de jeugdige naar alle waarschijnlijkheid na het achttiende levensjaar hulp of ondersteuning nodig heeft vanuit een wettelijke kader als bedoeld in het eerste lid, is het college gehouden om:
Ter uitvoering van het vijfde lid, onderzoekt het college tijdig welke andere voorziening nodig is, vanaf de achttiende verjaardag en op welke wijze en vanuit welke andere voorzieningen (Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet langdurige zorg, of de Zorgverzekeringswet) deze ondersteuning vanaf het achttiende levensjaar wordt ingezet.
HOOFDSTUK 8. WAARBORGEN VERHOUDING PRIJS EN KWALITEIT
Artikel 32. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid.
Het eerste en tweede lid gelden voor subsidies slechts voor zover zij worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouders en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten.
Artikel 33. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval jeugdigen of hun vertegenwoordigers, onder andere via de Adviesraad sociaal beleid, bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.
Het college stelt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval jeugdigen of hun vertegenwoordigers, onder andere via de Adviesraad sociaal beleid, vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Artikel 35. Overgangsrecht, intrekking oude verordening
Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Doesburg 2019 geldend vanaf 12-04-2023 die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. Hier kan ten gunste van de jeugdige en/of zijn ouder(s) van worden afgeweken als de (nieuwe) Verordening jeugdhulp gemeente Doesburg 2025 leidt tot een gunstiger uitkomst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-574090.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.