Nadere regels BAG Nadere regels BAG (ex artikel 5 derde lid van de Verordening straatnamen en huisnummers Schiedam 2025)

INHOUDSOPGAVE

 

  • I.

    INLEIDING

     

  • II.

    WIJZE VAN NUMMERING

     

  • III.

    HUISNUMMERBORDEN

     

  • IV.

    NAAMBORDEN OPENBARE RUIMTE

     

  • V.

    OPVRAGEN EXTRA INFORMATIE

I. INLEIDING.

In het kader van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (Wet BAG) dient de gemeenteraad het grondgebied van de gemeente in woonplaatsen in te delen, dient zij openbare ruimten vast te stellen en dient zij nummeraanduidingen toe te kennen. Verder dient de gemeenteraad stand- en ligplaatsen en de afbakening van panden, verblijfsobjecten en stand- en ligplaatsen vast te stellen

 

Met de vaststelling van de Verordening straatnamen en huisnummers Schiedam 2025, heeft de raad de hiervoor genoemde bevoegdheden gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Dit betekent dat het een taak van het college is deze bevoegdheden uit te oefenen.

 

Op grond van artikel 5 derde lid van de Verordening straatnamen en huisnummers Schiedam 2025 stelt het college nadere regels over het ontwerp van naam- en huisnummerborden en het ophangen daarvan.

 

Het belang van het vaststellen van nadere regels is eenduidigheid in de toepassing van de Verordening straatnamen en huisnummers Schiedam 2025, zowel door de gemeente zelf als door andere betrokkenen zoals de inwoners van Schiedam.

In het onderhavige document zijn onder meer voorschriften opgenomen met betrekking tot de wijze van nummering, het aanbrengen van nummerborden en naamborden voor de openbare ruimte.

II. WIJZE VAN NUMMERING

Bij het uitgeven van nummeraanduidingen worden de volgende basisuitgangspunten gehanteerd.

 

Nummeraanduidingen

Aanduiding

Domein

Formaat

Huisnummer

1-99999 (natuurlijke getallen)

N5

Huisletter*

A-Z (hoofdletters)

A1

Huisnummertoevoeging

A-Z (hoofdletters), 1-99 (natuurlijke getallen)

AN4

* excl. de letters I, O en Q

 

Het huisnummer omvat maximaal 5 posities en bestaat uitsluitend uit cijfers (natuurlijke getallen). De huisletter omvat 1 positie en wordt gevuld met een hoofdletter. Om verwarring met cijfers te voorkomen worden de letters I, O en Q niet gebruikt. De huisnummertoevoeging omvat maximaal 4 posities. Deze kan bestaan uit hoofdletters en/of cijfers. Bij de huisnummertoevoeging zijn alle letters toegestaan, dus ook de I, O en Q.

Het gebruik van een huisnummertoevoeging wordt echter zoveel mogelijk vermeden. Indien het niet anders kan dan wordt een huisnummertoevoeging in principe alleen gehanteerd in combinatie met een huisletter. Echter in het verleden was dit geen regel zodat in de praktijk wel combinaties van huisnummer en toevoeging (zonder huisletter) voorkomen. Met name bij de combinatie van huisnummer en toevoeging die beide uit cijfers bestaan, levert dat een onduidelijke adresaanduiding op, vooral omdat leestekens (bv. een liggende of schuine streep) niet zijn toegestaan. Een voorbeeld uit de praktijk van zo’n onduidelijke adressering is Kortlandstraat 15 8.

 

Daarnaast worden bij nummeraanduidingen de volgende uitgangspunten toegepast:

  • -

    Er wordt in principe vanaf het centrum van Schiedam in oplopende volgorde genummerd. In onduidelijke situaties wordt in oplopende volgorde genummerd vanaf het meest logische begin van een straat. In veel gevallen is dat het deel van de straat waar met de bouw is/wordt begonnen, of vanaf de dichtbij zijnde hoofdweg/doorgaande route.

  • -

    Even-nummers liggen in oplopende volgorde aan de rechterzijde van een straat.

  • -

    Oneven-nummers liggen in oplopende volgorde aan de linkerzijde van een straat.

  • -

    Bij straten waar slechts aan één zijde bebouwing mogelijk is en bij pleinen wordt een doorlopende (oneven-even) nummering toegepast. De nummering start in oplopende volgorde aan de rechterzijde van de straat.

  • -

    Indien een huisnummer verder wordt onderverdeeld d.m.v. huisletters dan wordt begonnen met de letter A. Daarnaast is de volgorde van de toegangsdeuren van verblijfsobjecten het uitgangspunt voor het toewijzen van de huisletter zodat een logische tekenreeks ontstaat (bijv. 1A-1B-3A-3B en niet 1A-1B-3B-3A). De ligging van de toegangsdeur is dus bepalend (de verdiepingshoogte is niet leidend). Voorbeeld: bij een boven-/benedenwoning bepaalt de volgorde van de toegangsdeuren of het onderste object de letter A dan wel de letter B krijgt toegewezen. In de praktijk komen beide situaties voor: soms ligt A onder en B boven en soms is het andersom.

  • -

    Voor huisnummertoevoegingen geldt hetzelfde als voor huisletters.

  • -

    Als er na een samenvoeging van de genummerd objecten met huisletter en of toevoeging er één object overblijft dan komen de huisletters en of toevoegingen te vervallen.

  • -

    Als er na een splitsing huisletters en of toevoegingen nodig zijn, dan krijgen alle adresseerbare objecten een huisletter en of toevoeging.

  • -

    Indien zich een situatie voordoet waarbij bovenstaande uitgangspunten onvoldoende houvast bieden, dan wordt er genummerd naar eigen inzicht van de BAG beheerder.

Tussennummering

Een klein deel van de adressen in Schiedam heeft een nummeraanduiding waarin een huisnummertoevoeging voorkomt. Veel van deze toevoegingen dateren uit een ver verleden. Tegenwoordig wordt bij het uitgeven van nieuwe adressen huisnummertoevoegingen zoveel mogelijk vermeden. Toch zijn er diverse situaties denkbaar waarbij dat niet mogelijk is. Dat is onder meer het geval bij het toevoegen van nieuwbouw in een gebied tussen bestaande bebouwing.

Een alternatief waar in een dergelijke situatie ook aan kan worden gedacht, is - indien mogelijk - het uitgeven van nieuwe naamgeving openbare ruimte.

III. HUISNUMMERBORDEN

Gelet op het gestelde in artikel 5, derde lid van de Verordening straatnamen en huisnummers Schiedam 2025, stellen burgemeester en wethouders de volgende technische nadere regels vast voor het aanbrengen van huisnummerborden.

 

  • 1.1

    Het huisnummer dient vermeld te worden op een huisnummerbord, voor wat betreft de afmetingen en uitvoering van huisborden wordt verwezen naar NEN norm 1772:2024

  • 1.2

    De huisnummerborden dienen in de regel geplaatst te worden aan de voorzijde van een gebouw, zo dicht mogelijk bij de toegang van het gebouw, duidelijk zichtbaar vanaf de openbare weg, rechts van de hoofdingang. De afstand tussen de onderkant van het huisnummerbord en het maaiveld cq. verdiepingsvloer moet minimaal 1,75 meter en maximaal 2.25 meter bedragen.

  • 1.3

    Indien bij de plaatsing als vermeld in 1.2 het huisnummerbord niet van de openbare weg zichtbaar is, wordt het huisnummerbord aangebracht op een voor voorbijgangers duidelijk zichtbare plaats. Bij objecten waar gesloten rolluiken zijn aangebracht, moet men het huisnummerbord buiten deze rolluiken aanbrengen. Wanneer het huisnummerbord door struiken, klimop of andersoortige groenvoorzieningen aan het oog wordt onttrokken, dienen eigenaren er voor zorg te dragen dat het groen voor het bord wordt weggesnoeid.

  • 1.4

    Indien gebouwen op afgesloten erven of in tuinen staan en de onder 1.2 en 1.3 aangegeven plaatsen voor het nummeren meer dan 5 meter van de grens van de straat zijn gelegen, wordt het nummer (of nummers) direct herhaald rechts naast het toegangshek.

  • 1.5

    Bij portiekwoningen, bij galerijwoningen en zogenaamde flatwoningen moeten de huisnummerborden buiten de ingang van het portiek, buiten de ingang van de galerij en buiten de hoofdingang van het flatgebouw worden herhaald zoals aangegeven in 1.2

 

  • 1.

    Het opschrift op de huisnummerborden moet in zwart worden uitgevoerd op een witte ondergrond.

  • 2.

    Huisnummerborden moeten worden uitgevoerd volgens figuur 13. De afmetingen moeten voldoen aan de waarden gegeven in tabel 6.

  • 3.

    Bij bepaling van de cijferhoogte is de leesbaarheidsafstand bepalend. De cijferhoogte moet zo worden gekozen, dat het nummer vanaf de openbare weg leesbaar is voor de weggebruiker.

  • 4.

    De cijfers op de huisnummerborden moeten worden uitgevoerd in het lettertype RWS Ddx.vl.

  • 5.

    De voor de huisnummerborden toegepaste materialen moeten duurzaam zijn en bestand tegen weersinvloeden. De huisnummers mogen, indien gewenst, ook in reliëf gemoffeld worden uitgevoerd.

  • 6.

    Voor een goede leesbaarheid, opvallendheid en zichtbaarheid bij duister, mogen de huisnummerborden ook van binnenuit verlicht worden uitgevoerd of worden voorzien van retroreflecterend materiaal klasse III.

IV. NAAMBORDEN OPENBARE RUIMTE

Eisen Naamborden

 

  • 1

    Algemeen

    • 1.1

      Voor wat betreft de afmetingen en uitvoering van de borden wordt verwezen naar NEN norm 1772:2024

    • 1.2

      Naamborden moeten in blauw worden uitgevoerd met een wit opschrift. Het naambord moet van een blauwe rand en een witte bies worden voorzien.

    • 1.3

      De lengte van de naam moet bij voorkeur zo worden gekozen dat deze op één tekstregel kan worden geplaatst.

    • 1.4

      De ruimte tussen de witte bies en de eerste letter en tussen de bies en de laatste letter moet minimaal gelijk zijn aan de halve kapitaalhoogte.

    • 1.5

      Naamborden mogen worden gecombineerd met aanwijzingen betreffende wijknummers, wijknamen, plaatsnamen, huisnummers, richtingspijlen, vooraanwijzingen en verklarende tekst.

    • 1.6

      Onder of boven een naambord mag slechts één additionele aanwijzing worden aangebracht.

    • 1.7

      Richtingspijlen mogen echter te allen tijde als additionele aanwijzing worden aangebracht.

    • 1.8

      Typen en kleuren borden worden toegepast conform reeds geformaliseerde nadere regels.

  • 2

    Naamborden met toevoeging van een verklarende tekst

    • 2.1

      Het aanbrengen van een verklarende tekst op een naambord wordt ontraden.

    • 2.2

      Indien toch een verklarende tekst aan een naambord wordt toegevoegd, moet deze tekst buiten de witte bies worden geplaatst.

    • 2.3

      De letterhoogte van de verklarende tekst moet gelijk zijn aan 20 mm en het lettertype moet gelijk zijn aan dat van de hoofdtekst.

    • 2.4

      Borden met verklarende tekst mogen met maximaal 50 mm worden verhoogd.

  • 3

    Bordlengte

    • 3.1

      De bordlengte (L) wordt bepaald door het aantal letters in de naam en door de toe te passen letterhoogte.

    • 3.2

      De minimale bordlengte mag 500 mm bedragen.

    • 3.3

      De maximale bordlengte mag 1 200 mm bedragen.

    • 3.4

      OPMERKING 1 Uit praktische overwegingen wordt aanbevolen de maximale bordlengte te beperken tot 1 000 mm.

    • 3.5

      OPMERKING 2 Ter indicatie wordt in tabel 4 een samenhang gegeven tussen het aantal letters, de letterhoogte en de bordlengte. Bij de bepaling van het aantal letters is uitgegaan van:

      • a)

        een normale spatiëring tussen de letters;

      • b)

        een ruimte voor de eerste en achter de laatste letter minimaal gelijk aan de halve kapitaalhoogte.

    • 3.6

      Indien twee borden onder elkaar worden geplaatst aan één ondersteuningsconstructie, dan moeten de lengtes van de borden aan elkaar gelijk zijn.

    • 3.7

      OPMERKING 3 Indien de borden aan weerszijden van de ondersteuningsconstructie worden bevestigd, dan kunnen de bordlengtes van elkaar verschillen.

Tabel 4 - Samenhang tussen bordlengte (L) en aantal letters

 

� mm

Aantal letters

Letterhoogte, H (kapitaal)

 

mm

60

8 0

110

500

8

6

4

600

10

7

5

700

12

9

6

800

14

11

8

900

16

12

9

1 000

18

14

10

1 200

22

17

12

V. OPVRAGEN EXTRA INFORMATIE

Gemeenten zijn verplicht huisnummers toe te kennen aan woningen, bedrijven, overige adresseerbare objecten, standplaatsen en ligplaatsen. De omgevingsplan activiteit (OPA) is aangewezen als brondocument voor het registreren van deze objecten (bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en VNG, factsheet Gevolgen en oplossingen voor de BAG en WOZ. Invoering van de Omgevingsweg en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. September 2025).

Een aanvrager is niet verplicht om gedetailleerde (bouw)tekeningen aan te leveren bij het aanvragen van de OPA maar voor het afbaken van de objecten in de BAG zijn deze tekeningen wel nodig.

Om tijdig nummeringen te kunnen vaststellen, moet daarom extra informatie worden aangeleverd. Het gaat daarbij om de volgende informatie:

 

  • Bouwtekeningen van het object, bij voorkeur plattegronden en tekeningen van gevels op schaal. Op deze plattegrond moeten in elk geval eventuele voorzieningen als keukens, badkamers en toiletten aangegeven zijn. Ook moeten de deuren en ramen zichtbaar zijn in de plattegrond.

  • Situatietekening van het object ten opzichte van de omgeving waaruit in elk geval de ontsluiting van het object/de objecten op de openbare weg zichtbaar is.

Indien de aanvrager deze informatie niet wenst aan te leveren, wordt in de BAG alleen het pand geregistreerd zonder verblijfsobjecten of nummeringen.

Naar boven