Beleidsregels Tijdelijke Regeling Alleenverdienersproblematiek gemeente Nijkerk

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk;

gelet op artikel 78gg Participatiewet;

 

overwegende, dat het wenselijk is om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden een vaste tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd;

 

besluit vast te stellen:

 

Beleidsregels Tijdelijke Regeling Alleenverdienersproblematiek gemeente Nijkerk

Artikel 1 Begrippen

  • 1.1

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • alleenverdiener: een huishouden zoals omschreven in artikel 78gg Participatiewet;

    • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk;

    • huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.

    • vaste tegemoetkoming: de tegemoetkoming bedoeld in artikel 78gg van de Participatiewet waarvan het bedrag per kalenderjaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling.

  • 1.2

    Als een begrip niet (eenduidig) gedefinieerd is, geeft het college of de gemandateerde invulling aan dat begrip.

     

Toegang

 

Artikel 2 Voorwaarden

Voor de vaste tegemoetkoming komt in aanmerking het huishouden dat voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 78gg van de Participatiewet.

Artikel 3 Ambtshalve toekenning

  • 3.1

    Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.

  • 3.2

    Het college kent de vaste tegemoetkoming daarnaast ambtshalve toe voor één kalenderjaar aan het huishouden, indien:

    • a.

      het huishouden voor dat kalenderjaar nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

    • b.

      voor dat kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;

    • c.

      op basis van de bij het college bekende gegevens het college heeft vastgesteld dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar;

    • d.

      er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten, en;

    • e.

      de beide partners met een woonadres ingeschreven staan in de gemeente.

Artikel 4 Aanvraag zelfmelder

  • 4.1.

    Het huishouden kan zelf een aanvraag om een vaste tegemoetkoming indienen bij het college.

  • 4.2

    De aanvraag om een vaste tegemoetkoming is vormvrij.

  • 4.3

    Het college beoordeelt of de aanvrager voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 78gg Participatiewet.

  • 4.4

    Het college beoordeelt of beide partners op de datum van aanvraag ingeschreven zijn als inwoners van de gemeente Nijkerk en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen.

  • 4.5

    Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide partners mee en niet dat van eventuele huisgenoten.

  • 4.6

    Bij een vast inkomen neemt het college, voor de beoordeling van het recht op de vaste tegemoetkoming, het inkomen uit de laatste volledige kalendermaand voor aanvraagdatum. Het college rekent dit maandinkomen om naar een geschat jaarinkomen.

  • 4.7

    Bij een variabel inkomen neemt het college het gemiddelde inkomen van de drie achtereenvolgende kalendermaanden gelegen voor aanvraagdatum als maandinkomen. Het college rekent dit maandinkomen om naar een geschat jaarinkomen.

  • 4.8

    Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd er al is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.

  • 4.9

    Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens en vermogenscomponenten van de zorgtoeslag zoals die gelden voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.

  • 4.10

    Het recht op de vaste tegemoetkoming geldt totdat artikel 78gg van de Participatiewet vervalt. De vaste tegemoetkoming kan uiterlijk binnen een half jaar nadat artikel 78gg van de Participatiewet is vervallen worden aangevraagd.

     

Toekenning en verstrekking

 

Artikel 5 Toekenning

Indien er recht is kent het college de vaste tegemoetkoming eenmalig toe voor het betreffende kalenderjaar en voor het gehele bedrag.

Artikel 6 Verstrekking

Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer. Een huishouden houdt onverkort recht op een eenmaal verstrekte vergoeding, ook al verhuist men in de loop van het jaar naar een andere gemeente. Bij een verhuizing naar de gemeente Nijkerk in de loop van het jaar brengen we de verstrekking(en) door de vorige gemeente(n) in mindering.

 

Slotbepalingen

 

Artikel 7 Ingangsdatum

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie en werken terug tot 1 januari 2025.

Artikel 8 Titel

Deze beleidsregels worden aangehaald als:

Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Nijkerk.

Vastgesteld in de collegevergadering van 15 december 2025.

Burgemeester en wethouders van Nijkerk

De Secretaris

De heer drs. J.G de Jager

De Burgemeester

Mevrouw T. de Jonge-Ruitenbeek

Toelichting

Artikel 2 Voorwaarden

Dit artikel geeft de voorwaarden voor het recht op de tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek. De voorwaarden staan als volgt in artikel 78gg in het eerste lid van de Participatiewet:

 

Voor de vaste tegemoetkoming komt in aanmerking het huishouden dat:

 

  • a.

    Een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Participatiewet;

  • b.

    Vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan toeslagen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en

  • c.

    Een netto-inkomen en toeslagen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet vanwege hetgeen genoemd is onder sub b.

Uit de voorwaarden blijkt dat als een huishouden geen toeslag krijgt in verband met te veel vermogen het huishouden niet aan de voorwaarden voor de tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek voldoet. Het gemis aan toeslag is dan geen gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting. De vermogensgrenzen en componenten voor de verschillende toeslagen van de Belastingdienst zijn te vinden op de jaarlijkse toeslagenkaart van de Belastingdienst.

 

Artikel 3 Ambtshalve toekenning

 

Artikel 3.1 Ambtshalve toekennen aan huishoudens die op de lijst van de Belastingdienst staan

Aan ieder huishouden waarvan het BSN van de meestverdienende partner staat vermeld op de lijst van de Belastingdienst wordt ambtshalve de vaste tegemoetkoming toegekend.

 

Artikel 3.2 Ambtshalve toekennen aan reeds bekende huishoudens die niet op de lijst van de Belastingdienst staan

De bekende huishoudens die een tegemoetkoming hebben ontvangen over een kalenderjaar vóór 2025 krijgen het bedrag ambtshalve uitgekeerd als men nog aan de voorwaarden voldoet. Wanneer na 2025 een huishouden bekend is/wordt, kan er alleen voor de jaren daarna ambtshalve uitgekeerd worden.

 

Met ‘bekend’ worden huishoudens bedoeld waarvan de gemeente voor een eerder jaar heeft vastgesteld dat het een alleenverdienershuishouden was en een tegemoetkoming heeft uitgekeerd. Deze huishoudens kunnen in het huidige jaar weer alleenverdiener huishouden zijn maar niet op de lijst staan, omdat deze lijst gebaseerd is op gegevens van eerdere jaren.

 

Als een huishouden in een voorgaand jaar de vaste tegemoetkoming heeft ontvangen, anders dan op basis van de lijst van de Belastingdienst en de woonsituatie, leefsituatie en inkomenssituatie is ongewijzigd, dan verstrekt het college ambtshalve een toeslag in het betreffende kalenderjaar. Peildatum voor het vaststellen of de situatie is gewijzigd is 15 januari van het betreffende kalenderjaar.

 

Artikel 4: Aanvraag zelfmelder

Alle andere huishoudens die vermoeden dat zij tot de doelgroep van de alleenverdieners behoren kunnen zelf een aanvraag indienen. Dit artikel bepaalt daarbij wat de criteria zijn om te bepalen of het huishouden recht heeft op de vaste tegemoetkoming.

 

Artikel 4.6 en 4.7: Voor de berekening van het inkomen zijn er twee opties:

  • Bij een vast maandelijks inkomen: hiervoor geldt een referteperiode van één maand.

  • Bij een variabel maandelijks inkomen: hiervoor geldt een referteperiode van de drie meest recente maanden.

Het vaste of variabele inkomen wordt vervolgens naar een jaarinkomen omgerekend.

 

Artikel 4.9: Bij de vaststelling van de lijst door de Belastingdienst voor ambtshalve toekenning van de tegemoetkoming, is rekening gehouden met de vermogensgrenzen van de toeslagen. Het is vanwege rechtsgelijkheid en de bedoeling van de regeling belangrijk dat gemeenten ook voor zelfmelders met deze vermogensgrenzen rekening houden. In de beleidsregel is daarom de vermogensgrens van de zorgtoeslag opgenomen als criterium bij de beoordeling of een huishouden tot de doelgroep alleenverdienersproblematiek behoort.

 

Artikel 5: Toekenning

De toekenning van de vaste tegemoetkoming is eenmaal per kalenderjaar voor het hele bedrag.

Om te voorkomen dat alleenverdiener huishoudens in geval van verhuizing tussen de wal en het schip belanden, wordt voor alle ambtshalve toekenningen als peildatum voor de woonplaats de datum waarop de definitieve lijst van de Belastingdienst is gebaseerd, gehanteerd. Voor 2025 is dat 15 januari 2025. Beide partners zijn op die datum met een woonadres ingeschreven bij de gemeente Nijkerk.

 

Artikel 6: Verstrekking

Ook als de inwoner gedurende het jaar naar een andere gemeente verhuist, keert de gemeente Nijkerk de vaste tegemoetkoming uit. Verhuist iemand gedurende het jaar naar de gemeente Nijkerk brengen we de door de vorige gemeenten(n) verstrekte vergoeding(en) in mindering. Dit is om te voorkomen dat de inwoner wordt benadeeld door de verhuizing.

 

Naar boven