Besluit van het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Doesburg tot wijziging van de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg 2021

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg,

 

Overwegende dat het wenselijk is om Beleidsregels, zoals vastgesteld op 28 mei 2024, te wijzigen;

 

B e s l u i t:

Artikel I  

De op 28 mei 2024 vastgestelde Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg 2021 als volgt te wijzigingen:

 

A

 

5.8 Wooncomplex en/of doelgroepengebouw

 

Woont een cliënt in een wooncomplex, dan kunnen op de persoon gerichte aanpassingen worden aangebracht in de algemene ruimte van dat wooncomplex, om de woning voor de cliënt bereikbaar en toegankelijk te maken. Het aanpassen zal gebeuren conform de afspraken zoals die door het college gemaakt zijn of worden met de (toekomstige) eigenaar van deze woningen of met de Vereniging van eigenaren.

 

Woonvoorzieningen die in de algemene ruimte kunnen worden aangebracht beperken zich in principe tot de volgende voorzieningen:

  • -

    het verbreden van toegangsdeuren;

  • -

    het aanbrengen van elektrische toegangsdeuren of automatische deuropeners;

  • -

    de aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw;

  • -

    het plaatsen van drempelhulpen of vlonders;

  • -

    het realiseren van een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het wooncomplex/gebouw.

Doelgroepgebouw

Als een cliënt in een wooncomplex/doelgroepengebouw woont dat specifiek bedoeld is voor ouderen of personen met een lichamelijke beperking, dan mag worden verwacht dat dit complex/gebouw voldoet aan de basiseisen van toegankelijkheid voor deze doelgroepen. Dat wil zeggen dat iemand zonder problemen zijn eigen woning moet kunnen bereiken, ook als deze rolstoel gebonden is. Een woonvoorziening voor de algemene ruimte is dan niet aan de orde. De woningeigenaar is hiervoor verantwoordelijk.

 

Vervangen door:

 

Als een cliënt woont in een wooncomplex en/of doelgroepgebouw specifiek is bedoeld voor ouderen of personen met een lichamelijke beperking. Als een cliënt in een wooncomplex en/of doelgroepgebouw woont, dan mag worden verwacht dat dit complex/gebouw voldoet aan de basiseisen van toegankelijkheid van deze doelgroepen. Dat wil zeggen dat iemand zonder problemen zijn eigen woning moet kunnen bereiken, ook als deze rolstoel gebonden is. Een woonvoorziening voor de algemene ruimte is dan niet aan de orde. De woningeigenaar is hiervoor verantwoordelijk.

 

In de Verordening (artikel 8a, tweede lid) zijn weigeringsgronden voor een woonvoorziening opgenomen. Woningaanpassingen worden aangebracht conform de afspraken zoals die door het college zijn gemaakt of worden gemaakt met de (toekomstige) eigenaar of Vereniging van Eigenaren.

 

Woonvoorzieningen die in de algemene ruimte kunnen worden aangebracht beperken zich in principe tot de volgende voorzieningen:

  • -

    het verbreden van toegangsdeuren;

  • -

    het aanbrengen van elektrische toegangsdeuren of automatische deuropeners;

  • -

    de aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw;

  • -

    het realiseren van een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het wooncomplex/gebouw.

B

 

9.4 Aanvullend criteria voor vervoer, sub e

 

Individueel vervoer wordt alleen bij uitzonderingssituaties ingezet. Een vergoeding voor het gebruik van de eigen auto of voor individueel taxivervoer wordt alleen verstrekt als dat in het concrete geval niet algemeen gebruikelijk is (zie artikel 3.6 van deze Beleidsregels) en een collectieve vervoersvoorziening en andere vervoers(hulp)middelen niet volstaan of niet de goedkoopst adequate oplossing biedt. Het uitgangspunt is dat het gebruik van de eigen auto algemeen gebruikelijk is. Ook iemand met een inkomen op minimumniveau wordt geacht de vervoerskosten te kunnen voldoen om in aanvaardbare mate deel te kunnen nemen aan het leven van alledag en sociale contacten te onderhouden. Alleen in bijzondere omstandigheden is daarom een vergoeding mogelijk. Bijvoorbeeld als de vervoersbehoeften veel hoger dan gemiddeld zijn, uitgaande van een vervoersbehoefte op de (middel)lange afstand van 1500 kilometer per jaar, doordat iemand door zijn beperkingen ook voor alle verplaatsingen op de korte afstand de auto moet gebruiken of afhankelijk is van een auto met veel hogere gebruikskosten.

 

Vervangen door:

 

Wanneer een cliënt problemen ervaart op het gebied van vervoer die hij niet zelf of met behulp van eigen omgeving of met de Plusbus (algemene voorziening) kan oplossen, wordt allereerst beoordeeld of de collectieve vervoersvoorziening (maatwerkvoorziening) voor vraagafhankelijk vervoer (zie artikel 9.4) een geschikte oplossing biedt alvorens een indicatie voor individueel vervoer wordt overwogen. Een indicatie voor individueel vervoer via het collectieve vervoer wordt alleen bij uitzonderingssituaties afgegeven. Alleen wanneer (op basis van medisch advies) is vastgesteld dat de Plusbus en een indicatie voor collectief vervoer voor deze aanvraag niet voldoen (bijvoorbeeld in geval van onbeheersbare incontinentie of ernstige gedragsproblemen) kan de vervoerder die de collectieve vervoersvoorziening verzorgd, gevraagd worden individuele ritten te verzorgen.

 

C

 

5.13 Financiële tegemoetkoming voor verhuizing en/of herinrichting

 

De belangen op basis waarvan een afweging gemaakt wordt tussen het verhuisprimaat en het toekennen van een woningaanpassing staan uitgewerkt in artikel 5.3 van deze beleidsregels.

 

Een tegemoetkoming in de verhuizing en/of herinrichting wordt verstrekt als financiële tegemoetkoming (artikel 14 Verordening). Dit wil zeggen dat de cliënt een geldbedrag ontvangt als tegemoetkoming in de kosten die worden gemaakt. De cliënt is vrij om zelf een aanbieder of leverancier te kiezen en afspraken te maken over de invulling van de voorziening. Een financiële tegemoetkoming moet in de buurt komen van de daadwerkelijke kosten, maar hoeft niet kostendekkend te zijn. De gemeente onderzoekt per situatie of de cliënt zelf of met behulp van zijn netwerk in staat is om zijn inboedel over te verhuizen. In dat geval wordt alleen een financiële tegemoetkoming voor stoffering van de nieuwe woning verstrekt en niet voor de verhuizing zelf.

 

Vervangen door:

 

De belangen op basis waarvan een afweging gemaakt wordt tussen het verhuisprimaat en het toekennen van een woningaanpassing staan uitgewerkt in artikel 5.3 van deze beleidsregels.

 

Een tegemoetkoming in de verhuizing en/of herinrichting wordt verstrekt als financiële tegemoetkoming (artikel 14 Verordening). Dit wil zeggen dat de cliënt een geldbedrag ontvangt als tegemoetkoming in de kosten die worden gemaakt. De cliënt is vrij om zelf een aanbieder of leverancier te kiezen en afspraken te maken over de invulling van de voorziening. Een financiële tegemoetkoming moet in de buurt komen van de daadwerkelijke kosten, maar hoeft niet kostendekkend te zijn. De gemeente onderzoekt per situatie of de cliënt zelf of met behulp van zijn netwerk in staat is om zijn inboedel over te verhuizen. In dat geval wordt alleen een financiële tegemoetkoming voor stoffering van de nieuwe woning verstrekt en niet voor de verhuizing zelf.

 

De inwoner moet deze vergoeding inzetten voor de verhuizing en/of de herinrichting van de nieuwe woning. Een indicatie voor deze vergoeding wordt toegekend voor een periode van zes maanden. Als het college de reële verwachting heeft dat er binnen deze zes maanden geen geschikte woning vrijkomt, kan het college de periode met zes maanden verlengen.

 

Als de inwoner binnen de toegekende termijn niet verhuist, doet het college een heronderzoek. Als er in die periode wel geschikte woningen beschikbaar waren binnen de gemeente, maar de inwoner niet is verhuisd, wordt er geen woningaanpassing meer gedaan.

 

Een verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding wordt niet verstrekt als:

  • -

    De inwoner met een beperking voor het eerst zelfstandig gaat wonen;

  • -

    De inwoner met een beperking zelf besluit te verhuizen uit een woning die op ergonomische gronden geschikt is voor zijn/haar situatie;

  • -

    De inwoner verhuist naar een Wlz instelling.

D

 

Hoofdstuk 10. Sportvoorzieningen

 

Sporten kan een belangrijk middel tot participatie zijn. Wanneer het voor de cliënt zonder sportvoorziening niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport, kan een sportvoorziening worden verstrekt. Dat kan een sportrolstoel zijn maar ook een ander hulpmiddel. De cliënt wordt in eerste instantie verwezen naar Uniek Sporten om sportvoorzieningen uit te proberen en voor een periode te lenen. Zo kan een bewuste en onderbouwde keuze gemaakt worden. De aanvrager moet aantonen dat er sprake is van een actieve en regelmatige sportbeoefening. Een zit-ski die jaarlijks eenmaal gebruikt wordt om op wintersport te gaan, valt buiten de doelstelling van participatie en zelfredzaamheid.

 

De gemeente verstrekt maximaal eenmaal per drie jaar een sportvoorziening aan een cliënt. Reguliere kosten voor sportbeoefening zelf (sportkleding, contributie, etc.), die personen zonder beperking ook maken voor een sportbeoefening, zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen en komen niet voor vergoeding in aanmerking.

 

Vervangen door

 

10.1 Sportvoorziening

Sporten ziet het college als een manier om mensen te ontmoeten en sociale contacten te onderhouden. Ook kan sportbeoefening bijdragen aan de zelfredzaamheid en de gezondheid van inwoners. Sporten draagt bij aan de verbetering van de conditie en kan het vertrouwen van de inwoner in zichzelf vergroten. Bovendien kan sporten eraan bijdragen dat de cliënt zijn eigen mogelijkheden en vaardigheden (her)ontdekt. Sporten vindt het college daarom belangrijk, ook als dit niet de enige manier is om te participeren.

 

10.2 Criteria sportvoorziening

Tijdens het onderzoek wordt gekeken naar de structurele aard van de sport, omdat sportvoorzieningen op maat worden gemaakt en meestal niet opnieuw kunnen worden ingezet. De cliënt komt niet in aanmerking voor een sportvoorziening als er aanspraak bestaat op een vergoeding op basis van voorzieningen op grond van aanpalende wet- en regelgeving zoals de Zvw of Wlz. De cliënt kan in eerste instantie worden verwezen naar Uniek Sporten om sportvoorzieningen uit te proberen en voor de maximale periode te lenen. Zo kan een bewust en onderbouwde keuze worden gemaakt.

 

Bij het beoordelen van de aanvraag wordt gelet op de volgende punten:

  • a.

    Of de client actief aan het sporten is (de sport al beoefent en wil blijven doen).

  • b.

    Of het sporten een structureel karakter heeft.

  • c.

    Of de sport al enige tijd regelmatig wordt beoefend en of dit passend is. Voor sporten die slechts incidenteel worden beoefend, zoals skiën en snowboarden tijdens vakanties, is geen sportvoorziening mogelijk.

  • d.

    Of er ook sporten zijn die zonder hulpmiddelen kunnen worden beoefend en de reden om niet voor deze sport(en) te kiezen.

  • e.

    Of de client al andere sporten beoefent met een hulpmiddel, want het gaat om de mogelijkheid om te kunnen sporten.

  • f.

    Of er binnen 3 jaar een financiële tegemoetkoming is verstrekt voor een sportvoorziening. Er wordt maximaal voor één sport een financiële tegemoetkoming voor een sportvoorziening vanuit de Wmo verstrekt.

10.3 Aard van de verstrekking

Het gaat bij deze voorziening om een financiële tegemoetkoming voor de aanschaf, het onderhoud en de reparatie van een sportvoorziening voor een periode van minimaal 3 jaar tot de sportvoorziening afgeschreven is of niet meer passend is. Deze financiële tegemoetkoming hoeft niet kostendekkend te zijn. Als een client na 3 jaar opnieuw een melding voor een sportvoorziening doet zal de client een keuringsrapport van een leverancier moeten laten zien. Als uit het keuringsrapport van de leverancier blijkt dat het hulpmiddel technisch is afgekeurd kan een nieuwe aanvraag in gang worden gezet.

 

E

 

CIZ-protocol

 

Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 van bureau HHM

 

Voor de vaststelling van de omvang van huishoudelijke ondersteuning hanteert de gemeente de normtijden uit het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 van bureau HHM (bijlage 3). Dit normenkader voldoet aan de eisen die de CRvB stelt aan de onderbouwing van normtijden.

 

Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning HHM biedt de mogelijkheid om in bijzondere situaties af te wijken: wanneer cliënten als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon huis, kunnen aanvullende maatwerkmodules ingezet worden. Dit om bijvoorbeeld een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden te realiseren (zie voor het normenkader HHM bijlage 3 van deze beleidsregels).

 

Vervangen door:

 

Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning bureau HHM

Voor de vaststelling van de omvang van huishoudelijke ondersteuning hanteert de gemeente de normtijden uit de meest recente Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning van bureau HHM. Dit normenkader voldoet aan de eisen die de CRvB stelt aan de onderbouwing van normtijden.

 

Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning HHM biedt de mogelijkheid om in bijzondere situaties af te wijken: wanneer cliënten als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon huis, kunnen aanvullende maatwerkmodules ingezet worden. Dit om bijvoorbeeld een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden te realiseren. De HHM normtijden worden gehanteerd. De meest recente Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning van bureau HHM is te vinden op de website van bureau HHM.

 

F

 

Bijlage 3 Normenkader Huishoudelijke Hulp verwijderen

 

G

 

Bijlage 2. Algemeen gebruikelijk voorzieningen

In deze bijlage staan voorzieningen die de gemeente in elk geval algemeen gebruikelijk acht (niet limitatief). Inwoners zijn dus zelf verantwoordelijk om deze aan te schaffen. In uitzonderlijke gevallen kan er een uitzondering worden gemaakt als de omstandigheden daar aanleiding toe geven.

 

Loophulpmiddelen

  • -

    Wandelstok

  • -

    Rollator

  • -

    Boodschappentrolley

  • -

    (Elektrische) loopfiets

  • -

    Step

  • -

    Elektrische step

Woonvoorzieningen

  • -

    Verhoogd toilet

  • -

    Losse toiletverhoger

  • -

    Tweede toilet/sanibroyeur op 1e etage

  • -

    Toiletstoel

  • -

    (tweede) trapleuning

  • -

    Beugels, niet inklapbaar of opklapbaar

  • -

    Wandgrepen

  • -

    Douchecabine

  • -

    Standaard badzitje

  • -

    Douchekop en glijstang

  • -

    Douchezitje (in elke uitvoering)

  • -

    Antisliptegels/coating bij nieuwbouw of renovatie

  • -

    Hendel mengkranen

  • -

    Thermostatische mengkranen

  • -

    Spiegel in de natte cel, inclusief kantelgarnituur

  • -

    Centrale verwarming en thermostatische radiatorkranen

  • -

    Meterkast met meerdere groepen

  • -

    Ventilatiesysteem

  • -

    Vervanging keukenapparatuur

  • -

    Keramische- elektrische of Inductiekookplaten

  • -

    Dakkapellen

  • -

    Airconditioning

  • -

    Screens

  • -

    Zonneschermen en overige zonwering (inclusief elektrische bediening)

  • -

    Vaatwasser

  • -

    Normale babyfoon/intercom

  • -

    Luchtbevochtigers en -ontvochtigers

  • -

    Wasdroger

  • -

    Robotstofzuiger

  • -

    Mobiele (huis) telefoon

  • -

    Automatische deuropeners voor garage

  • -

    Automatische deuropeners bij serviceflats voor senioren van 55 jaar en ouder/mensen met beperking

  • -

    Intercom

  • -

    Antislipvloer

  • -

    Stalling ten behoeve van (driewiel)fiets

  • -

    Stangen voor raambediening van hoge ramen

  • -

    Sokkel om wasmachine of koelkast op te plaatsen

  • -

    Kosten voor demonteren fonteintje of verleggen verwarming i.v.m. plaatsen steunpunten

  • -

    Ophogen tuin/bestrating bij verzakking

Vervoersvoorzieningen en accessoires

  • -

    Standaard tandem (met of zonder hulpmotor)

  • -

    Fiets met hulpmotor/trapondersteuning

  • -

    Elektrische fiets

  • -

    Spartamet

  • -

    Bromfiets

  • -

    Scooter

  • -

    Lage instapfiets

  • -

    Bakfiets, fietskar, aanhangfiets

  • -

    Reparatie verlichting, vervangen banden of fietszadel

  • -

    Segway

  • -

    Tété Trike

  • -

    Airconditioning in de auto

  • -

    Automatische transmissie in de auto

  • -

    Stuurbekrachtiging

  • -

    Blindering auto (folie)

  • -

    Elektrische raambediening

  • -

    Rechter buitenspiegel

  • -

    Trekhaken

  • -

    Aanhanger

  • -

    Kosten rijbewijs, APK en verzekeringen

  • -

    Spaakbeschermers

  • -

    Kinderfietszitjes

  • -

    Buggies

  • -

    Personenauto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn

  • -

    Kinderautozitjes

ADL hulpmiddelen zelfzorg

  • -

    Bewegingstrainer (compact)

  • -

    Hometrainer

  • -

    Bedbeugel

Voeren georganiseerd huishouden

  • -

    Bezorgservice supermarkt (alleen indien cliënt zelf, of met behulp van een vrijwilliger, familielid of een van de buren in staat is de boodschappen te bestellen)

Vervangen door:

 

Bijlage 2. Algemeen gebruikelijke voorzieningen

In deze bijlage staan voorzieningen die de gemeente in elk geval algemeen gebruikelijk acht (niet limitatief). Inwoners zijn dus zelf verantwoordelijk om deze aan te schaffen. Een aanvraag voor een algemeen gebruikelijke voorziening kan niet automatisch afgewezen worden. De individuele situatie dient ten alle tijden onderzocht te worden volgens hoofdstuk 2. In uitzonderlijke gevallen kan er een uitzondering worden gemaakt als de omstandigheden daar aanleiding toe geven, bijvoorbeeld als iemand in de schuldsanering zit. Neem bij uitzonderlijke gevallen contact op met de juridisch kwaliteitsmedewerker of de beleidsadviseur.

 

Woonvoorzieningen:

  • -

    centrale verwarming;

  • -

    tweede trapleuning;

  • -

    trapspilbeugel;

  • -

    thermostatische mengkranen;

  • -

    hendel mengkranen;

  • -

    vaatwasser;

  • -

    wasmachine;

  • -

    wasdroger;

  • -

    keramische- of inductiekookplaat;

  • -

    korflades;

  • -

    robotstofzuiger;

  • -

    verhoogd toilet;

  • -

    losse toilet verhoger;

  • -

    toiletstoel;

  • -

    tweede toilet;

  • -

    maken slaapkamer 1e verdieping;

  • -

    douche- en toilet wandbeugels < 90cm;

  • -

    douchestoel op poten;

  • -

    douchestoel opklapbaar aan de muur < 125 kg;

  • -

    douchekop op glijstang;

  • -

    douchecabine;

  • -

    inloop douche;

  • -

    spoel en föhninstallatie wc;

  • -

    aanpassen badkamer (bad naar douche);

  • -

    antislipvloer/coating in douche;

  • -

    drempelhulp < 6 cm (toegang woning);

  • -

    drempelhulp < 6 cm (doorgang in de woning);

  • -

    verwijderen dorpels (binnen en buiten);

  • -

    verbreden binnendeur tot 90 cm in de woning;

  • -

    Automatische deuropeners voor garage

  • -

    Automatische deuropeners bij serviceflats voor senioren van 55 jaar en ouder/mensen met beperking

  • -

    intercom;

  • -

    ventilatiesysteem;

  • -

    airconditioning;

  • -

    luchtbevochtigers en –ontvochtigers;

  • -

    dakkappelen;

  • -

    zonwering (inclusief elektrische bediening);

  • -

    raamopener met afstandsbediening;

  • -

    bezoekbaar maken van tuin en/of balkon;

  • -

    ophogen tuin/bestrating bij verzakking;

  • -

    verbreden tuin bestrating toegangspad.

Vervoersvoorzieningen en accessoires:

  • -

    Tandem;

  • -

    lage instapfiets;

  • -

    (Elektrische) fiets (tweedehands)

  • -

    bakfiets;

  • -

    spartamet/snorfiets;

  • -

    bromfiets;

  • -

    scooter;

  • -

    tété Trike;

  • -

    Segway;

  • -

    brommobiel 45 km;

  • -

    buggy of kinderwagen (tot 4 jaar);

  • -

    fietszitje voor kinderen;

  • -

    fietskarretje voor kinderen;

  • -

    aankoppelfiets voor kinderen;

  • -

    opvouwbare scootmobiel;

  • -

    windscherm voor scootmobiel;

  • -

    schootkleed voor scootmobiel;

  • -

    stalling scootmobiel (bij eigen aankoop);

  • -

    stalling fiets;

  • -

    aanpassen externe berging voor stalling scootmobiel (bij eigen aankoop);

  • -

    airconditioning in de auto;

  • -

    automatische transmissie in de auto;

  • -

    stuurbekrachtiging;

  • -

    blindering auto (folie);

  • -

    elektrische raambediening;

  • -

    trekhaak;

  • -

    aanhanger;

  • -

    kosten rijbewijs, APK en verzekeringen.

Loophulpmiddelen:

  • -

    Wandelstok;

  • -

    4 poot/eiffel;

  • -

    Looprek;

  • -

    Elleboogkrukken;

  • -

    Rollator;

  • -

    Off road rollator;

  • -

    Boodschappentrolley;

  • -

    Loopfiets;

  • -

    Step;

  • -

    Elektrische step.

Rolstoelen en accessoire:

  • -

    Schootkleed.

Overige voorzieningen:

  • -

    kinderopvang;

  • -

    boodschappenservice;

  • -

    maaltijddienst;

  • -

    glazenwasser;

  • -

    sleutelkastje;

  • -

    hometrainer;

  • -

    personenalarm;

  • -

    Tuinman.

H

 

Hoofdstuk 8. Respijtzorg

Wanneer een mantelzorger ondersteuning biedt aan een inwoner, dan kan het voorkomen dat deze mantelzorger gedurende korte tijd niet in staat is deze zorg te verlenen. Wanneer dit ondersteuning betreft die als maatwerkvoorziening verstrekt zou kunnen worden door de gemeente, dan is het mogelijk dat de gemeente respijtzorg inzet. Terwijl de mantelzorger korte tijd afwezig is, kan de zorg worden overgenomen door een professionele zorgverlener, of door een vrijwilliger. Het aanvragen van deze respijtzorg gebeurt conform de bepalingen in hoofdstuk 2 van deze beleidsregels.

 

Kortdurend verblijf

Er zijn veel manieren om de mantelzorg te ontlasten. Bijvoorbeeld door een vrijwilliger in te schakelen om een paar uur de zorg voor een cliënt over te nemen en ook dagbesteding kan als belangrijk neveneffect of zelfs doel hebben de mantelzorg te ontlasten. Soms is dat niet voldoende om het langdurig vol te kunnen houden of is de zorg die een vrijwilliger kan bieden onvoldoende, vanwege de beperkingen van de cliënt. Alleen als er sprake is van de combinatie van voortdurend zorg en toezicht van de cliënt en dreigende overbelasting van de mantelzorger en als andere voorzieningen niet voldoende adequaat zijn, kan kortdurend verblijf worden geïndiceerd.

 

Bij kortdurend verblijf logeert iemand maximaal 3 etmalen per week in een instelling, zoals een gehandicapteninstelling, verpleeghuis of verzorgingshuis. Hierdoor wordt de mantelzorg ontlast, zodat deze de zorg langer kan volhouden en de cliënt thuis kan blijven wonen. Kortdurend verblijf is bedoeld voor mensen die permanent toezicht nodig hebben. Bijvoorbeeld als er valgevaar is of als de cliënt zelf niet in staat is hulp in te roepen als dat nodig is of omdat er ernstige gedragsproblemen zijn. Het kan ook gaan om constante zorg of zorg op ongeregelde tijdstippen, bijvoorbeeld voor iemand met een ernstige hartaandoening of dementie.

 

De omvang van kortdurend verblijf is 1, 2 of 3 etmalen, afhankelijk van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de cliënt. Er is een maximum van 3 etmalen per week gesteld omdat het logeren betreft. Bij meer dan 3 etmalen in een instelling is er sprake van opname waarvoor een indicatie op grond van de Wlz moet worden gesteld. Het is denkbaar dat hierop in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt om bijvoorbeeld een verblijf van een week, zodat mantelzorg op vakantie kan, mogelijk te maken. Dan moet wel vaststaan dat andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld respijtzorg vergoed door de zorgverzekeraar geen optie zijn.

 

In de instelling waar de cliënt kortdurend verblijft, wordt de dagelijkse zorg overgenomen. Wanneer verpleging nodig is, moet dit geregeld worden via de zorgverzekering. Behandeling behoort nadrukkelijk niet tot kortdurend verblijf.

 

De cliënt is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf. Hij kan hiervoor gebruik maken van eigen vervoer of van hulp uit het eigen netwerk.

 

Vervangen door:

 

Hoofdstuk 8. Mantelzorgers en respijtzorg

 

8.1 Mantelzorgers

Een mantelzorger is iemand die, vrijwillig en onbetaalde, hulp biedt aan iemand in de omgeving. Mantelzorg overstijgt qua duur en intensiteit de gebruikelijke hulp. Zorg die gegeven wordt, is niet in het kader van een hulpverlenend beroep. Mantelzorg is niet afdwingbaar. Als kinderen mantelzorg verlenen, mag dat niet ten koste gaan van hun ontwikkeling of welbevinden. Daarbij kan gedacht worden aan het contact met leeftijdsgenoten, vrijetijdsbesteding en schoolprestaties. De gemeente moet uitgaan van wat de mantelzorger zelf aangeeft en ook kijken naar de lichamelijke conditie van de mantelzorger. De gemeente moet overbelasting van de mantelzorger zoveel mogelijk voorkomen.

 

8.2 Respijtzorg

Respijtzorg is, tijdelijke, vervangende zorg en wordt ingezet wanneer sprake is van (dreigende) overbelasting van de mantelzorger. De behoefte van de mantelzorger wordt onderzocht. Waarbij wordt gekeken naar de goedkoopst, passende adequate oplossing (zie 3.1 maatwerkvoorziening). Respijtzorg duurt zo lang als het nodig is voor de mantelzorger om duurzaam de mantelzorg te leveren.

 

Respijtzorg kent verschillende vormen:

  • -

    Aanwezigheidszorg: iemand anders uit het sociaal netwerk of bijvoorbeeld een vrijwilliger blijft bij de zorgvrager, zodat de mantelzorger iets voor zichzelf kan doen.

  • -

    Dagopvang: de zorgvrager gaat één of meerdere dagen per week naar een dagopvang.

  • -

    Kortdurend verblijf: Als de mantelzorger bijvoorbeeld op vakantie gaat of door (on)geplande ziekenhuisopname, kan de zorgvrager één etmaal in een instelling verblijven, met een maximum van drie etmalen per week. Bij meer dan drie etmalen per week is er sprake van een opname waarvoor indicatie op grond van de Wlz moet worden gesteld. In de instelling wordt de dagelijkse zorg overgenomen. Verpleging moet geregeld worden via de zorgverzekering. Behandeling behoort niet tot kortdurend verblijf. Vragen rondom vervoer worden net als andere vragen beoordeeld.

Soms vergoedt de zorgverzekeraar ook respijtzorg. Daarnaast kan de verzekeraar eerstelijnsverblijf vergoeden. Het gaat dan om de inwoners die om medische redenen tijdelijk niet thuis kunnen wonen (bijvoorbeeld na ontslag uit het ziekenhuis) en daarom voor korte tijd in een zorginstelling worden verzorgd. Als de (aanvullende) verzekering van een inwoner de optie van respijtzorg of eerstelijnsverblijf vergoed, dan is dit voorliggend aan de Wmo. In de regio zijn (nog) geen afspraken voor respijtzorg. Zolang er geen afspraken binnen de regio zijn, dan wordt gekeken naar de goedkoopst, adequate oplossing.

 

I

 

3.4 Algemene voorzieningen

Onder algemene voorziening wordt het aanbod van diensten of activiteiten verstaan dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Een algemene voorziening gaat voor op een individuele maatwerkvoorziening als zij:

  • -

    daadwerkelijk beschikbaar is;

  • -

    door de cliënt financieel gedragen kan worden;

  • -

    en een adequate oplossing biedt voor de beperking in de zelfredzaamheid of participatie

Algemene voorzieningen kunnen op de reguliere markt aangeboden worden of door de gemeente worden gerealiseerd. Algemene voorzieningen zijn voorzieningen die vrij toegankelijk zijn. Wel kunnen er globale restricties en toegangscriteria worden gesteld. Bijvoorbeeld aan de frequentie waarmee de voorziening wordt bezocht of dat men behoort tot de doelgroep waarvoor de voorziening is bedoeld.

 

Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn het openbaar vervoer, de Plusbus, de inloop voor ouderen, het welzijnsaanbod en het algemeen maatschappelijk werk.

 

Vervangen door:

 

3.4 Algemene voorzieningen

Onder algemene voorziening wordt het aanbod van diensten of activiteiten verstaan dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Een algemene voorziening gaat voor op een individuele maatwerkvoorziening als zij:

  • -

    daadwerkelijk beschikbaar is;

  • -

    door de cliënt financieel gedragen kan worden;

  • -

    en een adequate oplossing biedt voor de beperking in de zelfredzaamheid of participatie

Algemene voorzieningen kunnen op de reguliere markt aangeboden worden of door de gemeente worden gerealiseerd. Algemene voorzieningen zijn voorzieningen die vrij toegankelijk zijn. Wel kunnen er globale restricties en toegangscriteria worden gesteld. Bijvoorbeeld aan de frequentie waarmee de voorziening wordt bezocht of dat men behoort tot de doelgroep waarvoor de voorziening is bedoeld.

 

Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn het openbaar vervoer, de Plusbus, de inloop voor ouderen, het welzijnsaanbod, cliëntondersteuning en het algemeen maatschappelijk werk via het Sociaal Team Doesburg.

 

J

 

Hieronder in de tekst onderstreept waar ondersteuningsplan gewijzigd wordt in onderzoeksverslag.

 

Hoofdstuk 2. Procedure van melding, onderzoek volgens stappenplan en aanvraag

 

Ondersteuningsplan

De uitkomsten van het onderzoek worden vastgelegd in het ondersteuningsplan. Uit het ondersteuningsplan moet duidelijk worden in hoeverre de geconstateerde belemmeringen van de cliënt ondervangen kunnen worden met eigen kracht, gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorzieningen, mantelzorgers, algemene voorzieningen, of andere voorzieningen zoals de Zorgverzekeringswet of de Wlz. Vervolgens blijft over op welke punten een maatwerkvoorziening nodig is.

 

Het ondersteuningsplan wordt binnen zeven dagen na het gesprek, maar uiterlijk binnen 6 weken na de melding, aan de cliënt verstrekt. Cliënt heeft de mogelijkheid opmerkingen en/of aanvullingen in te brengen. De opmerkingen of aanvullingen worden toegevoegd aan het ondersteuningsplan. Zij vervangen dit plan dus niet (gedeeltelijk). Het ondersteuningsplan is de drager van het proces en is de samenvatting van het onderzoek.

 

Aanvraag

Hierna is de ‘meldingsfase’ afgerond. De cliënt kan er eventueel voor kiezen om schriftelijk een aanvraag in te dienen voor een maatwerkvoorziening. De gemeente hanteert een speciaal aanvraagformulier dat de cliënt kan invullen en opsturen. Als de cliënt het ondersteuningsplan ondertekent, daarop aangeeft dat hij in aanmerking wil komen voor een maatwerkvoorziening en dit plan terugstuurt naar de gemeente, wordt het ondersteuningsplan ook als aanvraag gezien. Als de cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger en de consulent na de 6 weken onderzoekstermijn van mening verschillen over de noodzaak van een maatwerkvoorziening, dan heeft cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger altijd het recht een aanvraag te doen en het daarvoor benodigde formulier in te vullen en te ondertekenen.

 

Hoofdstuk 12. Persoonsgebonden budget

 

Informele hulp

Deze persoon verleent hulp die gericht is op het bereiken van het resultaat zoals dat omschreven is in de beschikking of het ondersteuningsplan;

Artikel II  

Dit besluit in werking te laten treden met ingang van 1 januari 2026.

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg van 18 november 2025.

de gemeentesecretaris,

P. Werkman

de burgemeester,

A.C. Hofland

Naar boven