Wijzigingen aan de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Weert

De raad van de gemeente Weert,

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025.

 

gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet en artikel 25e van de Alcoholwet;

 

besluit:

Artikel I  

Vast te stellen de navolgende wijzigingen aan de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Weert:

 

  • A.

    artikel 2:10c, vijfde lid, komt te luiden:

    • 5.

      De weigeringsgronden als bedoeld in het vierde lid van artikel 2:10 zijn niet van toepassing als in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

  • B.
    • 1.

      In artikel 2:24, eerste lid, worden de onderdelen f tot en met h verletterd tot e tot en met

      • h.

        en wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

      • g.

        sportwedstrijden niet zijnde een vechtsportevenement als bedoeld in het tweede lid, onder f;

  • B.
    • 2.

      In artikel 2:24, tweede lid, wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

      • f.

        een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s.

  • C.

    In artikel 2:29 vervallen het zesde en negende lid en worden de leden 7 tot en met 8 vernummerd tot 6 tot en met 7.

  • D.

    In hoofdstuk 8 wordt een nieuwe afdeling toegevoegd, luidende:

    Afdeling 8B Regulering aangelegenheden uit de Alcoholwet

  • E.

    In afdeling 8B wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

    Artikel 2:34d Proeverijen in slijtlokaliteiten

    • 1.

      Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.

    • 2.

      De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.

    • 3.

      In dit artikel wordt verstaan onder:

      • -

        slijtersbedrijf;

      • -

        slijtlokaliteit;

    • hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Alcoholwet.

  • F.
    • 1.

      In artikel 4:2 worden de leden 2 tot en met 5 vernummerd tot 3 tot en met 6 en wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

      • 2.

        De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  • F.
    • 2.

      Artikel 4:2, derde lid, komt te luiden:

      • 3.

        In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in bepaalde gedeelten van de gemeente.

  • G.

    Artikel 4:3 komt te luiden:

    Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten

    • 1.

      Het is een inrichting toegestaan maximaal zes dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

    • 2.

      Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

    • 3.

      Er is een (digitaal) standaardformulier voor het doen van de kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid. Het college stelt dit formulier vast.

    • 4.

      De kennisgeving is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

    • 5.

      De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

    • 6.

      Het ongebruikt laten van een dag voor een collectieve festiviteit betekent niet dat het aantal dagen voor incidentele festiviteiten evenredig toeneemt. Uitwisselen tussen dagen voor collectieve festiviteiten en dagen voor incidentele festiviteiten is niet toegestaan.

    • 7.

      Het college kan, ter voorkoming of beperking van geluidhinder, voorwaarden verbinden aan de festiviteiten.

    • 8.

      Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, uiterlijk om 02:00 uur (op vrijdag, zaterdag en zondag) en om 01:00 uur (op de overige dagen van de week) beëindigd.

    • 9.

      De vrijstelling van de geluidsnormen, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.

    • 10.

      Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid tijdens incidentele festiviteiten blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

  • H.

    In artikel 6:4 wordt ‘(vervallen: zie artikel 2:60)’ vervangen door: (vervallen).

  • I.

    Artikel 5:6 komt te luiden:

    Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen

    • 1.

      Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

      • a.

        langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben;

      • b.

        op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

    • 2.

      Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.

    • 3.

      Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedsactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale Omgevingsverordening.

    • 4.

      Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

  • J.

    Artikel 5:8 komt te luiden:

    Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen

    • 1.

      Het is verboden een voertuig, dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6.00 meter of een hoogte van meer dan 2.40 meter op de weg te parkeren.

    • 2.

      Het is verboden een voertuig, dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6.00 meter of een hoogte van meer dan 2.40 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

    • 3.

      Het eerste lid is niet van toepassing op maandag tot en met zaterdag, dagelijks van 07.00 tot 19.00 uur gedurende ten hoogste één uur, met uitzondering van de op die dagen vallende erkende feestdagen.

    • 4.

      Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.

    • 5.

      Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid gestelde verbod.

  • K.

    Artikel 5:34 komt te luiden:

    Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

    • 1.

      Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

    • 2.

      Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

      • a.

        verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

      • b.

        sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;

      • c.

        vuur voor koken, bakken en braden;

      • d.

        demonstraties van de brandweer.

    • 3.

      Het verbod is niet van toepassing op Sint Maartensvuren, mits hiervoor een evenementenvergunning is verleend op grond van artikel 2:25 van deze verordening, dan wel wordt voldaan aan de voorschriften verbonden aan een melding op grond van het derde lid van dat artikel, én een omgevingsvergunning is verleend op grond van artikel 3:40e van het Besluit activiteiten leefomgeving.

    • 4.

      Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

    • 5.

      Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2025.

De griffier,

mr. M.H.R.M. Wolfs-Corten

De voorzitter,

mr. R.J.H. Vlecken

Naar boven