Beleidsregels parttime ondernemen gemeente Woensdrecht 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht;

Overwegende;

dat het gewenst is om beleid vast te stellen omtrent de verlening van bijstand aan personen die een uitkering ontvangen en werkzaamheden hebben anders dan in loondienst of als zelfstandig ondernemer als bedoeld in artikel 1 sub b van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004

B E S L U I T

vast te stellen de Beleidsregels parttime ondernemen gemeente Woensdrecht 2026.

Artikel 1 Begrippen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (PW), het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en de algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 2.

    Voor toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      uitkering: uitkering op grond van de Participatiewet (PW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeelteijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);

    • b.

      college: het college van burgemeester en wethouders;

    • c.

      Bbz: het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;

    • d.

      belanghebbende: de persoon die parttime onderneemt of wil ondernemen;

    • e.

      parttime ondernemen: met behoud van uitkering volgens de voorwaarden van deze beleidsregels zelfstandige activiteiten tegen betaling doen met het oogmerk winst te behalen, maar onvoldoende verdienen om aan de uitkeringsnorm te voldoen of het urencriterium van 1.225 uur per jaar te halen (maximaal 23,5 uur per week) dat de Belastingdienst hanteert voor ondernemers.

Artikel 2 Uitgangspunten

Voor deze beleidsregels die het mogelijk maakt om onder voorwaarden parttime te kunnen ondernemen zijn de volgende uitgangspunten van belang:

  • 1.

    Het primaire doel is dat het parttime ondernemen het perspectief en de kansen op re-integratie en/of participatie van de belanghebbende vergroten.

  • 2.

    De mogelijkheid om parttime te ondernemen kan verschillende doelen dienen, waaronder:

    • a.

      een opstap naar zelfstandig ondernemerschap;

    • b.

      het vergroten van de kansen op de arbeidsmarkt;

    • c.

      het bevorderen van de maatschappelijke participatie.

Artikel 3 Doelgroep

  • 1.

    Deze beleidsregels zijn van toepassing op een belanghebbende met een uitkering.

  • 2.

    Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op inwoners met een inkomensvoorziening op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) of een uitkering op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004).

Artikel 4 Voorwaarden

Om toestemming te krijgen om werkzaamheden te verrichten, moet de belanghebbende voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De belanghebbende blijft naar vermogen voldoen aan de verplichtingen zoals bedoeld in de artikelen 9 en 55 PW of artikel 37 IOAW. Algemeen geaccepteerde arbeid in loondienst moet altijd worden geaccepteerd.

  • 2.

    De belanghebbende verricht de werkzaamheden volledig voor eigen rekening en risico.

  • 3.

    De werkzaamheden zijn van bescheiden omvang: minder dan 1.225 uur per jaar (maximaal 23,5 uur per week). Dit geldt ook voor de belanghebbende en de eventuele partner tezamen.

  • 4.

    De belanghebbende voldoet aan de voor de betreffende activiteiten verplichte vestigingseisen. Hieronder kan worden verstaan een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Zijn de diensten incidenteel van karakter, dan is inschrijving bij de Kamer van Koophandel niet noodzakelijk.

  • 5.

    De belanghebbende voert een deugdelijke en controleerbare boekhouding die voldoet aan de eisen van de Belastingdienst.

  • 6.

    De prijzen en tarieven liggen op het in de branche gebruikelijke niveau en de bedrijfskosten staan in een reële verhouding tot de omzet.

  • 7.

    De belanghebbende gaat geen langdurige verplichtingen en/of contracten aan en moet, indien de uitvoering van de uitkering daartoe noodzaakt, op korte termijn de werkzaamheden kunnen beëindigen.

Artikel 5 Aanvraag en toestemming

  • 1.

    De belanghebbende vraagt vooraf toestemming om te mogen starten als parttime ondernemer. Indien er bij de aanvraag van een uitkering al sprake is van parttime ondernemen, dan vraagt de belanghebbende bij aanvang van de uitkering toestemming om het voort te zetten.

  • 2.

    Wordt toestemming verleend voor parttime ondernemen dan geldt deze in beginsel voor de duur van het lopende kalender- c.q. boekjaar en wordt middels een beschikking aan de belanghebbende kenbaar gemaakt. In deze beschikking staat in ieder geval het volgende:

    • a.

      voor welke tijdsperiode de toestemming geldt;

    • b.

      onder welke voorwaarden en wijze de toestemming kan worden verlengd;

    • c.

      eventueel de individueel opgelegde aanvullende verplichtingen en voorwaarden;

    • d.

      de wijze waarop de belanghebbende zijn of haar inkomen doorgeeft en het college het inkomen verrekend met de uitkering;

    • e.

      of en op welke wijze de arbeidsverplichtingen zijn afgestemd.

  • 3.

    Het college stelt met een beschikking vóór afloop van de toestemmingsperiode vast of de toestemming wordt verlengd. Hierbij worden alle algemene en individuele voorwaarden, verplichtingen en andere afspraken op basis van deze beleidsregels volledig heroverwogen.

Artikel 6 Beëindigen en intrekken toestemming

  • 1.

    Het college kan de toestemming voor parttime ondernemen in ieder geval beëindigen of in trekken als:

    • a.

      de belanghebbende niet meer voldoet aan de voorwaarden en/of verplichtingen uit deze beleidsregels;

    • b.

      de belanghebbende zich niet meer houdt aan de (aanvullende) verplichtingen die op grond van artikel 9 of 55 PW of artikel 37 IOAW volgens deze beleidsregels zijn opgelegd;

    • c.

      de belanghebbende ondersteuning of bijstand kan krijgen op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, inclusief de voorbereidingsperiode;

    • d.

      de belanghebbende begeleiding bij de zelfstandige activiteiten of arbeidsinschakeling weigert en als gevolg hiervan een maatregel wordt opgelegd;

    • e.

      het parttime ondernemen een belemmering vormt voor de belanghebbende om aan zijn arbeidsverplichtingen te kunnen voldoen;

    • f.

      de belanghebbende geen winst of een negatief inkomen heeft over een periode van zes maanden en het naar oordeel van het college de verwachting is dat het negatieve inkomen of ontbreken van winst langer dan zes maanden aanhoudt;

    • g.

      het parttime ondernemen een schuldentraject in de weg staat;

    • h.

      belanghebbende één of meerdere andere verplichtingen vanuit de PW of IOAW niet of onvoldoende nakomt.

  • 2.

    Als de belanghebbende aanspraak kan maken op ondersteuning of bijstand op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, zoals genoemd in het eerste lid, onder c, dan werkt de belanghebbende mee om daar eerst een aanvraag voor in te dienen. De toestemming voor parttime ondernemen wordt dan niet eerder beëindigd of ingetrokken zolang er nog geen besluit op die aanvraag is genomen.

Artikel 7 Verrekening en vrijlating van inkomsten

  • 1.

    De bruto-inkomsten c.q. opbrengsten (winst, zonder dat er iets is afgedragen aan de Belastingdienst) worden per kalendermaand volledig verrekend met de netto-uitkering. Belanghebbende levert elke maand een inkomstenformulier in. Dit formulier wordt voorzien van een overzicht van de verrichte werkzaamheden (inclusief urenopgave).

  • 2.

    De volgende bedrijfskosten (exclusief BTW) kunnen op de omzet in mindering worden gebracht:

    • -

      De inkoopwaarde van de omzet (bijvoorbeeld materiaal- en inkoopkosten);

    • -

      De kosten gerelateerd aan de rechtmatige vestiging (bijvoorbeeld kosten WA- verzekering, kosten inschrijving KvK);

    • -

      De reiskosten op basis van de fiscale kilometervergoeding, kortste route ANWB routeplanner of de kosten van het openbaar vervoer (tweede klas). Aan te tonen door middel van een rittenadministratie met een verklaring van de kosten;

    • -

      De kosten voor een boekhouder tot maximaal € 600,- per jaar;

    • -

      Promotiekosten zoals visitekaartjes en flyers.

  • 3.

    Op de omzet worden de volgende kosten in ieder geval niet in mindering gebracht:

    • -

      Huur en/of kosten bedrijfsruimte;

    • -

      Kosten voor het aanschaffen of leasen van een auto;

    • -

      Personeelskosten;

    • -

      Kosten voor computers, tablets, telefoons en printers;

    • -

      Hotelovernachtingen;

    • -

      Representatiekosten (zoals kleding, etentjes en geschenken);

    • -

      Boetes van de Belastingdienst wegens te late aangifte inkomstenbelasting of omzetbelasting;

    • -

      Investeringen;

    • -

      Rentelasten;

    • -

      Kosten die worden opgevoerd in strijd met de belastingwetgeving;

    • -

      Kosten van activiteiten die in strijd zijn met de bepalingen van deze beleidsregel.

  • 4.

    Voor een handelsonderneming gelden aanvullende voorwaarden:

    • -

      Een afzonderlijke voorraadadministratie is verplicht;

    • -

      Het inschakelen van en boekhouder is verplicht;

    • -

      Alleen de inkoopwaarde van verkochte goederen mag als kosten worden opgenomen;

    • -

      De voorraad dient volledig uit eigen middelen te worden gefinancierd;

    • -

      Winst mag niet worden gebruikt voor investeringen in voorraad.

  • 5.

    De verrekening van inkomsten vindt plaats conform het maandelijkse inkomstenformulier.

  • 6.

    Het college kan in het individuele geval afspraken met de belanghebbende maken over noodzakelijke kosten als dat noodzakelijk is voor het parttime ondernemen en de kosten in verhouding staan met de  zelfstandige activiteiten en zolang zij in verhouding staan tot de met dit beleid te dienen doelen.

  • 7.

    Voldoet de belanghebbende aan de voorwaarden voor de vrijlating van inkomsten op grond van de PW of de IOAW, dan geldt deze vrijlating ook voor de parttime ondernemer. De inkomstenvrijlating wordt achteraf bij de jaarlijkse afrekening vastgesteld aan de hand van de administratie en aangifte inkomstenbelasting.

Artikel 8 Jaarlijke definitieve vaststelling van het inkomen

  • 1.

    Binnen zes maanden na afloop van een kalender- c.q. boekjaar levert de belanghebbende de belastingaangifte inkomstenbelasting en de aangiftes omzetbelasting 1e tot en met 4e kwartaal van het voorgaande jaar in. Zodra deze zijn ontvangen, levert de belanghebbende ook de voorlopige en definitieve aanslag in.

  • 2.

    Aan de hand van de aangifte(s) en definitieve aanslag inkomstenbelasting/BTW vindt na afloop van een kalender- c.q. boekjaar de definitieve vaststelling van de inkomsten plaats. Bij afwijking van de inkomstenverrekening tijdens het kalender- c.q. boekjaar zelf, leidt dit tot een terugvordering of nabetaling van algemene bijstand.

  • 3.

    Het college betaalt de door belanghebbende te betalen aanslag inkomstenbelasting en aanslag inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet als onbelaste bijstand na. Het college vordert de door belanghebbende te ontvangen aanslag inkomstenbelasting en aanslag inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet terug of verrekent deze met de uitkering.

Artikel 9 Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan in zeer bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien onverkorte toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid.

  • 3.

    In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college.

Artikel 10 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels parttime ondernemen gemeente Woensdrecht 2026.

Artikel 11 Inwerkingtreding en overgangsrecht

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • 2.

    Bijstandsgerechtigden die per 1 januari 2026 inkomsten genieten uit zelfstandige activiteiten en waarvan deze inkomsten worden verrekend met de bijstandsuitkering, krijgen een overgangstermijn van zes maanden. Binnen deze overgangstermijn beoordeelt het college of toestemming wordt verleend voor voortzetting van de zelfstandige activiteiten conform dit beleid.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders tijdens de vergadering van 16 december 2025,

De burgemeester, De secretaris,

drs. J.J.C. Adriaansen ing. P.A.C. Bogers

Bijlage 1 Algemene toelichting

AanleidingPersonen die voldoen aan de criteria van een zelfstandige, kunnen aanspraak maken op ondersteuning en bijstand op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Personen die niet aan die criteria voldoen kunnen aangewezen zijn op een uitkering volgens de Participatiewet (PW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW). De PW en IOAW bieden juridische mogelijkheden om naast de uitkering parttime te ondernemen, maar zijn hiervoor onvoldoende uitgerust. Deze personen kunnen tussen wal en schip vallen. De wal is bijstand op basis van de Bbz. Bepaalde parttime ondernemers komen hier niet voor in aanmerking omdat de uren eis van 1.225 uur per jaar ondernemen niet wordt gehaald. Een andere reden is dat de Bbz bedoeld is voor ondernemingen die op termijn voldoende kunnen verdienen, oftewel levensvatbaar zijn. Het schip is bijstand vanuit de PW of IOAW. Deze is echter gericht op uitstroom naar werk en heeft geen kaders voor bedrijfsmatige inkomsten. Daarom stelt de Woensdrecht een kader voor parttime ondernemen vast met deze beleidsregels. Het kunnen parttime ondernemen onder voorwaarden komt ook tegenmoet aan de behoeften van een deel van de bijstandsgerechtigden waar uitstroom naar een reguliere baan om uiteenlopende redenen niet altijd de beste weg of manier is op weg naar deelname in de maatschappij.

Wat is parttime ondernemenBij parttime ondernemen vanuit de bijstand hebben we het over inwoners die een uitkering op grond van de PW of de IOAW ontvangen en daarnaast inkomsten genereren. Bijvoorbeeld het op kleine schaal verkopen van kunst, het leveren van eenvoudige klussendiensten, of het geven van een aantal gitaarlessen. Het gaat er hier om dat de inkomsten die worden gegeneerd van kleine aard zijn. Ook wordt er niet meer dan 1.225 uur per kalenderjaar ondernomen (maximaal 23,5 uur per week).

Doel van het nieuwe beleidDe beleidsregels dient verschillende doelen. Het is bedoeld om het perspectief en de kansen op re-integratie en/of participatie van de belanghebbende te vergroten, de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, de zelfredzaamheid te vergroten en/of te stimuleren dat de belanghebbende naar vermogen meedoet in de maatschappij. Wel blijft werk op basis van een arbeidsovereenkomst prioriteit als dit mogelijk is. Het is dan ook niet de bedoeling dat het parttime ondernemen een belemmering vormt voor het nakomen van de arbeidsverplichtingen. Deze blijven gelden. Indien nodig wordt de onderneming door de belanghebbende beëindigd of afgebouwd om (deeltijd)werk in loondienst te accepteren, tenzij deze twee te combineren zijn.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1 BegrippenIn dit artikel worden een aantal begrippen toegelicht die in deze beleidsregels worden gehanteerd.

Artikel 2 Uitgangspunten

Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

Artikel 3 Doelgroep De doelgroep is gebaseerd op de uitgangspunten van deze beleidsregel.

Uitsluiting IOAZ

Personen die een uitkering ontvangen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en arbeid in bedrijf of beroep hervatten of aanvangen verliezen hun recht op de IOAZ-uitkering. Om deze reden is deze doelgroep uitgesloten van deze beleidsregel.

Uitsluiting Bbz

De Bbz is een voorliggende voorziening op parttime ondernemen. Personen die bijstand en ondersteuning kunnen krijgen op grond van de Bbz zijn uitgesloten van parttime ondernemen. Als de aanvraag op grond van de Bbz is afwezen en de belanghebbende een uitkering aanvraagt of ontvangt op grond van de Participatiewet of IOAW kan parttime ondernemen mogelijk een optie zijn.

Artikel 4 VoorwaardenDe voorwaarden voor parttime ondernemen zijn zo opgesteld dat de belanghebbende kan blijven voldoen aan de arbeidsverplichtingen, géén onnodig financiële risico’s loopt, en voldoet aan alle andere wettelijke eisen voor zelfstandig ondernemerschap.

Artikel 5 Aanvraag en toestemming

De aanvraag voor parttime ondernemen wordt integraal beoordeeld op basis van zowel de doelmatigheid als de rechtmatigheid. De toestemming en eventuele verlenging geldt in beginsel voor het lopende kalender- c.q. boekjaar. Omdat parttime ondernemen begunstigend of belastend kan zijn, wordt de toestemming en eventuele verlenging met een beschikking vastgelegd. In deze beschikking worden ook de individuele afspraken, verplichtingen en aanvullende voorwaarden of (prestatie)afspraken vastgelegd. Dit artikel is een kan bepaling en vraagt een individuele beoordeling aan de hand van zowel de doelmatigheid als de rechtmatigheid van de beleidsregel. Parttime ondernemen kan ingezet worden zolang de doelen van de regeling worden nageleefd en de belanghebbende zich houdt aan de verplichtingen, voorwaarden en andere afspraken. Als parttime ondernemen niet meer doelmatig of rechtmatig is, kan de toestemming worden beëindigd of worden ingetrokken.

Artikel 6 Beëindigen en intrekken toestemming

Dit artikel is een kan bepaling en vraagt een individuele beoordeling van zowel de doelmatigheid als de rechtmatigheid van de beleidsregels. Parttime ondernemen kan ingezet worden zolang de doelen van de regeling worden nageleefd en de belanghebbende zicht houdt aan de verplichtingen, voorwaarden en andere afspraken. Als parttime ondernemen niet meer doelmatig of rechtmatig is, kan de toestemming worden beëindigd of ingetrokken.

Artikel 7 Verrekening en vrijlating van inkomsten

In dit artikel wordt aangegeven hoe er moet worden omgegaan met het maandelijks verrekenen van de inkomsten. De uitgaven van de parttime ondernemer moeten reëel, noodzakelijk en aantoonbaar zijn. Daarnaast moeten de uitgaven in verhouding staan met het karakter van op kleine schaal parttime ondernemen met behoud van een uitkering. Hoge kosten leiden tot een lager inkomen, een lager inkomen leidt tot een hogere uitkering. Indirect wordt dus uitkering verstrekt voor zakelijke uitgaven. Het beleid voorziet daarom in enkele kostensoorten die niet, wel of onder voorwaarden in mindering gebracht mogen worden op de omzet. Bij de beoordeling kan maatwerk worden verleend. Daarin kunnen doelmatigheidsoverwegingen deel uitmaken. Als het parttime ondernemen bijdraagt aan de arbeidsinschakeling kan de vrijlating uit de wet worden toegepast.

Artikel 8 Jaarlijkse definitieve vaststelling van het inkomen

Bij parttime ondernemen is te voorzien dat het inkomen niet altijd met zekerheid kan worden vastgesteld. Daarom levert de belanghebbende na afloop van het kalenderjaar de belastingaangifte inkomstenbelasting en de aangiftes omzetbelasting 1e tot en met 4e kwartaal in en de voorlopige en definitieve belastingaanslagen zodra deze zijn ontvangen. De meeste parttime ondernemers vragen de Kleineondernemersregeling (KOR) aan bij de Belastingdienst, ze zijn dan vrijgesteld van de aangifte omzetbelasting. Er kan dan worden gecontroleerd of de inkomsten maandelijks correct zijn gekort en of er nabetaald moet worden aan de belanghebbende of een terugvordering aan de belanghebbende moet worden opgelegd. De belanghebbende moet jaarlijks voor 1 mei aangifte inkomstenbelasting doen als particulier. De belanghebbende is immers geen ondernemer voor de inkomstenbelasting. Voor de Belastingdienst geniet de belanghebbende als parttime ondernemer ''inkomsten uit overige werk'' omdat de belanghebbende niet voldoet aan het urencriterium van 1.225 uur op jaarbasis zoals vastgesteld door de Belastingdienst. Om die reden kan de belanghebbende geen gebruik maken van bepaalde faciliteiten voor ondernemers, zoals de zelfstandigen- en startersaftrek.

Artikel 9 Hardheidsclausule

Parttime ondernemen is maatwerk. Deze beleidsregel geeft een kader voor parttime ondernemen om in het individuele geval te bepalen wat de beste aanpak voor parttime ondernemen is. Hierbij moet rekening gehouden worden met de doelmatigheid, de rechtmatigheid en het karakter van op kleine schaal parttime ondernemen met behoud van een uitkering.

Artikel 10 Citeertitel Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 11 Inwerkingtreding en overgangsrecht

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Naar boven