Wijzigingsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2021

De raad van de gemeente Doesburg,

 

Overwegende dat het wenselijk is om de Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg 2021, zoals vastgesteld op 21 december 2023, te wijzigen;

 

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg d.d. 18 november 2025,

 

B e s l u i t:

Artikel I  

De op 21 december 2023 vastgestelde Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg 2021 als volgt te wijzigingen:

 

A

 

Artikel 8.a Weigeringsgronden, tweede lid, sub d:

deze betrekking heeft op een woongebouw, dat specifiek gericht is op mensen met beperkingen of dat in de praktijk bewoond wordt door een specifieke groep en waarvan vaststaat dat de voorziening niet voldoet aan de voor een dergelijke woning op grond van wettelijke voorschriften, algemeen aanvaarde regels of contractuele bepalingen geldende vereisten en waarvan is aangetoond dat de aangevraagde voorziening bij wel voldoen aan die vereisten niet nodig is;

 

Vervangen door:

deze betrekking heeft op een woongebouw/doelgroepgebouw, dat:

  • -

    specifiek gericht is op mensen met beperkingen of;

  • -

    dat in de praktijk bewoond wordt door een specifieke groep én;

  • -

    waarvan vaststaat dat het woongebouw/de woning niet voldoet aan de voor een dergelijke woning op grond van wettelijke voorschriften, algemeen aanvaarde regels of contractuele bepalingen geldende vereisten én;

    waarvan is aangetoond dat de aangevraagde voorziening bij wel voldoen aan die vereisten niet nodig is;

  • -

    én/of de aangevraagde voorziening voor de specifieke doelgroep algemeen gebruikelijk is.

B

 

Artikel 14 Financiële tegemoetkoming

Een cliënt komt enkel in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming voor zover hiermee naar oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en;

  • 2.

    het een van de volgende voorzieningen betreft:

    • a.

      de kosten voor verhuizen en herinrichting. De hoogte is gebaseerd op marktonderzoek naar de kosten voor verhuizing en de Nibud-normen voor stoffering. Het college legt de hoogte vast in het besluit;

    • b.

      het gebruik van een eigen auto indien dit gebruik niet algemeen gebruikelijk is, de collectieve vervoersvoorziening niet volstaat en dit de goedkoopst adequate oplossing is. De hoogte is gebaseerd op de UWV-normbedragen. Het college legt de hoogte vast in het besluit.

Vervangen door:

Een cliënt komt enkel in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming voor zover hiermee naar oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en:

  • 2.

    het een van de volgende voorzieningen betreft:

    • a.

      de kosten voor verhuizen en herinrichting. De hoogte van de tegemoetkoming in de verhuiskosten is gebaseerd op marktonderzoek. De hoogte van de kosten van stoffering is gebaseerd op de Nibud-normen. Het college legt de hoogte vast in het besluit;

    • b.

      een vergoeding voor de aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening. De goedkoopst adequate oplossing geldt als norm voor de vergoeding. De maximale hoogte van de vergoeding is gebaseerd op de kosten van de goedkoopste sportrolstoel van de leverancier.

      De hoogte van de tegemoetkoming hoeft niet kostendekkend te zijn, maar moet wel in de buurt komen van de daadwerkelijk gemaakte kosten.

C

 

Artikel 8a. Weigeringsgronden, lid 2

  • e.

    voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting;

Vervangen door:

  • e.

    voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting;

Toevoegen

  • j.

    Indien een woonvoorziening ter compensatie van de beperkingen bij het normale gebruik van de woning en/of bij het zich verplaatsen in de woning is geïndiceerd, kan het college het primaat van verhuizen toepassen, tenzij de noodzakelijke aanpassingskosten lager zijn dan de in het besluit opgenomen verhuis- en inrichtingskostenvergoeding;

  • k.

    Indien de aanpassingskosten hoger zijn dan het in lid 2 sub j genoemde bedrag kan de inwoner er voor kiezen niet te verhuizen, maar de woning met inzet van eigen middelen aan te passen. Hij ontvangt dan een tegemoetkoming ter hoogte van maximaal het in lid 2 sub j genoemde bedrag. Dit op voorwaarde dat hiermee een adequate aanpassing in de huidige woning wordt gerealiseerd conform een door het college opgesteld programma van eisen;

  • l.

    De normale of technische afschrijvingstermijn als bedoeld in artikel 8a lid 1 sub h, bedraagt zeven jaar voor hulpmiddelen en tien jaar voor trapliften.

D

 

Artikel 22. Jaarlijkse waardering mantelzorgers

  • 1.

    Mantelzorgers van cliënten in de gemeente kunnen door middel van een melding bij het college voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering in aanmerking worden gebracht.

  • 2.

    Het college kan bij nadere regels bepalen op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente.

Vervangen door:

  • 1.

    Mantelzorgers van inwoners van de gemeente kunnen door middel van een melding bij het college voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering in aanmerking worden gebracht.

  • 2.

    Het college kan bij nadere regels bepalen op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van de inwoners van de gemeente.

E

 

Hieronder wordt weergegeven waar het woord ‘ondersteungingsplan', wordt gewijzigd naar ‘onderzoeksverslag’;

  • 1.

    Artikel 2. Melding, 8: ondersteuningsplan wordt onderzoeksverslag

  • 2.

    Artikel 6. Ondersteuningsplan en verslag: ondersteuningsplan wordt onderzoeksverslag

    • i.

      Artikel 6,1: ondersteuningsplan wordt onderzoeksverslag

  • 3.

    Artikel 7. Aanvraag, 2. ondersteuningsplan wordt onderzoeksverslag

Toelichting:

  • 4.

    Artikel 6. Ondersteuningsplan en verslag: ondersteuningsplan wordt onderzoeksverslag

    • a.

      Ondersteuningsplan wordt onderzoeksverslag

  • 5.

    Artikel 7. Aanvraag: ondersteuningsplan wordt onderzoeksverslag

F

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1.

    In aanvulling op de begripsomschrijvingen in de wet wordt in deze verordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:

    • a.

      algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die:

      • -

        niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;

      • -

        daadwerkelijk beschikbaar is;

      • -

        een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en;

      • -

        financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau.

    • b.

      algemene voorziening: een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning

    • c.

      andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet;

    • d.

      bijdrage in de kosten: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4 van de wet en artikel 2.1.4.a Wmo 2015;

    • e.

      beleidsregels: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg;

    • f.

      besluit: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg;

    • g.

      gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;

    • h.

      hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft;

    • i.

      hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet;

    • j.

      ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Doesburg;

    • k.

      melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet;

    • l.

      nadere regels: door het college vast te stellen Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg;

    • m.

      persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 Wmo 2015 onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen;

    • n.

      pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;

    • o.

      uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;

    • p.

      wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Vervangen door:

  • 1.

    In aanvulling op de begripsomschrijvingen in de wet wordt in deze verordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:

    • a.

      algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die:

      • -

        niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;

      • -

        daadwerkelijk beschikbaar is;

      • -

        een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en;

      • -

        financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau.

    • b.

      algemene voorziening: een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Gemeente Doesburg kent de volgende vormen van algemene voorziening die zonder indicatie beschikbaar zijn:

      • i.

        Ondersteuning die gericht is op het versterken van de draagkracht om zelf problemen op te kunnen lossen, zoals Sociaal Team Doesburg.

      • ii.

        Preventieve voorzieningen die erop gericht zijn problemen tijdig te signaleren en informatie en advies te geven, zoals het welzijnswerk en sociaal raadsliedenwerk.

    • c.

      andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet;

    • d.

      bijdrage in de kosten: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4 van de wet en artikel 2.1.4.a Wmo 2015;

    • e.

      beleidsregels: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg;

    • f.

      besluit: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg;

    • g.

      College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg;

    • h.

      eigen kracht: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de inwoner, of met behulp van het sociaal netwerk tegemoet te komen aan de behoefte van de inwoner;

    • i.

      Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld als bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening;

    • j.

      gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;

    • k.

      hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft;

    • l.

      hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet;

    • m.

      ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Doesburg;

    • n.

      melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet;

    • o.

      nadere regels: door het college vast te stellen Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg;

    • p.

      Onderzoeksverslag: de schriftelijke weergave van de visie van het college inzake de te leveren ondersteuning, tot stand gekomen op basis van de beoordeling van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2. Wmo 2025, waarin de adviezen, verwijzingen en afspraken, alsmede het overleg met de inwoner zijn betrokken, alsmede de beoogde resultaten;

    • q.

      persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 Wmo 2015 onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen;

    • r.

      pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;

    • s.

      uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;

    • t.

      voorliggende voorziening: andere voorziening, niet zijnde een algemeen gebruikelijke voorziening, waarmee geheel of deels aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen;

    • u.

      wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

  • 2.

    Begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet.

G

 

Hoofdstuk 5: Kwaliteit en veiligheid

Artikel 18. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

  • 1.

    Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:

    • a.

      het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt;

    • b.

      het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg, waaronder informele zorg;

    • c.

      erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard;

  • 2.

    Het college kan bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.

  • 3.

    Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met cliënten ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

Vervangen door:

Hoofdstuk 5: Kwaliteit, rechtmatigheid, doelmatigheid en veiligheid

 

Artikel 18. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

  • 1.

    Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:

    • a.

      het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt;

    • b.

      het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg, waaronder informele zorg;

    • c.

      erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard;

  • 2.

    Het college kan bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.

  • 3.

    Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met cliënten ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

  • 4.

    Het college kan, al dan niet steekproefsgewijs, onderzoek doen naar het gebruik van of besteding van maatwerkvoorzieningen, pgb's en tegemoetkomingen met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en de recht- en doelmatigheid daarvan

  • 5.

    Het college wijst ter uitvoering van het eerste lid een toezichthouder aan om misbruik en oneigenlijk gebruik van individuele en overige voorzieningen op te sporen, te bestrijden en tegen te gaan.

  • 6.

    Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot in dit artikel bedoelde onderzoek.

H

 

Artikel 17, vijfde lid, a,

  • 5.

    De hoogte van de bijdrage voor onderstaande algemene voorzieningen bedraagt:

    • a.

      de algemene vervoersvoorziening Doesburg omvat vraagafhankelijk aangepast sociaal vervoer van deur tot deur in Doesburg tot en met een straal van 15 km daar omheen, de eigen bijdrage voor een enkele rit met de Plusbus binnen Doesburg voor een inwoner, die behoort tot de genoemde doelgroepen, wordt jaarlijks door het college vastgesteld bij verlening van subsidie ten behoeve van de uitvoering van de algemene vervoersvoorziening Doesburg. De eigen bijdrage voor een enkele rit tot en met een straal van 15 km om Doesburg moet voor een inwoner lager zijn dan de eigen bijdragen voor maatwerk vervoer.

Vervangen door:

  • 5.

    De hoogte van de ritbijdrage voor onderstaande algemene voorzieningen bedraagt:

    • a.

      de algemene vervoersvoorziening Doesburg omvat vraagafhankelijk aangepast sociaal vervoer van deur tot deur in Doesburg tot en met een straal van 25 km daar omheen, de eigen ritbijdrage voor een enkele rit met de Plusbus binnen Doesburg voor een inwoner, die behoort tot de genoemde doelgroepen (zie 17.5, c), wordt jaarlijks door het college vastgesteld bij verlening van subsidie ten behoeve van de uitvoering van de algemene vervoersvoorziening Doesburg. De eigen bijdrage voor een enkele rit tot en met een straal van 25 km om Doesburg moet voor een inwoner gelijk zijn of lager zijn dan de eigen bijdrage voor maatwerk vervoer.

Toevoegen:

Artikel 17, vijfde lid, sub c

  • c.

    De Plusbus biedt onder de algemene vervoersvoorziening vervoer aan voor cliënten van 55 jaar en ouder en cliënten met een beperking die minder goed of helemaal niet van het openbaar verover kunnen maken.

I

 

Artikel 8a. Weigeringsgronden

Lid 3. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening voor vervoer

Toevoegen:

  • c.

    Vervoer naar dagbesteding of dagbehandeling op grond van de Wlz;

  • d.

    vervoer naar jeugdhulp, of ander jeugdvervoer op grond van de Jeugdwet of de Wlz;

  • e.

    vervoer naar medische behandelingen, wanneer op grond van de Zorgverzekering recht op zittend ziekenvervoer bestaat;

  • f.

    vervoer naar werk of onderwijs;

  • g.

    het incidenteel mogelijk is om een taxibedrijf in te zetten, of gebruik maken van een deelauto, wanneer andere vervoerwijzen niet beschikbaar zijn;

  • h.

    Vervoer naar afspraken die ook digitaal kunnen plaatsvinden, zoals bepaalde consulten met de huisarts;

  • i.

    Vervoer kan worden vervangen door bezoek, dienstverlening of levering aan huis (bijv. Boodschappen). NB. Voor bozdschappen wordt verwezen naar boodschappenservices die o.a. vanuit verschillende supermarkten worden aangeboden, tenzij dit noodzakelijk is voor participatie;

J

 

Artikel 11. Regels voor pgb

  • 2.

    uit het pgb voor diensten mag betaald worden:

    • b.

      reiskosten hulpverlener op basis van woon-werkverkeer (max. € 0,19 per km, met een maximum van twee maal 25 km enkele reis per werkdag);

Vervangen door:

  • 2.

    uit het pgb voor diensten mag betaald worden:

    • b.

      reiskosten hulpverlener op basis van woon-werkverkeer (max. € 0,23 per km, met een maximum van twee maal 25 km enkele reis per werkdag);

K

 

Artikel 10 Beschikking, lid 6

 

Oorspronkelijk:

De cliënt moet zich, indien van toepassing, binnen 3 maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij de aanbieder van de maatwerkvoorziening of het pgb binnen 3 maanden gebruiken voor het resultaat waarvoor het is verstrekt.

 

Wijzigen naar:

De cliënt moet zich, indien van toepassing, binnen 3 maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij de aanbieder van de maatwerkvoorziening of het pgb binnen 3 maanden gebruiken voor het resultaat waarvoor het is verstrekt. Als de cliënt zich niet binnen die 3 maanden heeft gemeld bij de aanbieder van de maatwerkvoorziening of het pgb, dan kan de beschikking worden ingetrokken.

 

L

 

Artikel 13. Hoogte PGB

  • 5.

    De hoogte van het pgb voor informele hulp is bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de desbetreffende CAO, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren.

    • a.

      Bij huishoudelijke ondersteuning: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.

    • b.

      Bij begeleiding: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.

Vervangen voor:

  • 5.

    De hoogte van het pgb voor informele hulp, bij zowel huishoudelijke ondersteuning als begeleiding, is bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan het minimumloon, vermeerderd met de vakantietoeslag en tegenwaarde van de verlofuren. Als de wet Rdah in werking treedt, dan wordt, indien van toepassing, het tarief verhoogd met de werkgeverslasten.

Toelichting verordening

Lid 5: Bij het inzetten van een pgb voor informele hulp, kan sprake zijn van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. De CRvB heeft twee uitspraken gedaan over het tarief voor pgb van het sociale netwerk (CRvB 16-8-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1394 en CRvB 16-8-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1580). Hieruit blijkt dat het tarief minimaal overeen moet komen met de hoogste periodiek in de desbetreffende CAO, vermeerderd met vakantiebijslag en tegenwaarde van verlofuren. Voor hulp bij huishouden is dit de specifiek hiervoor in het leven geroepen salarisschaal hulp bij huishouden, voor begeleiding is dit FWG30 uit de CAO VVT. Uit de uitspraak CRvB 25-07-2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX5446 blijkt dat bij de tegenwaarde van verlofuren uitgegaan moet worden van het vastgestelde aantal verlofuren uit de CAO VVT.

 

Vervangen voor:

Lid 5: Bij het inzetten van een pgb voor informele hulp, kan sprake zijn van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. De CRvB heeft een uitspraken gedaan over het tarief voor pgb van het sociale netwerk (CRvB 30-9-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1380 en CRvB 30-9-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1276). Hieruit blijkt dat het minimumloon, vermeerderd met vakantiebijslag en tegenwaarde van verlofuren, passend is.

Artikel II  

Dit besluit in werking te laten treden met ingang van 1 januari 2026.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Doesburg in zijn openbare vergadering van 18 december 2025.

de griffier,

D. Voorhof

de voorzitter,

A.C. Hofland

Naar boven